maandag 13 november 2017

Toon de Robbe


Mijn favoriete voorouder van mijn moeders kant is mijn betovergrootvader Antonius Mossel. Waarom weet ik eigenlijk ook niet zo precies. Ik denk dat het komt door de foto van hem die ik als kind zag. Een oude man met een witte baard, keurig in zwart pak op een stoel in de tuin. Hij zag er uit als een opa om mee te knuffelen. Mijn moeder vertelde dat hij visser was geweest en in Vollenhove, waar iedereen een bijnaam heeft, werd hij Toon de Robbe genoemd. Negentig jaar oud is hij maar liefst geworden.

Antonius Mossel, Toon de Robbe

Hoewel de familie Mossel van oorsprong van het eiland Schokland kwamen, werden zowel Antonius Mossel als zijn vader Evert geboren in Vollenhove.
Aan de Vismarkt in Vollenhove gaf moeder Janna Dokman op 27 augustus 1858 het leven aan de kleine Toon. Voor vader Evert was het zijn 3e kind, voor Janna haar 5e. Uit haar eerste huwelijk werden twee dochters geboren. Na Antonius werden nog 3 kinderen geboren. Van de zes kinderen die Evert en Janna kregen was Antonius de enige die ouder dan 12 is geworden. Op 6 jarige leeftijd verloor Antonius maar al zijn broers en zusje in maar liefst een paar dagen tijd. (HIER schreef ik al eerder over de hoge babysterfte in de familie Dokman)

Ook de baby die zijn moeder verwachte overleed kwam niet levend ter wereld. Vermoedelijk zijn ze allemaal overleden aan Cholera. In die periode heerste er een epidemie die aan ca. 21.000 mensen in Nederland het leven heeft gekost. De kleine Antonius was als enige kind sterk genoemd om de Kolere, zoals de ziekte ook genoemd werd te overleven. Vervuild drinkwater was een grote oorzaak van de ziekte. De laatste grote uitbraak van cholera was de epidemie van 1865-1867.

Net zoals zijn voorvaders is ook Antonius visser geworden op de Zuiderzee. Het was heel normaal dat je als 8 jarige jongen al met je vader mee ging om te vissen en zo zal hij ook in het vak zijn gerold. Veel keuze zal je daarin niet gehad hebben. Antonius was de eigenaar van de VN10, een schuit van 10 ton. 

Antonius Mossel en Johanna Goossen
Op zijn 24e trouwde hij met 21e jarige Johanna Goossen, wiens ouders ook op Schokland waren geboren. Het gezin woonde onder andere op het Fort in Vollenhove. Waar mijn overgrootvader Evert werd geboren. (HIER lees je zijn verhaal) Vijf kinderen werden er in Vollenhove geboren, waarvan twee er jong overleden.

Het Fort in Vollenhove


In nr 99. van het Schokkererf, het blad van de Schokkervereniging stond een prachtig stukje over Antonius te lezen. 
Het artikel had ik ook al eens doorgestuurd gekregen van mevr. Maria Jansen-Klappe, maar de foto van Antonius bij het artikel was voor mij nieuw. 

Ik vind Antonius op deze foto zelfs nog aandoenlijker. Ik zou graag even terug in de tijd willen om met hem een kop thee te drinken en luisteren naar de verhalen van vroeger. Ik zie me al helemaal zitten aan de keukentafel met zo'n ouderwets dik tapijtachtig kleedje er op, een fluitketel op de brandende kachel, een schoteltje Schokkermoppen voor mijn neus... ik dwaal een beetje af...

Antonius Mossel Bron: Schokkervereniging

Met toestemming plaats ik een deel van het artikel. (Als je voor 16,50 per jaar lid wordt van de vereniging kun je online het hele artikel lezen en nog honderden andere artikelen over de Schokkers, en je krijgt 4x per jaar het blad thuis, echt een aanrader!)

In 1888, toen mijn overgrootvader Evert 3 jaar oud was. Haalde Antonius de kranten. In diverse kranten in Nederland en zelfs in Indonesië was te lezen over de heldendaad die hij had verricht.

Op 31 augustus werd prinses Wilhelmina acht jaar en dat werd groots gevierd in Amsterdam. Zo’n 5000 Amsterdamse kinderen vierden op het feestterrein achter het Rijksmuseum de verjaardag van Wilhelmina. Vijf draaimolens, poppenkasten, acrobaten, muziekkorpsen, niets was te gek. Als grote verrassing werd er die dag ook een luchtballon opgelaten.

Dagblad de Tijd 1-9-1888 Bron: Delpher

Eerder die week stond er al een advertentie in de krant waarin de opstijging werd aangekondigd.

Algemeen Handelsblad 29-8-1888 Bron:Delpher

Omstreeks half vijf steeg de luchtballon uiteindelijk op vanuit Amsterdam. Na 3 uur varen begon de luchtballon te dalen en kwam in de Zuiderzee terecht, waar op dat moment Antonius Mossel aan het vissen was. Hij redde beide ballonvaarders en bracht ze weer aan wal.

Zwolsche Courant 1-9-1888 Bron:Delpher

In 1893 verhuisde het echtpaar Mossel met hun kinderen naar Kampen, waar ze nog eens vijfkinderen kregen. Ze verhuisden vaak. Van de Buiten Nieuwstraat, naar de Karpersteeg, naar een huis met prachtig uitzicht over de haven aan de Buitenkade 2 (ik heb wel eens gedroomd dat ik er woonde) en later naar de Pleinstraat.

Buitenhaven te Kampen, met bij de pijl Buitenkade 2

Antonius voerde vanaf dat moment op de KP67.  En ook zijn zoons gingen al vanaf jonge leeftijd mee varen.
Zelfs als de zee in de winter was dichtgevroren gingen ze vissen. Het gezin ging met een slee het ijs op, hakte een bijt en ving zo spiering. Dat dat niet altijd zonder gevaar was bleek uit een anekdote van mijn overgrootvader. Hij vertelde dat ze zo eens waren weggedreven op een ijsschots, maar dat ze door over te springen zich toch hadden weten te redden.

Antonius verruilde de KP67 voor de KP120. Een schuit met de naam ”de vrouwe Johanna”.
De kinderen van Antonius en Johanna werden groot en trouwden. En er werden meer dan 30 kleinkinderen geboren. Antonius en Johanna woonden een tijdje in bij oudste zoon Evert en zijn 13 kinderen aan de Pannekoekendijk. 

Johanna overleed in 1926 op slechts 64 jarige leeftijd. Kort daarna verhuisde zoon Evert met zijn gezin naar Enschede. Na de afsluiting van de Zuiderzee lukte hem niet meer om als visser zijn geld te verdienen en in Enschede kon hij aan het werk in de textielindustrie. Ook Antonius zoon Jacob vertrok naar Enschede en zoon Antonius Dulphanus naar Leiden.

Antonius bleef in Kampen achter met zijn drie dochters en zijn zoon Cees. Ik vraag me vaak af of Antonius zijn zoons en kleinkinderen nog wel eens heeft weergezien. In die tijd was de reis Kampen-Enschede een flinke onderneming en de oorlog zal het ook niet makkelijker hebben gemaakt.

De laatste maanden van zijn leven woonde Antonius aan het Begijneplein nr 2 te Kampen. Hij stierf daar in 1948 op 90 jarige leeftijd. 

Begijneplein Kampen

woensdag 30 augustus 2017

Johannes Cornelis ten Barge

Johannes Cornelis ten Barge
Vandaag een kleine blog over mijn opa. Het is vandaag namelijk 100 jaar geleden dat hij werd geboren. Ik weet echter weinig over hem. En de gegevens over zijn leven zijn nog niet openbaar. Wel weet ik dat hij op 30 augustus 1917 het levenslicht zag als eerste zoon van het echtpaar Wilhelm Johannes ten Barge en Johanna Huitink. De 30 jarige Wilhelm en de 28 jarige Johanna waren al zes jaar getrouwd en hadden al twee dochters, Mine van vier en Marie van twee jaar. 

Wilhelm ten Barge, Johanna Huitink en zoontje
Mijn opa Johan groeide op in Winterswijk. Na zijn geboorte volgden in 1921 zus Lien, in 1925 broertje Cor, in  1927 zusje Annie, in 1929 broertje Wim en in 1930 kwam als laatste broertje Theo erbij om zo het gezin met acht kinderen compleet te maken. 

Johan, Mine en Marie

Het gezin woonde aan het Hilbelinkspad en later verhuisden ze naar de Leliestraat in Winterswijk. Vader Wilhelm was wever van beroep en met acht kinderen zal moeder Johanna het behoorlijk druk hebben gehad in huis. Het gezin was katholiek en het geloof was erg belangrijk in hun leven en ze gingen trouw elke zondag naar de kerk. Dochter Annie wilde dan ook graag non worden en broer Cor priester. 
Achterste rij: V.l.n.r. Mine, Johan, Marie, Lien.
Voorste rij: V.l.n.r.  Cor, Wilhelm, Theo, Johanna, Annie en Wim ten Barge.
Voor de oorlog verhuisde mijn opa naar Enschede, waar hij werkte als electrisch lasser. 
Net zoals in Winterswijk kwam hij ook in Enschede te wonen aan de Leliestraat. 
Mijn opa leerde in Enschede mijn oma kennen en ze werden verliefd. Het stel wilde graag trouwen maar de oorlog gooide roet in het eten. Mijn opa werd te werk gesteld in Kiel, Duitsland.

  
Kiel
Na de oorlog, in 1948 werd dan toch het burgerlijk huwelijk gesloten. De woningnood was na de oorlog hoog en daarom vond het kerkelijke huwelijk pas drie jaar later plaats. 

Bijschrift toevoegen
Op 2 mei 1951 trouwden ze eindelijk voor de kerk en gingen ze samen wonen aan de Johannes ter Horststraat in Enschede. Voor mijn opa was het uitgesloten dat je voor de kerkelijke zegening al samen ging wonen, hoewel voor de wet getrouwd werd het huwelijk dus al die jaren niet geconsumeerd. Niet verwonderlijk dat exact negen maanden na het kerkelijk huwelijk hun eerste dochter werd geboren. 

Nog twee dochters volgden in de jaren er na. In 1960 kwam eindelijk de zoon waar mijn opa zo op gehoopt had. Helaas was hij zwaar gehandicapt, waar mijn opa veel verdriet van had. De pastoor kwam langs om te vertellen dat mijn opa en oma maar beter niet meer bij elkaar konden slapen, het risico op nog een gehandicapt kindje was te groot. Na het bezoek van meneer pastoor verhuisde opa dan ook naar mijn moeders slaapkamer op zolder en mijn moeder ging bij oma slapen. 


Zomers ging het gezin kamperen in Buurse. Eerst met het gezin de Vries bij een schuurtje waar opa zich elke ochtend in de waterput ging wassen. Later kocht het gezin een tenthuisje op camping de Leemkoel waar ze een van de eerste bewoners waren. Zowel mijn man en ik, en mijn ouders hebben op deze camping elkaar ontmoet en nog steeds staan zowel mijn ouders, als wij er, nu alleen niet meer met tenthuisjes maar met onze stacaravans. 

camping de Leemkoel
In 1979 werd mijn opa's eerste kleinzoon geboren. En in 1980 kwam ik ter wereld, zijn eerste kleindochter. Vol spanning hield hij bij mijn moeder de tijd tussen de weeën in de gaten. Volgens mijn moeder was ik "zijn Marloesje". Helaas hebben we elkaar verder nooit leren kennen want zes weken na mijn geboorte overleed mijn opa op 63 jarige leeftijd. Een foto van ons samen is er niet.
Zeven kleinkinderen volgden in de jaren er na nog. Een stuk of 15 achterkleinkinderen heeft hij ook al, jammer dat hij dat allemaal niet mee heeft mogen maken...
Johan ten Barge
Ik had graag mijn opa gekend, volgens mij hadden we het prima met elkaar kunnen vinden. Allebei graag op de achtergrond en knutselen als hobby.
Herinneringen aan mijn opa heb ik niet, maar toch heb ik altijd een band met hem gevoeld. Ik heb het idee dat hij mijn hele leven al met me meekijkt en ik koester de spullen die ik van hem heb en bewaak ze als of het de grootste schatten zijn. Ik vertel mijn kinderen de weinige dingen die ik van zijn leven weet om de herinnering aan hem toch nog levend te houden. Een kleine ode aan mijn opa op zijn 100 geboortedag leek me dan ook een mooie manier om hem te herdenken.
En wie weet ga ik hem toch ooit ontmoeten....

 


woensdag 19 juli 2017

Over bijzondere ontmoetingen en bijzondere plaatsen


Dat stamboomonderzoek kan leiden tot bijzondere mailcontact met verre familieleden heb ik al meerdere malen ondervonden. Maar dat het ook zou leiden tot echt een grotere familie had ik niet verwacht. Toch begint mijn familie langzaamaan groter te groeien.

In januari van dit jaar had ik samen met mijn achterneef (waar ik ook pas afgelopen jaar kennis mee heb gemaakt) een bijzondere ontmoeting met een achterachterneef en zijn zus van de kant van de familie Hekke. We werden warm welkom geheten in de woning van onze achterachterneef. Het voelde allemaal al meteen heel vertrouwd en we praatten alsof we elkaar al jaren kenden. Prachtige verhalen over de familie Hekke werden uitgewisseld en fotoalbums werden erbij gehaald. De resultaten van jaren van stamboomonderzoek werden vergeleken. En zo kregen we een paar bijzondere verhalen te horen.  
Afgelopen week moest ik mijn zoon ophalen van kamp in Wilsum, Duitsland. Een rit van een klein uurtje, onder andere langs Nordhorn. Het zou een prachtige dag worden en ik besloot op tijd weg te gaan en een middagje Nordhorn er bij aan te plakken om de plaatsen op te zoeken waar mijn voorouders van de familie Hekke gewoond, gedoopt, getrouwd en overleden zijn.


Zittend rechts naast de bruidegom Maria Adelheid Unland met haar man Heinrich Alberink, 
Staand 3e van links, Wilhelmina Getruda Hekke met daarnaast haar man Heinrich van Adrichem. 


Als eerste zocht ik het huis op waar mijn betovergrootmoeder Maria Adelheid Unland heeft gewoond met haar tweede man Heinrich Bernard Alberink. Maria Adelheid Unland kreeg met haar eerste man Hendrikus Hekke acht kinderen. Een van die kinderen was Bernard Michael Hekke, de overgrootvader van de achterachterneef en –nicht waar we in januari zijn geweest. Wilhelmina Gertruda Hekke was een ander kind van het echtpaar en is de overgrootmoeder van mij en mijn achterneef.
Maria Adelheid Unland
Hendrikus Hekke overleed in 1906 op slechts 42 jarige leeftijd aan een longontsteking. Zijn weduwe Maria Adelheid was toen 38 jaar. Twee jaar na zijn overlijden trouwde Maria Adelheid met Heinrich Alberink. En samen kregen ze nog drie kinderen. Helaas zijn ze alle drie op tragische wijze overleden. Het jongste dochtertje van het echtpaar, waaraan Maria Adelheid op 46 jarige leeftijd het leven schonk overleed aan wiegedood, en terwijl de familie rouwde om het verlies van de kleine Anna, ontsnapte de drie jarige Herman aan de aandacht en verdronk het mannetje in het water nabij… De enige zoon die wel in leven bleef werd in de tweede wereldoorlog doodgeschoten in Rusland. Maria Adelheid was op dat moment al overleden, misschien gelukkig maar, want ik vraag me af hoeveel leed een mens kan dragen.

Maria Adelheid Unland(met bezem) en familie
Het huis waar het echtpaar Unland-Alberink woonde had ik snel gevonden in Nordhorn. Een doodlopende straat in een typische Duitse woonwijk met achter een bosschage het Almelo-Nordhorn Kanaal. 

Daarna ben ik naar het centrum gereden, op zoek naar de St. Augustinuskerk. Door de mooie grote koperen koepel op de kerk had ik het gebouw al snel gevonden. 

St. Augustinuskerk Nordhorn
De voordeur stond open, en na enige aarzeling ben ik toch maar naar binnen gestapt. Binnen was het heerlijk koel en stil. Ik was de enige bezoeker in die grote kerk en kon op mijn gemak alles bekijken. Toen ik even op een bankje alles liet bezinken zag ik voor me ineens de doopvont staan waarin vele familieleden in zijn gedoopt. Waaronder mijn betovergrootmoeder Maria Adelheid Unland in 1868.


Doopvont St. Augustinuskerk
Hoewel de huidige St. Augustinuskerk pas in 1913 werd voltooid, worden er al vanaf 1823 katholieken uit Nordhorn in deze doopvont gedoopt. Al vanaf 1578 behoorde dit kleine eiland in de vecht met zijn burcht tot de katholieken van Augustinus. In 1579 werd op deze plek aan de Burgstraße een Residentie huis en kapel gebouwd. In de jaren die volgden werd deze plek meerdere malen bestormd en geplunderd en stortte het gebouw in. In 1712 werd er hier opnieuw een “Kirchlein” gebouwd waarin de Heilige Augustinus werd geweid. Aan het begin van de 19e eeuw verloren de katholieken door securalisatie* hun kerk op de burcht en belande in handen van drie Marktkoopmannen uit Nordhorn. Voor 6200 gulden werd de kerk uiteindelijk weer terug gekocht door de gemeente.
Residentiehuis en `Kirchlein` 1893
Vanaf 1826 werd het gebouw omgebouwd en tot kerk gebruikt tot 1908. 
Al vanaf het midden van de 19e eeuw werd er gedacht aan de bouw van een nieuwe kerk, maar door het tekort aan geld en een opnieuw een oorlog werden de plannen uitgesteld. Met de eeuwwisseling werden de plannen weer uit de kast gehaald maar opnieuw was er niet genoeg geld. Daarom werd er naast de oude kerk in 1907 een noodkerk gebouwd om de flink uitgebreide katholieke bevolking een plaats te geven.

Rechts vooraan de nieuwe Augustinuskerk, daarnaast met torentje de noodkerk (1913)
Door de groei van de textiel industrie nam het aantal parochianen zo snel toe dat ook de noodkerk niet meer voldeed. In 1910 werden er al 2.300 Katholieken geteld. In dat jaar werd er mede door toedoen van enkele vooraanstaande textielfabrikanten in Nordhorn genoeg geld bij elkaar gebracht om een nieuwe kerk te bouwen.

Bouw van de nieuwe kerk
In 1911 werd begonnen met de bouw van de nieuwe St. Augustinuskerk op de plek waar de oude kerk stond. Na de bouw, die twee jaar duurde werd het oude doopvont, die steeds mee was verhuisd van het residentiehuis, naar de noodkerk, weer in de nieuwe kerk geplaats.

*Secularisatie is het onteigenen van bezit van de Kerk. Het gaat hier dan meestal om het bezit van land en kloosters dat overgaat van de Katholieke Kerk op de staat.


Nadat ik de kerk had bezichtigt liep in naar het stadspark dat pal naast de kerk ligt. Op zoek naar de oude oliemolen. In de kolk voor deze molen verdronken in 1936 mijn bet-betovergrootmoeder Maria Cecilia Spierts op 75 jarige leeftijd tijdens het doen van de was. 


Kolk bij de Oliemolen in Nordhorn
Nu staan er rondom de kolk volop borden met waarschuwingen om niet te dicht bij het snel stromende water te komen. Maar in 1936 zal het normaal geweest zijn dat de vrouwen uit de omgeving hierin hun was deden. 
Kolk bij de Oliemolen


Ik stel me zo voor dat deze oude vrouw haar evenwicht niet meer kon houden toen ze haar wasgoed uit wou spoelen en voorover in het water viel. Door een combinatie van het snel stromende water, haar lange zware rokken die haar naar beneden trokken en het gebrek aan zwemervaring zal ze heel snel al niet meer te redden zijn geweest.

Overlijdensakte Maria Cecilia Spierts
Nordhorn, 21ten Juni 1904, Vor dem unterzeichneten Standesbeamten erfahlen heute der Persönlichkeit nach bekannt der Fabrikarbeiter Egbert Heinhuis, wohnhaft in Frensdorf und zeigte an, daß die Wittwe Maria Cecilia Hekke geboren Spiertz, 75 Jahre alt, katholischer Religion, wohnhaft in Frensdorf, geboren zu Arnheim in den Niederlanden - verheirathet gewesen mit dem verstorbenen Kutscher Michiel Hekke, Tochter der Eheleute (Name unbekannt), zu Nordhorn, im Oelmühlenkolk am zwanzigsten Juni des jahres tauzend neunhundert und vier Vormittags vier im Mühlenkolke todt aufgefunden sei. Der Anzeiger erklärte daß er aus eigener Wissenschaft unterrichtet sei.

Mijn lunch had ik meegenomen en zittend op een bankje in dat prachtige park met uitzicht op de kerk en het geluid van het water in de oliemolenkolk op de achtergrond heb ik daar gegeten met als enige gezelschap een konijn. 


Soms zou ik graag een tijdmachine willen uitvinden om een kijkje te nemen in het leven van al die mensen waarvan ik het bloed door mijn aderen heb stromen, maar dichter dan waar ik op dat moment was kan ik helaas niet meer bij ze komen.


Al gauw was het tijd om naar Wilsum te vertrekken. Mijn planning was nog even langs het katholieke klooster in Fernswegen, maar toen ik daar aankwam was de zon verdwenen achter de wolken en kwam het met bakken uit de hemel. 
Klooster Frenswegen
Mooi hoe een onverwacht mailtje van een ver familielid me op bijzondere plaatsen brengt. En bij die ene ontmoeting in januari blijft het niet bij, want binnenkort gaan achterneef en ik op bezoek bij de broer van de achterachterneef waar we eerder zijn geweest. Ik denk dat dit weer een bijzondere ontmoeting gaat worden! 

zaterdag 15 juli 2017

Familie van Adrichem in Nederlands-Indië

Ineens staat Derk Bolt achter me en wijst me op twee vrouwen aan een tafeltje. Op de tafel zie ik een naambordje "van Adrichem". Beiden vrouwen hebben lang zwart haar en een licht getinte huid. De oudste van de twee heeft grijze strengen in haar haar waardoor ik vermoed dat het moeder en dochter zijn. Als ze me aan horen komen lopen draaien ze zich tegelijkertijd om. Ik wordt verrast door licht Aziatische trekken in de gezichten van de vrouwen in combinatie met kenmerken die me zo ontzettend bekend voor komen en vertrouwd voelen. Derk Bolt duwt me naar voren en zegt; "Ik heb familie van je gevonden". Nog voor dat hij verder kan gaan ben ik al aan het huilen. Grote dikke tranen lopen langs mijn wangen omlaag. De oudste vrouw spreidt haar armen en omhelst me. Er komt geen geluid meer uit mijn mond en ik heb een zere keel. De woorden blijven steken, maar ik wil ze zo graag zeggen dat ze zoveel op mijn overgrootvader lijken. Ik wil zeggen dat ik zo blij ben dat ik ze eindelijk na zo lang zoeken gevonden heb, maar woorden blijken niet nodig. Ze begrijpen me zonder dat ik wat hoeft te zeggen. Het liefst wil ik meteen alles van ze weten maar ben bang dat ik ze met mijn enthousiasme afschrik. Van blijdschap en trots barst ik bijna uit elkaar. Eindelijk heb ik de familie heb gevonden. Ik geloof niet dat ik me ooit zo gelukkig heb gevoeld, maar een piepend geluid maakt een einde aan dat gevoel. Mijn wekker gaat en de beelden in mijn hoofd lossen langzaam op. En de werkelijkheid dringt tot me door... het was allemaal maar een droom. Ik ben zo druk bezig geweest me de zoektocht naar de nazaten van Hendrik Wijnandus Arie van Adrichem en zijn inlandse vrouw Estie dat ik er al over begin te dromen. Ik voel me teleurgesteld maar toch vastberaden om verder te gaan met zoeken, net zolang tot ik ze heb gevonden.

In de dagen voorafgaand op mijn droom heb ik wederom een oproepje geplaatst op het stamboomforum met de vraag of er iemand met verder op weg kon helpen met het zoeken naar de familie van Adrichem in Nederlands-Indië. Eerder schreef ik al in al mijn enthousiasme over het vinden van de overlijdensdatum en het huwelijk van Hendrik in Bandoeng. Het verhaal van Hendrik laat me niet los en ik wil zo graag weten of de kinderbedjes en het speelgoed die bij zijn sterfboedel verkocht werden ook daadwerkelijk van zijn kinderen waren.

Na wat heen en weer gevraagd op het forum komt een meneer ineens met vijf namen inclusief plaatsnamen en data:

  • Hendrik van Adrichem, Bandoeng, erkenning 19 april 1899 
  • Johanna van Adrichem, Bandoeng, erkenning 7 mei 1901 
  • Arie van Adrichem, Buitenzorg, erkenning 7 augustus 1903
  • Johan van Adrichem, Bandoeng, 3 december 1906 
  • Paulina van Adrichem, Bandoeng, erkenning 10 december 1908

Ik spring weer bijna van mijn stoel van opwinding. Zouden dit de kinderen van Hendrik en Estie zijn? Op de naam Paulina na, kan ik ze allemaal herleiden als vernoemingen van de ouders van Hendrik. De gegevens kommen uit de Regerings Almanaken van Nederlands-Indië. Meer dan de informatie die hierboven staat is niet in de Almanakken te vinden.
Heeft Hendrik 12 jaar nadat hij voet heeft gezet in Nederlands-Indiè er een gezin gesticht?

Ik begin te googlen en de derde pagina is meteen een voltreffer. Op Open Archieven staat een registratie van Johan van Adrichem geboren op 3 december 1906. Het zijn de Interneringskaarten van de kampen in Japan in de periode 1942-1946. Gelukkig staat de scan er bij.

Interneringskaart Johan van Adrichem

De kaart staat vol Japanse tekens maar één ding zie ik meteen:
Fathers name: Adrichem, H.W.A. v. met een dikke rode streep erdoor. Mothers name: Estie.
Yes! Dit is 'm! Dit is mijn bewijs, de kinderen van Hendrik en Estie zijn gevonden! 

 Na wat verder speuren kan ik uit de kaart opmaken dat Johan opgepakt is in Bandoeng aan de Tjiliwoenglaan 13 op 17 augustus 1942. Het bericht van zijn gevangenneming is naar zijn moeder Estie gegaan die aan de GG (gang) Effendi binnen nr 6 woont. Johan behoorde tot de Landstorm afd. Batavia hij is soldaat 2e klasse Infanterie. Daarvoor was hij monteur bij het provinciale Zoutbedrijf.
Na wat vergelijkingen met andere kaarten denk ik dat Johan in een POW Prisinor of War Camp heeft gezeten op Java en daarna is verplaatst naar Thailand. Verder lukt het me niet om wijs te worden uit de vele Japanse tekens. Wel zie dat zijn registratie op Open Archieven is gekoppeld aan een foto op online-begraafplaatsen.nl Op de algemene begraafplaats te Dodewaard ligt een gevallen grafsteen met daarop de tekst:
Hier rust in Jezus, 
onze lieve zorgzame vrind, oom en broer. 
Johan van Adrichem 
geb. 3-12-1906 Overl. 3-2-1971

Er staat niet, geliefde vader of geliefde man... dus hier maak ik uit op dat Johan ongehuwd en kinderloos is gestorven. Maar er staat ook geliefde oom, dat betekend dat er in elk geval één kind van Hendrik kinderen heeft gekregen en er misschien nog wel nazaten rond lopen.

Grafsteen Johan van Adrichem
Verder heb ik via Google niets vinden, maar de online krantenbank op Delpher.nl is daarna mijn beste zoekvriend. 

Van dochter Paulina van Adrichem vond ik de aankondiging van een huwelijk met Nicolaas Dirk Tessensohn op 26 Juni 1928.

In de Preanger-Bode van 1934 vind ik dat Nicolaas Dirk Tessensohn een jaar verlof naar Europa verleend krijgt wegens langdurig dienstverband. Hij is dan technisch commies bij den Ind. Centr. Aanschaffingsdienst. In het Soerabaijasch Handelsblad vind ik op 15 mei 1934 het vertrek van N.D. Tessensohn, zijn vrouw en twee kinderen naar Nederland. Daarna wordt het stil. Alleen een berichtje dat Nicolaas Dirk Tessensohn op 28 november 1970 in Den Haag is overleden heb ik nog kunnen vinden.

Johanna van Adrichem gaat in 1921 in opleiding voor telefoniste bij de PTT en wordt in 1939 bevorderd tot hoofdtelefoniste van het telefoonnet van Bandoeng. 
Op 4 november 1962 wordt de op 7 mei 1901 in Tjipatat geboren Johanna van Adrichem, woonachtig in ´s Gravenhage genaturaliseerd. 

Naturalisatie Johanna van Adrichem

Mogelijk is Johanna ook de spijtoptant J.van Adrichem 1958-1961 die ik tegen kom met een vermelding in het nationaal archief. 

In de kranten op Delpher vind ik een verloving op 31 december 1927. In Meester Cornelis verloven Joh. van Adrichem en Harry Meelhuysen zich.
  

Maar in een bidprentje die ik vind, vermeld dat Johanna, als weduwe van L.A. Michael op 78 jarige leeftijd is overleden. Ze werd geboren op 17 mei 1901 in Tjipatat, Indonesië en overleed op 22 januari 1980 in Den Bosch. De data kloppen, misschien dat het een tweede huwelijk is geweest. Meer heb ik helaas niet kunnen vinden.
Bidprentje Johanna van Adrichem

Van zoon Hendrik van Adrichem kan ik helemaal weinig vinden. Het enige wat ik aantref is een krantenartikel waarin staat dat van Hendrik op 26 januari 1915 een fiets wordt gestolen. 
Bijschrift toevoegen
Ook over Arie van Adrichem is nauwelijks iets te vinden. Hem kom ik in januari 1935 tegen als Goedang (pakhuis) Employee in suikerfabriek Tjoekir in Soerabaja tegen. En daar blijft het dan ook bij. 


Over Johan van Adrichem vind ik nog dat hij in 1939 ook werkt in de suikerindustrie. Op plantage Ponen in Soerabaja komt hij in Juni 1939 als tijdelijke snijveld employee werken. In november vertrekt hij weer.  In de tijd waren er zo´n 185 suikerplantages op Java! 

In 1935 vind in een J. van Adrichem die is geslaagd voor zijn of haar toelatingsexamen op de H.B.S. in Medan. Het allerlaatste wat ik op Delpher vind is een verloving tussen B.W. van Thiel-Bresser en J. van Adrichem. op 12 mei 1953. Maar welke J. van Adrichem bedoeld wordt is mij niet helemaal duidelijk. 


Via Stichting Indisch Familiearchief kreeg ik nog wat informatie toegestuurd. Zoals waar Hendrik Wijnandus Arie van Adrichem heeft gewerkt. Nadat hij in 1887 in Nederlands-Indiè is aangekomen heeft hij waarschijnlijk na zijn eerste 6 jaar in het leger nog eens voor 6 jaar bijgetekend. In 1899 zal zijn diensttijd er op hebben gezeten. Dat is ook precies de periode dat zijn eerste zoon Hendrik geboren wordt.
In 1906 was Hendrik Wijnandus opzichter op de theeplantage Tjiogrek in Buitenzorg. Opzichter dus, geen eigenaar zoals het verhaal in de familie gaat.
In 1907 was hij employee bij Onderneming Agrasari in Bandoeng. In 1908 werkte hij in Warna Garoet bij Ond. Tjempaka. In 1912 werkte hij bij Soerau (gebedshuis) in Garoet. Volgens de Regerings Almanakken werkte hij in 1913 in Daradjat in Garoet. Dat is op zich best knap als je bedenkt dat hij in 1912 al is overleden.



Ook vonden ze het grafschrift van Hendrik. Op de oudste begraafplaats van Bandoeng moet zijn graf hebben gelegen. 
Hier rust
Hendrik Wijnandus Arie
van Adrichem
geb. te Ommen 19-9-1861
overl. te Bandoeng 13-10-1912 

Ook hier kloppen de data niet. 
Hendrik is op 28-4-1861 geboren in Ommen en gestorven op 19-9-1912 te Bandoeng. 

Zou de oudste begraafplaats van Bandoeng nog bestaan, zou Hendrik er nog liggen. Op een aantal vragen heb ik eindelijk antwoord gekregen, maar zoals ik al eerder schreef, elke beantwoorde vraag roept bij mij nog meer nieuwe vragen op. 

Een cd rom met daarop de Regerings Almanakken van Nederlands-Indië heb ik gereserveerd via de bibliotheek waar ik werk. Ik hoop daar nog meer informatie op te vinden. Al heb ik begrepen dat de burgerlijke stand na 1922 helaas niet meer geregistreerd werd. Maar toch zeg ik nogmaals

Wordt Vervolgd....