dinsdag 22 september 2026

Fouten in de stamboom

Een aantal maanden geleden schreef ik over Sijbrant Huibrechtsz van Adrichem en de verwarring die bij mij was ontstaan over zijn ouders. Volgens gegevens die ik van mede stamboomonderzoekster Georgina van Adrichem heb gekregen jaren geleden zou Huijbrecht Dircksz van Adrichem de vader van Sijbrant zijn. Maar ik had het gevoel dat hier iets niet klopte. Na lang zoeken naar gegevens van deze Huijbrecht Dircksz, die ik maar niet kon vinden, besloot ik te kijken of ik een andere mogelijke optie als vader van Sijbrant kon vinden. Al heel snel had ik een andere kandidaat op het oog. Ik noemde hem en zijn gezin zelfs al in het verhaal van Sijbrant. 

Ik dacht dat het twee verschillende gezinnen waren met bijna allemaal dezelfde namen als in het andere gezin. Maar wat als het nou één en hetzelfde gezin is en Huijbrecht Dircksz van Adrichem uberhaupt niet de vader is maar Huijbrecht Claesz van Adrichem en zijn eerste vrouw Heiltgen Cornelisdr.?

Hoe meer ik ging vergelijken en opnieuw alle gegevens ging controleren hoe meer ik overtuigd raakte. Toen ik bij de doop van de kinderen van Sijbrant een aantal keer als doopgetuigen een Huijbrecht Claesz en Betgen Theunis genoemd zag wist ik het zeker. Deze Huijbrecht Claesz is namelijk Huijbrecht Claesz van Adrichem en zijn tweede vrouw Betgen Theunis, ook Elisabeth Tonisdr genoemd. De grootouders als getuige bij de doop, dat was voor mij bewijs dat Huijbrecht Claesz wel Sijbrants vader moet zijn. Qua vernoemingen klopt het ook veel beter. Ik heb het altijd vreemd gevonden dat de namen ineens zo veranderden. En nu weet ik waarom. 

Vervolgens borrelde een vreemd gevoel bij mij op. Mensen van wie ik al zo'n twintig jaar dacht dat het mijn voorouders waren, waar ik zoveel onderzoek naar heb gedaan en verhalen over heb geschreven bleken ineens niet meer mijn voorouders. Wie dan wel, dat wist ik (nog) niet. Dat kon alle kanten op gaan. En dat voelde als een raar soort verlies. 

En hier kwam ik achter een aantal dagen voordat ik een weekend naar Delft zou gaan en al had gepland om de pleken waar ze gewoond, geleefd, gedoopt en begraven waren op te bezoeken. Het voelde als een onverwachte amputatie. Ik heb nog geprobeerd om dan uit te zoeken of Huijbrecht Claesz dan op een andere manier aan diezelfde familie van Adrichem verwant was, maar ik kon het zo snel niet in die paar dagen vinden. Ik heb al eens eerder benoemd dat er meerdere families van Adrichem zijn die niet onderling verwant zijn aan elkaar waardoor een afstamming van de Delfste regentenfamilie niet meteen vanzelfsprekend is. Wel vond ik dat Huibrecht Cleasz geboren is in Papsouw, ook wel Abtswoude genoemd, een buurtschap van Delft. Dat gaf wel hoop.

Oude Delft 50-52. Voormalige brouwerij "t Dubbele Cruijs.
Eigenaar graankoopman Adriaen Claesz van Adrichem.

Het weekend Delft was dan ook een rare gewaarwording. Ik liep door de Oude Delft, de straat waar de regentenfamilie van Adrichem heeft gewoond. Eveneens als op de Koornmarkt. Ik bezocht de Oude en de Nieuwe Kerk waar ze zijn getrouwd en liggen begraven, alleen was ik nu niet meer verwant aan ze. En dat vond ik niet leuk... Ik wilde in de Oude Kerk op zoek naar de graven van de van Adrichem's maar het leek nu niet meer de moeite waard. Ik was in Delft met maarliefst zestien dames en de tijd was beperkt dus heb ik dat maar laten schieten, een afstamming was nu toch onzeker. 

Mozaïek Nieuwe Kerk en Stadhuis Delft

Mozaïek Oude Kerk Delft

Het weekend was verder erg geslaagd. Delft is een prachtige stad en het was leuk dat ik al zoveel van de geschiedenis wist en nu zelf de plekken kon bezoeken waar ik al zolang naar had gezocht en die ik had bestudeerd. De graven van Johannes Vermeer, Antoni van Leeuwenhoek, Maarten Harpertszoon Tromp en Willem van Oranje heb ik wel bezocht. 

Interieur Oude Kerk Delft

Interieur Oude Kerk Delft

Na het weekend besloot ik verder te zoeken naar de familie van Huijbrecht Claesz van Adrichem. Ik dacht dat het erg moeilijk zou worden, maar ik vond toch erg snel een stamboom waarvan ik dacht dat het wel eens voorouders van Huijbrecht Claesz konden zijn. En toen vond ik ook Huijbrechts naam, zijn beide huwelijken en hun kinderen. En zo kon ik de stamboom weer omhoog volgen en kwam ik gelukkig uiteindelijk toch weer uit bij Philip Claesz van Adrichem, de vader van Huijbrecht Philipsz van Adrichem, waarvan ik eerst dacht dat hij mijn voorvader was. Philip is waarschijnlijk wel degelijk mijn voorouder alleen loopt de lijn via een andere zoon nl. Claes Philipsz van Adrichem. Wat een opluchting! Dat betekend dat ik niet twintig jaar voor niets heb zitten zoeken. Zoals mijn zoon al zei; "dus alle paniek was om niets?" Ik was natuurlijk niet in paniek, maar inderdaad, de opschudding blijkt minder dramatisch dan ik vorige week nog dacht. 

Ik moet het uiteraard zelf nog even checken in de archieven of de nieuwe tak daadwerkelijk klopt. Klakkeloos overnemen van de gegevens van een ander, waar vervolgens een fout in blijkt te zitten, gebeurd me niet nog een keer! Voordeel is wel dat ik weer kan gaan speuren naar gebeurtenissen voor nieuwe verhalen over mijn "nieuwe" voorouders! Ik ben benieuwd wat ik kan vinden over hun levens! 





Oude Kerk Delft

Mijn afstamming ziet er nu als volgt uit, waarbij de donkerder gekleurde voorouders de "nieuwe" voorouders zijn. Je ziet dat het verloop van de vernoemingen nu veel duidelijker verloopt. 


Wordt vervolgd...




vrijdag 19 juni 2026

Frans Houben Garé

Deze keer een totaal andere kant van de mijn familiestamboom. 

We dalen af naar het uiterste Zuiden van ons land in de provincie Limburg. Het laatste stadje aan de Maas voor de Belgische grens is Wessem. Het licht ten Oosten van het bekende witte stadje Thorn. Wessem is een kleine stad met zo'n 2000 inwoners. Het is in de 17e eeuw "groot" geworden door de scheepvaart. De gunstige ligging in een bocht aan de Maas maakte Wessem tot een handelsplaats. De eerste officiële vermelding van de plaats dateert echter uit 965 als villa Wishem. In de 12e eeuw kreeg Wessem stadsrechten. Het is daarmee de oudste stad van zowel Nederlands als Belgisch Limburg. Het heeft een historisch centrum, monumentale gebouwen en nostalgische straatjes. 


Als Wessem rond 1150 stadsrechten krijgt, heeft het ook het recht om eigen munten te slaan. Ook was er een schepenbank gevestigd. Van 1590 tot 1598 was Hubertus Garé schepen van bovengenoemde schepenbank. Hubertus; ook wel Houb genoemd, was ook de borgmeester van Wessem in 1589. Een borgmeester, niet te verwarren met burgermeester, stond borg voor het financiële reilen en zeilen van een stad of dorp. Hij werd gekozen uit de schepenen van de stad. De borgmeester was verantwoordelijk voor het innen van plaatselijke lasten. Mocht de stad borg tekort hebben dan moest de borgmeester deze uit eigen zak bijschieten. Een niet onbemiddelde man dus. 

St. Medarduskerk te Wessem gezien vanuit de Groenstraat

Een schepen kon bevoegd zijn tot het vonissen in civiele en criminele zaken en was bevoegd op het terrein van de vrijwillige rechtspraak. Allerlei overeenkomsten en verbintenissen werden voor de schepenen gesloten en door hen geregistreerd. De overdracht van onroerend goed en erfverdelingen vonden eveneens plaats voor de schepenbank. Een schepenbank is een voorloper van het huidige college van B&W en bestond uit zeven schepenen. 

Houb was getrouwd met mevrouw Vogels. Voornaam onbekend. De familienaam Vogels is een veel voorkomende naam in Wessem. Maar ook varianten van de naam als  Voegels, Voeghels en Voghels. In een akte van 20 maart 1587 wordt Houb vermeld waarin hij "naeste bloetverwant her koemende van wilant Frans Voegels" is. De erfgenamen verkopen "sijnen huijs en hof gelegen aen dije port aen der Maesen reijgenoot ter eijnder dije Maese ter ander sijde dije straet neffen den kirckhoff". Houb Garé had zijn aandeel reeds overgedragen aan zijn zoon Frans "Huijben". Houb is dus een naaste bloedverwant van Frans Voegels. Mogelijk zijn schoonvader. 

Ao 1587 den twintichsten daech martij sijn voor ons Mathis Schrivers stathelder Mathis Smeijers Johan Smeets Mathis Ingelen als scepenen der stat Wessem gecomperert en erschenen Hubrecht Gare mijt sijnen soen Fransen en Lenaert Voegels mijt noch dije naegelaeten kinder Gelis op dije Laeck saeliger mijt naeme Frensken, Gertruijt en Jen mijt hunnen twe broeders Johan en Claes….

Houb en mevrouw Vogels kregen samen twee zoons; Jan en Frans. Bij Frans staat vermeld; "verheft Vogelsleen te Pol" in 1626. Ik weet niet precies wat het betekend. Hij mag iets heffen bij Vogelsleen te Pol. Pol is een buurtschap iets ten noorden van Wessem. Vogelsleen is mogelijk een leengoed van de familie Vogels. Frans Houben die als alias Garé heeft, trouwt met Joanna Melenborghs. Het echtpaar krijgt drie kinderen, waaronder mijn voorouder en oudste zoon Frans. Frans "de Jonge" wordt geboren in 1615 en draagt de nu dubbele achternaam Houben Garé. Vader Frans overlijdt in Wessem op 24 november 1634 en zijn vrouw Joanna op 31 mei 1622. Ze worden begraven bij de Sint-Medarduskerk. Een gotische kerk die oorspronkelijk werd gebouwd omstreeks 946 en waar steeds op deze plek een nieuwe kerk herrees. De kerk werd in 1944 geheel verwoest en in 1948 weer hersteld. Op het kerkhof van Wessem staat echter nog stees een grafsteen met de volgende tekst; “hier ligt begraven Frans Huben sterf Ao 1634 den 24 Novembris ende Joanna Melenborghs sijn huysvrouw sterf Ao 1622 31 Mey Bidt Godt voor de Ziellen”. Bizar dat er bijna 400 jaar na hun dood er nog steeds een grafsteen is van twee van mijn voorouders. 400 jaar! 

Grafsteen van Frans Houben en zijn vrouw Joanna. Bron: Graftombe

Frans en Joanne woonden vlak naast de kerk. In een huis met schuur "neffens de kerckmuere ende de alde Maese". Naast de kerkmuur en de oude Maas dus, onderaan rood gearceerd op onderstaand kaartje. Ook eerder hierboven genoemd; "sijnen huijs en hof gelegen aen dije port aen der Maesen reijgenoot ter eijnder dije Maese ter ander sijde dije straet neffen den kirckhoff". 

Nu is op deze plek geen bebouwing meer te vinden, maar het is letterlijk een steenworpafstand van de laatste rustplaats van Frans en zijn vrouw Joanna. Bovenaan rood gearceerd een huis met schuur en stalling en brouwerij aan de Panheelder beek, naast de pastorie. Dit huis is generaties in bezit geweest van de familie Garé.

Wessem – 1 september 1709: Willem Willemen als man en momber van Gertruijdt Garé, Hermanus en Frans Roumen geassisteerd door hun moeder Clara Garé, en Willem Driessen als haar momber hebben overgedragen aan Engel Garé als momber van Gertruijdt Garé onmondige dochter van Jan Garé zaliger en Margaretha Meerten: twee vierendelen van een huis, schuur, brouwerij, moeshoven, stallingen en toebehoren te Wessem aan de Beek gelegen naast het pastoriale huis en het huis van Peter Willemen zoals in bezit is geweest van hun ouders en grootouders zaliger. Dit is hun toegekomen bij de scheiding en deling van Jan Garé zaliger op 24 juli 1703 waarin de vierendelen zijn verkocht aan 625 gulden.

Frans "de Jonge" verheft net als zijn vader Vogelsleen te Pol. Ook hij is borgmeester te Wessem in 1651. Frans "de Jonge" trouwde op 14 oktober 1636 in Thorn met Catherina Stevens Geulen. Het echtpaar krijgt samen negen kinderen. Hun derde kind is mijn voorouder Joanna Houben Garé. Gedoopt op 29 augustus 1643. Frans "de Jonge" is overleden rond 1667 in Wessem. 

Een groot deel van de oude bebouwing van Wessem is bewaard gebleven en is beschermd stadsgezicht. Aan de Steenweg vindt men nog steeds panden uit de tijd dat mijn voorouders in Wessem woonden. Steenweg nummer 6 en 9 zijn gebouwd in 1613. En nummer 10 "in de Yzeren vrijer" in 1632. Dat er nog huizen staan uit die tijd en dat mijn voorouders die panden hebben gezien en er misschien wel binnen geweest zijn en dat er zelfs nog enkele grafstenen staan na bijna 400 jaar vind ik bijzonder. Mocht ik er eens in de buurt zijn dan ga ik zeker een kijkje nemen en in hun voetstappen lopen. 

Steenweg 6, Wessem

Dochter Joanna trouwt met Jacobus Leurs en na zijn overlijden met Lutgardis Brentjens. Het gezin gaat in Stevensweert wonen. Ook een plaats aan de Maas waar ik al eens ben geweest om te kijken waar mijn voorouders hebben geleefd. Met Joanna's vertrek uit Wessem verdwijnt mijn laatste voorouder uit Wessem. Joanna overlijdt in Stevensweert op 26 september 1712. Joanna's dochter Christina Jacobs Leurs huwde met Joannes Godefridusz Reuten. Hun nazaten dragen de achternaam Ruiten en komen uiteindelijk op het eiland Schokland terecht. Ver weg van waar hun Limburgse wortels liggen. 


maandag 1 juni 2026

Johannes Herbert Mölder

Op 28 juli 1914 begon in Europa de Eerste wereldoorlog, die tot 11 november 1918 heeft geduurd. Nederland bleef in deze periode strikt onpartijdig. Door deze neutraliteit zijn er weinig familieleden van mij die deze oorlog zelf hebben meegemaakt. Hier in de grensstreek werd er echter vaak met onze oosterburen getrouwd en daarom heb ik ook een aantal duitse familieleden. Zij hebben de Grote oorlog, zoals deze in eerste instantie nog genoemd werd, wel meegemaakt. Eén van deze familieleden is Johannes Herbert Mölder, roepnaam Jan. 

Jan was een zoon van de Duitser Christiaan Mölder, geboren te Nordhorn op 8-4-1861 en de Nederlandse Gerhardina van Adrichem geboren op 5-6-1863 in Veenhuizen. 

Over de familie van vader Christiaan heb ik het volgende gevonden; de in Duitsland geboren Christiaan, was een onwettige zoon van Hindrika Mölder. Hindrika was een geboren en getogen Nordhornse. In 1856 werkte ze als dienstmaagd en beviel zij van een onwettige dochter; Rika. Hindrika is dan eenentwintig jaar oud. In 1861, als Hindrika zesentwintig jaar oud is bevalt ze van zoon Christiaan, zijn vader is ook onbekend. 

In 1873 trouwt moeder Hindrika, met Johann Heils. Christiaan is dan twaalf jaar oud, zus Rika is zeventien jaar oud. Johann Heils is de zwager van Hindrika. Hij is weduwnaar van Christina Mölder, de jongste zus van Hindrika. Zus Christina en haar man Johann hadden samen al een zoontje, Gerard van twee jaar oud, toen Christina één week na de geboorte van hun jongste zoon Christiaan in het kraambed overleed. Christina werd maar drieëndertig jaar oud. 

Johann bleef achter met twee kleine kinderen. Zijn schoonzus Hindrika zal hebben geholpen met de zorg van de jongens. Baby Christiaan overleed echter drie maanden na de dood van zijn moeder. Johann trouwde hierna met zijn schoonzus Hindrika, die ook tante van het overgebeleven zoontje, Gerard, was. Hindrika was toen negenendertig jaar oud. Het huwelijk duurde echter niet lang. Drie jaar na hun huwelijk overleed ook Hindrika in 1877 aan Tuberculose, slechts tweeënveertig jaar oud. 

Johann Heils trouwde vervolgens opnieuw, hij was toen zevenendertig, met de achtentwintig jarige Gese Sluiters. Zoon Gerard was op dat moment zeven jaar oud. Als Gerard vijftien is overlijd ook zijn vader Johann en is hij officieël wees. Gerard is zelf ook niet oud geworden. Hij stierf in 1899 op achtentwintig jarige leeftijd. Ook Hindrika's dochter Rika werd niet oud. Zij stierf in 1884, net als haar neefje, ook op achtentwintig jarige leeftijd. 

Christiaan trouwde in 1885, op vierentwintige leeftijd in Nordhorn. De bruid was de kolonistendochter Gerhardina van Adrichem. Dochter van Johannes Huibert van Adrichem en Hendrikje Vitjeroo, mijn voorouders. Gerhardina, roepnaam Geerdjen, werd geboren in Veenhuizen, in de Kolonie van Weldadigheid, net als haar (half)zus en broers. Tot haar negende jaar woonden ze afwisselend in Veenhuizen en de Ommerschans. Het gezin is straatarm. Als ze vrijgelaten worden, vraagt Geerdjen samen met haar broers bij de veldwachter in Assen om een aalmoes, waarna het hele gezin weer opgepakt werd wegens bedelen. Bij hun huwelijk werd vader Johannes Huibert van Adrichem als "schrijver" vermeld. 

Als Geerdjen negen is, gaat het gezin in Noetsele bij Hellendoorn wonen. Het gezin trok van stad naar stad op zoek naar werk, veelal in de textiel. Ik vond terug in de burgelijke stand van o.a. Almelo, Haarlem en Hilversum. Als Geerdjen eenentwintig jaar oud is trouwt ze met Christiaan in Nordhorn. 

Vermoedelijk zijn Geerdjen en Christiaan samen in Duitsland blijven wonen want ik kom ze in de Nederlandse archieven nergens tegen. 

Er werden drie zoons geboren; 

  • Heinrich Johann op 9-4-1886 in Nordhorn
  • Johannes Herbert, vernoemd naar zijn opa Johannes Huibert van Adrichem, op 25-4-1889 in Nordhorn 
  • Bernhard Christian rond januari 1895 in Duisburg. Hij overlijd op 9-6-1895, slechts vijf maanden oud.
Op veertien jarige leeftijd komt ook zoon Heinirch Johann te overlijden. Zoon Johannes Herbert, op dat moment elf jaar oud, groeit zijn tienerjaren op als enigst kind. In 1914 breekt zoals gezegd, de eerste wereld oorlog uit. Johannes Herbert, Jan is dan opgegroeid tot een volwassen man van vijfentwintig jaar oud. Ook Jan moest als Duitser aan zijn dienstplicht voldoen en moest vechten in het Pruissische leger. Het is mij niet bekend in welk regiment hij heeft gezeten. Jan en zijn ouders wonen bij zijn in diensttreding in Greven, bij Münster. Rond oktober 1915 raakt Jan gewond tijdens een voor mij nog onbekende strijd. 

Jan zal direct uit zijn regiment gehaald zijn en per hospitaaltrein naar een lazaret (veldhospitaal) zijn gebracht. Na zijn herstel zal hij waarschijnlijk weer teruggestuurd zijn naar het front of overgeplaatst naar een hersteleenheid in Duitsland. De Eerste wereldoorlog wordt ook wel een loopgravenoorlog genoemd. Beide legers groeven zich in om de aanval van de ander te weerstaan. De omstandigheden in deze loopgraven waren erbarmelijk. Alhoewel de Duitsers wel veel beter voorbereid waren. Modder was een grote vijand in de loopgraven. Niet alleen stierven er soldaten tijdens gevechten en aanvallen. Ook stierven er veel soldaten in de loopgraven vanwege ongedierte, de vele ratten, psychische problemen (Shell shock) de modder en ziektes veroorzaakte door de onhygiënische toestanden waarin de mannen moesten leven. De loopgraven hadden nauwelijks afwatering waardoor deze bij hevige regenval veranderden in moddersloten waar soldaten zich niet meer konden bewegen en regelmatig zelfs verdronken. Sommige soldaten werden levend begraven vanwege instortingen. 

Zeventig miljoen militairen uit dertig landen waren betrokken bij deze verschrikkelijke oorlog. In totaal zouden er zo'n twee miljoen Duitse soldaten omkomen tijdens WOI. Het totale aantal slachtoffers van de gehele Eerste Wereldoorlog is maarliefst 20 miljoen mensen waarvan 10 miljoen soldaten en 10 miljoen burgers. 

Jan's rang was "Gefreiter", vergelijkbaar met Soldaat eerste klasse. Hij zal vooraan hebben gevochten hebben in de strijd en hij heeft in elk geval duizende kilometers mars gelopen en zware gevechten meegemaakt. Of Jan na zijn herstel weer verder moest vechten is mijn niet bekend. Hij zal verschrikkelijke dingen hebben gezien en meegemaakt en ook hij zal psychisch niet ongeschonden uit de strijd zijn gekomen. Wel is bekend dat hij de oorlog heeft overleefd en terug naar zijn geboortestreek is gegaan waar zijn ouders nog woonden. Wanneer vader Christiaan is overleden kan ik niet vinden. Moeder Geerdjen van Adrichem overleed als weduwe op 11 mei 1950, 's ochtends om half zeven in een verzorgingstehuis in de stad Groningen. De directeur van het verzorgingstehuis geeft haar overlijden aan. Waarom Geerdjen juist daar in Groningen is gaan wonen nadat ze haar hele getrouwde leven in Duitsland heeft gewoond is mij niet duidelijk.  

Op 29 augustus 1967 overleed Jan, Johannes Herbert Mölder op achtenzeventig jarige leeftijd, in Schüttorf. Vijftig jaar nadat hij gewond raakte in WOI. Schüttorf, de stad waar zijn neef, mijn overgrootvader Heinrich is geboren. Mij is echter niet bekend of de neven onderling nog contact hebben gehouden. Ook heb ik geen huwelijk of kinderen van Jan Mölder kunnen vinden. Daarmee is waarschijnlijk ook deze tak van een van de nazaten van de familie van Adrichem uitgestorven. 

vrijdag 1 mei 2026

Sijbrant Huijbrechtsz van Adrichem en Maertge van Noorden

 


Rond het jaar 1608 werd in Overschie een jongetje geboren. Zijn ouders; Huibrecht Dircksz van Adrichem en Elisabeth van der Bergh. Hij is de eerste in de familie van Adrichem met de voornaam Sijbrant. Waarschijnlijk komt zijn naam van zijn moederskant van de familie, maar die heb ik nog niet kunnen vinden. Soweiso kan ik amper wat over dat stel vinden. Zijn vader is een raadsel voor me, behalve zijn naam weet ik niets over hem.

Sijbrant is, zover ik heb kunnen vinden, het tweede van in totaal vier kinderen. Twee dochters en twee zonen. Hij wordt ook wel Sijbrant Huibrechtsen genoemd. Zo rond zijn 25e jaar trouwt hij op 16 juli 1634 in Overschie met Barber Ariens Huige. 

Trouwdatum: 16-07-1634
Bruidegom:Sijbrant Hubrechtse  
Bron of gezindte: Trouw gereformeerd
Bruid: Barber Huijge  
Akteplaats: Overschie


Amper twee jaar later trouwt Sijbrant met Maertge Christiaensdr van Noorden. Barber Huijge is dus kort na hun huwelijk overleden. Ik heb geen kinderen van het stel kunnen vinden. Mogelijk is ze overleden tijdens of vlak na een zwangerschap. Maertge van Noorden is de dochter van een meester-chirurgijn van het Vlaardingse Gast- en Weeshuis. Over hem schreef ik al eerder HIER.

Ondertrouw Vlaardingen: 3-10-1636 
Zijbrant Huijbrechtsz. van Arichem weduwnaar wonende tot Overschie 
Maertgen Christiaensdr. van Norden jongedogter van Vlaardingen.

Het echtpaar woonde in Overschie en kreeg daar meerdere kinderen. Waarvan vijf zoons met de naam Corstiaen. Vernoemd naar Maertgens vader. Ze overlijden allemaal op zeer jonge leeftijd, behalve het laatste jongetje. Hij is mijn voorvader Corstiaen Sijbrants van Adrichem
Na de Costiaens volgt er een tweeling; Cornelis en Pieter. Cornelis zal de volwassen leeftijd halen en trouwde met Grietie Gerrits Verschoor. Over Pieter en een mogelijk zusje Heiltie is mij niets bekend. 

En hier had ik meer over de carriere van Sijbrant willen schrijven. Naar mijn weten was hij schoenmaker en schepen van Hogeban, een voormalig buurtschp dat deel uitmaakte van het dorp Overschie. En dat de van Adrichemweg in Rotterdam naar hem vernoemd was. Sijbrant Huijbrechts van Adrichem geboren rond 1608 in Overschie. Dat moet hem zijn toch? Toen werd ik lid van de genealogische vereniging "ons Voorgeslacht" en kreeg ik toegang tot HoGenDa, de Hollandsche Genealogische databank. 

Ik vond onderstaande tekst opgemaakt door Sijbrant in zijn functie als Schepen van Hogeban. 

21-3-1659: Rekening, bewijs en reliqua die Cornelis Huijbrechtsz. van Adrichem doende is
van de ontvangst en uitgaven bij hem gehad over Maertgen, Claes en Thonis Huibrechts zijn
halve zuster en broeders en dat van al de goederen zulks dezelve zijn nagelaten en de
voorsz. kinderen aanbestorven door overlijden van Huibrecht Claesz. haar vader zal.
[ in de marge: Overgeleverd bij de rendant op 21-3-1659 aan schout en schepenen van
Overschie ten bijwezen van Sijbrant Huibrechtsz. die neffens de rendant een halve broeder
is over de voorsz. weeskinderen en nog Lucas Lucasz. in huwelijk hebbende Maertie
Cornelisdr. die een voordochter was van Bettie Theunis in haar leven huisvrouw van de
voorn. Huibrecht Claesz. Present mede Claes Huibrechtsz. een van de voorsz. kinderen.

Het gaat over de voogdijschap van zijn broer Cornelis over hun beide half broers en zussen. Maar bij het aan willen vullen in mijn stamboom vond ik een fout. Sijbrants vader is niet Huijbrecht Claesz van Adrichem maar Huijbrecht Dirksz van Adrichem. De namen van de zus Maertge en broer Cornelis klopten wel. Dacht ik... Het blijkt namelijk een hele andere familie te zijn. Ook een vader met de naam Huijbrecht, ook een zus Maertge en broer Cornelis. Achternaam van Adrichem, woonachtig in Overschie in dezelfde periode. Hoe toevallig is dat! En heel verwarrend! 

Bij het uitzoeken van deze familie kwam ik er achter dat ik deze familie helemaal door elkaar had gehaald. En ik niet alleen, de stambomen die ik vind over deze beide families op Genealogieonline en aanverwante sites kloppen ook niet. Huwelijk zijn door elkaar gehaald en daardoor hele familiebanden. Waar dit gezin van Huijbrecht Claesz afstamt kan ik niet vinden. Mogelijk zijn het neven waardoor de namen van voorouders op dezelfde manier worden doorgegeven.


Bij het verifiëren van mijn eigen gegevens begin ik zelfs aan de vader Huibrecht Dircks van Adrichem te twijfelen. Ik vond het al eerder vreemd dat vader Huijbrecht Dirks en diens vader Phillip Dirks zulke afwijkende namen hadden. Tot aan Sijbrant ken ik mijn stamboom uit mijn hoofd, daarna leek het altijd al zo'n heel verschillend gedeelte waarvan ik de namen niet kon onthouden. En waar kwam de naam Sijbrant ineens vandaan? Ik heb geen enkel familielid met die naam kunnen vinden en Sijbrant vernoemd zijn kinderen ook niet naar zijn vader of grootvader of zelfs overgrootvader, wat in die tijd eerder regel dan uizondering was. De namen Dirck en Phillip komen nergens meer terug na de vernoeming van Sijbrant.


Ik heb destijds deze informatie gekregen van Georgina van Adrichem en heb dit stuk zelf niet geverifïerd, omdat destijds de gegevens nog niet online terug te vinden was. En nu kan ik het ook niet terug vinden. 
Dom! Destijds een beginnersfout, nu weet ik wel beter. Altijd je bronnen opslaan en controleren. Tot aan Sijbrant weet ik mijn afstamming zeker, dat is gecontroleerd. Maar zijn Huibrecht Dircks van Adrichem en Elisabeth van den Berg wel mijn voorouders? Ineens ben ik helemaal in de war. De status van zijn vader Huibrecht gaat in mijn stamboomprogramma van "zeker" naar "twijfelachtig". En ik ga kijken of ik een mogelijke andere vader van Sijbrant kan vinden. En dat kan nog wel eens heel lang gaan duren. Mocht ik meer vinden dan schrijf ik uiteraard over mijn bevindingen!

zondag 12 april 2026

Familiewapens

Wat heeft de Schotse koning "William I" te maken met het familiewapen van de familie van Adrichem? 

Koning William I

William I was een Schotse koning die regeerde van 1165 tot 1214. Het was een grote, sterke maar ook koppige man met vlammend rood haar. Hij trouwde met Ermengarde de Beaumont, een achterkleindochter van de Engelse koning Henry I (1068-1135). Henry I was het jongste kind van Willem de Veroveraar

Koning Malcolm IV

William zelf was de zoon van prins Hendrik van Schotland en Ada van Warenne. Hendrik en Ada kregen de volgende kinderen: Malcolm, William, Margaretha, David, Ada en Mathilde. 

Oudste zoon Malcolm werd op twaalf jarige leeftijd koning toen eerst zijn vader vrij onverwacht en daarna zijn grootvader koning David I overleden. De jonge Malcolm zelf had een zwakke gezondheid en na een lang ziektebed overleed hij op vijfentwintig jarige leeftijd. De troonopvolging ging vervolgens naar zijn jongere broer William. 

Koning Willam I

De tweeëntwintig jarige Koning William I kreeg de bijnaam "de Leeuw". Misschien was hij sterk en dapper, misschien vanwege zijn vlammende rode haar. Hij is de eerste koning die een rode leeuw als familiewapen zou gaan gebruiken. Nog steeds wordt deze vlag met rode leeuw gezien als de onofficieële koninklijke vlag van Schotland. 


Williams zus; prinses Ada van Schotland (1145-1204) trouwde met graaf Floris III van Holland. Hij was een zoon van graaf Dirk VI en Sophia van Rheineck. "William the Lion" en Floris III hadden een goede verstandhouding. William benoemde Floris tot rijksvorst en "Earl van Ross" hoewel hij die laatste titel later weer zou moeten opgeven.  

Floris III van Holland

Floris III werd zo de eerste graaf van Holland die de Hollandse Leeuw op zowel zijn munten als zijn wapenschild voerde. Alle volgende graven uit het Hollandse huis zouden hem daarin volgen. Als gevolg hiervan werd het wapen vereenzelvigd met het graafschap Holland, en uiteindelijk met de provincie Zuid-Holland. 

Uit de afstamming van de graven van Holland komt ook het geslacht van Teylingen. Van welke Hollandse graaf de eerste heer van Teylingen afstamt blijft onduidelijk, maar dat de familie van Teylingen nazaten zijn van de graven van Holland is aan hun familiewapen duidelijk te zien. 

Het wapen van de familie van Teylingen is net zoals bij koning "William the Lion" een rode leeuw op een schild van goud. Het verschil hier is de zilveren barensteel die over de leeuw is aangebracht. Destijds was het gebruikelijk om met een barensteel aan te geven dat de afstamming niet via de oudste zoon ging, maar via de jongste zoon, die niet voor directe opvolging in aanmerking kwam. Een barensteel van edelmetaal past heel goed bij de grandeur van de familie van Teylingen die destijds hoog in aanzien stonden bij het Hollandse gravenhuis.  

"In goud een leeuw van keel, getongd en genageld
van azuur, met over de borst een barensteel van
zilver." 

Willem van Teylingen is de stamvader van de familie van Teylingen. Hij trouwde met Agniese van Bentheim, woonachtig op het slot Bentheim. Samen kregen ze zoon Dirk van Teylingen, heer van Brederode (Dirk I van Brederode). Hij liet een kasteel bouwen op een "brede roede"; een breed stuk grond dat ontbost was. Dirk werd daarmee de stamvader van de familie van Brederode. 

Waar het familiewapen van de familie van Teylingen een zilveren barensteel heeft is het verschil met het familiewapen van Brederode een barensteel van azuur. Waarmee aan werd gegeven dat hij niet de oudste zoon was en hij dus niet zijn vaders opvolger was.


Dirk trouwde met Alverade van Heusden. Uit dit huwelijk werd Heer Willem I van Brederode geboren. Er is een reconstructie gemaakt van het skelet van Willem I van Brederode en zijn vrouw. Willem, die in 1255 tot ridder werd geslagen zie je hier onder in volle uitdossing, het familiewapen goed te zien.  
Willem I van Brederode

Tijdens de regering van Floris V behoorde Willem I van Brederode tot de rijkste en aanzienlijkste edelen van het graafschap. Hij trouwde met de weduwe Hillegonda van Voorne. Zij was een dochter van de Heer van Voorne. Uit dit huwelijk werden tenminste vijf kinderen geboren. 
Echter, Willem had ook meerdere onechte kinderen met Margaretha van Merwede. Zij was een dochter van de ridder Heer Daniel IV van Merwede. Tenminste drie bastaard zonen kwamen uit deze relatie voort. Het jongste kind kreeg de naam Floris I de Scoten van Adrichem. Hij is de stamvader van de familie van Adrichem. 
Het familiewapen van van Adrichem wordt beschreven als; in goud een rode leeuw, blauw getongd, beladen met een zilveren hartschild waarop een zwart wiel, overladen met een blauwe barensteel over de borst. Ook hier is aan het familiewapen duidelijk de rode leeuw en de azuur blauwe barensteel als afstammeling van de familie van Brederode te zien. De toevoeging is het zilveren hartschild met zwart wiel. Het wiel in het hartschild kan wijzen op een afstamming van de familie van Heusden die ook een wiel in hun wapen hebben. 



De familiewapens van de families van Teylingen, Brederode en van Adrichem zijn met de duidelijk herkenbare rode leeuw een van de oudste en meest herkenbare wapens binnen de Hollandse adel. En die van de familie van Adrichem specifiek binnen het Delftse en Haarlemse regentenmilieu. Er bestaan verschillende familiewapens voor de naam Van Adrichem. Familiewapens werden namelijk aan specifieke families of individuen gekoppeld en niet aan de achternaam in het algemeen, daardoor bestaan er meerdere variaties. Ondanks de kleine verschillen in de wapens is wel duidelijk de afstamming van de familie te herkennen.  


Traditoneel gezien werd een familiewapen gedragen op een schild. Vooral in de middeleeuwen werden ridders in steeds zwaardere harnassen gehuld. Er kwamen gesloten helmen waardoor je moeilijk kon zien. Om in het heetst van de strijd te kunnen onderscheiden wie vriend of vijand was moest elke ridder zijn eigen teken op een zijn schild afbeelden. Deze tekens werden al snel belangrijke symbolen. 
Ze werden ook gebruikt op gevelstenen, documenten, banieren, zegelringen, lakzegels en grafstenen. Zo onstond de heraldiek of wapenkunde; hierin werden de regels en gebruiken vastgelegd die rond deze cultuur was ontstaan. Een heraut ontwierp vaak wapenschilden en noteerden al deze wapens in een wapenboek. In tijden van oorlog werden door de herauten lijsten samen gesteld van ridders die naar het slagveld gingen. Zo werd het makkelijker om gesneuvelde ridders te identificeren. 

Oorspronkelijk hadden ridders een uniek wapeschild, later gingen zonen hun vaders wapen gebruiken, vaak met kleine wijzigingen. 

Wapens moesten destijds duidelijk, herkenbaar en zichtbaar zijn van veraf. Daarom moeten wapens zo eenvoudig mogelijk zijn en ook kleur was daarom erg belangrijk. Er werd gebruik gemaakt van de twee metalen; goud (geel) en zilver (wit) en vier email kleuren (niet zoals e-mail, de digitale post, maar zoals emaille 😄); rood (keel), blauw (azuur), zwart (sabel) en groen (sinopel). Figuren worden altijd afgebeeld op een achtergrond van goud of zilver en de figuren zijn van kleur zodat er voldoende contrast is. Omgekeerd kon ook het geval zijn. Elke kleur kan een symbolische betekenis hebben, dit kan echter verschillen per tijdsperiode, land of persoon. Ook gelden er regels voor het gebruik van kleur, zo mag metaal niet met metaal gecombineerd worden, dus geen zilver op goud, en email niet op email. 


De wapenschilden van de familie van Teylingen, van Brederode en van Adrichem onderscheiden zich van het wapen van de koning van Schotland en de graven van Holland door een zogenaamde barensteel. Dit is een breuk door het wapen waarmee een zoon zich onderscheidt van zijn vader. Ook werd het gebruikt als aanduiding van een jongere familietak. Alleen de oudste zoon had het recht om het volle familiewapen te voeren. De jongere moesten er veranderingen in aanbrengen, dit zijn vaak de breuken. Maar ook door een wapenkleur te wijzigingen, weglatingen of verplaatsingen aan te brengen. Zoals duidelijk te zien is bij bovenstaande wapens van de familie van Adrichem. 
Aan de barensteel vindt je pendanten of banners, meestal een stuk of drie. Tijdens vroegere veldslagen en toernooien voerden vaders het familiewapen op zijn schild, de oudste zoon had een schild dat half was afgeschermd met een doek. De jongere zonen hadden banners over hun schild. Sneuvelde de vader dan trok de oudste zoon het doek van zijn schild en werd hij de drager van het familiewapen. De jongere zonen trokken één van de banners van het schild. Dit is mogelijk de betekenis van de pendanten die je aan de barensteel kunt vinden. 

Naast de rode leeuw heb ik ook wapenschilden van de familie van Adrichem gevonden met een pijlstaartslang of "serpent" genoemd. Vermeld staat bij dit wapen; in blauw een verticaal geplaatste, gouden pijlstaartslang met een gekrulde staart en pijltong. 

Een slang of serpent kan o.a. staan voor; wijsheid, geneeskunde, transformatie of oneindigheid. Een geknoopte slang kan binnen de Heraldiek staan voor verbondenheid binnen een familie. De slang werd in de renaissance sterk geassocieerd met de deugd 'Prudentia' (voorzichtigheid en wijsheid). 

De slang tref ik namelijk vooral aan bij de Delftse familietak die in deze tijd leefden. Voor een familie van bestuurders en regenten in een stad als Delft was dit een passend en eervol symbool. Aangezien er geen bewijs is dat de Delftse tak afstamt van de adelijke tak kan het zijn dat ze daarom een nieuw symbool hebben gekozen.


Overigens stam ik wel degelijk af van de adelijke familie's van Teylingen, Brederode en van Adrichem, alleen dan met een omweg zoals je hierboven kunt zien. 

Ik ben ook een combinatie van beide wapenschilden tegen gekomen. Dit is een zogenaamd "gevierendeeld" schild met vier kwartieren. Deze worden van links boven naar rechts onder gelezen. Het wapen links boven is daarbij het belangrijkste in het schild. Een gevierendeeld wapen wordt vaak gebruikt om meerdere familiewapens te combineren. Dit gebeurt bijvoorbeeld bij een huwelijk tussen twee adellijke families of wanneer iemand verschillende titels.

Het wapen kan bestaan uit alleen een schild, maar er kan ook rondom een zogenaamde schilddekking zijn toegevoegd. Bovenop het schild staat dan vaak een helm, twee vleugels en daarboven op een helmteken. Dit komt vaak overeen met de stukken die op het schild staan. Zoals te zien is op het onderstaand familiewapen. 

Er kunnen in plaats van de helm ook een rangkroon worden toegevoegd, dit verschilt per rang binnen de adel. Maar ook een wapenspreuk of wapenmantel kan je als toevoeging vinden. En in gevelstenen zie je vaak zogenaamde schildhouders; vaak (fabel)dieren of menselijke figuren aan weerzijden van het wapen. Onderstaand het onderstaande koninklijk wapen van Nederland, compleet met rangkroon, wapenmantel, schildhouders en wapenspreuk. 

Koninklijk wapen van Nederland

Nog steeds is het mogelijk om een familiewapen te laten maken voor je familie als deze niet bestaat. Het wapen moet dan voldoen aan de regels van de heraldiek en uniek zijn. 


Voor onze tak van de familie zal geen specifiek wapen zijn, neem ik aan, aangezien onze afstamming niet via de lijn van oudste zonen gaat. Daarom heb ik AI maar even aan het werk gezet voor ons onofficiële eigen exemplaar!

Wil je meer weten over de adelijke familie's van Holland? Neem dan eens een kijkje op de prachtige, uitgebreide site van John Ooms

Update: Ik vond nog een zegel van mijn voorouder Dirk Phillipsz van Adrichem. Deze heeft hij gebruikt in zijn functie als schout van Schoonderloo. Duidelijk is de pijlstaartslang op het wapen te zien.





 



woensdag 1 april 2026

Straatnamen

Vorige week kreeg ik een opmerking van iemand die nog nooit van mijn achternaam van Adrichem had gehoord. Ik hoor het vaker hier in het oosten van het land. Hoe anders is het in het westen van het land. Rotterdam, Delft, Haarlem, Beverwijk, daar is de naam veel bekender. 

Er zijn een aantal verschillende familie's van Adrichem. Er zijn o.a. de Haarlemse tak, de Westlandse tak en de Delftse tak, waar mijn familie oorspronkelijk van afstamt. Allemaal vernoemd naar de adelijke familie van Adrichem die zijn oorsprong rond Beverwijk vind. Alleen betekend een vernoeming niet vanzelfsprekend ook een afstamming van deze adelijke familie. Voor dat Napoleon in 1811 de vaste achternaam invoerde kon een familie naam nogal eens gewijzigd worden of vervallen. Zo werd in mijn familie pas rond 1500 de achternaam van Adrichem gebruikt terwijl de naam van Adrichem in de 8e eeuw voor het eerst gebruikt werd. 

Of de bovengenoemde takken ook onderling verwant zijn aan elkaar is niet bekend. Er zijn ook familie's die naast de achternaam van Adrichem ook nog een toevoeging hebben zoals Cavelier van Adrichem, van Adrichem Boogaert en van Adrichem van Dorp. 

In het westen van het land zijn er een aantal straten, wegen en lanen vernoemd naar prominente van Adrichem's. 

Zo heb je in Haarlem de; Floris van Adrichemlaan. Deze straat is vernoemd naar Floris Willemszoon van Adrichem. Floris werd geboren rond 1509 als zoon van Willem Pietersz Speyart en Geertruidt Florysdr van Adrichem. Floris was een invloedrijke en rijke Haarlemmer in de 16e eeuw. Hij bezat meerdere huizen en landerijen in Haarlem. De Floris van Adrichemlaan ligt in de Boerhavewijk in Haarlem, waar de meeste straten vernoemd zijn naar medici. Hoewel hij geen arts was dankt hij zijn vernoeming aan de grote betekenis die hij voor de gezondheidszorg in de stad heeft gehad. Hij was de man achter de eerste statuten van het historische "Sint Elisabeth Gasthuis". Bij zijn overlijden in 1554 liet hij zijn landerijen na aan het Gasthuis. Hij bepaalde in zijn testament dat met de opbrengst van deze landerijen het gasthuis ondersteund moest worden en er een vaste arts moest worden aangesteld. Ook wilde hij er een groot bedracht besteed werd aan medicijnen en eten voor de zieken. Vooral kip, wijn, wit brood en suiker. Het was vooral een ziekenhuis voor de arme laag van de bevolking, de rijken werden thuis verpleegd, en hij had het beste met hen voor. Tegenwoordig zouden de artsen vraagtekens zetten bij een dieet van vlees, wijn, suiker en wit brood... Uiteindelijk heeft het ziekenhuis maarliefst vier eeuwen bestaan en is uiteindelijk op gegaan in het Spaarne Gasthuis, het huidige ziekenhuis in Haarlem. 

De voormalige poort van het Elisabeth Gasthuis. 

De van Adrichemlaan in Beverwijk is vernoemd naar het voormalige kasteel Adrichem, dat tot de 1812 in dit gebied stond. Na de sloop van het kasteel in 1812 bleef de naam behouden aan de latere boerderij "Hoeve Adrichem". De naam Adrichem of Adrichaim betekend letterlijk het heem/heim (de woning) van een persoon die Adric heeft geheten. Rond 722 stond hier een versterkte hoeve met die naam. Tegenwoordig vind je op die plek alleen nog het sportpark Adrichem. 

Kasteel Adrichem

Ook in onze hoofdstad is een Adrichemstraat te vinden. In de Amsterdamse Spaarndammerbuurt vind je de straat die is vernoemd naar Christiaan van Adrichem. Hij stamt net als ik af van de Delftse familietak en daardoor zijn we zijdelings verwant. Ik schreef HIER al eerder zijn levensverhaal. Christiaan was een priester en schrijver en is vooral bekend geworden door zijn kaarten van het historische Jeruzalem. 

Kaart van Jeruzalem door Christaan van Adrichem

De Van Adrichemstraat in Delft is vernoemd naar de familie waarmee ik mijn wortels deel. De nazaten van de broer van mijn rechtstreekse voorouder Philip Claesz van Adrichem waren een invloedrijk geslacht in de 16e en 17e eeuw in Delft. Ze speelden een prominente rol in het Delftse stadsbestuur. Over deze familie schreef ik al eerder. Deze verhalen vind je onder DEZE link. Deze straat is dan ook niet vernoemd naar één persoon, maar naar de hele Delftse burgermeestersfamilie. 

Via mijn voorouder Philip Claesz van Adrichem kwam mijn kant van de familie uiteindelijk in Rotterdam terecht. En ook daar vind je de Van Adrichemweg. Deze weg ligt in de wijk Overschie en is ook vernoemd naar Delftse familietak. Van mijn voorouder Philip heb ik weinig kunnen vinden. Maar ik ben nieuwsgierig of hij en zijn zonen ook mee hebben gelift op de invloed en het succes van zijn broer en diens kinderen. Philip en zijn nakomeling bekleeden ook belangerijke functie's in het stadsbestuur van Delfshaven, Overschie en omgeving maar waren lang niet zo succesvol als de Delftse burgermeesters. De vernoeming van de straat vereert de historische rol van deze familie in het lokale bestuur. 


In het oosten van het land is helaas nog geen straat met de achternaam van Adrichem te vinden. Maar dingen kunnen veranderen. Wie weet hangt er over honderd jaar wel een straatnaambordje met mijn naam hier in Enschede. 
Een vrouw mag toch dromen? 😁