dinsdag 24 maart 2020

Erasmus Meulenaer

De man in mijn stamboom met de voornaam waar ik het meest nieuwsgierig naar ben is Erasmus Meulenaer uit Rotterdam. Zijn voornaam vind ik opvallend en daar wil ik meer over weten. 

Erasmus Meulenaer is de grootvader van Hester Molenaar (getrouwd met Sijbrant van Adrichem). Wat mij eerder niet was opgevallen, maar wat ik na het schrijven van het vorige verhaal over Jan van der Meer meteen zie, is de achternaam van Erasmus' vrouw; Emmetje Jans van der Meer.
Opvallend! Zou zij ook een dochter kunnen zijn van de Jan van der meer uit het vorige verhaal?

In mijn stamboomprogramma heb ik geen vader van Emmetje staan.
Daarom ben ik op zoek gegaan naar haar doop. Echter heb ik die nergens kunnen vinden.
Wat ik wel vind is haar begraafinschrijving. Emmetje overlijdt in 1752 in Rotterdam en wordt op 9 september daar begraven. Bij de inschrijving staat dat ze dan 78 jaar is.
Even terug rekenend moet ze dan in 1674 geboren zijn. Tot mijn grote frustratie kan ik een doop van haar niet vinden in het Rotterdamse stadsarchief.
Wel vond ik nog een ander kind van Pleuntie Michiels Sijdenbosch en Jan van der Meer uit mijn vorige verhaal, die ik de vorige keer niet heb gevonden. Een dochter genaamd Pleuntie die geboren is 1671. In die tijd kwamen de kinderen vaak met het regelmaat van de klok en deze dochter vult precies het gat op tussen Michiel Janse van der Meer geboren in 1668 en de vermoedelijke geboorte van Emmetje Jans van der Meer in 1674.

Als ik de doop van Emmetje niet kan vinden, ga ik op zoek naar de kinderen van Emmetje Jans van der Meer met Erasmus Sijbrants Meulenaar.

Eerst wordt Dirk geboren in 1698 in Rotterdam met als getuige Geertruij Jans.
Bij dochter Pleutie die in 1700 wordt geboren is het Marijtje Jans en Cornelis Cornelisse.
Dochter Engeltie uit 1703 heeft weer Geertuij (Geertie) Jans en dochter Pleuntje uit 1710 heeft als getuige Anna van der meer.
En dat is opvallend want dit zijn allemaal dochters van Jan Cornelis van der Meer en Pleuntie Michiels Sijdenbosch uit mijn vorige verhaal. Meestal werden broers en zussen gevraagd als doopgetuige of eventuele ouders als die op dat moment nog in leven zijn.
Het lijkt me daarom ook erg onwaarschijnlijk dat Emmetje Jans van der Meer géén dochter is van Jan van der Meer en Pleuntie Sijdenbosch.

En dat betekend dat Jan van Adrichem niet alleen met zijn achternicht Marietje Pons trouwde, maar na dat hij na haar overlijden hertrouwde met zijn andere achternicht Hester Molenaar. En dat zie er dan zo uit in de stamboom.
Weer een nieuwe ontdekking door opnieuw te kijken naar gegevens die ik al jaren bezit. 

Zouden het huwelijken uit liefde zijn geweest? Of gearrangeerd? Naar mijn weten was er weinig kapitaal om per se in de familie te willen houden. Was er een andere reden waarom er zo vaak in de familie werd getrouwd? Rotterdam was toen ook al een grote stad, keus genoeg lijkt me dan. 

Maar goed, ik dwaal een beetje af van de man met de bijzondere voornaam; Erasmus Meulenaer. 

Emmetje was niet Erasmus' eerste vrouw. Hij trouwde eerst op 14 november 1687 in Rotterdam met Catrina Pieters van der Linde, ook wel Caetie genoemd.
Ik heb drie kinderen van het stel gevonden. 
Engeltgen Meulenaer geboren in 1689 te Rotterdam. 
Cornelia gedoopt op 16-4-1691 te Rotterdam. 
En Pieternella 8-11-1696 te Rotterdam.

Caetie overlijdt vlak na de geboorte van Pieternella, misschien wel bij de bevalling. Slechts zeven maanden na de geboorte van Pieternella trouwt Erasmus met Emmetje Jans van der Meer. 
Negen maanden na dit huwelijk wordt zoon Dirk geboren. Zijn grootvader Sijbrant Dircks Meulenaer is hierbij aanwezig als getuige. 
Na de geboorte van zoon Dirk volgen er nog de dochters Pleutie, Engeltie en nogmaals een Pleuntje. 
Het mag duidelijk zijn dat de Pleuntie's zijn vernoemd naar Pleuntie Michiels Sijdenbosch en de Engeltjes naar Erasmus moeder Engeltie Erasemus. 

Hoewel de naam Erasmus bij mij toch de eerste associatie heeft met het standbeeld van de bekende Erasmus in Rotterdam, komt "onze" Erasmus uit Amsterdam. 
Tegen alle verwachtingen in kon ik zijn doop vrij makkelijk vinden. Hij is op 10 april 1664 gedoopt in de Lutherse kerk in Amsterdam. Zijn vader is Sijbrandt Dircks, zijn moeder Engeltie Erassemus, die ook Engeltie Barends wordt genoemd.

Ook de broers en zussen van Erasmus heb ik snel kunnen vinden. 


Dochter Hester gedoopt op 5 november 1656 te Amsterdam

Barent; 11 september 1661


Erasmus; 10 april 1664


Dirck; 28 augustus 1667


Roelof; 13 december 1669 


Hans; 3 juli 1672

Het lijkt me dat het hele gezin samen van Amsterdam naar Rotterdam zijn vertrokken. Zowel vader Sijbrant en moeder Engeltie maar ook broer Roelof duiken op als getuige bij de doop van een van de kinderen van Erasmus. De afstand Amsterdam Rotterdam was in die tijd denk ik niet iets waar je voor een doop zo maar even heen loopt. Ik zou wel graag willen weten wat de reden van de verhuizing is geweest. Al denk ik niet dat ik daar achter kom.

De naam Erasmus klonk me erg bijzonder in de oren maar na het doorspitten van de Amsterdamse archieven kom ik daar wel op terug. In die periode zijn er flink wat kinderen geboren met de naam Erasmus. Erasmus van Formiae was in de 15e eeuw een populaire heilige. Waarom hij als middelste broer naar een heilige is vernoemd en de rest van de kinderen in mijn ogen zo'n alledaagse naam hebben? Barent en Dirck zijn vernoemd. Zijn moeder Engeltje wordt één keer bij de doop van de kinderen Engeltje Erassemus genoemd alle andere keren Engeltje Barents.

Erasmus is wel de eerste in mijn stamboom de achternaam Meulenaer/Molenaar draagt. De kans is groot dat hij zich zo is gaan noemen om dat dit zijn beroep was. Al kan ik daar geen bewijs voor vinden. Maar waarom zou je jezelf die achternaam geven als je eigenlijk een ander beroep had?
"Naar wie ben je op zoek? Naar Erasmus! Erasmus de Molenaar? Ja die!" 
Dat klinkt toch heel logisch ;-)   

Ik ging weer een stapje verder op zoek. Naar het huwelijk van vader Sijbrant en moeder Engeltie. En die vond ik. Zoals je in de foto's van de doop van de kinderen wel kunt zien, is het niet altijd heel erg makkelijk om die oude handschriften te ontcijferen. Van het huwelijk van Sijbrant en Engeltie kon ik echt niets maken. 
Huwelijk Amsterdam 13 maart 1655
Gelukkig kan je altijd met je vraag terecht op het stamboomforum en binnen een uur had iemand het voor me ontcijfert. De uitkomst was nogal verrassend. 

Sybrant Dirckse van Westrijsen
varentgesel out 25 jaer, ouders doot
woonde op Vloomburgh ende
Engeltje Barents van Gottenburgh out 27 jaer geasstr.
met haer vader Barent Ariaentse woonde als vooren

Nu even in het 21e eeuws Nederlands. 
Sybrant Dirckse van Westrijsen,
hij is varensgezel, 25 jaar oud en zijn ouders zijn overleden.
Hij woont in Vloomburgh.
Engeltje Barents van Gottenburgh, oud 27 jaar.
Ze is er samen met haar vader Barent Ariaents en ze woont ook op Vloomburgh.
(Vader Barent en dus geen Erasmus, geen idee waarom Engeltje dan één keer als Engeltje Erassemus wordt genoemd)

Vloomburgh (of Vloonburch) is Vlooienburg, een voormalig aangelegd eiland in Amsterdam. Het eiland waar tegenwoordig de Stopera op staat.

Vlooienburg, het rechthoekige eiland in het midden in de 17e eeuw.
En dan het verrassende. Sijbrant komt uit Westrijsen, tegenwoordig heet deze plaats Risör-Sund en dat ligt in.....Noorwegen! 
Risør Sund
En Engeltie komt uit Gottenburgh, als in Götenburg, Zweden! Dat zag ik even niet aankomen. 
Deze tak van de van Adrichem stamboom leek me door en door Rotterdam's, dit had ik echt niet verwacht. 
Götenburg
Mijn DNA test had al aangegeven dat ik voor 45% scandinavische roots heb. Dat vond ik al erg leuk om te weten, maar dat je dat dan ook kan bewijzen via de akte's in de archieven is nog veel mooier! 
Het blijkt maar weer dat ook in de 17e eeuw Amsterdam al een smeltkroes van nationaliteiten was. 

dinsdag 28 januari 2020

Op zoek naar Jan van der Meer

In mijn vorige verhaal over Johannes (Jan) van Adrichem noemde ik de waarschijnlijke vernoeming naar zijn overgrootvader Jan van der Meer. Ik kon weinig bewijzen vinden voor het bestaan van deze Jan van der Meer dus besloot ik verder te zoeken.

Deze zoektocht nam weer vele uren in beslag. Het leuk me wel eens leuk om te laten zien waarom zoiets nou zo lang duurt. (Ik heb in kleur aangegeven wie steeds dezelfde personen zijn om verwarring te voorkomen)

Ik begin met huwelijk van Sijbrand van Adrichem en Anna van de Meer, de ouders van Jan. Die vind ik in Rotterdam.

Trouwinschrijving Sijbrand van Adrichem en Annetje van Meer
Datum ondertrouw: 27-09-1711
Trouwdatum: 13-10-1711
Bruidegom: Sijbrand van Adrichem
Burgerlijke staat: j.m.
Geboorteplaats: Ysselmonde
Bron of gezindte: Trouw gereformeerd
Bruid: Annetje van Meer
Burgerlijke staat: j.d.
Geboorteplaats: Rotterdam
Akteplaats: Rotterdam

Daarna ga ik op zoek naar de doop van Annetje van de Meer, de moeder van Jan. Op de achternaam van Meer of van de Meer kon ik niks kunnen vinden en moest ik verder zoeken.

Bij de doop van dochter Ariaantje wordt ze Annetie Cornelis van der Meer genoemd. Haar vader heet dus Cornelis. Dat bied weer zoekmogelijkheden.

Dopeling Ariaantie
Vader Sijbrant Korsse van Adrichem
Moeder Annetie Cornelis van der Meer
Getuige Marigie Cornelis Roest
Plaats IJsselmonde
Datum doop 19-11-1713

Gelukkig geeft het Stadsarchief Rotterdam ook zoektips! Op de site kan ik makkelijker zoeken door een $ voor de naam Annetie te zetten. Zo worden alle spellingsvarianten van de naam meegenomen Annetie meegenomen. Een * vervangt de laatste letters van een naam. Door Anne* in te toetsen zoekt hij op alle uitgangen van de naam Anne, zoals Annetje, Annetie e.d.
Ook kan ik op twee personen tegelijk zoeken. Bij de tweede persoon heb ik de naam Cornelis ingevuld en uiteindelijk ben ik deze doop tegengekomen.

Doopplaats: Rotterdam
Doopdatum: 21-03-1684
Bron of gezindte: Doop gereformeerd
Inschrijvingsjaar: 1684
Dopeling: Annettie
Moeder: Neeltie Claes
Vader: Cornelis Janse
Getuige 1: Pieter Claesse
Getuige 2: Geertruijt Willems

Ook moeders naam Neeltie komt overeen met de vernoemingen van de dochters van Annetie en Jan.

Vervolgens ga ik op zoek naar het huwelijk van Neeltie en Cornelis. Dat klinkt makkelijk, maar het zijn veel voorkomende namen in die tijd en het duurt dan ook even voor ik ze gevonden heb.
Cornelis wordt hier niet van der Meer maar Vermeer genoemd. Wel heb ik van Neeltie ook ineens een achternaam.

Trouwen op 19 januari 1680 te Hillegersberg
Bruidegom; Cornelis Janss Vermeer, geboren te Delfshave, other:j.m.
Bruid; Neeltie Claes van der Laen, geboren te Stompwijck, other:j.d.

En dan ga ik op zoek naar eventuele andere kinderen.
Door een zoekopdracht voor een bepaalde periode in te stellen kun je nog gerichter zoeken. Ik begin te zoeken vanaf 1680, het jaar van het huwelijk. Dit is halverwege januari dus ik verwacht het eerste kind negen maanden later. En de doop dan zo rond oktober/november.


En dat blijkt te kloppen. Ik vind een Anna. Hier wordt de moeder Neeltie Henderickx genoemd. De doopgetuigen komen wel overeen met de doop van Annetie. Pieter kan een broer van Neeltie zijn en Geertruijt zijn vrouw. Maar ik twijfel en voer deze doop nog niet in..
Doopdatum: 03-11-1680
Bron of gezindte: Doop gereformeerd
Dopeling: Anna
Moeder: Neeltie Henderickx
Vader: Cornelis Janse
Getuige 1: Pieter Klaessen
Getuige 2: Geertruijt Willems

Op zoek naar een volgend kind. Meestal twee jaar later. Ook dit blijkt te kloppen.
Doopdatum: 14-06-1682
Bron of gezindte: Doop gereformeerd
Dopeling: Macheltie
Moeder: Neeltie Claes
Vader: Cornelis Janse
Getuige 1: Pleuntie Chiele

Annetie kwam in 1684, dus de volgend moet rond 1686 zijn.
Dopeling: Johannes
Bron of gezindte: Doop gereformeerd
Doopdatum: 09-07-1686
Moeder: Belitie Klaes
Vader: Corneles Janse
Getuige 1: Machiel Janse
Getuige 2: Pluentie Giele
Woonplaats: op het Franse velt

Hier vinden we een Johannes, de naam waar ik op zoek was en het allemaal mee begon.
Moeder's naam is dit keer Belitie, maar met een beetje fantasie kan ik er wel Neeltie van maken. Wie weet was degene die doop inschreef wel een beetje doof of had een slecht handschrift waardoor de invoerder van de gegevens de N als een B zag. Getuige Pleuntie Chiele en Pluentie Giele lijken me ook dezelfde persoon.

Eens kijken of wel nog meer kinderen kunnen vinden. Ik gok rond 1688 en zit weer goed.
Dopeling; Klaes
Bron of gezindte: Doop gereformeerd
Doopdatum: 15-04-1688
Moeder: Neeltie Klaes van der Laen
Vader: Kornelis Janse van der Meer
Getuige 1: Pleuntie Ghiele
Woonplaats: op 't Franse Velt

Hier hebben we weer achternamen. Die namen van der Laen en van der Meer kloppen met de al bekende gegevens. En ook de naam van de getuige komt steeds terug.

Eventuele andere kinderen heb ik niet meer kunnen vinden. Ik geloof er niet in dat als je op de geboorte van de kinderen de klok gelijk kunt zetten dat er tussen de datum van het huwelijk en het eerste kind twee jaar zit.
De eerste Anne, ondanks de verkeerde achternaam van de moeder, voer ik dan toch in als kind. De getuigen zijn namelijk het zelfde en waarschijnlijk is de eerste Anna gestorven waardoor Annetie dezelfde naam als haar zus krijgt.

In het stamboomprogramma Aldfaer dat ik altijd gebruik zit een optie om eventuele twijfel aan te geven. En dat doe ik dan ook.


Je ziet wel hoeveel verschillende spellingen van namen er gebruikt worden. Vaak komt dit omdat mensen zelf niet konden lezen en/of schrijven. Dat maakt het zoeken heel erg moeilijk.

Dan op zoek naar de doop van Cornelis Jansse van der Meer of Vermeer.
Bij zijn huwelijk wordt vermeld dat hij in Delfshaven is geboren. Hij is getrouwd in 1680 en was op dat moment minimaal 21 jaar. Dat betekend dat ik een doop zoek in Delfshaven vóór 1659 met een zoon die Cornelis heet en een vader Jan. Dat voor ik in op onderstaande wijze.



En al vrij snel vind ik Cornelis Jansse Vermeer.
Doopinschrijving Cornelis
Doopplaats: Delfshaven
Doopdatum: 02-02-1656
Bron of gezindte: Doop gereformeerd; Trouw gereformeerd
Dopeling: Cornelis
Moeder: Pleuntje Michiels
Vader: Jan Cornelisse Vermeer
Getuige 1: Pleuntje Andries
Getuige 2: Bastiaen Cornelisse

Stompwijk, waar Neeltie Claes van der Laen moet zijn geboren, valt niet onder de regio Rotterdam en kan ik niet opzoeken via het Stadsarchief van Rotterdam. Haar doop op zoeken bewaar ik voor een volgende keer.

Wel kan proberen de rest van het gezin te vinden. De  naam van de moeder valt me ook op. Pleuntje Michiels kan natuurlijk heel goed de eerdere doopgetuige Pleuntie Chiele of Pluentie Giele zijn. 

Ik dacht dat Giele een achternaam was en niet een patroniem. Achteraf gezien heel logisch, de ouders worden vaker aangeduid met hun patroniem dan met een achternaam. 
Zoeken zonder achternaam is aan de ene kant lastig maar vaak is het ook heel handig om te weten wie de vader is en zo verder te kunnen zoeken en af en toe duikt er dan weer een achternaam op zoals bij onderstaand geval.

Dit keer een dochter. Niet met de achternaam Vermeer en ook niet van de Meer. 
Doopinschrijving Marije
Doopplaats: Hillegersberg
Doopdatum: 20-03-1661
Bron of gezindte: Doop gereformeerd
Dopeling: Marije
Moeder: Pleuntge Miechiels
Vader: Jan Cornelisse Craemer
Getuige 1:Elysabeth IJsbrants

Dit keer is het Craemer. Dit lijkt me niet zijn achternaam, eerder zijn beroep. Zoals de voorouder van Hester Molenaar ongetwijfeld Molenaar is geweest. Toch twijfel ik, schrijf de gegevens op mijn steeds grotere stapel aantekeningen en zoek verder. 

Opnieuw vind ik een dochter en vervolgens weer een zoon.

Doopinschrijving Geertruijt
Doopplaats: Hillegersberg
Doopdatum: 09-12-1663
Bron of gezindte: Doop gereformeerd
Inschrijvingsjaar: 1663
Dopeling: Geertruijt
Moeder: Pleuntje Michiels
Vader: Jan Cornelisse
Getuige 1: Bastiaen Cornelisse
Getuige 2: Pleuntjen Andries

Doopinschrijving Micchiele
Doopplaats: Hillegersberg
Doopdatum: 03-06-1668
Bron of gezindte: Doop gereformeerd
Dopeling: Micchiele
Moeder: Pleuntie Micchiels Sijdenbosch
Vader: Jan Cornelisz Cramer
Getuige 1: Hilletie Micchiels

En hier weer die Cramer. Zoals je ziet maakt dat het zoeken niet makkelijker. 
Jan Cornelisz van der Meer, Vermeer, Craemer en Cramer zijn volgens mij allemaal dezelfde persoon.

Ik mis nog wel een kind rond 1659 en 1665. Hoeveel spellingsvarianten ik ook gebruik, op de namen Jan Craemer, Cramer of Cornelissen vind ik geen doop meer in de periode tussen 1650 en 1670. Ook met de namen Pleuntie Michiels in al zijn vormen en op de achternaam Sijdenbosch, Zijdenbos en -bosch vind ik niets. Het zou zo kunnen zijn dat er een miskraam of levenloos kindje is geboren in die tussentijd. Helaas staan alleen de doop inschrijvingen van deze periode in het Stadsarchief Rotterdam en niet de begraafboeken zodat ik het niet kan controleren.

Op het moment dat ik in mijn stamboomprogramma de achternaam Sijdenbosch in wil voeren, vult hij de naam uit zichzelf aan. 
Dat vind ik vreemd want dat betekend dat de naam al in mijn stamboom voorkomt. 
Ik klik even verder en dan vind ik een Apolonia Michielsz Sijdenbosch, gehuwd met Jan Cornelisz van der Meer. Ouders van Marytje Jans Vermaes.
De naam van de vader klopt maar het duurde even voordat het kwartje viel en ik in de gaten had dat Apolonia Michielsz Sijdenbosch dezelfde persoon is als Pleuntie Ghiele.

Dit zijn dus mijn voorouders, al staat dat niet in mijn programma weergegeven (Directe voorouders worden in het blauw weergegeven i.p.v. in het zwart)


Dochter Marije uit 1661 blijkt echter dezelfde te zijn als Marytje Jans van der Meer (blijkbaar dus ook genoemd Marietje Jans of Marijtje Vermaes of Vermas om het allemaal nog duidelijker te maken....). 
Marijtje trouwde met Kornelis Cornelis Pons. Zij kregen een zoon Jan Kornelis Pons. 
Die weer een dochter kreeg genaamd Marietje Jans Pons (vernoemd naar de bovenstaande grootmoeder)
En deze Marietje was de eerste vrouw van Jan van Adrichem waarmee ik dit verhaal begon! 
Dat maakt de moeder van Jan en de vader van Marietje neef en nicht. En dus zijn Jan en Marietje achterneef- en nicht. Ik ben al meer dan tien jaar met deze familietak bezig maar zo af en toe doe je dat toch ineens een nieuwe ontdekking!  


De doop van Jan Cornelisz van der Meer heb ik niet kunnen vinden waarmee mijn zoektocht voorlopig hier eindigt. 

Dit is een voorbeeld van een klein stukje waar ik mee bezig ben voordat ik een verhaal schrijf. Ook zoek ik uit wie de getuigen zijn en of ik die kan koppelen aan mijn voorouders. Zo kan ik uren per dag zoet zijn en kost het me vaak ook meerdere dagen. 
Soms maak ik ook fouten omdat ik te snel aanneem dat personen één en dezelfde zijn en kan ik weer overnieuw beginnen.
En daarná moet ik nog beginnen met het schrijven van het verhaal waar ik me nog meer in de achtergronden van het gezin verdiep. 
Ik heb natuurlijk niet elke dag tijd om er mee bezig te zijn daarom duurt het weken, soms maanden voordat er een nieuw verhaal hier op mijn blog verschijnt. 
Als ik een uurloon zou krijgen voor alle uren die er in deze verhalen zitten dan zou ik al bijna met pensioen kunnen! 
Ik hoop dat jullie het leuk vonden om een keer te zien hoe ik zo'n stadsarchief online uitpluis (lang leven het internet!)
Op naar nieuwe verhalen en ontdekkingen. 






zondag 19 januari 2020

Johannis (Jan) Sijbrantse van Adrichem

Over de eerste tien generaties voorvaderen van de familie van Adrichem heb ik hier inmiddels al een stuk geschreven. Alleen Johannes Sijbrants van Adrichem ontbreekt nog in het rijtje. Johannes is de zoon van Sijbrand van Adrichem en Anna van de Meer. Het stel uit dit verhaal. En hij is de vader van de ongehuwde Anna van Adrichem, het verhaal van haar en haar zoon Johannes vind je hier.


Ik weet, in verhouding met zijn voorouders en nazaten, niet zo heel veel over hem en zijn gezin te vertellen, maar ik ga toch proberen zoveel mogelijk van hun levensverhaal te reconstrueren.

Johannes werd gedoopt op 18 november in het jaar 1722 in IJsselmonde, op dat moment een dorp naast Rotterdam.
Rotterdam was op dat moment een stad in de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. Het was de periode van het Tweede Stadhouderloze Tijdperk.
De naam Johannes van Adrichem is al heel erg veel genoemd in al mijn verhalen. De Johannes waar ik het in deze post over ga hebben in eigenlijk Johannes van Adrichem de Eerste. Na hem zal een lange lijn nazaten volgen die dezelfde naam dragen. Zijn roepnaam was Jan, en zo zal ik hem vanaf nu ook noemen om de verwarring niet groter te maken.

Natuurlijk heb ik me afgevraagd waar de naam Johannes vandaan komt. Naar wie is hij vernoemd? Aangezien de naam Johannes nog niet eerder in de familie voorkwam ben hier toch even verder in gedoken.
Zoals ik al eerder heb geschreven was het in die tijd zo dat je je kinderen moest vernoemen naar de grootouders. In het gezin van Johannes ouders, die samen 7 kinderen kregen, is dit ook gebeurd.
Het eerste kind; Cornelis werd genoemd naar grootvader Cornelis Jans van der Meer. Het tweede kind Adriana werd genoemd naar haar grootmoeder Adriana Cornelis Roest.
Kind nummer drie Corstiaen werd vernoemd naar grootvader Corstiaen Sijbrants van Adrichem, dit kindje overleed na 26 dagen. Het kind dat hierna kwam, ook een jongetje, kreeg ook de naam Corstiaen.
Het vijfde kind kreeg de naam van de enige overgebleven grootmoeder; Neeltie, naar Neeltie Claes van der Laan. Het zesde kind kreeg opnieuw de naam Corstiaen nadat ook de vorige Corstiaen overleed op 1 jarige leeftijd.
En de komt het 7e kind, en zijn de namen op. Dit wordt dus Johannes. Mogelijk is hij vernoemd naar zijn overgrootvader. De vader van Cornelis Jans van der Meer, waar het eerste kind naar werd vernoemd. Ik heb echter geen bewijs gevonden van een Jan of Johannes van der Meer. Maar dit lijkt me het meest logisch. Johannes of Jan was in elk geval op dat moment de populairste naam in Nederland. Vlak na de geboorte van Jan overlijd zus Neeltje. Als achtste kind komt er een meisje bij die ook de naam Neeltie krijgt. 

Het leeftijdsverschil tussen Jan en zijn oudste broer Cornelis is tien jaar. En met zijn zus Adriana ssheelt Jan negen jaar. Broer Corstiaen is twee jaar ouder en zus Neeltie is twee jaar jonger.
Jan groeit dus op in een gezin met twee broers en twee zusjes. Het gezin woont de eerste jaren in het dijkdorp IJsselmonde. Waar, zoals hier te lezen is, zijn de kinderen naar school geweest. Iets wat vader Sijbrant en moeder Anna erg belangrijk vonden. Hoewel Jan dus waarschijnlijk een goed beroep had, heb ik nergens kunnen vinden wat dit is geweest.

In IJsselmonde is al vanaf 1700 jaarlijks de Paardenmarkt. Dit evenement duurt een week, waarbij ook een kermis, braderie en andere activiteiten zijn zoals ringsteken. Iets waar het hele jaar naar uitgekeken werd. Ook door Jan en zijn broers en zussen. Helaas is me verder niets bekend over de jeugd van Jan...

Bijschrift toevoegen


In 1745, als Jan 23 is, trouwt hij in Cool met Marietje Pons, een vrouw die zes jaar ouder is dan hij. Marietje komt uit Kralingen. Jan is dan woonachtig "onder de singel in Cool".
Pas in 1747 is Marijtje zwanger. Helaas wordt het kindje op 27 mei 1748 levenloos geboren. En niet alleen het kindje overlijd ook Marietje overlijdt in december 1750 op slechts 34 jarige leeftijd.

Anderhalf jaar later trouwt Jan, die inmiddels 29 is, met de tien jaar jongeren Hester Molenaar, een jongedochter geboren in Alphen, maar wonend aan de Binnenweg onder Cool. Arm is het stel niet. Beide betalen ze de 6,00 gulden kostende leges voor het huwelijk.
Na hun huwelijksdag op 16 mei 1752 gaat het stel in Cool wonen aan de Binnenweg.

Al in 1454 liep door de Coolpolder een binnenweg van Rotterdam naar Schoonderloo met een afslag naar Delftshaven. Die afslag heette Coolsche Weg of Binnenweg en loopt door tot aan de Coolsingel.  Cool was tot 1816 een ambachtsheerlijkheid ten Westen van Rotterdam. En zelfs van 1809 tot 1816 nog even een zelfstandige gemeente.

Cool

Hester raakt vrijwel meteen na het huwelijk in verwachting en in de zomer van 1753 bevalt Hester van hun eerste kind. Het is een meisje en krijgt de naam Anna. Twee jaar later krijgt het stel een zoon; Dirk, genoemd naar de vader van Hester. Maar dan gebeurd er de ene na de andere trieste gebeurtenis. Dirk overlijdt na 14 dagen. Een jaar later wordt er een levenloos jongetjes geboren. En drie weken later overlijdt dochtertje Anna, net twee jaar oud. Een jaar daarna gaat het weer mis. Er wordt weer een levenloos jongetje geboren.
In 1760 krijgt het stel weer een dochter, met opnieuw de naam Anna. Het meisje blijft leven en drie jaar later wordt zoon Sijbrant geboren. Maar ook dit ventje wordt niet ouder dan 1 jaar.
Zes jaar na de geboort van Anna krijgen ze een dochter Maria. Ook dit kindje blijft in leven.
In 1768 ziet dochter Adriana het levenslicht en Elisabeth in 1771.
Hester is dan 39, net zo oud als ik nu ben. Jan wordt dat jaar 50..
Het geluk lijkt compleet. Maar Adriana overlijdt op drie jarige leeftijd. Elisabeth wordt slecht acht jaar oud.
Als je de tabel bekijkt zie je duidelijk hoe groot de kindersterfte was in die tijd. Negen keer is Hester zwanger geweest. Met het kindje uit zijn eerste huwelijk erbij heeft Jan maar liefst acht keer een kindje moeten begraven. Wat een groot verdriet. Slechts twee meisjes worden volwassen...

Zeven van de negen kinderen worden geboren aan de Binnenweg Op de doopakte van Adriana staat "Wonende buiten de Delftse Poort". De Delftse Poort was één van de tien stadspoorten van Rotterdam. Deze werd in 1764 gebouwd en was de derde poort op die plek, de twee anderen werden vanwege hun bouwvalligheid gesloopt. Bij het bombardement van Rotterdam werd deze Delftse poort verwoest. Nu staat er op deze plek een reconstructie van staal.

Oude en Nieuwe Delftse Poort
Jongste dochter Elisabeth werd geboren "op de Cingel" onder Cool. Bij haar overlijden 8 jaar later wordt als woonplaats vermeld "op de Coolse Cingel onder Cool".
Het woord singel betekende ooit zoiets als stadsgrens. De verdedigingswerken aan de stadskant van een gracht werden vesten genoemd. In Rotterdam had je de Coolvest met daar langs de singel, die dus Coolsingel werd genoemd. De Goudsevest met daarlangs de Goudsesingel.  In 1909 is de Coolvest al lang niet meer de rand van de stad en wordt de Coolvest gedempt voor de aanleg voor de huidige Coolsingel, de belangrijkste straat van de stad. 

Delftse Poort met rechts de Coolsingel
Het lijkt er op dat de familie van Adrichem steeds net buiten de grenzen van de stad Rotterdam woonden. Had dit te maken met het beroep dat Jan uitoefende? Was hij herbergier, had hij een bleekerij of tuinderij? Beroepen die je buiten de poorten uit moest oefenen? Of was het buiten de poorten goedkoper wonen?

Het ambacht van Cool, net buiten de stadspoorten van Rotterdam.

De poorten sloten in de winter om half 10 en in de zomer om half elf. Dan kon er niemand de stad meer in of uit. Woonde je buiten de poort dan had je geen bescherming van de stadsmuren zodat boeven en ander gespuis vrij om je huis liepen. 's Ochtends tegen vier of vijf uur, naar gelang het seizoen, gingen de poorten weer open.

In 1788 trouwt de dochter van Jan en Hester, Maria Pro Deo met Pieter Christiaan Jurgens. Pieter een jongeman "van 't Holsteijnse" Maria, 22 jaar, een jongedochter van 't Ambacht van Cool. Het stel krijgt vier kinderen waarvan er slechts één de leeftijd van 42 jaar bereikt. Maria en Pieter wonen 'Buijten de Schiedamsepoort". Bij de geboorte van hun eerste dochter wonen ze aan de "Singel buijte de Delfsepoort"

En dan Anna, ook zij is voor mij een vrij groot raadsel. Waar woonde ze, waar werkte ze, wat deed ze in haar leven?

Ik neem aan dat ze als ongetrouwde dochter nog in huis woonde, of dat ze ergens in de huishouding werkte. Maar als Anna 33 is raakte ze ongehuwd zwanger, van een tweeling. Als ze op 7 januari 1794 haar kinderen laat dopen doet ze dat niet in de Gereformeerd kerk in Cool waar de rest van de familie is gedoopt, maar in de Rosaliakerk in Rotterdam. Een katholieke kerk, met twee wildvreemde mannen als getuige. Ze noemt haar oudste zoon Johannes, naar haar vader. De tweede zoon krijgt de naam van een van de getuigen. Haar woonadres wordt niet vermeld.

Het zal een schok geweest zijn voor Jan en Hester. Amper drie weken na de geboorte van de kinderen sterft Jan op 74 jarige leeftijd en blijft Hester alleen achter.
Of woont Anna met haar twee zoons bij haar?
Vlak voor zijn eerste verjaardag overlijdt Wijnandus, een van de beide kindjes.
Een half jaar later, in de zomer van 1795, bevalt zus Maria van haar derde kindje. Anna is hierbij aanwezig als getuige. Blijkbaar is er dus wel contact met haar familie en is ze niet vanwege de schande verstoten.

Ik wil zo graag weten hoe hun leven er uit heeft gezien, maar ik kan het helaas niet meer achterhalen. Hoe was het in die tijd als ongehuwde moeder? Heeft ze het zwaar gehad? De zorg voor haar jonge zoon en haar ouder moeder, geen man voor financiële ondersteuning. Hoe kwam ze aan geld? Heeft ze drastische dingen moeten doen om te overleven?

Hester overlijdt op 77 jarige leeftijd op 23 mei 1804 op de Binnenweg onder Cool, waar ze ook woonde voordat ze ging trouwen.
Het zou me niet verbazen dat ze al die tijd op dezelfde plek hebben gewoond maar dat het niet zo nauw genomen wordt met het vermelden van de exacte plek waar ze woonachtig zijn. De Binnenweg loopt immers tot de Singel en dat is net buiten de poort. Ook waren de van Adrichem's die er woonden één familie.

De Binnenwegse  of Coolse Poort in 1760 met op de voorgrond buiten de stadspoort een bleekveld. Dit is het Ambacht van Cool. Op de achtergrond de Laurenskerk.
Dezelfde plek nu. Midden in Rotterdam.

Binnenwegse Poort aan de Coolsingel (buiten de poorten, in Cool)

Na het overlijden van moeder Hester woont Anna, dan 44 jaar, met haar zoon 11 jarige zoon Johannes nog steeds in Rotterdam.
Zodra Johannes 18 wordt gaat hij  in dienst van het Franse leger en vecht met Napoleon. Johannes raakt gewond in Colmar en wordt gevangen genomen door de Russen. Na enkele dagen laten ze hem vrij en hij vertrekt hij weer naar Nederland, naar huis, naar zijn moeder. Hij gaat in het Nederlandse leger en vecht mee bij Waterloo.
Uiteindelijk komt zijn carriere in wat rustiger vaarwater. Hij trouwt op 27 jarige leeftijd en vertrekt 10 jaar later moment met zijn gezin en zijn moeder Anna naar Vlissingen waar Anna zal overlijden op 67 jarige leeftijd. 

woensdag 20 november 2019

Hendrik van Adrichem, deel II


Het is alweer een dik jaar geleden dat ik HIER het eerste deel over het leven van mijn overgrootvader Heinrich van Adrichem schreef. 
Het eerste deel schrijven ging me nog wel makkelijk af, het vervolg is een heel ander verhaal. Er is ontzettend veel materiaal over hem die ik uit moest zoeken. En het begrijpen van de context waarin dit alles zich af heeft gespeeld vond ik ook niet altijd makkelijk te begrijpen.

Ik eindige deel één met het huwelijk van Heinrich met zijn geliefde Mina.
Dochter Aleida was op dat moment twee jaar oud. Een jaar na het huwelijk werd mijn opa Frederik  geboren, vernoemd naar zijn oom Frederik (waarvan ik aanneem dat hij als jong volwassene is gestorven, maar zeker weten doe ik het niet want hij is voor mij nog steeds onvindbaar).
Wij noemden onze opa, opa Freek.
Nadat Freek op 21 oktober 1916 werd geboren, volgde er op 8 oktober 1918 zusje Wilhelmina Gertruda, vernoemd naar haar moeder, met als roepnaam Minnie of Mientje.


Het gezin woont aan de Getfertweg nr 14, dit was achter de Teerinkschool die aan de Haaksbergerstraat stond en in de tweede wereldoorlog is verwoest.


In kom Hendrik voor het eerst tegen in de krant in 1919. Bij hem kun je kaartjes kopen voor de vergadering over de Socialistische partij in het parlement.


Het tweede artikel dat ik vind is van een jaar later. Het is maart 1920 en Hendrik is dan secretaris van "den Federatieven Bond van Personeel in Openbaren Dienst, afdeeling Enschede". 
De voorzitter van de bond J. ter Mors en Hendrik in hoedanigheid als secretaris, handelt in opdracht van hun organisatie en verzoeken om raad. Ze willen alle in dienst zijnde gemeentewerklieden een voorschot van 50 gulden verstrekken voor de paasdagen. Vanaf november 1919 heeft het personeel een tekort op het loon gehad en dit zou een gedeelte van dat tekort aan moeten vullen. Blijkbaar is dit hard nodig. 

Er is een tekort aan kleding en schoenen in de meeste gezinnen vanwege het nog altijd te lage loon. Er blijken nog schoenen voorradig te zijn, inmiddels al door de muizen aangevreten, die verstrekt zouden kunnen worden aan de arbeiders die geen schoeisel meer hebben. Mochten de raadsleden niet willen geloven dat de schoenen echt door de muizen worden aangevreten dan verwijzen beide heren naar de Centrale, ingang Zuiderhagen waar de arbeiders van dit bedrijf dit kunnen bevestigen. 

Voor zover ik weet is Hendrik wever geweest. Maar dan ben je dan niet in openbare dienst. Waar werkte hij dan? Wat was die Centrale aan de Zuiderhagen? Op een kaart van 1923 van Enschede met daarop alle openbare gebouwen vind ik alleen de Bad- en Zweminrichting van van Heek en de Elektriciteitscentrale. Deze laatste zou het dan moeten zijn geweest. Wat was zijn functie daar? Ik heb geen flauw idee...

Op 1 mei 1920 verschijnen de namen van J. ter Mors en H. van Adrichem opnieuw in de krant. Blijkbaar is het ze niet gelukt om de loonsherziening voor de gemeentewerklieden los te krijgen bij de raadsleden. Ze dringen er bij de raad ten sterkste op aan meer voortgang te maken met de deze loonsherziening. Ze zijn bang dat gezien het lange wachten op het voorschot van 50 gulden, dit ook zal gebeuren met de loonsherziening. Ze willen graag voor Pinksteren de nieuwe lonen met terugwerkende kracht aan de gemeentewerklieden verstrekken aangezien, het loon op dat moment niet toereikend is om in hun behoeften te voorzien. 

En dan die schoenen. Het is januari 1921, en eindelijk heeft Hendrik het voor elkaar gekregen dat de door de muizen aangevreten schoenen aan de arbeiders verkocht mogen worden. Voor 1,50 gulden kun je bij Hendrik aan de Getfertweg (nu nr 8) een paar schoenen ophalen. 


Hendrik wordt als secretaris of als voorzitter zo vaak genoemd bij verschillende organisatie's dat het me niet altijd meer duidelijk is wat hij allemaal doet. 
Zo is hij in 1920 secretaris van de Federatieven Bond voor Personeel in Openbare Dienst, maar ook voorzitter van het Revolutionar Socialistische Comité Enschede. 
Hij is op 6 april voorzitter van een vergadering over de strijd in het Roergebied. 
Op 1 februari 1921 wordt hij herkozen als secretaris van de P.A.S. (Plaatselijk Arbeiders Secretariaat) in Enschede. (Lees HIER het krantenartikel geschreven door Hendrik) 

Ik vond een motie aan de burgemeesters en wethouders van Enschede van januari 1921. De tekst van het gekopieerde document is moeilijk te lezen maar ik maak er uit op dat de P.A.S. ,met Hendrik als secretaris, een grote openbare vergadering heeft gehouden in "Ons Huis" met als thema de heersende werkeloosheid. In de motie wordt een werkelozen uitkering geëist, gelijk aan het loon, dat men bij het volle werken der fabrieken zou ontvangen. In eerste instantie zou een demonstratie daarop plaatsvinden maar deze werd door de voorzitter afgelast. De grote mensenmenigte die buiten Verengingsgebouw "Ons Huis" stond te wachtten besloten hierop een wandeltocht door de stad te maken en een onderhoud te vragen bij de burgemeesters van Enschede en Lonneker. Ongeveer 300 personen namen aan deze tocht deel. Er werden hierop door de burgemeesters toezeggingen gedaan. Maar de situatie verbeterde niet.

Zalencomplex van de arbeidersbeweging "Ons Huis" 

Op 14 april 1921 verschijnt er wederom een artikel in de krant, dit maal voor een 1 mei viering. Commissieleden van de P.A.S. zouden langs de deuren gegaan zijn om zoveel mogelijk kinderen te laten deelnemen aan het kinderfeest. Het artikel roept op om de kinderen die zich nog niet hebben opgegeven dit alsnog te doen bij een van de leden. Uiteraard staat meneer van Adrichem weer boven aan de lijst. 


Op 9 juni 1921 schrijft Hendrik weer in stukje in "de Tribune", het sociaal democratisch weekblad. Door de P.A.S. van Enschede, Hengelo, Almelo, Zwolle en Deventer is besloten tot een grote provinciale meeting. Op zondag 31 juni zal deze zijn in Almelo. Hij verwacht dat al zijn "kameraden" komen, want "deze meeting moet schitterend zijn". (Het hele artikel lees je HIER). 
In de laatste alinea schrijft Hendrik, in de functie van secretaris "En nu aangepakt vrienden, want het gaat hier tegen de reactie en voor de onafhankelijke vakbonden. Onze gelederen moeten weer aangevuld worden met nieuwe strijders."

 Een week later. De heer H. van Adrichem wordt nu genoemd in de Tubantia. Nu is hij voorzitter van de Landelijke Federatie van Bouwvakarbeiders, afdeling Enschede. 
Snappen jullie het nog? 
In "Ons Huis" werd ditmaal een vergadering gehouden met een spreker uit Amsterdam. (Lees het artikel HIER)

Het is 22 oktober 1921. Hendrik doet opnieuw een oproep in de Tubantia. Ditmaal wil hij met een aantal anderen een comité oprichten tot steun aan de hongerden in Sovjet-Rusland. Hij en de andere drie dringen er met nadruk op aan om deze vergadering op 24 oktober te bezoeken. 
Ik vraag me af of die man ook nog wel eens thuis was...


Op 19 november, nog steeds van hetzelfde jaar, staat er een verslag in de krant van de vergadering die werd gehouden ter herdenking van de sterfdag van F. Domela Nieuwenhuis
De voorzitter van deze avond was opnieuw Hendrik van Adrichem. (Lees HIER)
Op het toneel van "Ons Huis" stond het portret van de overleden veteraan der arbeidsbewegingen in Nederland, F. Domela Nieuwenhuis, gesierd met groen en bloemen. Daarachter de zwarte vlag der anarchie en rode doeken met opschriften als "Dood aan het militairisme". 
Aanwezig was muziekkorps "Excelsior" die de Marche funébre van Chopin (HIER te beluisteren op Youtube) en de "Internationale" speelde. 
Er werd ook gezongen door zangvereniging "Geluk door Vrijheid". Daarna was er nog een spreker uit Groningen. Hij vertelde o.a. over de ontwikkelingsgang van Domela Nieuwenhuis van Christen tot Anarchist en wat voor de arbeiders gedaan heeft en geweest is. Hij spoorde aan de werken van de overledene te lezen en propaganda te maken voor het vrijheidslievende socialisme. Voor de hongerenden in Rusland werd die avond met een collecte f 21,47 opgehaald. 

Op 29 november 1921 staat er in de tribune een ingezonden stuk van Hendrik. 
Het stuk heeft als titel "Stille afsnauwers", en luid als volgt; 
Ondergeteekende las voor eenige weken terug het artikel van C. Postmus in „De Arbeid", die daarin adviseerde, om met de Kerstdagen geen congres te houden van het N. A. S., waar besproken zal worden voor of tegen de R. V. I. 
Ik zond hierop een tegenartikel naar de redactie van de „Vrije Textielarbeider", die het mij terugzond met de mededeeling, dat ik moest polimiseeren met Postmus in „De Arbeid". Aan den eenen kant heeft deze redacteur (H. Huve) hierin gelijk; toch vind ik dit wel wat bekrompen. Ik zond daarop mijn artikel vroegtijdig naar den redacteur van „De Arbeid" in de vaste overtuiging dat het geplaatst zou worden.

Wie schetst evenwel mijn verbazing, dat, toen ik het j.l. nummer in handen kreeg, ik tot de overtuiging kwam, dat de redacteur de dictatorische macht had uitgeoefend, en mijn tegenartikel maar geplaatst had in "De-Arbeids-Prullemand", terwijl in hetzelfde nummer vijf inzenders hun meening zeggen omtrent een te houden congres en de R. V. I.

Waarom dan mijn artikel niet geplaatst is? Welnu, men oordeele zelf. De stille afsnauwers gaan hun gang, aan de dictatorische macht, die de heeren leiders in de Onafhakelijke Vakbeweging uitoefenen (als zulks in hun kraam te pas komt) zal ook wel eens paal en perk gesteld worden. Ondergeteekende heeft te veel vergaderingen in Amsterdam en elders medegemaakt om alles maar zoo zonder meer langs zijn kleeren te laten glijden. Men oordeele echter over mijn artikel en ik verzoek in „De Tribune" de kritiek die er op gegeven kan worden.



WAAR MOET DAT HEEN?


De secretaris van de Landelijke Federatie van Textielarbeiders, C. Postmus, acht het noodig om in „De Arbeid" van 28 Oktober aan de leden van het N.A.S. te adviseeren, om het buitengewone congres van het N.A.S. waar besproken en besloten zal worden voor of tegen aansluiting bij de R.V. I. niet te doen houden. Tegen een dergelijk advies nu meen ik ten sterkste stelling ie moeten nemen. C. Postmus noemt het houden van dit congres geld weggooien.


Ik zou echter aan Postmus wel eens willen vragen: is het laatst gehouden congres van de Federatie van Textielarbeiders dan geen geld weggooien geweest, daar het belangrijkste punt van dit congres n.l. is het verhoogen van het financiëele weerstandsvermogen der Federatie vierkant van de baan geknikkerd is? Zijn Postmus geen congressen en algemeene vergaderingen bekend (behalve congres Arnhem) waar het warmpjes toeging? Thans nu de arbeiders georganiseerd in de Onafhankelijke Vakbeweging zich Internationaal uitspreken op hunne congressen over de aansluiting bij de R.V.I. komt men met hier met een advies om geen congres te houden. Ik meende echter vernomen te hebben, dat nog een zeer belangrijk punt op dit congres ter sprake komt, nl. de gewijzigde beginselverklaring van het N.A.S. Is dit voor de leden van het N.A.S.dan ook niet van groot belang?  Er komen dus niet één maar twee zeer belangrijke punten ter sprake. Het bestuur der afdeling Enschede van bovengenoemde Federatie gaf op hare ledenvergadering hetzelfde advies als Postmus in de Arbeid. Het wist echter niet dat ook de wijziging der beginselverklaring aan de orde zou komen. Postmus zeide persoonlijk tegen mij, vergeten te hebben dit aan de afdeling mede te deelen, hetgeen door mij thans zeer in twijfel wordt getrokken, daar beide adviezen van één en dezelfde gedachte doortrokken waren. Ik heb ook vernomen dat het N.A.S.besluit voorstander is van dit te houden congres, hetgeen naar de organisatorische opvatting ook niet anders kan. Postmus weet even goed als ik, dat het vóór en tegen uitspreken in "de Arbeid" lang niet van zooveel waanzin is als een congres; trouwens het zou ook wel de eerste maal zijn dat het N.A.S. over een zoo belangrijke bespreking geen congres hield.
Ten slotte dit waarde Postmus. Ik stel als lid en secretaris van het P.A.S. evenveel vertouwen in mannen als Kitsz, Bouman en Dissel, voorstanders van de R.V.I, als gij in Lansink Jr., die tegenstander is. De oorzaak van uw artikel ligt alleen in het fanatisme dat in u schuilt. Mannen als C. Postmus zijn bij mij niets anders dan zoekers naar tegenstellingen, die halsstarrig vasthouden aan hun oud bekrompen standpunt, en die toch ten slotte door de werkelijkheid om vergeloopen zullen worden. 

H. v. ADRICHEM, Enschede, 2 Nov. '21.

En dan wordt het ineens stil rond om Hendrik. Het eerste artikel kom ik pas weer tegen in Maart 1928. Het gezin is inmiddels van vooraan aan de Getfertweg verhuisd naar het achterste deel van de straat, naar nummer 229.


Hendrik schrijft een ingezonden brief aan de Tubantia

Geachte Redacteur, 
Beleefd verzoek ik u om opname van het volgende; bij voorbaat mijn oprechten dank. Zoals voor eenige weken in bet blad „Tubantia" is bekend gemaakt, is hier opgericht een Dahlia Vereeniging "Enschede-Lonneker". Alhoewel toen de vereeniging nog niet een vast verband had, kan ik thans mededeelen dat wij vanaf 1 Maart in werking getreden is. Nu bereiken ons van verschillende zijden vragen, wat feitelijk de bedoeling is van deze vereniging. Om nu aan al die vragen te voldoen, mijnheer de redacteur, verzoek ik u beleefd een kleine plaatsruimte in uw blad.  
1. De oprichting heeft ten doel, om al de Dahlia-liefhebbers gelegenheid te geven zich in deze Vereeniging te organiseeren, om zoodoende het kweeken van de Dahlia te bevorderen. 
2. Als adviseur heeft zij benoemd den heer G. Somberg, die tot taak heeft de leden van advies te dienen en in alles dezen behulpzaam te zijn voor het kweeken enz. van de Dahlia. 
3. De vereeniging schaft zich telken jare eenige nieuwe soorten aan, die verder gekweekt worden door den adviseur in diens kweekerij aan den Cromhófsbleekweg. 
4. Ieder jaar wordt er een tentoonstelling gehouden, waar alleen de leden en particulieren mogen inzenden. (Dus geen kweekers, die er hun bestaan in hebben.) Voor de mooiste inzendingen zullen eenige prijzen beschikbaar gesteld worden, 
5. De leden hebben tot taak het kweeken onderling te bevorderen, door onder elkander telken jare één of meer knollen te ruilen. 
Dat deze oprichting wel in goede aarde gevallen is, bewijst wel het bezoek van eenige leden der Twentscbe Tuinbouw Commissie. Wij zeggen langs dezen weg onzen hartelijken dank voor de belangrijke medewerking, die deze heeren ons hebben toegezegd, zoo wij die mochten noodig hebben. De vereeniging telt reeds 30 leden. Moge dit ingezonden stuk zijn nut hebben en vele Dahlia-liefhebbers er toe brengen als lid toe te treden. Het doel van onze vereeniging is iets schoons en het verheft den mensch. Nogmaals, mijnheer de redacteur, beleefd dank voor de verleende plaatsruimte. 

Namens de Dahlia-Vereeniging Enscbede-Lonneker: 
H. VAN ADRICHEM, Secretaris. 
Getfertweg 229

Dat is wel even heel wat anders! Van opkomen voor de zwakkeren in de samenleving naar het kweken van Dahlia's. In augustus verschijnt volgende advertentie in de krant.



Dahlia's kweken is een serieuze bedoening voor Hendrik, zijn tuin staat vol met de grote bloemen. 
En niet alleen de tuin heeft vruchtbare grond. Hendrik's vrouw Mina blijkt ook nog vruchtbaarder dan gedacht. In het voorjaar van 1930 is ze opnieuw zwanger, ze is dan 36 jaar oud. 
Hun oudste dochter Aleida is dan 19, de jongste Mientje 13 jaar oud. 
De kleine Johannes wordt op 16 januari 1931 geboren. Ze noemen hem Hans.

Hendrik en de kleine Hans tussen de Dahlia's



8 september 1930
Te 2 uur Zaterdag-namiddag opende de voorzitter, de heer Van Adrichem de tentoonstelling met een welkom aan de afgevaardigden van zusterverenigingen en bezoekers. Hij bracht dan de droeve gebeurtenis ter sprake, den heer G. Somberg, den adviseur der vereeniging, overkomen; betuigde zijn innige deelneming met het door hem geleden groote verlies en wenschte hem uit aller naam kracht naar kruis. Vervolgens deelde hij mede, hoe de ingezonden bloemen, waarbij extra mooie soorten waren, door de 30 inzenders, allen arbeiders, na hun werktijd voor de tentoonstelling waren gekweekt en dat de inzendingen vergeleken bij die van het vorige jaar 20 pet. waren gestegen. Dank bracht hij aan de heeren Roelofsen en Hiensch voor de extra-inzendingen ter opluistering. De heer Schuttevaer, Rijkslandbouwconsulent, als vertegenwoordiger 'van den Minister, constateerde de aanwezigheid van een schitterende collectie en sprak zijn blijdschap uit over de wijze, waarop hier door amateurs als verpoozing van hun dagelijkschen arbeid, de beste sierplant van den tuin, de dahlia, in velerlei variëteit en kleur werd gekweekt. Hieruit spreekt de liefde voor de bloem, die bereikbaar is voor iedereen. Hij verwachtte het volgende jaar weer wat nieuwe soorten, wenschte de vereeniging geluk met 'haar succes en sprak zijn hoop uit voor het slagen der tentoonstelling. De heer Eveleens, directeur der plantsoenen alhier, sprak namens het gemeentebestuur van Enschede. B. en W. konden wegens andere bezigheden niet aanwezig zijn. Niettemin — aldus spreker — leeft het gemeentebestuur met u mede. Mede door uw streven wordt liefde aangekweekt voor alles, wat groeit en bloeit, welk streven tevens tot gevolg heeft, dat de planten en bloemen langs de openbare wegen meer worden gewaardeerd en niet beschadigd. Hij noemde den opzet van de tentoonstelling uitstekend, die naar hij hoopte veel succes mocht hebben. De heer Dix, voorzitter van de Dahliavereeniging feliciteerde de afdeeling met de welgeslaagde tentoonstelling en wenschte de vereeniging alle succes. Hij verklaarde zich ten zeerst verrast door de kwaliteit der tentoongestelde bloemen, welke in onze tuinen tot laat in den herfst kleur en leven brengen. Hij verwachtte, dat de vereeniging Enschede-Lonneker zal voortgaan met haar streven tot bevordering van de dahliacultuur. De heer Roelofsen stemde volkomen in met de gesproken woorden van lof ten opzichte van de volksbloem bij uitnemendheid en sprak, namens de Tuinbouwvereeniging Twenthe de verwachting uit, dat de heer Van Adrichem met zijn staf het excelsior zullen betrachten. Het slotwoord was aan den voorzitter, den heer Van Adrichem, die dank bracht aan de gemeentebesturen van Enschede en Lonneker en aan de ingezetenen dezer gemeenten, die door het beschikbaarstellen van medailles en kunstvoor­werpen het slagen der tentoonstelling mogelijk maakten. 
Hier volgen de voornaamste toegekende prijzen: zilveren wisselbeker voor bet hoogst aantal punten van de geheele tentoonstelling, de heer G. v, d. Broek; de wisselbeker voor het hoogst aantal punten voor de gemengde groepen, de heer A. J. Vlake. De hoofdprijzen in klasse A, B, C, D, E en F (bloemen in vazen) werden toegekend resp. aan de heeren P. Veen, A. J. Vlake, J. Rensink, G. v. d. Broek, L. ter Horst, en H. van Adrichem. 
Aparte klasse decoratief B. Hüve; idem cactus L. ter Horst; idem pompoenen A. J. Vlake; voor bloemenmanden L. ter Horst en voor bouquetten J. Rensink. 
Eereprijzen werden toegekend: voor de mooiste Koning Albert aan L. ter Horst, voor idem Jhr. v. Zitters aan H. Roordink, voor idem Ambassedor en idem Elinor v. d. Veer aan P. Guit; voor de mooiste Amum Ra 2 eereprijzen aan P. Veen en een eereprijs voor Correct; verder aan H. v. Adrichem een eereprijs voor de Goldene Sonne, Frau Oberbürgermeister Brach en Corry aan A. J. Vlake voor Andreas Hofer; aan Luchtmeijer voor Adler en aan E. Wisselo voor Daga.


Het gezin verhuisde in 1931 van de Getfertstraat 229 naar het pasgebouwde Tuindorp Broekheurne. Mogelijk moest het huis worden gesloopt vanwege de bouw van de brug aan de Getfertsingel.
Ze kwamen te wonen aan de Vlierstraat 47. Het lag wat verder van het centrum van Enschede af, maar het weidse uitzicht over de weilanden moet prachtig zijn geweest. 


Net voordat het gezin verhuisde was er in september nog de inmiddels jaarlijks terugkerende Dahlia tentoonstelling; 
Zaterdagmiddag werd de Tentoonstelling der Dahliavereeniging Enschede—Lonneker in het Café Lippinkhof officieel geopend. De Voorzitter der vereeniging, de heer H. van Adrichem heette de aanwezigen hartelijk welkom. Het speet spreker dat de gemeentebesturen van Enschede en Lonneker niet vertegenwoordigd waren. De Dahliavereeniging mag trotsch zijn op het door haar verkregen resultaat. De openingsrede werd uitgesproken door den assistent-Rijkstuinbouwconsulent, Ingenieur Honing, die zijn bewondering uitsprak over wat deze tentoonstelling te aanschouwen gaf. De heer Kaastra sprak namens de Twentsche Tuinbouwvereeniging, afdeeling van de Kon. Ned. Mij. voor Tuinbouw en Plantkunde. Hierna werd de mooie tentoonstelling in oogenschouw genomen. Ze heeft zich beide dagen in veel bezoek mogen verheugen. 

Uiteraard viel Hendrik zelf ook weer in de punten.  

De tuin aan de Vlierstraat was natuurlijk nog een net opgeleverde zandvlakte. Dahlia's groeiden er in elk geval nog niet. Maar Hendrik zou Hendrik niet zijn als hij niet al snel weer een plekje in een ander bestuur zou krijgen. Nu richtte hij met een aantal anderen een buurtvereniging op in het Tuindorp Broekheurne. 

Café Hammink, Broekheurneweg/Haaksbergerstraat

April 1932
Ditmaal probeerde Hendrik een speeltuin op te zetten voor de kinderen in het Tuindorp. Op 25 juni 1932 werd het verzoek van de buurtvereniging Broekheurne om verbetering van wegen en aanleg van een speelplaats wegens gebrek aan geld afgewezen. Maar de speeltuin is er, al dan niet met behulp van Hendrik, toch gekomen aan de Jasmijnstraat.

In het boek "Verhalen uit Enschede Zuid' las ik de herinneringen van de toen 94 jarige Gerrit Bakker. Deze man heeft bijna heel zijn leven in Tuindorp gewoond en heeft geholpen met het oprichten van een speeltuin. "Om kinderen veilig te kunnen laten spelen, kwam de buurtvereniging met het plan een speeltuin voor hen aan te leggen. De buurt heeft samen een speeltuin kunnen maken voor alle kinderen in Tuindorp. Met veel enthousiasme denkt Gerrit nog vaak terug aan deze mooie tijd. "Wij zorgden zelf voor dat de speeltuin in goede staat bleef zodat de kinderen altijd een veilige plek had om met zijn allen te spelen. Ik zat zelf in de speeltuincommissie en heb twee keer meegeholpen met het bouwen van een nieuwe speeltuin." De speeltuin was overigens niet alleen voor kinderen bedoeld, ook voor ouders was het een uitkomst. "We konden de kinderen gerust een paar uur achterlaten in de speeltuin. Er was altijd wel een ouder of oppasser die een oogje in het zeil hield." 

"De buurtvereniging van Tuindorp vervulde een belangrijke rol binnen de gemeenschap. Deze vereniging wist iedereen te vinden en iedereen was ook welkom. Alle vrijwilligers die zich volledig hadden ingezet voor de buurtvereniging waren woonachtig in Tuindorp, waardoor ze precies wisten wat er speelde in de buurt en waarop ze konden inspelen met activiteiten."

"In de zomermaanden was het altijd druk in Tuindorp en leefde iedereen op straat. Zo werden er verschillende activiteiten georganiseerd door onder andere de buurtvereniging. Samen voetballen in de weilanden tussen de koeien leek de normaalste zaak van de wereld. ... In de wintermaanden keek de buurt vooral uit naar het schaatsen. Als er ijs lag was heel tuindorp wel te vinden op de ijsbaan..... De buurt organiseerde alle activiteiten om samen te doen, dit versterkte de saamhorigheid tussen de bewoners waardoor het alleen maar gezelliger werd in Tuindorp." aldus Gerrit Bakker.

Hans Tietjens die ook in het boek voorkomt beschreef de ijsbaan als volgt; "Een groot weiland werd verdiept en onder water gezet door een houten schot in de naastgelegen beek te plaatsen zodat het beekwater het weiland opliep en daar kon bevriezen. Als het ijs uiteindelijk dik genoeg was, werd de schaatsbaan opengesteld. Een houten schuur diende als kassa. De ijsbaan was behoorlijk groot en midden in stond een rij masten met lampen waardoor er 's avonds ook geschaatst kon worden."
Wat moet dat een geweldige tijd geweest zijn voor mijn opa en zijn zussen. 

"Twentsch dagblad Tubantia en Enschedesche courant". Enschede, 31-08-1932
KINDERFEEST. De Buurtvereeniging Tuindorp en Broekheurnerweg heeft haar eerste jaarlijksche Kinderfeest gehouden. Tegen twee uur kwamen de kinderen op het terrein aan de Vlierstraat bij elkaar met hun versierde fietsen en karretjes, en ging het in optocht den Broekheurnerweg af, begeleid door de muziek van „Kunst aan ’t Volk".

Na den optocht werden de kinderen rijkelijk onthaald op melk en chocolade, terwijl verschillende kinderspelen werden uitgevoerd. Des avonds werd voor de ouders een gezellige bijeenkomst gehouden in ’t café Hammink. Alles bijeen genomen, kan bovengenoemde Buurtvereeniging op een goed geslaagd buurtfeest terugzien.

Hans van Adrichem met zijn versierde karretje tijdens het feest aan de Vlierstraat

SPEELTUINVEREENIGING TUINDORP EN BROEKHEURNERWEG. Een goed geslaagd kinderfeest. Vanwege de Speeltuinvereeniging Tuindorp en Broekheurnerweg had Zaterdag een kinderfeest plaats op de weide aan de Vlierstraat. Dit feest, georganiseerd door een commissie, gekozen door de leden, slaagde in alle opzichten. Na een optocht met versierde wagens, fietsen enz., voorafgegaan door een muziekcorps, ging het naar de weide, welke door ’n eerepoort en vele vlaggen een feestelijk aanzien had gekregen. De voorzitter der feestcommissie hield een toespraak, waarna om 3 uur de kinderspelen begonnen, hardloopen, stoelendans enz. Het spreekt vanzelf, dat er rijkelijk getracteerd werd. Om zes uur werd aan ieder kind een cadeautje uitgereikt en om half zeven begon een gecostumeerde en zeer amusante voetbalwedstrijd. ’s Avonds om half negen had er een fakkeloptocht plaats, welke circa half tien bij café Hammink aan den Broekheurnerweg werd ontbonden. Daar werd het woord gevoerd door den voorzitter der feestcommissie, die dank bracht aan zijn medeleden, aan het muziekcorps en aan allen die hadden medegewerkt. De heer Hammink had voor de leden een feestavond georganiseerd en velen hebben eenige aangename uren doorgebracht.    

Kort na dit feest verschijnen de eerste artikelen op politiek gebied van Hendrik weer in de krant. Dit maal is Hendrik lid geworden van de V.V.S.U. "Vereniging Vrienden van de Sovjet-Unie" 

In de jaren 30 het het westen te kampen met een zware economische depressie met als gevolg grote sociale tegenstellingen en de opkomst van radicale politieke bewegingen. De overheden wisten deze ontwikkelingen geen halt toe te roepen. De belangstelling en sympathie voor de Sovjet-Unie nam in deze periode flink toe omdat dankzij het communisme de Sovjet-Unie immuun leek voor deze kwalen. Ook in Nederland nam de sympathie voor de Sovjet-Unie toe. De V.V.S.U. probeerde deze sovjetsympathisanten samen te brengen. Er leek geen eind te komen aan het succes van de Sovjet-Unie en de V.V.S.U. vroeg zich af of dit model ook toegepast kon worden in Nederland. De Sovjet-Unie was echter niet overal populair en het land raakte in een isolement. De vriendschapsorganisatie's werden opgericht om ze hier van te bevrijden. Hun doel was de steun voor de Sovjet-Unie te bundelen en het anticommunisme te neutraliseren. 
In 1931 werd de V.V.S.U. opgericht en Hendrik zal zich kort hierna aangesloten hebben. De bekende Enschedese communist Gerard van het Reve (vader van de schrijver) was in deze periode secretaris van deze vereniging. Gerard van het Reve, die drie jaar jonger was dan Hendrik, was vanaf zijn 17e al lid van de sociaal democratische partij Twente. 
In 1932 had de V.V.S.U. 7000 leden, In 1933 was dit aantal al gegroeid tot 22.000 leden. De kosten voor een lidmaatschap waren 0.25 cent per jaar. Er werden gezellige avonden georganiseerd waar Sovjetfilms en -muziek werden gedraaid. Lezingen werden er gehouden. Ze gaven een eigen tijdschrift uit; "Feiten uit de Sovjet-Unie" genaamd (later Rusland van heden). Ook werden er reizen naar de Sovjet-Unie georganiseerd. 

Op 5 november 1932 vertrok Hendrik naar de Sovjet-Unie om de omstandigheden daar te bekijken. Een arbeidersdelegatie van vier personen uit Enschede werd gekozen om met een groep van circa 270 personen deze enorme reis per trein te ondernemen. De reis ging via Berlijn, waar op het moment van aankomst een enorme verkeersstaking aan de gang was. Hier zagen ze met eigen ogen de armoede en ellende waar Duitsland op dat moment in verkeerde. 
Via Polen, Letland en Litouwen kwam het gezelschap aan bij de Russische grens waar ze  verwelkomd door kinderen die de "Internationale" voor ze zongen. 
Het gezelschap reisde hierna door naar Moskou. De volgende dag waren ze aanwezig bij de 15e gedenkdag van de Oktoberrevolutie op het Rode plein. Vanaf de tribune zagen ze een demonstratie groter dan ze zich ooit hadden kunnen bedenken. Ze zagen hoe de soldaten van het Rode leger (850.000 man), de militie en de arbeiders uit de fabrieken als één, gewapend, defileerden in eindeloze rijen van 140 man over het rode plein. Deze parade duurde maar liefst vier uur. 

defilé rode plein
Ze bezochten Autofabriek "Stalin", waar ze twee dagen lang het bedrijf leerde kennen en textielfabriek "de Roode Roos". Ook bezochten ze in het Donetz-gebied (nu in de Oekraïne) de hoogoven-bedrijven in Makiefka en een machinefabriek in Gorlovka. 

Dnjepostroi Stuwdam
Indrukwekkend waren de enorm imposante stuwdam Dnjepostroi met zijn electriciteitscentrale. Ze bezochten in Charkov de tractoren-fabriek en de arbeiderswoningen die in deze plaats werden gebouwd voor de arbeiders uit de fabrieken. Volgens de delegatie waren de huizen niet zo goed als in Nederland, maar was het toch een enorme verbetering. Ook bezochten ze een commune voor verwaarloosde kinderen en een plek waar veel politieke gevangenen werkten. 
Ze konden overal spreken met de arbeiders en werden uitgenodigd tot gemeenschappelijke maaltijden. 

(Lees de reisverslagen van Hendrik en zijn delegatie HIER, HIER, HIER en HIER)


In een tijd waarin er nog niet op vakantie werd gegaan moet deze reis een enorme indruk hebben gemaakt op de delegatie. Hendrik vertelde dan ook vaak op bijeenkomsten en vergaderingen in heel het land over zijn reis naar Rusland en wat hij er allemaal gezien had. 



"De tribune"; 10-03-1933 UIT DE V.V.S.U.
ARNHEM. — A.s. Maandag 13 Maart spreekt kameraad van Adrichem uit Lonneker over zijn verblijf in de Sowjet-Unie. Vooraf is een demonstratie-optocht, die om half-acht op het Johannaplein wordt opgesteld.


Hendrik was er maar druk mee. Er werden lange dagen gemaakt op de fabriek. Al gebeurde er ook wel eens iets waardoor het stil kwam te liggen, helaas met financiële gevolgen. Zo was er op 27 december 1933 een ontploffing in de fabriek van Wisselink Textiel aan de Bleekweg waar Hendrik en zoon Freek werkten. Toen men in de transformatorruimte de transformator in wilde schakelen ontstond er kortsluiting waardoor de oliedampen die zich ontwikkeld hadden vlam vatten. Hierdoor ontstond een hevige explosie. Deuren sprongen open en er werd een gat in het dak geslagen. Een arbeider raakte gewond. De schade was zo aanzienlijk dat het werk weken moest worden stop gezet, waardoor Hendrik en Freek niet konden werken en dus ook geen loon kregen.

Staand v.l.n.r. Jan Janssen, Aleida Janssen-van Adrichem, Freek van Adrichem
Zittend v.l.n.r. Wilhelmina van Adrichem-Hekke, Johannes van Adrichem, Heinrich van Adrichem

Op 27 augustus 1933 werd op een terrein aan de Tolhuislaan bij Den Dolder een landdag gehouden van de V.V.S.U. die door 800 personen werd bezocht. De afdelingen uit Amsterdam, Rotterdam, Arnhem, Enschede en Hilversum waren onder andere aanwezig. Er waren muziekkorpsen uit Arnhem en Enschede en er werd grammofoonmuziek door versterkers uitgezonden. Na een rondgang op het terrein waarbij de stoet is gefilmd nam de voorzitter L. van den Horst het woord.  Er spraken enkele afgevaardigden waaronder Hendrik van Adrichem. Hendrik die op dat moment lid was van het N.A.S. verheerlijkte de Sovjet-Unie en bestreed de leugens over Rusland van de S.D.A.P. en spoorde aan zich te scharen onder de vlag van de sikkel en den hamer. Het opvoeren van een tweetal toneelstukjes werd door de burgemeester geweigerd. Dit is alles werd keurig opgetekend door een geheim agent en in een document aan de centrale inlichtingen dienst te 's Gravenhage. "Geheim" staat er groot op de voorpagina.


"de Tribune" 28-8-1933 
De Landdag van de V.V.S.U.
"Beter hadden wij het niet kunnen treffen. Het weer, dat zich in het begin van de vorige week slecht het aanzien, heeft zich zoo hersteld, dat de laatste dagen voor den landdag men gerust kan zeggen, dat er gedurende den geheelen zomer niet zulke fraaie dagen waren als Zaterdag en Zondag.
Velen waren daarom al Zaterdag naar den Dolder getrokken om dezen landdag mede te maken. Op het prachtige terrein waren talrijke ruime tenten opgeslagen, waarin de deelnemers op aangenamen wijze kónden kampeeren. De groote stroom bezoekers kwam natuurlijk eerst Zondag. En toen zich op het terrein de deelnemers in een stoet opstelden om op het witte doek vereeuwigd te worden, waren er zeker twee duizend betoogers aanwezig.
Om ruim elf uur opende kameraad v.d. Horst de landdag. Hij zette kort uiteen, wat het doel was van deze landdag n.l. om op de regeering druk uit te oefenen om de Sovjet-Unie te erkennen. Hij deelde onder luide protesten mede, dat B. en W. van Zeist geweigerd hebben om de opvoering van agitprop scènes toe te staan. Een voor een dergelijk dorp ongekende politiemacht (wij zagen de zonderlingste autoriteiten, die voor ons stadsmenschen, totaal onbekend zijn) was op de been om de orde te bewaren en om toe te zien, dat aan de bevelen van B. en W. werd voldaan. 
Na v.d. Horst hield een jeugdkameraad een rede waarin hij opwekte tot deelname aan het a.s. wereldjeugdcongres te Parijs. Onder enorme geestdrift nam een vertegenwoordiger van het S.J.V. het woord, hij gaf een korte uiteenzetting van het ontstaan van dit verbond.......
..... In plaats van Langendijk die verhinderd was schetste kameraad van Adrichem uit Enschede die vroeger als arbeidersdelegeerde een reis naar de Sovjet-Unie had gemaakt de politieke beteekenis van de Sovjet-Unie voor de geheele wereld..... 
......Vooral de jeugd heeft aan deze landdag in versterkte mate deelgenomen. Dat door de goede werken van de afdeling Enschede vooral ook katholieke arbeiders in den strijd voor erkenning van de Sovjet-Unie zijn betrokken stemt tot grote tevredenheid......"

 Lees het volledige artikel HIER en meer artikelen over deze dag HIER

Plattegrond van het terrein
Het kamp werd op zaterdags om vier uur in de middag geopend. De volgende ochtend om 11 uur zou de dag beginnen. De toegangsprijs was f 0,25 cent per persoon. De kosten van het kamperen bedroegen f 1,- per persoon, inclusief vier broodmaaltijden, zonder broodmaaltijden f 0,50. Het kamperen met eigen tent en verzorging koste f 0,35. In deze prijzen zat de toegangsprijs voor de landdag inbegrepen. Vanuit verschillende plaatsen werden fietstochten georganiseerd om samen naar het terrein af te reizen. 
De reizen per spoor werden per gezelschap gemaakt, waarvoor men zich van te voren op moest geven. Hendrik zal waarschijnlijk op deze manier naar het terrein zijn afgereisd. Van te voren werd aan gekondigd dat er op deze dag gefilmd zou worden. 

Op de site van de beeldbank van het Amsterdams archief zijn enkele foto's te vinden van de Landdag van 1936 in Amersfoort. 
Weet iemand waar ik de gefilmde beelden van de Landdag van 1933 in Den Dolder kan vinden, dan hoor ik dat graag! 


In 1933 werd Hendrik secretaris van de V.V.S.U. afdeling Enschede. Lidmaatschap van de V.V.S.U. kon grote maatschappelijke gevolgen hebben en het was voor ambtenaren verboden om lid te worden van de partij. Veel al schreven de leden dan ook anoniem over onder een synoniem. Zo schreef de eerder genoemde Gerard van het Reve vaak onder de naam Vanter. Ik las eerder zijn boek "Mijn rode jaren. Herinneringen van een ex-bolsjewiek" in de hoop meer aanwijzingen te weten te komen over het socialistische milieu in Enschede waarin Hendrik zich bevond. Ik heb me vaak afgevraagd of Hendrik en Gerard van het Reve elkaar hebben gekend voordat Gerard naar Amsterdam vertrok. Ze hadden de zelfde leeftijd, woonden beiden in Enschede, waren beiden secretaris van de V.V.S.U. en spraken vaak in het openbaar over hun idealen. 
Het bewijs dat ze elkaar, wellicht niet heel goed, kenden vond ik in het volgende kranten artikel uit de Tubantia van April 1933. 


Gerard van het Reve Sr.
Op http://resources.huygens.knaw.nl/ staan rapporten van de Centrale Inlichtingen Dienst (C.I.D.) waaruit blijkt dat zowel Gerard als Hendrik in het hoofdbestuur van de V.V.S.U. zaten. Gerard was de politiek secretaris in Amsterdam, Hendrik was de secretaris in Enschede. Ook waren beiden aanwezig op de landdag van de V.V.S.U. in Den Dolder in 1933.

oktober 1933
Vanaf oktober 1933 lees je in de artikelen meer en meer over het fascisme dat steeds meer in opkomst is. Ook Hendrik krijgt er mee te maken (lees HIER). Zoals ik al eerder aangaf, kon lidmaatschap van de V.V.S.U. grote maatschappelijke gevolgen.


"De Tribune" 10-1-1934

Een fascistische textielfabrikant. 
En een laffe aanval van een Federatie-bestuurder

De textielfabrikant te Enschede heeft aan de leden van de Federatie van Textielarbeiders in zijn bedrijf werkzaam, laten weten, „dat zij voor de Federatie moesten bedanken, anders werden zij ontslagen". Naar men ons mededeelde was één en ander een gevolg van een kloppartij die op een provocatie van de fascisten heeft plaats gehad. Naar men ons echter verzekerde heeft!; niemand van de kameraden, werkzaam bij Wisselink, ook maar iets met die kloppartij te maken. Dat doet voor Wisselink echter niets ter zake, hij is fascist en zijn wil is wet. Het behoeft natuurlijk geen betoog, dat wij onvoorwaardelijk aan de kant van de kameraden van de Federatie staan en te allen tijde bereid zijn om hen te helpen den strijd in dit bedrijf tegen het fascistisch optreden van deze bloedhond te organiseeren. 
Wat wij minder fair vinden, is dat de Federatieleider Pieperiet, zijn aanvallen niet richt op den fascist Wisselink, doch op kameraad Van Adrichem, van wien hij zegt, dat deze de schuld van een en ander is. Wij zijn zoo langzamerhand gewoon geraakt aan de lasterlijke politiek van d.e N.A.S.-leiders, maar dit keer gaat het toch wel wat ver. Wij kennen kameraad van Adrichem als een eerlijk rondborstig partijloos arbeider, die veler sympathie heeft. Wij dagen de Federatiebestuurder Pieperiet uit, om zijn beschuldiging aan het adres van kameraad van Adrichem waar te maken. Doet hij dit niet, dan stellen wij vast, dat hij een intrigant en lasteraar is!

Naar wij nader vernemen, hebben de arbeiders voor de Federatie bedankt! Zoo gaat het, als men in plaats van de strijd in het bedrijf te organiseeren, de aandacht van dit noodzakelijke werk afleidt, door lasterpraatjes tegen anderen!   

De kloppartij waarbij het hier over gaat is volgens mij het volgende; 

Ik heb geen idee wat Hendrik er mee te maken heeft gehad en ook kan ik de beschuldiging van Pieteriet aan het adres van mijn overgrootvader niet terug vinden. Wel weet ik dat het daarna in de kranten heel erg stil wordt rondom Hendrik.



De druk op Hendrik is zo opgevoerd door zijn werkgever dat hij zich gedwongen voelde om met zijn bezigheden te stoppen.
Niet alleen hij werkte bij Wisselink Textiel, ook zijn zoon Freek had daar inmiddels een baantje gevonden. Communisten en andere oproerkraaiers werden uit de textielfabrieken geweerd. Er bestond een zogenaamde zwarte lijst waar op alle lastige inwoners van de Enschedese bevolking stonden. Wie op die lijst stond kon nergens meer werk vinden. En twee inkomens konden ze in deze zware tijd niet missen.
In 1932 werden al een dertigtal communisten uit de textielarbeidersbond gezet en in 1934 met Hendrik nog enkelen uit Enschede. Daarna werd er niet meer tegen communisten opgetreden simpelweg omdat er nu geen communisten meer in de textielarbeidersbond zaten.

Hendrik en zijn gezin verhuisden van de Vlierstraat naar een nieuwe woning aan de Goudenregenstraat in Enschede. Waar Hendrik in zijn vrije tijd weer vol op Dahlia's kweekte.

Hendrik tussen zijn Dahlia's
In de eerder genoemde rapporten van de C.I.D. (zie HIER) blijkt dat Hendrik al gedurende lange tijd in de gaten werd gehouden. Al vanaf 1924 komt Hendrik voor op een geheim rapport. Hierin staat een naamlijst van "Nederlandse revolutionairen". In de rapport wordt verzocht om zoveel mogelijk gegevens en foto's van de personen op de lijst te verzamelen. Eveneens als verhuizingen en veranderingen in bestuursfunctie's. Ook Hendrik staat op deze lijst. 


Ook op de lijsten van 1930, 1935 en 1939 wordt hij genoemd



Al ruim voor de oorlog laat Baron Van der Feltz al een lijst met links extremisten opstellen zonder dat er sprake is van een wetsovertreding of veroordeling. Ze werden alleen op grond van hun gedachtengoed gekwalificeerd als misdadigers. Tussen 1925 en 1934 was Hendrik Alexander Seyffardt chef van de Centrale Inlichtingendienst. Seyffardt was een fervent aanhanger van Hitler en werd in 1937 lid van de NSB. Hij was een fervente communistenhater en ging verder met de aanleg van lijsten waarop links-extremistisch geachte personen vermeld stonden. Hoewel de CID deze lijsten na de Duitse inval in Nederland had moeten vernietigen, bleef die van 1939 bewaard. Er stonden ruim 6400 personen op waaronder de helft communisten. Het was een uiterst handig hulpmiddel voor de nazi’s bij het oppakken diegene die door de CID als staatsgevaarlijk werden bestempeld. Medewerkers van de geheime dienst gaven de namen door van te vermoorden communisten door aan de nazi-Sicherheitsdienst.

Ook Hendrik was volgens de lijst staatsgevaarlijk, toch is mij niets bekend over de eventuele gevolgen daarvan. Naar mijn weten is hij in de tweede wereldoorlog nooit verhoord of heeft hij vast gezeten zoals velen op de lijst wel is overkomen. Ongeveer 2000 communisten kwamen in de oorlog om het leven. Duitse communisten werden al vanaf 1933 vervolgd en in concentratiekampen gestopt. Hoe kon het dat Hendrik er zo mee is weggekomen? Is hij net op tijd, al dan niet gedwongen, uit de federatie gestapt? Heeft het geholpen dat hij in Duitsland is geboren en zijn vrouw half Duitse was? Ik heb werkelijk geen flauw idee. 

Op 4 december 1943 vind ik nog een advertentie in de krant. Hendrik verkoopt zijn fototoestel. 


Op 10 oktober 1943 werd Enschede opgeschrikt door een vergissingsbombardement. De wijken Zwik, Pathmos en Hogeland werden zwaar getroffen. Heinrich's jongste dochter die op dat moment zwanger was woonde op het Pathmos en verloor alles wat ze op dat moment hadden, op één ding na, de wandklok. Die hing nog steeds aan de muur. 
Bij gebrek aan woningen trok het jonge gezin bij Hendrik in zijn vrouw in. Verkochten ze daarom het fototoestel? Tweeëntwintig gulden lijkt me toch een behoorlijke som geld. 
Het kindje werd een aantal maanden erna gezond geboren en woont nog steeds op dat adres. De oudste dochter Aleida woonde in het huis ernaast en zelfs mijn opa en oma woonden na de oorlog vanwege de woningnood een tijdje bij zijn ouders in. Mijn oom en misschien zelfs wel mijn vader zijn er geboren. 

Hendrik en Mina in de keuken aan de Goudenregenstraat
De oorlog was amper twee maanden afgelopen en nu Hendrik de hete adem van de fascisten niet meer in zijn nek voelt duikt Hendrik meteen weer op in de krant. Er werd weer een nieuwe vereniging opgericht, ditmaal de "Vrienden van de Waarheid". En Heinrich werd opnieuw tot voorzitter gekozen.


In 1947 verschijnt dit bericht in de Tubantia. Hendrik is dan 58 jaar oud.


Daarna heb ik in de online kranten op Delpher niets meer over hem gevonden. 

Hij werd nog wel genoemd in het boek "De vrees voor wat niet kwam" door G.C.J. Kuys.
Het stuk luidt als volgt;  "Het hoogtepunt van alle op Rusland gerichte activiteit waren natuurlijk de reizen naar Rusland die de VVSU regelmatig organiseerde. Een groep arbeiders, waaronder de Enschedese wever Hendrik van Adrichem en de touwbaas Gerhard Bruggert, was al in 1932 in Rusland gaan kijken in de textielfabriek de Rode Roos. De wevers hadden het niet veel bijzonders gevonden. Zij stelden er vast dat de lonen er nogal aan de lage kant waren en er nog op vrij achterlijke manier werd gewerkt. Toen de Russen hen verzekerden, 'dat er spoedig een groote loonsverhooging over de gansche linie zou koomen" waren zij echter volledig tevredengesteld. " 

Hendrik en Jan

Heel veel meer over de rest van hendrik's leven kan ik niet vertellen. Hendrik en Mina kregen 10 kleinkinderen. Vooral met oudste kleinzoon Jan, die naast ze woonden en die maar een paar jaar jonger was dan Hendrik's zoon Hans bracht hij veel tijd door. 

Hans en Jan
Hendrik bleef bezig in zijn tuin, vierde regelmatig een feestje, zijn trouwdag, ging dagjes weg naar Hilversum of naar het Buursermeertje met zijn familie. 


Hoe de Hendrik als vader is geweest weet ik niet. Ik kan het mijn opa niet meer vragen. Hendrik komt op mij over als een strenge man. Freek en Hendrik kregen uiteindelijk ruzie en spraken elkaar niet meer. Mijn vader kon me dan ook weinig over zijn opa vertellen.

Hendrik en Mina in hun tuin
Na bijna 50 jaar huwelijk werd Hendrik op 14 augustus 1964, de verjaardag van zijn vader, doodziek zijn huis uitgedragen op weg naar de ambulance. De laatste woorden van Mina aan haar man waren "Dag, Hennek". Hij overleed nog diezelfde dag in het ziekenhuis in Enschede. 

Hendrik wilde net zoals F. Domela Nieuwenhuis gecremeerd worden, net zoals de meeste socialisten. 
Omdat cremeren in die tijd al wel was gelegaliseerd maar nog niet gelijkgesteld was aan begraven, waren er op dat moment nog maar twee crematoria in Nederland. 
Hendrik moest voor zijn laatste reis helemaal naar Dieren voor worden gebracht. 

Zoals ook zijn leven was geweest, ging ook zijn crematie niet zonder slag of stoot. 
Pas in 1968 werd cremeren gelijkgesteld aan begraven, waardoor voor Hendrik een tweede lijkschouwing (om zeker te zijn dat er geen sporen van een misdrijf werden gewist) en een codicil nodig. Ondanks dat ze al jaren geen contact meer hadden moest ook mijn opa moest hiervoor tekenen. En kon eindelijk Hendrik's laatste wens in vervulling gaan.

Nadat Hendrik en Mina's oudste dochter Aleida op 16 april 1966 op 54 jarige leeftijd overleed hoefde het leven voor Mina ook niet meer. Ze overleed één dag na haar 72e verjaardag, op 28 mei 1966. Ook zij werd gecremeerd in Dieren.