zondag 12 april 2026

Familiewapens

Wat heeft de Schotse koning "William I" te maken met het familiewapen van de familie van Adrichem? 

Koning William I

William I was een Schotse koning die regeerde van 1165 tot 1214. Het was een grote, sterke maar ook koppige man met vlammend rood haar. Hij trouwde met Ermengarde de Beaumont, een achterkleindochter van de Engelse koning Henry I (1068-1135). Henry I was het jongste kind van Willem de Veroveraar

Koning Malcolm IV

William zelf was de zoon van prins Hendrik van Schotland en Ada van Warenne. Hendrik en Ada kregen de volgende kinderen: Malcolm, William, Margaretha, David, Ada en Mathilde. 

Oudste zoon Malcolm werd op twaalf jarige leeftijd koning toen eerst zijn vader vrij onverwacht en daarna zijn grootvader koning David I overleden. De jonge Malcolm zelf had een zwakke gezondheid en na een lang ziektebed overleed hij op vijfentwintig jarige leeftijd. De troonopvolging ging vervolgens naar zijn jongere broer William. 

Koning Willam I

De tweeëntwintig jarige Koning William I kreeg de bijnaam "de Leeuw". Misschien was hij sterk en dapper, misschien vanwege zijn vlammende rode haar. Hij is de eerste koning die een rode leeuw als familiewapen zou gaan gebruiken. Nog steeds wordt deze vlag met rode leeuw gezien als de onofficieële koninklijke vlag van Schotland. 


Williams zus; prinses Ada van Schotland (1145-1204) trouwde met graaf Floris III van Holland. Hij was een zoon van graaf Dirk VI en Sophia van Rheineck. "William the Lion" en Floris III hadden een goede verstandhouding. William benoemde Floris tot rijksvorst en "Earl van Ross" hoewel hij die laatste titel later weer zou moeten opgeven.  

Floris III van Holland

Floris III werd zo de eerste graaf van Holland die de Hollandse Leeuw op zowel zijn munten als zijn wapenschild voerde. Alle volgende graven uit het Hollandse huis zouden hem daarin volgen. Als gevolg hiervan werd het wapen vereenzelvigd met het graafschap Holland, en uiteindelijk met de provincie Zuid-Holland. 

Uit de afstamming van de graven van Holland komt ook het geslacht van Teylingen. Van welke Hollandse graaf de eerste heer van Teylingen afstamt blijft onduidelijk, maar dat de familie van Teylingen nazaten zijn van de graven van Holland is aan hun familiewapen duidelijk te zien. 

Het wapen van de familie van Teylingen is net zoals bij koning "William the Lion" een rode leeuw op een schild van goud. Het verschil hier is de zilveren barensteel die over de leeuw is aangebracht. Destijds was het gebruikelijk om met een barensteel aan te geven dat de afstamming niet via de oudste zoon ging, maar via de jongste zoon, die niet voor directe opvolging in aanmerking kwam. Een barensteel van edelmetaal past heel goed bij de grandeur van de familie van Teylingen die destijds hoog in aanzien stonden bij het Hollandse gravenhuis.  

"In goud een leeuw van keel, getongd en genageld
van azuur, met over de borst een barensteel van
zilver." 

Willem van Teylingen is de stamvader van de familie van Teylingen. Hij trouwde met Agniese van Bentheim, woonachtig op het slot Bentheim. Samen kregen ze zoon Dirk van Teylingen, heer van Brederode (Dirk I van Brederode). Hij liet een kasteel bouwen op een "brede roede"; een breed stuk grond dat ontbost was. Dirk werd daarmee de stamvader van de familie van Brederode. 

Waar het familiewapen van de familie van Teylingen een zilveren barensteel heeft is het verschil met het familiewapen van Brederode een barensteel van azuur. Waarmee aan werd gegeven dat hij niet de oudste zoon was en hij dus niet zijn vaders opvolger was.


Dirk trouwde met Alverade van Heusden. Uit dit huwelijk werd Heer Willem I van Brederode geboren. Er is een reconstructie gemaakt van het skelet van Willem I van Brederode en zijn vrouw. Willem, die in 1255 tot ridder werd geslagen zie je hier onder in volle uitdossing, het familiewapen goed te zien.  
Willem I van Brederode

Tijdens de regering van Floris V behoorde Willem I van Brederode tot de rijkste en aanzienlijkste edelen van het graafschap. Hij trouwde met de weduwe Hillegonda van Voorne. Zij was een dochter van de Heer van Voorne. Uit dit huwelijk werden tenminste vijf kinderen geboren. 
Echter, Willem had ook meerdere onechte kinderen met Margaretha van Merwede. Zij was een dochter van de ridder Heer Daniel IV van Merwede. Tenminste drie bastaard zonen kwamen uit deze relatie voort. Het jongste kind kreeg de naam Floris I de Scoten van Adrichem. Hij is de stamvader van de familie van Adrichem. 
Het familiewapen van van Adrichem wordt beschreven als; in goud een rode leeuw, blauw getongd, beladen met een zilveren hartschild waarop een zwart wiel, overladen met een blauwe barensteel over de borst. Ook hier is aan het familiewapen duidelijk de rode leeuw en de azuur blauwe barensteel als afstammeling van de familie van Brederode te zien. De toevoeging is het zilveren hartschild met zwart wiel. Het wiel in het hartschild kan wijzen op een afstamming van de familie van Heusden die ook een wiel in hun wapen hebben. 



De familiewapens van de families van Teylingen, Brederode en van Adrichem zijn met de duidelijk herkenbare rode leeuw een van de oudste en meest herkenbare wapens binnen de Hollandse adel. En die van de familie van Adrichem specifiek binnen het Delftse en Haarlemse regentenmilieu. Er bestaan verschillende familiewapens voor de naam Van Adrichem. Familiewapens werden namelijk aan specifieke families of individuen gekoppeld en niet aan de achternaam in het algemeen, daardoor bestaan er meerdere variaties. Ondanks de kleine verschillen in de wapens is wel duidelijk de afstamming van de familie te herkennen.  


Traditoneel gezien werd een familiewapen gedragen op een schild. Vooral in de middeleeuwen werden ridders in steeds zwaardere harnassen gehuld. Er kwamen gesloten helmen waardoor je moeilijk kon zien. Om in het heetst van de strijd te kunnen onderscheiden wie vriend of vijand was moest elke ridder zijn eigen teken op een zijn schild afbeelden. Deze tekens werden al snel belangrijke symbolen. 
Ze werden ook gebruikt op gevelstenen, documenten, banieren, zegelringen, lakzegels en grafstenen. Zo onstond de heraldiek of wapenkunde; hierin werden de regels en gebruiken vastgelegd die rond deze cultuur was ontstaan. Een heraut ontwierp vaak wapenschilden en noteerden al deze wapens in een wapenboek. In tijden van oorlog werden door de herauten lijsten samen gesteld van ridders die naar het slagveld gingen. Zo werd het makkelijker om gesneuvelde ridders te identificeren. 

Oorspronkelijk hadden ridders een uniek wapeschild, later gingen zonen hun vaders wapen gebruiken, vaak met kleine wijzigingen. 

Wapens moesten destijds duidelijk, herkenbaar en zichtbaar zijn van veraf. Daarom moeten wapens zo eenvoudig mogelijk zijn en ook kleur was daarom erg belangrijk. Er werd gebruik gemaakt van de twee metalen; goud (geel) en zilver (wit) en vier email kleuren (niet zoals e-mail, de digitale post, maar zoals emaille 😄); rood (keel), blauw (azuur), zwart (sabel) en groen (sinopel). Figuren worden altijd afgebeeld op een achtergrond van goud of zilver en de figuren zijn van kleur zodat er voldoende contrast is. Omgekeerd kon ook het geval zijn. Elke kleur kan een symbolische betekenis hebben, dit kan echter verschillen per tijdsperiode, land of persoon. Ook gelden er regels voor het gebruik van kleur, zo mag metaal niet met metaal gecombineerd worden, dus geen zilver op goud, en email niet op email. 


De wapenschilden van de familie van Teylingen, van Brederode en van Adrichem onderscheiden zich van het wapen van de koning van Schotland en de graven van Holland door een zogenaamde barensteel. Dit is een breuk door het wapen waarmee een zoon zich onderscheidt van zijn vader. Ook werd het gebruikt als aanduiding van een jongere familietak. Alleen de oudste zoon had het recht om het volle familiewapen te voeren. De jongere moesten er veranderingen in aanbrengen, dit zijn vaak de breuken. Maar ook door een wapenkleur te wijzigingen, weglatingen of verplaatsingen aan te brengen. Zoals duidelijk te zien is bij bovenstaande wapens van de familie van Adrichem. 
Aan de barensteel vindt je pendanten of banners, meestal een stuk of drie. Tijdens vroegere veldslagen en toernooien voerden vaders het familiewapen op zijn schild, de oudste zoon had een schild dat half was afgeschermd met een doek. De jongere zonen hadden banners over hun schild. Sneuvelde de vader dan trok de oudste zoon het doek van zijn schild en werd hij de drager van het familiewapen. De jongere zonen trokken één van de banners van het schild. Dit is mogelijk de betekenis van de pendanten die je aan de barensteel kunt vinden. 

Naast de rode leeuw heb ik ook wapenschilden van de familie van Adrichem gevonden met een pijlstaartslang of "serpent" genoemd. Vermeld staat bij dit wapen; in blauw een verticaal geplaatste, gouden pijlstaartslang met een gekrulde staart en pijltong. 

Een slang of serpent kan o.a. staan voor; wijsheid, geneeskunde, transformatie of oneindigheid. Een geknoopte slang kan binnen de Heraldiek staan voor verbondenheid binnen een familie. De slang werd in de renaissance sterk geassocieerd met de deugd 'Prudentia' (voorzichtigheid en wijsheid). 

De slang tref ik namelijk vooral aan bij de Delftse familietak die in deze tijd leefden. Voor een familie van bestuurders en regenten in een stad als Delft was dit een passend en eervol symbool. Aangezien er geen bewijs is dat de Delftse tak afstamt van de adelijke tak kan het zijn dat ze daarom een nieuw symbool hebben gekozen.


Overigens stam ik wel degelijk af van de adelijke familie's van Teylingen, Brederode en van Adrichem, alleen dan met een omweg zoals je hierboven kunt zien. 

Ik ben ook een combinatie van beide wapenschilden tegen gekomen. Dit is een zogenaamd "gevierendeeld" schild met vier kwartieren. Deze worden van links boven naar rechts onder gelezen. Het wapen links boven is daarbij het belangrijkste in het schild. Een gevierendeeld wapen wordt vaak gebruikt om meerdere familiewapens te combineren. Dit gebeurt bijvoorbeeld bij een huwelijk tussen twee adellijke families of wanneer iemand verschillende titels.

Het wapen kan bestaan uit alleen een schild, maar er kan ook rondom een zogenaamde schilddekking zijn toegevoegd. Bovenop het schild staat dan vaak een helm, twee vleugels en daarboven op een helmteken. Dit komt vaak overeen met de stukken die op het schild staan. Zoals te zien is op het onderstaand familiewapen. 

Er kunnen in plaats van de helm ook een rangkroon worden toegevoegd, dit verschilt per rang binnen de adel. Maar ook een wapenspreuk of wapenmantel kan je als toevoeging vinden. En in gevelstenen zie je vaak zogenaamde schildhouders; vaak (fabel)dieren of menselijke figuren aan weerzijden van het wapen. Onderstaand het onderstaande koninklijk wapen van Nederland, compleet met rangkroon, wapenmantel, schildhouders en wapenspreuk. 

Koninklijk wapen van Nederland

Nog steeds is het mogelijk om een familiewapen te laten maken voor je familie als deze niet bestaat. Het wapen moet dan voldoen aan de regels van de heraldiek en uniek zijn. 


Voor onze tak van de familie zal geen specifiek wapen zijn, neem ik aan, aangezien onze afstamming niet via de lijn van oudste zonen gaat. Daarom heb ik AI maar even aan het werk gezet voor ons onofficiële eigen exemplaar!

Wil je meer weten over de adelijke familie's van Holland? Neem dan eens een kijkje op de prachtige, uitgebreide site van John Ooms

 



woensdag 1 april 2026

Straatnamen

Vorige week kreeg ik een opmerking van iemand die nog nooit van mijn achternaam van Adrichem had gehoord. Ik hoor het vaker hier in het oosten van het land. Hoe anders is het in het westen van het land. Rotterdam, Delft, Haarlem, Beverwijk, daar is de naam veel bekender. 

Er zijn een aantal verschillende familie's van Adrichem. Er zijn o.a. de Haarlemse tak, de Westlandse tak en de Delftse tak, waar mijn familie oorspronkelijk van afstamt. Allemaal vernoemd naar de adelijke familie van Adrichem die zijn oorsprong rond Beverwijk vind. Alleen betekend een vernoeming niet vanzelfsprekend ook een afstamming van deze adelijke familie. Voor dat Napoleon in 1811 de vaste achternaam invoerde kon een familie naam nogal eens gewijzigd worden of vervallen. Zo werd in mijn familie pas rond 1500 de achternaam van Adrichem gebruikt terwijl de naam van Adrichem in de 8e eeuw voor het eerst gebruikt werd. 

Of de bovengenoemde takken ook onderling verwant zijn aan elkaar is niet bekend. Er zijn ook familie's die naast de achternaam van Adrichem ook nog een toevoeging hebben zoals Cavelier van Adrichem, van Adrichem Boogaert en van Adrichem van Dorp. 

In het westen van het land zijn er een aantal straten, wegen en lanen vernoemd naar prominente van Adrichem's. 

Zo heb je in Haarlem de; Floris van Adrichemlaan. Deze straat is vernoemd naar Floris Willemszoon van Adrichem. Floris werd geboren rond 1509 als zoon van Willem Pietersz Speyart en Geertruidt Florysdr van Adrichem. Floris was een invloedrijke en rijke Haarlemmer in de 16e eeuw. Hij bezat meerdere huizen en landerijen in Haarlem. De Floris van Adrichemlaan ligt in de Boerhavewijk in Haarlem, waar de meeste straten vernoemd zijn naar medici. Hoewel hij geen arts was dankt hij zijn vernoeming aan de grote betekenis die hij voor de gezondheidszorg in de stad heeft gehad. Hij was de man achter de eerste statuten van het historische "Sint Elisabeth Gasthuis". Bij zijn overlijden in 1554 liet hij zijn landerijen na aan het Gasthuis. Hij bepaalde in zijn testament dat met de opbrengst van deze landerijen het gasthuis ondersteund moest worden en er een vaste arts moest worden aangesteld. Ook wilde hij er een groot bedracht besteed werd aan medicijnen en eten voor de zieken. Vooral kip, wijn, wit brood en suiker. Het was vooral een ziekenhuis voor de arme laag van de bevolking, de rijken werden thuis verpleegd, en hij had het beste met hen voor. Tegenwoordig zouden de artsen vraagtekens zetten bij een dieet van vlees, wijn, suiker en wit brood... Uiteindelijk heeft het ziekenhuis maarliefst vier eeuwen bestaan en is uiteindelijk op gegaan in het Spaarne Gasthuis, het huidige ziekenhuis in Haarlem. 

De voormalige poort van het Elisabeth Gasthuis. 

De van Adrichemlaan in Beverwijk is vernoemd naar het voormalige kasteel Adrichem, dat tot de 1812 in dit gebied stond. Na de sloop van het kasteel in 1812 bleef de naam behouden aan de latere boerderij "Hoeve Adrichem". De naam Adrichem of Adrichaim betekend letterlijk het heem/heim (de woning) van een persoon die Adric heeft geheten. Rond 722 stond hier een versterkte hoeve met die naam. Tegenwoordig vind je op die plek alleen nog het sportpark Adrichem. 

Kasteel Adrichem

Ook in onze hoofdstad is een Adrichemstraat te vinden. In de Amsterdamse Spaarndammerbuurt vind je de straat die is vernoemd naar Christiaan van Adrichem. Hij stamt net als ik af van de Delftse familietak en daardoor zijn we zijdelings verwant. Ik schreef HIER al eerder zijn levensverhaal. Christiaan was een priester en schrijver en is vooral bekend geworden door zijn kaarten van het historische Jeruzalem. 

Kaart van Jeruzalem door Christaan van Adrichem

De Van Adrichemstraat in Delft is vernoemd naar de familie waarmee ik mijn wortels deel. De nazaten van de broer van mijn rechtstreekse voorouder Philip Claesz van Adrichem waren een invloedrijk geslacht in de 16e en 17e eeuw in Delft. Ze speelden een prominente rol in het Delftse stadsbestuur. Over deze familie schreef ik al eerder. Deze verhalen vind je onder DEZE link. Deze straat is dan ook niet vernoemd naar één persoon, maar naar de hele Delftse burgermeestersfamilie. 

Via mijn voorouder Philip Claesz van Adrichem kwam mijn kant van de familie uiteindelijk in Rotterdam terecht. En ook daar vind je de Van Adrichemweg. Deze weg ligt in de wijk Overschie en is ook vernoemd naar Delftse familietak. Van mijn voorouder Philip heb ik weinig kunnen vinden. Maar ik ben nieuwsgierig of hij en zijn zonen ook mee hebben gelift op de invloed en het succes van zijn broer en diens kinderen. Philip en zijn nakomeling bekleeden ook belangerijke functie's in het stadsbestuur van Delfshaven, Overschie en omgeving maar waren lang niet zo succesvol als de Delftse burgermeesters. De vernoeming van de straat vereert de historische rol van deze familie in het lokale bestuur. 


In het oosten van het land is helaas nog geen straat met de achternaam van Adrichem te vinden. Maar dingen kunnen veranderen. Wie weet hangt er over honderd jaar wel een straatnaambordje met mijn naam hier in Enschede. 
Een vrouw mag toch dromen? 😁



zondag 15 maart 2026

Kindred spirit

Onlangs nam Willem van Adrichem contact met mij op. Een in Amerika woonachtige Nederlander die net als ik onderzoek doet naar zijn familiegeschiedenis. Wel dezelfde achternaam, maar de verwantschap ligt waarschijnlijk zo'n 15 generaties terug. Waar bij mij meer de focus ligt op het onderzoek naar de levensverhalen van mijn individuele voorouders, ligt bij Willem meer de focus op het onderzoek naar de achternaam van Adrichem. Hij heeft dit onderzoek overgenomen van zijn inmiddels overleden tante Jeanne van Adrichem. Zij is mede verantwoordelijk voor het in 2001 uitgebrachte boek "Van welke van Adrichem bij jij er een?". Hoewel onze tak van de van Adrichem's niet in dit boek vermeld zijn, heb ik het boek wel in de kast staan. Dit kon niet ontbreken in mijn verzameling boeken over mijn voorouders en aanverwante onderwerpen. Ook Georgina van Adrichem hielp mee aan het boek. Van haar heb ik destijds veel informatie gekregen over mijn voorouders. 

Willem mag graag, zoals hij het zelf verwoord, knoeien met websites. Zijn bevindingen heeft hij dan ook op zijn prachtige website geplaatst. Omdat dit ook een grote wens van mij is, ben ik dan ook enorm jaloers op zijn website! 
Ook ik zou graag een mooie website hebben waar ik de verhalen die ik heb geschreven gemakkelijk aan mijn stamboom kan koppelen. Helaas ontbreekt het mij hier voor nog aan de nodige kennis hoewel ik me al wel verdiept heb in bijv. TNG. Voorlopig blijf ik maar gewoon op deze houtje-touwtje achtige manier doorknutselen aan deze blog. Het gaat tenslotte niet om de vormgeving, maar om de verhalen van mijn voorouders. 


Al jaren werd er, mede door Jeanne van Adrichem gezocht naar de missing link tussen de nazaten van de adelijke familie van Adrichem en de huidige familieleden met die achternaam. Willem heeft een mogelijke nieuwe aanwijzing gevonden waarmee de families aan elkaar kunnen worden gelinkt. Een erg interessante theorie over een familie waarover ik ook al meerdere keren heb geschreven. Mocht er meer duidelijkheid hier over komen dan giet ik dat vast in een verhaal voor hier op mijn blog!

Willems website geeft me ook weer inspiratie voor het schrijven van nieuwe verhalen. De informatie die ik online kan vinden droogt langzaam op en het wordt steeds moeilijker om onderwerpen te vinden om over te schrijven. De verhalen worden korter, de onderwerpen minder interessant, maar ik blijf mijn best doen om regelmatig nieuwe verhalen te schrijven. Soms komen er ineens weer veel nieuwe verhalen bij, en zo is het weer lange tijd stil, maar achter de schermen wordt nog steeds ijverig gezocht.

Wil je graag meer weten over de achternaam van Adrichem dan raad ik het zeer aan om een kijkje te nemen op de website van Willem. De link naar de website vind je HIER. Omdat de kinderen van Willem beter Engels dan Nederlands spreken, is de website ook te vertalen naar het Engels. 



donderdag 5 maart 2026

Elizabeth Groeneweg - van Bever

Soms laat een zoektocht je niet meer los. Zo ook de zoektocht naar wat er is gebeurd in de Tweede Wereldoorlog met Elizabeth Groeneweg- van Bever, de overgrootmoeder van mijn schoonzus. Het is een triest verhaal. Een verhaal waar ik uit nieuwsgierigheid eens naar vroeg en ik "eventjes" online naar ging kijken. Het verhaal werd voor mij echter steeds intrigerender, uitgebreider en verdrietiger. Het riep ook steeds meer vragen op dan dat ik antwoorden vond. Het is een verhaal over een Joods gezin, zoals zovele voor de oorlog, waarvan niemand ooit weer naar huis keerde. 

Binnen de Joodse traditie is het belangrijk om de namen te noemen van diegene die zijn overleden. Als je naam niet meer genoemd wordt ben je past echt overleden. Daarom noem ik hier de namen van Elizabeth en haar familieleden, de voorouders van mijn neefje. Zodat hun verhaal levend blijft en ze niet worden vergeten. 

Hun namen staan vermeld op het Holocaust monument in de voormalige Jodenbuurt in Amsterdam. Tussen de ruim 102.000 namen van de slachtoffers van de Holocaust die geen individueel graf hebben, heeft ieder familielid zijn eigen steen. De stenen met de namen, geboortedata en leeftijd bij overlijden zijn te adopteren. Dat kan via deze LINK.

Het kan zijn dat er nog (verre) familieleden in leven zijn, vanwege privacy redenen noem ik daarom de mogelijk nog levende familieleden in het verhaal niet bij naam. 

----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Voor de Tweede Wereldoorlog woonden er zo'n 13.000 Joden in Rotterdam. Rotterdam was daarmee, na Amsterdam en Den Haag, de derde Joodse plaats in Nederland. In Rotterdam woonde het gezin van Bever-van Spier. Een normaal Joods gezin bestaand uit zeven personen. Vader is Samuel Levie van Bever. Hij werd op 5 augustus 1885 geboren in Rotterdam en was de jongste van acht kinderen, waarvan er twee niet ouder dan één jaar zijn geworden. Zijn vader was de Amsterdammer Elias Samuel van Bever (1846-1897) en zijn moeder, de in Rotterdam geboren Elizabeth Spetter (1843-1933). 

Moeder Mietje van Spier deelde dezelfde verjaardag als haar man. Zij werd twee jaar later in 1887 geboren, ook op 5 augustus, in Culemborg. Haar vader was de, in Culemborg geboren, Marcus van Spier (1835-1913) en haar moeders naam was Saartje Levie (ca. 1845-1914). Zij werd geboren in Rheden. Mietje was ook het jongste kind in een gezin van zeven kinderen. Eén zusje overleed op één jarige leeftijd, een broertje met zes maanden. 

Mietje en Samuel Levie trouwden op 7 juni 1911 in Rotterdam. Mietje was toen drieëntwintig en Samuel vijfentwintig jaar oud. Mietje was op het moment van trouwen al zwanger, een buikje moet al te zien zijn geweest. Slecht vier maanden later werd hun eerste dochter geboren. Op 26 oktober 1911, een koude en regenachtige herfstdag, beviel Mietje van dochter Elizabeth. Vernoemd naar de moeder van Samuel; Elizabeth Spetter. Deze Elizabeth Spetter heeft na het overlijden van haar man nog een tijdje bij het gezin van Bever-van Spier in huis gewoond. 

Op zeven september 1913 werd er opnieuw een dochter geboren; Saartje; vernoemd naar de moeder van Mietje; Saartje Levie. Op 6 januari 1915 komt dochter nummer drie ter wereld; Esther. Vernoemd naar de oudste zus van Samuel; Esther van Bever. Helaas overleed het meisje al op 8 februari 1915 aan de Zandstraat 66b in Rotterdam, net een maand oud. 

Er volgde op 31 maart 1916 weer een dochter; Lena. Waarschijnlijk vernoemd naar de oma van Mietje; Leentje Levie. Op 8 augustus 1919 werd eindelijk een zoon geboren; Elias Simon van Bever. Vernoemd naar zijn opa, die al was overleden, maar die ook als naam Elias Simon van Bever had. En op 17 december 1922 volgde de laatste zoon Marcus. Vernoemd naar de reeds overleden vader van Mietje; Marcus van Spier. 

De persoonskaart van het gezin is een rommeltje, maar ik maak er op uit dat het gezin in elk geval bij het begin van het huwelijk heeft gewoond aan de Helmersstraat 1b in Rotterdam. 

Helmerstraat 1921

Voor de Tweede Wereldoorlog werd deze straat bevolkt door de Joodse arbeidersklasse van Rotterdam. Negentig procent van de Rotterdamse Joden behoorden tot deze groep. Ook woonde het gezin in verschillende huizen aan de Zandstraat. Deze straat vormde het hart van de Zandstraatbuurt en was de meest Joodse buurt die Rotterdam ooit gekend heeft. De Zandstraat werd al voor de oorlog gesloopt. Het waren veelal verkrotte huizen en het arme deel van de Joodse bevolking woonde hier, maar ook de prostituees huurden hier hun kamertje en was er veel criminaliteit. Zo'n tien procent, op een bevolking van 2500 personen in deze buurt, was van Joodse afkomst. Ook de Helmersstraat verarmde drastisch tijdens de crisis van de jaren dertig. 

Samuel wordt bij zijn huwelijk in 1911 vermeld als melkbezorger. Vervolgens staat hij bij de geboorte van zijn kinderen vermeld als; koopman in geregelde goederen (1913), uitdrager (1915), loopknecht (1915), melkbezorger (1916) en koopman in lompen (1919). Een aantal jaren later, als zijn kinderen gaan trouwen staat hij vermeld als koopman (1934-1941). 

De Joden werden van oudsher uitgesloten van veel beroepen zoals ambachten en gilden waardoor er vaak niet veel meer overbleef dan handelaar of (markt)koopman te worden. Vaak blonken ze uit in deze beroepen en ontstond de spreekwoordelijke "Joodse handelsgeest". Koopman in allerlei soorten verschillende goederen, ben ik dan ook bij vele familieleden van de familie van Bever als beroep tegengekomen. Met handkarren probeerden ze op markten hun waren aan voorbijgangers te slijten. Tijdens de Duitse bezetting werd het voor Joden verboden op "gewone" markten waardoor er geïsoleerde Joodse markten ontstonden. Ook voor Samuel Levie zal het moeilijk zijn geweest om in het levensonderhoud van zijn gezin te voldoen. Helemaal na het bombardement op Rotterdam van 10 mei 1940 en daaropvolgende capitulatie en beperkende maatregelen die Duitser aan de Joden oplegden. 

Welke plaats nam religie in binnen de familie van Bever? Gingen ze naar de synagoge? Vierden ze Joodse feestdagen, hielden ze zich aan de sabbat of aan de koosjere wetten, vierden ze hun Bar/Bat Mitswa? Drie van de vijf kinderen van Samuel Levie en Mietje trouwden met een niet Joodse partner. Wel woonden het gezin vaak midden in Joodse buurten. De kinderen zaten op reguliere scholen (Joodse scholen werden pad na 1941 opgericht in Rotterdam). In neem aan dat religie wel een rol speelde maar dat ze geen traditionele of orthodoxe joden waren. Maar ik kan het mis hebben.

Voor de bevolking van Rotterdam begon de oorlog met het bombardement ten volste. Achthonderd mensenlevens gingen verloren, 24.000 Woningen gingen in vlammen op en 80.000 mensen werden dakloos. Was de familie van Bever een van de slachtoffers die al hun bezittingen in vlammen op zagen gaan? Ze woonden op dat moment aan de Hofdijk, in het centrum van Rotterdam. Verloren ze hun huis? Ik kan er niets over vinden en de persoonskaart brengt ook niet veel uitkomst. Het zal in elk geval een grote impact hebben gehad op het dagelijks leven van de Rotterdammers. De gehele infrastructuur van de binnenstad was immers verwoest. 

Na de capitulatie op 14 mei 1940 trokken de Duitse troepen de stad in. In de eerste maanden van de bezetting was het nog een relatief rustige periode. Er werd voornamelijk puin geruimd en van de bezetter was niet veel merkbaar. Het normale leven kon toch weer redelijk doorgang vinden. 

Voor Joden was dat anders. Op 21 november 1940 werden alle Joodse ambtenaren ontslagen. Vanaf begin 1941 moesten alle personen van Joodse bloede zich aanmelden als Jood. Vanaf april 1941 werden de persoonsbewijzen ingevoerd en moesten de Joden een letter J in hun persoonsbewijs hebben. Allerlei maatregelen zorgden ervoor dat de Joden werden gesegregeerd. In augustus 1941 werd een deel van Rotterdam verboden voor Joden en Joodse kinderen mochten niet meer naar een reguliere school. 


Op maandag 10 februari 1941 moesten alle Joden wiens achternaam met een A of B begon, zich melden. Samuel Levie en Mietje evenals hun kinderen, partners en kleinkinderen kregen allen een zwarte J in hun persoonsbewijs. 

Samuel Levie en Mietjes oudste dochter, Elizabeth trouwde op 22 augustus 1934 met de niet Joodse Frans Jacob van Groeneweg 

Handtekeningen van Samuel Levie, Mietje, Elizabeth en Frans Jacob onder de huwelijksakte

Het gezin woonden volgens de persoonskaart aan het begin van het huwelijk aan de Eendrachtstraat. Vervolgens aan de Aert van Nesstraat waar de oudste zoon geboren is. Daarna verhuisden ze naar de Warmoezierstraat. Dochter Hendrika Johanna Groeneweg, de oma van mijn schoonzus, werd waarschijnlijk aan de Goudscheweg in Rotterdam geboren. En in 1938 woonden het gezin aan de Boomgaarddwarsstraat waar de jongste zoon ter wereld kwam. Niet alle adressen op de kaart kan ik goed lezen, sommige zijn vaag met potlood geschreven dus ik weet niet of ik alle namen goed en compleet heb. Maar dat ze in vijf jaar tijd zeven keer verhuizen geeft aan dat het gezin het niet breed had. 

Goudscheweg Rotterdam

Alle Joodse inwoners moesten zich melden, ook als je van half- of kwart Joodse afstamming was. Ook Elizabeth en de kinderen hebben zich moeten melden. Volgens de persoonskaart van Frans en Elizabeth zijn de kinderen allen Nederlands Hervormd gedoopt. Ook bij Elizabeth staat Israëlitisch doorgestreept en staat er NH (Nederlands Hervormd) boven. Er staat een aantekening bij; "Doopsbewijzen gezien, 27/11/1936". Betekend dit dat Elizabeth zich in 1936 heeft laten dopen? Het is mij niet helemaal duidelijk. 


Vanaf 2 mei 1942 werd het voor alle Joden ouder dan zes jaar oud, ook de half- en kwart Joden, verplicht een Jodenster te dragen. Zonder deze gele ster mochten ze zich niet meer in het openbaar begeven. Ook moesten Joden hun vorderingen bij de Liro bank, een afkorting van de Lippmann Rosenthal & co bank, worden gemeld, zowel door de schuldeiser als door de schuldenaar. Joden moesten hun kunstcollecties, goud, platina, zilver, sieraden, antiek, alsmede alle edelstenen en parels inleveren bij de bank. Net als fototoestellen, vulpennen, postzegelverzamelingen e.d. Onroerende goederen moesten worden verkocht, verzekeringpolissen worden afgekocht. Het resultaat hiervan was dat geen enkele jood na 30 juni over meer dan tweehonderdvijftig gulden kon beschikken. Alles wat boven dit bedrag uitkwam moest worden gestort bij deze Duitse roofbank. Ook de opbrengst van geconfisqueerde inboedels kwam bij deze bank terecht.

Gemengd gehuwde vrouwen en mannen met kinderen werden op 12 september 1942 opgeroepen om bij het bevolkingsregister van hun woonplaats te verzoeken hen een verklaring te geven van hun gemengde huwelijkse staat. Daarmee kregen ze een vrijstelling van de te werkstelling in het oosten. Vanaf mei 1943 kon deze groep bevrijd worden van de verplichting een Jodenster te dragen wanneer men zich "vrijwillig" liet steriliseren. Bij weigering werd er gedreigd met tewerkstelling, al werd die dreiging eind 1943 achterwege gelaten. Degene die verlost waren van hun ster werden "offene J Juden" genoemd. Zij kregen namelijk een nieuw persoonsbewijs met daarin een opengewerkt rode J gestempeld. Minder dan een derde van de ruim 8610 gemengd gehuwden is hierop ingegaan. De anderen bleven een sterdrager. Er volgden geen sancties wanneer men niet liet zich steriliseren. Was je geen strafgeval dan werd je ook niet gedeporteerd. Ik zie bij Elizabeth wel een rode J staan, maar volgens mij is die niet opengewerkt en zal ze zich niet hebben laten steriliseren. 

Dan krijgen de Joodse inwoners een oproep om zich te gaan melden voor te werkstelling in het oosten. De verzamelplaats voor de deportatie van Joodse Rotterdammers was Loods 24. Tussen 30 juli 1942 en april 1943 werden vanuit Loods 24 duizenden Joden gedeporteerd richting de concentratiekampen. Dit verzamelpunt bestond uit een houten loods in het zuidelijk deel van de stad. Het was een afgelegen plek op enige afstand van de woonwijken. De rails die er lagen gaven via goederenemplacement Feijenoord aansluiting op de het grote spoorwegnet van de Nederlandse Spoorwegen. Bij het ophalen van de Joden werden de namenlijsten afgewerkt die verstrekt werden door de Zentralstelle. Op deze lijst stond waarschijnlijk ook het jongste kind van Mietje en Samuel Levie, de negentienjarige Marcus. Hij kwam met het eerste transport dat vertrok vanuit Loods 24 richting Westerbork, waar hij op 31 juli 1942 aankwam. Het feit dat hij zonder zijn ouders op transport werd gezet duidt, denk ik, op een oproep dat hij zich moest melden om te gaan werken in Duitsland. 

Op de oproepkaart voor het eerste transport stond; "U moet zich voor eventueele deelname aan een, onder politietoezicht staande, werkverruiming in Duitschland voor persoonsonderzoek en geneeskundige keuring naar het doorgangskamp Westerbork, station Hooghalen, begeven. Daartoe moet U op 30 juli 1942 om 20.00 uur op de verzamelplaats Entrepôtstraat Loods 24 Rotterdam aanwezig zijn." In de nacht van 30 op 31 juli 1942 vertrokken de passagierstreinen met ca. 1074 Joden vanaf de loods richting Hooghalen, kamp Westerbork. 


In 1942 vertrokken er twee keer per week, op maandag en op vrijdag, een transport vanuit Westerbork richting de kampen. Op maandag 3 augustus 1942 werd Marcus naar Auschwitz vervoerd. Waar hij rond 5 augustus 1942 moet zijn aangekomen. Maar hij heeft de fictieve sterfdatum 30 september 1942. 

30 September 1942 is een veelvoorkomende officiële overlijdensdatum vastgesteld door het Rode Kruis voor slachtoffers die in die periode in Auschwitz zijn vermoord. Het is een fictieve juridische datum na de oorlog vastgesteld. De werkelijke datum van overlijden is niet bekend en heeft waarschijnlijk al op een eerder tijdstip plaatsgevonden. De datum 30 september 1942 moeten worden gelezen al "mogelijk op 29 september nog in leven, maar niet later dan op 30 september 1942". Veel slachtoffers van transporten uit de zomer van 1942 werden kort na aankomst of binnen enkele weken na registratie omgebracht of werden helemaal niet geregistreerd.

Marcus was echter een jonge man van slechts negentien jaar oud. Vermoedelijk is hij wel geselecteerd bij aankomst voor dwangarbeid. Net zoals de meeste mensen die hiervoor geselecteerd werden, is ook hij aan de ontberingen in het kamp gestorven. 

Dochter Lena de Bever, was gehuwd met Jonas Roodfeld en samen hadden ze een zoontje; Jacob Emanuel Roodfeld. Het jongetje was nog maar vijf jaar oud toen hij van hun adres aan de Laanzichtstraat, met zijn ouders op 4 augustus 1942 op transport ging naar Kamp Westerbork. Op 7 augustus 1942 moest het gezin naar Auschwitz. Na een helse reis van twee dagen kwam de trein aan in het kamp. Kinderen werden meteen na aankomst geselecteerd voor de gaskamers, meestal samen met de moeders. Jacob Emanuel is meteen bij aankomst op 9 augustus vergast. Waarschijnlijk samen met zijn moeder Lena. Lena heeft echter de fictieve sterfdatum 20 september 1942 net als haar man Jonas. Jonas Roodfeld zou nog de selectie hebben kunnen doorstaan en geselecteerd kunnen zijn om te werken. Maar dat is niet bekend. Lena stierf of zesentwintigjarige leeftijd. Jonas was zeventwintig jaar oud. 



Jonas' zus Rebecca was getrouwd met de broer van Lena; Elias Simon van Bever. Het stel had een zoon van één jaar oud, Samuel. De kleine Samuel en zijn moeder zaten gevangen in kamp Vught. 
In kamp Vught zaten kinderen niet bij hun ouders in barakken. Er was een speciaal kindergedeelte in het kamp. De kinderen zagen hun ouders nauwelijks omdat zij moesten werken in het kamp. 
Het kindergedeelte zat overvol. Er heersten moeilijk te beheersten besmettelijke ziekten en omdat de kinderen geen werk verrichten werd besloten de kinderen uit het kamp weg te halen. Op 5 juni 1943 werd bekend gemaakt dat er twee massadeportaties zouden plaatsvinden. Alle aanwezige kinderen in het kamp moesten naar een speciaal kinderkamp. 
Op 6 juni 1943 moesten alle kinderen van nul tot drie jaar met beide ouders op transport. En op 7 juni 1943 vertrokken alle kinderen van vier tot en met zestien jaar met één ouder. Midden in de nacht om half vijf vertrok het transport zodat er geen kans was om afscheid te nemen van de achterblijvende ouders of familie. 
Na een uitputtende reis van tien uur kwam het transport aan in kamp Westerbork. Op 8 juni vertrok het grootste joden transport ooit vanuit Nederland naar Sobibor. Verdeeld over maar liefst zesenveertig wagons zaten 613 mannen, 1350 vrouwen en 1051 kinderen tot en met 16 jaar oud. Hiervan waren 55 baby's, 123 peuters en 119 kleuters. Op 11 juni 1943 kwam het transport aan in Sobibor. Ik kan me geen voorstelling maken hoe deze reis moet zijn geweest. Een stampvolle wagon waar men bijna niet kon zitten met slechts een ton water en een ton voor ontlasting en dan al die huilende of apathische kinderen. Ik heb er vaak over gehoord en over gelezen maar elke keer als ik denk aan hoe dit moet zijn geweest word ik weer misselijk en onpasselijk. Al die onschuldige kinderen. 
Bij aankomst zijn alle ruim 1000 kinderen direct vergast. Ook de eenjarige Samuel en zijn moeder Rebecca hadden geen schijn van kans. Rebecca werd slechts 21 jaar oud.

Transport Kamp Vught

Mietje van Spier en Samuel Levie van Bever woonden aan de Breughelstraat 19 in Rotterdam. Op 12 augustus 1942 komen Mietje en Samuel aan in Westerbork. De meeste gevangenen kwamen aan bij station Hooghalen en moesten het laatste stuk nog lopen. Bij aankomst in Westerbork werd iedereen geregistreerd en moesten ze alle persoonlijke eigendommen, identiteitspapieren en  voedsel bonnen inleveren. Ook de laatste 250 gulden die ze in eerste instantie nog hadden mogen houden, inleveren bij een filiaal van de Liro in Westerbork zelf. Dure mantels, schoenen, verstopte sierraden, alles van waarde werd hier van ze afgenomen. Daarna volgde een medische inspectie en ontluizing. Soms werd bij gevangen hun haar afgeschoren en kregen ze kampkleding. Daarna werden ze ondergebracht in overvolle barakken. Ze sliepen in stapelbedden of strozakken op de grond. Slechts twee dagen blijven Mietje en Samuel Levie in Westerbork.

Een week nadat hun zoon Marcus op transport werd gestuurd, werden ook Samuel Levie en Mietje op transport gezet naar Auschwitz. Op 14 augustus moesten ook zij in één van de vele veewagons richting het oosten. Samen met 503 anderen zaten ze ruim twee dagen in die verschrikkelijke trein. Bij aankomst had de 55-jarige Mietje geen kans om te geselecteerd te worden voor dwangarbeid. Met haar 55 jaar was ze te oud om te werken. De bovengrens voor dwangarbeid vrouwen lag op slechts 30 jaar oud, voor mannen was dat 50 jaar. 




Bij aankomst op "die Rampe" zal Mietje direct van Samuel Levie zijn gescheiden. Ze zullen nauwelijks afscheid hebben kunnen nemen. Overal schreeuwende SS-ers en blaffende honden. Wie niet snel genoeg de wagon uit kon komen werd in elkaar geslagen of ter plekke doodgeschoten. Hun bagage werd door Joodse gevangenen in gestreepte kledij uit de wagons gehaald. Binnen seconden werden ze geselecteerd door één van de SS-artsen. Jij links, jij rechts. De één naar de gaskampers, de ander naar de barakken. Een laatste blik achterom. Dan in een lange rij door een smalle doorgang afgezet met prikkeldraad tot ze bij het daadwerkelijke kamp waren. Ze werden gerustgesteld, moesten hun bezittingen afgeven en er werd ze verteld dat ze moesten uitkleden en douchen. Het moment dat ze beseften dat er geen water, maar dodelijk gas de douches binnen kwam moet verschrikkelijk zijn geweest. Als ik denk aan de angst en de paniek die ze moeten hebben gevoeld.... Het besef dat dit het moment was dat ze dood zouden gaan, en dat alle familie die eerder richting het oosten is vertrokken ook niet meer in leven was moet afschuwelijk zijn geweest.
Ik heb vele concentratie- en vernietigingskampen bezocht. Ik heb in de gaskamers van kamp Dachau en Mauthausen gestaan. Ik heb de krassen van nagels in de muren gezien, gemaakt in doodsangst. Het blijft onvoorstelbaar. 

Net als 75 tot 80% van alle mensen in de treinen ging ook Mietje direct door naar de gaskamers. Ook Samuel Levie kan met zijn zevenenvijftig jaar meteen zijn vergast. Hij heeft echter ook de fictieve sterfdatum 20 september 1942. Het mogelijk dat hij een fitte man was en heeft gelogen over zijn leeftijd en kan daardoor geselecteerd zijn voor arbeid en net als zijn jongste zoon aan de mensonterende omstandigheden in de kampen zijn overleden. Maar hij kan ook direct bij aankomst zijn vergast. Hierover is geen duidelijkheid. Van Mietje is echter wel zeker dat zij meteen bij aankomst op 16 augustus 1942 is vergast. 

Op 12 december 1942 is het huis van Samuel Levie en Mietje "gepulst". Er werd een inventaris opgemaakt van de meubels in het huis, waarna deze spullen naar Duitsland werden gestuurd ten behoeve van de slachtoffers van de bombardementen al daar. De huurwoning bestond uit vier kamers, een keuken en een gang. De inventaris bestond o.a. uit kasten, bedden, vloerbedekking, tapijten, tafels, stoelen, lampen, gordijnen, enkele schilderijtjes, een twee pits gasstel, servies en een kapstok. 

Dochter Saartje van Bever scheidde in januari 1941 van de niet Joodse Jacobus van Bergen. Uit dit gemengde huwelijk zijn drie dochters geboren; Elizabeth Petronella in 1934, Mietje in 1938 en Lenie in 1941. Saartje had een verhouding met de getrouwde niet Joodse Leendert Voortman. Van hem kreeg ze ook een dochter. Bij aankomst in kamp Westerbork op 10 april 1943 had Saartje dit jongste kind mee; Wilhelmina Jacoba Cornelia van Bever, één jaar oud. De andere kinderen zijn achtergebleven in Rotterdam en overleefden de oorlog.

Saartje en dochter Wilhelmina verbleven in Westerbork in barak zeventig. Saartje heeft alles in het werk gesteld om deportatie te voorkomen en haar en haar dochtertje Wilhelmina te redden. Uit notities tussen 12 april en 17 juni 1943 bleek onder andere dat vrijstelling van deportatie als gemengd gehuwde niet mogelijk was omdat Saartje in 1941 gescheiden was van haar niet Joodse echtgenoot. Voor dochter Wilhelmina kon wel een verzoek worden ingediend omdat zij G1 (half joods, 1e graad) was. Er waren zo snel mogelijk bewijsstukken nodig dat de biologische vader Leendert Voortman, twee Arische grootvaders had. De geboorteakte van Wilhelmina moest opgestuurd worden, en er moest een negatief-verklaring van de Joodse gemeente Rotterdam t.b.v. Wilhelmina en een erkenningsakte van de vader nodig. Op 5 mei waren bijna alle stukken binnen, alleen was vader Leendert Voortman op dat moment in Berlijn en zodoende kon hij de erkenningsakte niet geven. Op 5 juli blijkt dat het geen zin meer heeft om de verdere gevraagde verklaringen te verkrijgen. Want op 12 juni 1943 overleed dochter Wilhelmina, slechts 15 maanden oud. Het verzoek werd daarom afgewezen. Wilhelmina is op 15 juni in Westerbork gecremeerd. De urn met haar as is op de Joodse begraafplaats in Diemen bijgezet. Uiteindelijk werd Saartje na twee maanden inspanning en onzekerheid over de uitkomst van haar verzoeken op 13 juli op transport naar Sobibor gezet waar zijn meteen bij aankomst op 16 juli 1943 werd vermoord. 



Op de plek waar in Rotterdam ooit Loods 24 stond is nu een namenmonument te vinden voor alle 686 Rotterdamse kinderen tot en met twaalf jaar die vanuit deze plek naar de vernietigingskampen zijn vervoerd. Hierop staan ook de namen van de kleinkinderen van Samuel Levie van Bever en Mietje van Spier; Samuel van Bever (1 jaar), Wilhelmina van Bever (1 jaar) en Jacob Emanuel Roodfeld (5 jaar).



Tot 1 februari 1944 was er in Rotterdam een groep joden jagers actief. Deze groep bestond uit ca. dertig Rotterdamse politieagenten en werd Groep X (10) genoemd. Deze groep X was berucht voor het opsporen en opbrengen van Joden. Voor elke opgebrachte Jood kon een premie van 7,50 gulden worden ontvangen. De premie werd betaald door de roofbank Lippmann Rosenthal. Deze premie werd dus eigenlijk betaald met het van de Joden geroofde geld! Op deze manier zijn in Rotterdam door deze groep zo'n 857 Joden verraden. Elias Simon van Bever, de enige in 1944 nog levende zoon van Samuel Levie en Mietje en chauffeur lompensorteerder van beroep, werd opgepakt door deze groep X. 

Elias Simon werd na zijn arrestatie op 22 april 1943 naar kamp Moerdijk gestuurd, dit was een Aussenkommando van kamp Vught. De Joodse mannen die hier zaten werden ingezet bij het graven van tankvallen in Zuid-Holland. Vanuit Vught werd hij op 17 september 1943 op transport gezet naar kamp Westerbork. Hier verbleef hier slechts vier dagen. Op 21 september werd ook hij op transport gezet naar vernietigingskamp Auschwitz. Hier werd Elias Simon geselecteerd voor dwangarbeid. De levensverwachting bij dwangarbeid was erg kort. Eerder een kwestie van weken dan van maanden. 

Kaart uit de Carthoteek van de Joodse Raad van Elias Simon

Elias Simon heeft echter zes maanden lang standgehouden onder verschrikkelijke omstandigheden. Maar net zoals bijna alle gevangenen kwam ook hij uiteindelijk om het leven door een combinatie van grove mishandeling, uithongering, slecht schoeisel en kleding, dwangarbeid en slechte hygiëne en medische verzorging. Op 28 februari 1944 overleed Elias Simon op vierentwintigjarige leeftijd.  


Op dezelfde dag dat haar broer in Auschwitz overleed, werd op 28 februari 1944 werd het laatst levende gezinslid van de familie van Bever, de oudste dochter Elizabeth opgepakt. Door haar gemengd huwelijk bleef Elizabeth heel lang onder de radar. Ze had een rode J in haar persoonsbewijs waardoor ze (voorlopig) vrijgesteld was van transport. Er was echter steeds de angst om op grond van een willekeurige overtreding van de Duitse wetten naar Westerbork gedeporteerd te worden. En dat de ze alsnog zoals de rest van haar familie op de trein naar de vernietigingskampen gezet zou worden. Elizabeths ouders, broers, zussen, neefjes, nichtjes, oom en tantes waren al weggevoerd, hun bezittingen geroofd en hun bedrijven geconfisqueerd.  

Toen Elizabeth werd opgepakt was ze woonachtig aan de Cothenstraat. Dit lag in het zogenaamde Utrechtse Dorp. Dit waren noodwoningen die gebouwd zijn in de Tweede wereldoorlog na het bombardement op Rotterdam. Het Utrechtse dorp, met 119 stenen woningen, werd pal naast het Noorderkanaal gebouwd van de stenen die overbleven na het ruimen van het puin na het bombardement. En nadat in 1940 een deel van de sloppen uit het Zandstraatkwartier werden gesloopt kwamen veel van de armste bewoners uit de binnenstad in deze noodwoningen terecht.  

Cothenstraat Rotterdam

Elizabeths man Frans Jacob Groeneweg was vuurstoker op de grote vaart. Met de grote vaart wordt bedoeld de zeereizen, de maandenlange reizen met een schip over de oceaan. Dit betekende dat Elizabeth voor lange tijd in haar eentje achterbleef om voor hun drie kinderen te zorgen. Bij Elizabeths arrestatie was ze in haar eentje. Ik vond geen vermelding van aanwezigheid van haar kinderen. 

Op de kaarten van andere gearresteerde Joden vond ik vele bijschrijvingen van de bezittingen die de opgepakte bij zich had op het moment van in hechtenisneming. Bij Elizabeth staat echter niets vermeld. "Geen fouill." lees ik er.

Ik denk dat ze óf niet gefouilleerd is, maar dat lijkt me sterk óf dat ze geen bezittingen bij zich had en dat duidt op een onverwachte arrestatie. Waar waren haar kinderen op dat moment? Bij haar? Bij hun vader? Of zat hij toen op zee? Waar de kinderen bij familieleden van zijn kant? Haar familie was immers allemaal al afgevoerd. 

Mogelijk is Elisabeth verraden. Op de achterkant van de kaart staat namelijk een bedrag; 7,50 gulden. Eerst dacht ik dat het een bedrag was wat ze bij zich droeg. Maar het is hetzelfde bedrag als het zogenaamd "kopgeld". Het bedrag dat je kreeg als beloning als je een Jood verraadde. 

Na wat vergelijking met andere kaarten ben ik er vrij zeker van. Op andere kaarten waar hetzelfde bedrag staat vermeld staat dat het bedrag werd uitbetaald. Steeds weer datzelfde bedrag. En de bezittingen en geldbedragen die de arrestanten bij zich hadden worden niet aan de achterkant vermeld maar aan de voorkant van de kaart. 


Volgens familie geruchten heeft Elizabeth's echtegenoot Frans Jacob haar bij de politie aangegeven. Daar heb ik geen bewijs voor kunnen vinden. Frans Jacob had echter wel een jongere broer van wie er een dossier is bij het CABR; het Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging, dat vorig jaar openbaar is gemaakt. In dit archief bevinden zich personen die na de Tweede Wereldoorlog zijn onderzocht binnen de bijzondere rechtspleging. Dat kan zijn omdat ze op een of andere manier fout zijn geweest in de oorlog. Dat er van hem een dossier is, betekend niet dat hij ook daadwerkelijk fout is geweest in de oorlog! Maar er is wel onderzoek naar gedaan. Ik heb echter het dossier niet ingezien, het is (nog) niet online te raadplegen. Ik weet dus ook niet wat erin staat. Maar het is een mogelijke theorie van mij dat Elizabeths zwager haar aan kan hebben gegeven om die 7,50 gulden op te strijken. Maar hij kan ook om hele andere redenen onderzocht zijn. Hopelijk komt binnenkort het dossier online en kan ik inzien waarom zijn handel en wandel in de onderzocht is. 

Het is ook een mogelijkheid dat Elizabeth en Frans Jacob niet meer samen waren, maar ook nog niet officieel gescheiden. Eén van Elizabeths zusjes was gescheiden dus het is niet ondenkbaar dat Elizabeth of Frans Jacob een einde aan het huwelijk had gemaakt. Het was blijkbaar geen grote schande in de familie. 
Het was echter wel een reden om Elizabeth te arresteren en op transport te zetten. Zolang je gemengde gehuwd bood het je immers toch nog enige bescherming en een kans om onder het transport uit te komen. Maar de Duitsers hadden misschien wel helemaal geen gegronde reden nodig om haar op te pakken. Gewoon domme pech, verkeerde plek, verkeerde tijd is natuurlijk ook mogelijk. Waarschijnlijk komen we nooit achter het "waarom?"...

Feit is dat van 28 februari tot 1 maart 1944 zat Elizabeth gevangen in het Huis van Bewaring aan de Noordsingel in Rotterdam. Op 29 februari tekende ze met haar volledige achternaam op het document voor teruggaaf van evt. bezittingen; E. Groeneweg van Bever. Op 1 maart 1944 werd ze op transport gezet naar kamp Westerbork. 

Op vrijdag 3 maart 1944 werd Elizabeth gedwongen op transport gezet naar Auschwitz samen met 731 andere Joden. Na drie dagen reizen in die volgepakte veewagons kwam ze aan bij haar eindbestemming. En ondanks haar jonge leeftijd van slechts tweeëndertig jaar werd Elizabeth meteen bij aankomst vergast. Daarmee werd op 6 maart 1944 ook het laatste nog levende gezinslid van de familie van Bever vermoord. Vandaag precies 82 jaar geleden.


Maar wat gebeurde er vervolgens met Elizabeths kinderen? Hier is veel onduidelijkheid over in de familie van mijn schoonzus en ook een reden waarom ik dit verhaal hier schrijf. Volgens dochter Hendrika was zij ook aanwezig toen ze samen met haar moeder op transport werd gezet. Haar moeder spoorde haar echter aan om het op een lopen te zetten. En dat heeft ze gedaan. Toen ze niet meer kon is ze in slaap gevallen onder een boom en zou ze uiteindelijk door het rode kruis zijn gevonden. Via Duitsland zou ze uiteindelijk weer in Rotterdam terecht zijn gekomen. Maar hoe betrouwbaar zijn de herinneringen van een zevenjarig getraumatiseerd meisje? Ik heb geen bewijs kunnen vinden van aanwezigheid van kinderen tijdens Elizabeth's arrestatie. Ook niet dat Hendrika uiteindelijk in een kindertehuis of internaat terecht is gekomen. Dit betekend echter niet dat het niet is gebeurd. Er is nog zoveel niet openbaar of onderzocht.

Pas op 8 januari 1947 wordt het overlijden van Elizabeth aangegeven bij de burgerlijke stand. 
Diezelfde dag(!) trouwt haar man Frans Jacob Groeneweg in Den Haag met de dertien jaar jongere Alida van der Ploeg. In het krantenarchief Delpher vond ik dat uit dit huwelijk nog tenminste twee kinderen zijn voortgekomen. Daar is niks over bekend binnen de familie van mijn schoonzus. Zouden deze kinderen andersom wel op de hoogte zijn of zijn geweest over het eerste huwelijk van hun vader en de andere kinderen van hun vader en hun lot? 

Hendrika Johanna is in 2007 overleden op zeventigjarige leeftijd. Mogelijk zijn haar onbekende broers en/of halfbroers/zussen nog in leven en kunnen meer vertellen over wat er allemaal is gebeurd is in die tijd. Ik heb al een aantal mensen online benaderd, o.a. een vermoedelijke halfbroer, maar zonder succes. Ik kreeg tot nu toe geen bericht terug... 





Dochter Hendrika heeft in 1999 voor haar moeder, opa en oma en ooms en tantes, negen stuks in totaal, de Yad Vashem getuigenissen ingevuld. En samen met haar dochter is ze naar Israël geweest om een boom voor haar familieleden te planten. Deze Yad Vashem getuigenissen bevatten de gegevens van omgekomen familieleden en worden bewaard als blijvend monument en aandenken. Het zijn symbolische grafstenen, bewaard in de Hal der Namen in Yad Vashem in Jeruzalem . Het doel van deze Hal der Namen is het herdenken en documenteren van de zes miljoen omgekomen Joden in de Tweede Wereldoorlog. Zes miljoen, het blijft een onwerkelijk aantal. Van de meeste slachtoffers zijn behalve hun namen weinig bekend. Ook geen foto's. 
Van het gezin van Bever- van Spier heb ik ook geen foto's gevonden. Wel van één van de broers van Samuel Levie; Jacob van Bever. En van een broer en zus van Mietje van Spier; Jacob van Spier en Sophia Noach-van Spier. Zouden Mietje en Samuel Levie op hun broers en zus hebben geleken? Je kunt je zo in elk geval een beetje een voorstelling maken hoe ze er uit moeten hebben gezien.

Jacob van Bever
 
Jacob van Spier

Sophia Noach-van Spier

Ik heb ook de gezinnen van de broers en zussen van Samuel Levie en Mietje onderzocht. 
Vijf broers en zussen van Samuel Levie; waaronder Mathilda, Salomon, Jansje, de al overleden Esther en bovenstaande Jacob van Bever met partners en kinderen en met diens partners en kinderen. Dat zijn maar liefst vierenzeventig omgekomen familieleden. 

De vier broers en zussen van Mietje; Abraham, Aaltje en bovenstaande Sophia en Jacob van Spier en hun partners en kinderen en evt. partners en kinderen zijn samen drieënveertig vermoorde familieleden. 
Dit zijn dus alleen nog maar de ooms, tantes, neven en nichten (en kinderen) van Elizabeth. Oudooms en -tantes, achterneven en achternichten heb ik niet eens uitgezocht. Van een aantal van hen vond ik foto's die je hieronder kunt zien.

Tel je de twaalf familieleden van de familie van Bever-van Spier erbij op dan kom ik aan maar liefst honderdnegenentwintig in de Tweede Wereldoorlog omgekomen personen van de familie van Bever-van Spier! 

Stel je eens voor dat je de oorlog als enige zou hebben overleefd. En dat je naast je naaste familie ook je evt. schoonfamilie, achterneven, oudtantes, vrienden, kennissen, klasgenoten en buren bent verloren. Ik heb niet eerder in mijn leven beseft om hoeveel mensen dit wel niet gaat. 

Familieleden Samuel Levie van Bever en Mietje van Spier

Ik luisterde onlangs naar de podcast; "De laatste getuigen" over de Rotterdamse Razzia van 10 november 1944 waarbij 52.000 van de 70.000 Rotterdamse mannen werden opgepakt en uit de stad werden verwijderd om ingezet te worden voor de arbeidseinsatz. HIER vind je de link naar deze podcast. Hier hoorde ik het verhaal over een Joodse man die ook was opgepakt tijdens deze razzia en met een schip richting Kampen was vervoerd. Hij droeg een Jodenster en ondanks waarschuwingen van zijn medegevangenen heeft hij deze niet verwijderd. Toen hij in Kampen het schip mocht verlaten zagen de Duitsers zijn gele ster en werd hij ter plekke door een Duister neergeschoten en viel hij te water, waar is hij verdronken. 

Toevallig kwam ik de volgende dag ditzelfde verhaal tegen toen ik verder de stamboom van de familie Bever aan het uitzoeken was. Het bleek om een volle neef van Elizabeth Groeneweg-de Bever te gaan, de gemengd gehuwde Abraham (Bram) van Ploeg. Hij was een zoon van Mathilda van Bever (een tante van Elizabeth) en David Ploeg. 

Abraham kreeg in het begin van de oorlog een sperre vanwege zijn gemengde huwelijk. Hij werd tijdens de Rotterdamse razzia van 1944 opgepakt en samen met 150 andere mannen in een kolenschip geladen. Honderdvijftig mannen opgepropt in een ruim van 25 vierkante meter. Liggen, zitten en naar de wc gaan was niet mogelijk. Na uren wachten kwamen de schepen in Amsterdam waar eten en drinken werd gegeven. Na drie dagen varen kwamen de schepen in Kampen aan. Hier werd Bram bij het verlaten van het schip in koelen bloede neergeschoten door de dronken Duitse Oberleutnant van de Wehrmacht Ernst August Willy Bartzen en in het water getrapt. De andere Rotterdamse mannen moesten machteloos toekijken hoe Bram zwaargewond verdronk. De Duitsers stonden erbij te lachen.... 

Aan de van Heutzskade in Kampen ligt een Stolpersteine voor Abraham van Ploeg. Bram en zijn vrouw Helena Maria Duiker kregen drie kinderen. Mathilde (1933) overleed al op tweejarige leeftijd. De andere twee kinderen hebben waarschijnlijk de oorlog overleefd. Mogelijk zijn zij nog in leven.

Stolpersteine Abraham van der Ploeg

En met dit trieste verhaal eindigt mijn verhaal over de familie van Bever- van Spier. 

Ik hoop dat na het publiceren van deze trieste familiegeschiedenis, er eventuele nakomelingen van deze familie contact met mij opnemen. Ik zorg er dan voor dat evt. nieuwe informatie terecht komt bij mijn schoonzus en haar familieleden. Misschien zijn er onbekende familieleden die wél op de hoogte zijn van wat er met Elizabeth of de rest van de familie is gebeurd. Misschien hebben ze alleen geruchten gehoord. Ook deze kunnen mogelijk interessant zijn en aanknopingspunten geven. Zijn er foto's van het gezin van Bever? Zijn de broers van Hendrika nog in leven, hebben ze nakomelingen? Wat is er met de broertjes gebeurd na de oorlog? Wat weten de halfbroers en of -zussen van Hendrika over het eerste huwelijk en de kinderen van hun vader? Ik hoop dat er na ruim 80 jaar duidelijkheid komt voor de nabestaanden. Ook al heb je geen nieuwe informatie, het zou geweldig zijn als je contact met mij opneemt!