Posts tonen met het label Fietjero. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Fietjero. Alle posts tonen

dinsdag 22 april 2025

Johanna Catharina de Roo-Vitjeroo

Ik schreef al eens eerder iets over Johanna Catharina Vitjeroo, een zus van mijn betovergrootvader Johannes van Adrichem, maar ik vind dat ze ook wel een eigen post verdiend, ondanks dat ik niet zo veel over haar weet. 

Ommerschans

Johanna Catharina Vitjeroo's geboorte begint al bijzonder. 

Haar moeder Hendrikje Vitjeroo, geboren in Leeuwarden, bruine haren, blauwe ogen, rond gezicht, slechts 1,42 m lang, trouwde op achtentwintigjarige leeftijd met de in Hoorn geboren Jacobus de Haan. 

Hendrikje was hoogzwanger tijdens de voltrekking van het huwelijk. Drie weken later werd dochter Trijntje geboren. Op 7 februari 1852 wordt het gezin opgepakt vanwege bedelarij en veertien dagen vastgezet. Op 22 februari 1852 werden ze opgezonden naar de Koloniën van Weldadigheid en kwam terecht in de Ommerschans. Hier werden de mannen van de vrouwen en kinderen gescheiden en moesten slapen op aparte zalen. Slechts zes dagen later, op 28 februari 1852 komt de kleine Trijntje te overlijden, nog geen acht maanden oud. Ze werd begraven, net als duizenden anderen in een naamloos graf bij de Ommerschans. Op 9 maart 1852 worden Hendrikje en Jacobus opgezonden naar Veenhuizen, hun dochtertje blijft achter in de koude grond van de Ommerschans. 

Anderhalf jaar later, in november 1854, overlijd ook Jacobus de Haan op drieëndertig jarige leeftijd, Hendrikje als weduwe alleen achterlatend. 

Hier begint het verhaal bijzonder te worden want op 3 augustus 1855 wordt Johanna Catharina geboren in de Ommerschans. Dat is bijna negen maand na de dood van haar moeder Hendrikje's echtgenoot Jacobus. Nog bijzonderder is dat de geboorte van Johanna Catharina niet wordt aangegeven bij de burgerlijke stand. 

Veenhuizen

De geboorte van Johanna Catharina staat echter wel vermeld in het "Handboek der bedelaarsgestichten" van de Ommerschans. Op 3 november 1857 trouwt moeder Hendrikje op vierendertig jarige leeftijd met de achtendertig jarige, eveneens kolonist, Johannes Huibert van Adrichem. Johannes Huibert wil bij dit huwelijk de dan anderhalf jaar oude Johanna Catharina erkennen als zijn dochter, maar dan blijkt dat haar geboorte nooit is aangegeven bij de burgerlijke stand. En dat is een probleem. 

Het duurt ruim een jaar voordat het via de rechtbank in Deventer is geregeld dat Johanna Catharina's geboorte wordt aangegeven, en Johannes van Adrichem haar als zijn dochter krijgt erkend. Maar de achternaam "van Adrichem" krijgt ze niet en ook niet de achternaam "de Haan" wie me echter de meest aannemelijke vader lijkt. Pas op 30 november 1858 krijgt Johanna Catharina de achternaam van haar moeder; "Vitjeroo". 

Maar wie is dan de biologische vader? Het kan de eerste echtgenoot Jacobus de Haan nog zijn, maar dan is hij vlak na de bevruchting overleden. Het kan het resultaat zijn van een vluchtige, misschien niet helemaal vrijwillige relatie. Of is toch Johannes Huibert van Adrichem de vader en was er al sprake van een relatie ten tijde of direct na het overlijden van de eerste echtgenoot Jacobus? DNA testen lijken me de enige mogelijkheid om hier nog achter te komen mochten nabestaanden dat willen.

Intussen heeft Johanna Catharina een broertje gekregen, een zoon geboren uit het huwelijk van Hendrikje en Johannes Huibert van Adrichem. De naam van de pasgeboren baby wordt Johannes. Er volgen uiteindelijk ook nog een broertje Hendrik Wijnandus Arie die ook in de Ommerschans wordt geboren en in Veenhuizen krijgt de zevenjarige Johanna Catharina er nog een zusje bij, haar naam is Gerhardina, roepnaam Geerdjen.

Het gezin doet het goed op de Ommerschans, wordt na goede arbeid ontslagen om vervolgens weer in armoede te vervallen. En om na het vragen om een aalmoes aan de veldwachter vervolgens weer met het hele gezin opgezonden te worden naar de Koloniën van Weldadigheid. Johanna Catharina is achttien jaar als ze uiteindelijk voor de laatste keer de kolonie verlaat met haar ouders, broers en zusje. 

Het gezin gaat wonen in Hellendoorn om te werken in de textiel. Daarna verhuist het hele gezin naar Hilversum waar Johanna Catharina haar toekomstige man ontmoet. Ze trouwt op 1 juni 1876 met de in Leiden geboren Abraham de Roo. Johanna Catharina is op dat moment weefster en Abraham wever. Mogelijk hebben ze elkaar in de fabriek leren kennen, al staat Abraham ten tijde van het huwelijk nog wel ingeschreven als inwoner van Leiden en niet als inwoner van Hilversum. Het huwelijk wordt in Leiden ook aangekondigd. In 1877 wordt de eerste zoon geboren van Johanna en Abraham, zijn naam is Stephanus Johannes de Roo. 

Johanna Catharina's (stief)vader Johannes Huibert van Adrichem overlijd in 1878 op negenenvijftig jarige leeftijd in Hilversum. Moeder Hendrikje blijft alleen achter met de jongste twee kinderen; Hendrik, op dat moment negentien jaar oud en Gerhardina, veertien jaar oud. 

Op 9 mei 1879 overlijd het eerste kindje van Johanna Catharina en Abraham, de tweejarige Stephanus Johannes in Hilversum, maar het gezin staat op dat moment geregistreerd als inwoners van Haarlem, zijn overlijden is ook in Haarlem geregistreerd. Mogelijk waren ze op bezoek bij moeder Hendrikje die in Hilversum woonde op dat moment.

Abraham en Johanna Catharina wagen een grote stap en gaan met z'n tweeën in Duitsland op zoek naar werk in de textielindustrie. Mogelijk is er in Nederland niet voldoende werk meer voor ze. De reis duurt nu tweeënhalf uur met de auto over de snelweg, toendertijd een afstand van minstens vierenveertig uur lopen. Mogelijk hebben ze ook deels met een kar of trein afgelegd, maar in elk geval het was een flinke afstand in die tijd, een reis van meerdere dagen.

Ze komen terecht in Ochtrup, waar Johanna Catharina op 8 juli 1880 weer van een zoon bevalt, ook hij krijgt de naam Stephanus Johannes de Roo. Op 24 maart 1883 komt in het Duitse Eschendorf opnieuw een zoon ter wereld. Zijn naam is Johann Martin Hubert de Roo. En in het eveneens Duitse Rheine wordt de laatste zoon Wilhelm Friedrich de Roo op 24 april 1885 geboren. 

Johanna Catharina's moeder Hendrikje woont tijdelijk in Rheine bij het gezin van haar dochter en schoonzoon. Ook Johanna Catharina's broer Johannes van Adrichem en zijn vrouw Judith Langkamp woont voor een tijd met zijn gezin in Rheine. Waarschijnlijk werken ze allemaal in de textielindustrie. Mogelijk dat er hier meer werk in de textielindustrie. De familie van Adrichem is duidelijk een familie zonder vaste roots. Het gezin en alle kinderen met hun gezinnen trekken makkelijk van de ene naar de andere plek op zoek naar een beter leven. Van Ommen en Veenhuizen via Hilversum, Hellendoorn, Groningen, Nederlands-Indië, Rheine, Eschendorf, Ochtrup en alle andere plaatsen waar ze geprobeerd hebben om zich te vestigen om uiteindelijk in Enschede terecht te komen.  

Voor Johanna Catharina komt het echter nooit zo ver. De jonge moeder overlijd op 29 september 1890 in Rheine. Ze werd maar vijfendertig jaar oud. Oudste zoon Stephanus Johannes is dan negen jaar oud, Johann Martin Hubert is zeven jaar oud, de jongste zoon Wilhelm Friedrich is nog maar vijf jaar oud. Abraham blijft alleen achter, vierendertig jaar oud en een weduwnaar met drie jonge zonen. Johanna Catharina's moeder Hendrikje Vitjeroo zal vermoedelijk de zorg van de kinderen op zich hebben genomen, zij is dan nog woonachtig in Rheine. Hendrikje is dan zevenenzestig jaar oud en haar gevorderde leeftijd zal het zorgen er niet makkelijker op hebben gemaakt. 

In 1901 woont moeder Hendrikje Vitjeroo echter weer in Hilversum. Geen idee waarom ze in haar eentje weer die kant op is gegaan, er is niets of niemand meer van haar gezin die op dat moment nog in Hilversum woont. Zoon Johannes woont in Nordhorn, dochter Gerhardina waarschijnlijk ook, zoon Hendrik zit zelfs helemaal in Nederlands-Indië. Hendrikje woont aan de Bodemanstraat 33 samen met ene Geertruida de Wit. 

Ik heb geen tweede huwelijk van de achtergebleven echtgenoot Abraham gevonden. Het moeten zware jaren voor Abraham zijn geweest, lange werkdagen en ook nog de kinderen alleen opvoeden. En dan gebeurd het ergst denkbare; vader Abraham overlijd op 16 november 1896 in Eschendorf, slechts veertig jaar oud. De zoons zijn dan zestien, dertien en elf jaar oud. De kinderen werkten mogelijk zelf ook al in de textielfabriek, niet ongewoon in die tijd. 

Johanna Catharina's oudste broer Johannes van Adrichem wordt voogd van de drie jongens. Ik heb echter niet kunnen vinden of de jongens bij hun oom Johannes van Adrichem en tante Judith Langkamp en hun nog groeiende gezin zijn gaan wonen of dat ze mogelijk in een weeshuis o.i.d. terecht zijn gekomen, al was de oudste zoon er misschien al wel te oud voor. 

Ik ga er van uit dat de jongens een paar jaar bij het gezin van oom Johannes van Adrichem zijn gaan wonen. Het gezin vertrekt rond de eeuwwisseling naar Enschede waar het gezin uiteindelijk definitief blijven wonen. Moeder Hendrikje blijft in Hilversum waar ze in 1913 in haar eentje op negentachtigjarige leeftijd in de Bakkerstraat overlijd.

Bakkerstraat Hilversum

De zoons van Abraham en Johanna Catharina blijven ook allemaal in Enschede wonen waar ze trouwen, kinderen krijgen en ook overlijden. Ik hoop ooit op contact met de nabestaanden van de familie de Roo. Ik ben zo benieuwd of ze weten hoe het leven van de drie zoons de Roo is verlopen na het jonge overlijden van hun ouders. Tot die tijd probeer ik verder te zoeken in de archieven naar de levens van de jongens in de hoop het plaatje van die verschrikkelijke tijd na het verlies van beide ouders compleet te krijgen.

Textielstad Enschede


vrijdag 14 oktober 2016

Familie Fietjero deel II

Anderhalf jaar geleden schreef ik hier al eens een blogpost over de zoektocht naar de exotisch klinkende achternaam Fietjero.

Vandaag heb ik weer wat nieuwe dingen te vertellen over Johannes Fietjero.
Op de site altijdstrijdvaardig.nl vond ik gegevens over deze Johannes. Anton de beheerder van deze site is onlangs voor me naar Tresoar in Leeuwarden geweest en heeft me de gegevens uit het archief toegestuurd.


In 1814 moet Johannes opkomen voor de nationale Militie. Hij is dan al 25 wat een beetje vreemd is. Alle mannen moet in het jaar dat ze 18 worden zich aanmelden. Waarom Johannes zich pas 7 jaar later meld heb ik nog niet kunnen vinden. Misschien dat het iets te maken heeft met het overlijden van vader Joseph die ook soldaat is, overlijd als Johannes 15 jaar is in Haarlem. Hij zal wel de kostwinner in huis zijn geweest en daarom vrijstelling hebben gekregen. 

Maar Johannes krijgt met de loting nummer 1145.
Per plaats is van te voren vastgesteld hoeveel mannen er in dienst moeten. Op elke 100 inwoners van een stad moet er één deelnemen aan de militie. Als je een laag nummer hebt kun je er zeker van zijn dat je in dienst moet, tenzij je medisch afgekeurd wordt of kunt aantonen dat je aanspraak kunt maken op de Broederdienst. Als er een even aantal broers in een gezin zijn moet de helft in dienst. Als je 2 broers hebt dan moet er 1 in dienst. Ook als je te klein was (1,55 m) of theologie studeerde kon je een vrijstelling krijgen. 


Nummer 1145 is en vrij hoog nummer en betekend vaak dat je niet in dienst hoeft. Hero Ydes van der Veen heeft nummer 245 en moet wel in dienst. De twee besluiten met elkaar te ruilen van nummer. Johannes wordt de plaatsvervanger van Hero. Hierbij wordt vaak grof geld betaald om uit de dienst uit te komen. Soms wel een heel jaarsalaris. Het hoogste bedrag ooit betaald om onder de dienstplicht uit te komen is maar liefst 4200 gulden. Een kapitaal in die tijd. Geld dat Johannes en zijn moeder wel kunnen gebruiken.



Als je van nummer ruilt moet dit ook allemaal officieel worden vastgelegd in een Notariële akte. Hierin worden de voorwaarden voor de plaatsvervanging vastgelegd. De Notariële akten uit die periode worden op dit moment gedigitaliseerd en kan ik nog niet inzien. 


Johannes neemt dus dienst in het leger op 22 maart 1814 maak ik op uit de gegevens die ik van Anton heb. Hij zit bij de 8e afdeling Batallion Infanterie Nationale Militie nr 1 met als Garnizoensplaats Groningen. Met deze gegevens kon ik ook gerichter zoeken in de Militaire Stamboeken op zoekakten.nl. Ik had al eerder een poging gedaan maar kon hem niet vinden. Maar nu ik zeker wist dat hij in dienst had gezeten maar eens gaan zoeken op de laatste 2 letters van zijn achternaam en ineens vond ik hem. Johannes Titero. Geen wonder dat ik hem niet kon vinden... Fietjeroo of Titero is wel even een flink verschil.



Bij zijn aankomst in het corps is hij 5 voeten, 2 duim en 3 streek lang, dat is ongeveer 1,63 m. 


Zijn signalement luidt:
Aangezigt; Rood
Voorhoofd; Klein
Oogen: Blaauw
Neus; Groot
Mond; Breed
Kin; Rond
Haar; Blond
Wenkbraauwen; Blond
Stamboek 8e regiment infanterie
En daar gaat meteen mijn theorie voor een mogelijke Afrikaanse komaf. Als zijn vader inderdaad van Afrikaanse komaf was geweest dan had Johannes geen blond haar en een rood gezicht gehad! 


22 Maart 1814 kan Johannes dan voor het eerst op appel van de militaire Kazerne op het toernooiveld aan de huidige Groeneweg in Leeuwarden, aan de straatzijde van de prinsentuin. Vijf dagen later trouwt hij met Hiltje Hillegonda Moon, nog net voordat hij naar Groningen verrekt. Hiltje blijft achter met hun dochter die dan al 9 maanden oud is. 


Zijn uitrusting bestond uit: 
Rokken; 1
Vesten; 1
Chacot; 1
Randsel; 1
hemden; 3
paar schoenen; 2
paren sokken; 2
Onderbroeken; 2
 ....broeken; 2
Linnen Slopkoussen; 2
Halsdassen; 2
Rokzakje
Chacot foudraal
Pompom; 1
R...stels(?); 2
Sabel
Sabel Koppel




Op 29 maart wordt Johannes al bevorderd tot Flankeur. De flankeurs vormden de lichte infanterie van een bataljon. Ze waren actief aanwezig en moesten gericht schieten veel eigen initiatief tonen. 
Volgens de gegevens in het stamboek is Johannes in 1815 in Brabant en in Frankrijk. En ineens ging me daar weer een belletje rinkelen. Voorouder Johannes van Adrichem was ook in 1815 in Frankrijk en hij vocht mee in Waterloo tegen Napoleon. 
Zou Johannes Fitjero ook meegevochten hebben? Snel gekeken bij de Waterloo gratificatie's in het Stadsarchief van Amsterdam. Op Fitjero en alle spellingsvarianten niks gevonden, dan maar eens Titero proberen zoals hij genoemd wordt in het stamboek en ja hoor, Bingo! 


Titero, Johannes - soldaat - Infanterie Nationale Militie - Bataljon Infanterie Nationale Militie No. 1


27-9-1817 Waterloo gratificatie ontvangen 29,10 gulden, 
uitbetaald aan (Luitenant Kolonel F.A.) Guicherit

Waterloo gratificatie
En dan begint het zoeken naar waar Johannes zat tijdens de Slag bij Waterloo. 

Via google vind ik het volgende; Bataljon Nationale Militie nr. 1


Opgericht begin 1814 als Bataljon Landmilitie nr. 1. In maart 1815 vernummerd in Bataljon Nationale Militie nr. 1. De militairen zijn voornamelijk afkomstig uit het militiedistrict Leeuwarden (1815). In december 1818 opgegaan in de 8e Afdeling Infanterie. 


Johannes heeft niet aan de strijd in Waterloo deelgenomen maar hij was onderdeel van het 2e Nederlandse legerkorps onder leiding van Prins Frederik. Dit korps was onder andere samengesteld uit de 1e divisie infanterie, gecommandeerd door Luitenant-Generaal J.A, Stedman. 

Deze divisie stond als tweede verdedigingslinie in het Vlaamse Halle bij Hondzocht.  15 Kilometer vanaf Waterloo stonden zo'n 17000 man klaar om in geval van een nederlaag van de Hertog van Wellington de aftocht te dekken en de weg naar Brussel vrij te houden. 
Maar door de nederlaag van Napoleon hoefde dit leger, bestaande uit Nederlanders, Duitsers, Belgen, Russen en Zweden, nooit in actie te komen. Was dit andersom geweest dan had er ook in Halle een slagveld kunnen zijn.  
Prins Frederik
Om de tijd te doden werd er om het uur appel geblazen en om de spieren fit te houden waren er militaire defilés. Hoeve Yserbyt werd het onderkomen van Prins Frederik van Oranje, de zoon van Koning Willem. Vanuit de molen van het dorp, 500 meter verderop, had Prins Frederik goed uitzicht op de strijd bij Waterloo. 
Plakaat Hoeve Yserbyt in Hondzocht-Halle
Molen in Hondzocht
De andere grote hoeves werden door ingekwartierde officieren ingenomen. 
Het moet een indrukwekkend gezicht zijn geweest in het dorp, 17.000 militairen die af aan het wachten waren of ze zich in de strijd zouden moeten mengen of niet.




18 juni 1815 verloor Napoleon de strijd bij Waterloo en al op 19 juni kreeg Prins Frederik van hertog van Wellington de order om met zijn manschappen naar het noorden van Frankrijk te marcheren om een aantal Noord Franse vestingsteden te observeren en de garnizoenen te beletten uit te Breken. 
Zo kon het geallieerde leger van Wellington verder optrekken richting Parijs voor de overgave van Napoleon en de Franse regering. Zo hoefden zich geen zorgen te maken over de communicatielijnen en bevoorradingslijnen achter zich. 
Ze sloten als eerst de stad Le Quesnoy in. Ze bombardeerden met artilleriegeschut om uiteindelijk de stad in te nemen en te bezetten. Vervolgens werd Valenciennes belegerd en het noordelijker gelegen Condé. Van 30 juni tot 12 augustus lagen de Nederlandse troepen voor Valenciennes waarbij ze de stad hevig bombardeerden. Ze capituleerden pas op 19 juli toen Napoleon afstand deed van de regering. De troepen doorstonden grote ontberingen. 
Op 20 november werd de vrede van Parijs getekend en verlieten de Nederlandse troepen na 29 november Noord Frankrijk en om weer richting hun garnizoenen te vertrekken. 


Op 1 juli 1816 ging Johannes met groot verlof en kon hij eindelijk eens een keer naar huis, 9 Maanden later werd het 2e kind van Johannes en Hiltje geboren. Op 28 april 1819 zat zijn 5 jaar diensttijd er op en had hij aan zijn dienstplicht voldaan. 
Anderhalf jaar later werd hun 3e kind, geboren. Waarschijnlijk is al die tijd niet thuis geweest en zullen zijn kinderen en zijn vrouw hem niet hebben gezien. 
Het vierde kind van Johannes en Hiltje, Hendrikje Vitjeroo, mijn oud moeder trouwt later met Johannes Huibert van Adrichem, mijn oud vader en de zoon van Johannes van Adrichem, ook een Waterloo veteraan. Ik had wel graag willen weten of heldhaftige verhalen nog lang in de familie zijn doorverteld, ik had ze wel willen horen, hoe afschuwelijk ook....

maandag 1 juni 2015

De familie Fietjero

Mijn favoriete voorouder is Hendrikje Vitjeroo, ik noemde haar ook al in een eerdere blogpost.

De familienaam heeft meerdere schrijfwijzen gehad:

Vitjeroo, Fietjeroo, Fitjeroo, Fitiero, Tetjeroo, Tietjeroo.

Ik vind het een prachtige achternaam, maar hij is helaas uitgestorven. De achternaam klinkt niet Nederlands. Maar ik heb een buitenlandse link nog niet kunnen bewijzen.


Wel vond ik:
Opvarende:
Johan Willem Fieteroo
Relatiesoort:
Gerepatrieerd
Afkomst:
Cassenibe
Beroep:
Matroos
Maandbrief:
Nee
Schuldbrief:
Ja
Gebeurtenis:
Aankomst Indie
Datum:
vrijdag 9 september 1774
Gebeurtenis:
VertrekKaap
Datum:
dinsdag 12 juli 1774
Gebeurtenis:
AankomstKaap
Datum:
zondag 1 mei 1774
Gebeurtenis:
VertrekKamer
Datum:
woensdag 8 december 1773
Gebeurtenis:
Einde verbintenis
Datum:
1775
Gebeurtenisplaats
Schip Pallas
Erfgoedinstelling:
Nationaal Archief
Collectiegebied:
Overzee
Archief:
VOC Opvarenden
Registratienummer:
6594
Pagina:
59
Akteplaats:
Amsterdam
Boek:
Amsterdam
Bestemming:
Batavia
In het enige document waarin het woord Cassenibe tegen kom, wordt een zin verder gesproken over Cassembe. Ik denk dat Cassenibe een schrijffout is geweest en de NI een M moet zijn. Cassembe ligt in Angola, Afrika, maar er bestaat ook een Cassembe in Mozambique. Misschien is Johan Fieteroo de vader van Joseph Fitiero en heeft hij zijn zoon Johannes Fietjero naar zijn vader vernoemd. Ik ben er nog niet achter. Want ik kan van alle drie de mannen geen verdere gegevens vinden. Ik zou het wel geweldig vinden mocht ik Afrikaans bloed hebben!


De eerste, wél bewezen, voorouder die ik heb kunnen vinden is Joseph Fitiero. Hij moet rond 1757 geboren zijn, waar, is mij niet bekend. Veel heb ik niet over hem kunnen vinden:

Soldaat in het regiment van de Colonel der Schepper

Regiment Nationalen de Schepper nr.1 Harlingen         1787 - 1790  IR672d

Regiment Nationalen de Schepper nr.1 Leeuwarden 1787 - 1790         IR672d


Hij trouwde op 26 Oktober 1788 in leeuwarden met Catharina Ombach.


Leeuwarden, huwelijken 1788

Vermelding: Ondertrouw op 11 oktober 1788 

Bruidegom: Joseph Fitiero afkomstig van Harlingen

Bruid: Catharina Hombach afkomstig van Leeuwarden 

Opmerking : hij is soldaat


Op 3 oktober 1789 wordt hun zoon Joannes Josephs Fitjero geboren. Op 4 oktober wordt Johannes gedoopt in de Rooms Katholiek St-Bonefatiuskerk aan de Nieuwstad in Leeuwarden. (Het pand is sinds 1911 in gebruik als bioscoop)

Op de doopakte staat echter zijn moeder vermeld als Catharina van Bailke.

Leeuwarden, dopen, geboortejaar 1789, doopjaar 1789

Geboren op 3 oktober 1789

Gedoopt op 4 oktober 1789 in Leeuwarden

Dopeling: Joannes

Vader: Josephus Fitjero, soldaat

Moeder: Cathrina van Bailke

Doopheffer: Coenrardus van der Steen

Opm.: De moeder is niet RK



Catharina Ombach (ook wel genoemd; Hombach, Ombag, Ombacht) is de dochter van Cornelis Ombach en Maria Wilms. Catharina wordt rond 1757 geboren in Leeuwarden.


Op 12 Maart 1805 overlijd Joseph Fitjero in Haarlem. Hij is dan circa 48 jaar oud. Vermoedelijke is hij in Haarlem gelegerd. Catharina heeft dan als beroep koopvrouw. Bij hij overlijden is ze Vischvrouw. Hun zoon Johannes is dan 15 jaar oud, en wordt net als zijn vader soldaat.


Op de pagina altijdstrijdvaardig.nl kom ik de naam van Johannes twee keer tegen.

* Fitjero Joh’s Josephs---- Veen v.d. Heere IJdes plaatsvervaner voor Fitjero Joh’s Josephs, hij wordt vermeld op een lijst van personen behoorende tot het actief contingent der Landmilitie Canton Leeuwarden die tot dusver zijn absent gebleven enz. Jaar 1814 (3) (dossier 5)

* Fietjero Johannes Josephus (er stond Fitjeroo Johannes en is door de ambtenaar aangepast) 286 Leeuwarden  is veranderd in Fietjero Johannes Josephus  is zijn volgnummer en zijn woonplaats voor dat hij in dienst is getreden, wordt vermeld in een Nominatieve Staat met 9 kolommen informatie en een door de Luitenant Kolonel Kommanderende het depot der Agtste afdeling Infanterie ondertekend document aan de Gouverneur van Vriesland betreffende genoemde persoon welke van het Bataillon Infanterie Nationale Militie no. 1 & 3 in Garnizoen te Groningen  met groot verlof afwezig zijn enz. jaar 1841 (7)


De informatie hierboven heb ik nog niet opgevraagd.


Als Johannes 23 is wordt hij vader van een dochter genaamd Catharina. De moeder is Hiltje Hillegonde Moon. Pas na 10 maanden trouwen Johannes en Hiltje, op 27 maart 1814 in Leeuwarden. Helaas zijn de huwelijkse bijdragen van dit huwelijk verdwenen. 

Bij het huwelijk is hij van beroep arbeider.  

Na Catharina krijgt het echtpaar nog 5 kinderen. Joseph in 1817, Maria in 1820, Hendrikje in 1823 (Johannes is dan opperman), 

Nadat de moeder van Johannes, Catharina Ombach op 67 jarige leeftijd overlijd op 10-01-1824, overleed dochter Catharina op 11 jarige leeftijd in 1825.  In 1826 wordt dochter Anna geboren, ze overlijd in december 1829, 3 jaar en 4 maanden oud. In Juni 1829 krijgt het gezin nog een dochter die naar de overleden oma en dochter wordt vernoemd, Catharina. Zij overleed in 1833 al op 4 jarige leeftijd. Alle kinderen worden gereformeerd gedoopt. 


Op 31 Augustus 1842 overleed Johannes Fietjero op 52 jarige leeftijd in Leeuwarden. 


Hiltje Moon (ook wel genoemd Mone of Moonen) overleed op 9 Juli 1858 in Leeuwarden. Zij is overigens de dochter van Hendrik Moon en Maria (Maryke) Helder beide uit Leeuwarden. Bij de doop Hillegonda staat vermeld;  RK gedoopt op 23-9-1786. "het kind, 9 maanden oud is ziek geboren." Ook wordt vermeld dat moeder Maryke Helder niet Rooms Katholiek is.


Haar vader Hendrik was Tamboer is het 1e bataljon Wapen Infanterie van het Lijfregiment Oranje-Nassau.


geboorteakte Hendrikje Vitjeroo

En dan komen we aan bij mijn favoriete voorouder; Hendrika of Hendrikje Vitjeroo. 

Ze is geboren op 13 mei 1823 in Leeuwarden. Daar groeit ze op met haar broertje en zusjes. Zus Catherina overlijd als Hendrikje twee is. Na de geboorte van Hendrikje worden er nog twee zusje geboren in het gezin, die heel jong komen te overlijden. Dat zal zwaar voor het gezin zijn geweest.

Ze wonen onder andere "bij de stadstuin" nr 200. 

Als Hendrikje 19 is overlijd haar vader, en staat het gezin er met moeder alleen voor. Zoon Joseph is dan 25 jaar. Dochter Maria 21. Het gezin moet het nu zonder de inkomsten van vader Johannes zien te redden. Moeder Hiltje moet nu ook gaan werken. Hendrikjes broer Joseph gaat  het jaar daarop trouwen.

In de bevolkingsregisters komen moeder en dochters op hetzelfde adres voor, meestal als breisters of arbeidsters. 

Hendrikje wordt op haar 23e zelfs gemeld als metzelaar. Ze woont op dat moment zonder familieleden, maar met een aantal vrouwen. Alle vrouwen zijn arbeidster, schoenmakersknecht of metzelaar. Misschien dat het een of ander opvanghuis is?


Hendrikje als "Metzelaar"


Huwelijksakte Hendrikje Fietjeroo en Jacobus de Haan

Als Hendrikje 28 is trouwt ze met, de in Hoorn geboren, Jacobus de Haan. Drie weken later wordt hun dochter Trijntje geboren. In 1852 vertrekt het stel om naar Hoorn te gaan, maar op diezelfde datum duikt het gezin ook voor het eerst op in de boeken van de Maatschappij van Weldadigheid. Met domicilie Hoorn. 

Volgens het signalement bij binnenkomst is ze:

1,42 lang. Ze heeft een rond aangezicht, bruine haren, blauwe ogen, gewone neus, gewone mond en een spitse kin.


De omstandigheden in de Ommerschans waren niet goed. In grote zalen, schaars verlicht, zonder ramen, sliepen zo'n 50 personen in hangmatten, die tot de zolder omhoog gehezen konden worden. Getrouwd of niet getrouwd, de mannen werden van de vrouwen gescheiden en sliepen op aparte zalen. Langs de muren van zalen stonden zitbanken waar de kolonisten in een lade hun spulletjes in op konden bergen. Hygiëne zal ver te zoeken zijn geweest. In regen en wind moesten de kolonisten buiten werken, door en door nat zullen ze vaak zijn geweest en dan met 50 personen in een ruimte. Zonder frisse lucht. Je kunt je voorstellen dat het er flink bedompt moet zijn geweest. In de gevangenissen dienden hoofd en voeten ’s zomers éénmaal per week te worden gewassen en in de winter slechts één keer in de veertien dagen. Elke drie maanden werd het hele lijf in een badkuip geweekt en werd tevens het hoofdhaar geknipt. Het afdrogen gebeurde met een gemeenschappelijke handdoek, want daarvan waren er kennelijk zeer weinig in omloop.

Hoewel elke bij een zaal behorende keuken over twee wastobben beschikte, zullen deze zeker niet zijn gebruikt voor een regelmatige wasbeurt van alle kinderen. Een logisch gevolg van de lichamelijke verwaarlozing was het veel voorkomen van vlooien en luizen. De kam, die elke wees samen met het eetgerei kreeg uitgereikt zal dan ook voornamelijk bedoeld zijn geweest, om het hoofd vrij van luizen te houden. Veel succes zal dit overigens in de overvolle en onzindelijke woon- en slaapzalen niet hebben gehad. De stromatrassen in de hangmatten vormden ongetwijfeld broeinesten van ongedierte en ze produceren veel stof. Ondanks de aanwezige ventilatiekanalen, het dagelijks aanvegen en opruimen door de kamerwachten en de jaarlijkse schoonmaakbeurt moet het er vuil zijn geweest en onfris en bedompt hebben geroken. De open tonnen, waarop de kinderen ’s nachts hun behoefte moesten doen, veroorzaakten niet alleen veel stank, maar vormden ook een bron van infectie. Minder gunstig was ook de gewoonte om ’s winters de was in de zalen te drogen te hangen. Zodoende waren alle factoren, die voor een snelle verspreiding van eventuele ziektekiemen konden zorgen, aanwezig. (bron: https://www.rug.nl/research/portal/files/14570956/Hoofdstuk%2014)

Men kreeg één warme maaltijd per dag. Meestal aardappelen, met paardebonen en 3x in de week een stukje vlees zo groot als een pink. In elke zaal was een keuken waar de kolonisten zelf hun eten moesten bereiden. Na een dag hard werken lieten de kolonisten al vroeg hun hangmatten zakken en viel in slaap. 


Op 28 februari 1852 komt hun dochter Trijntje te overlijden in de Ommerschans. Slechts 8 maanden oud. Ze zal zijn begraven op de begraafplaats in de Ommerschans, in een gezamenlijk naamloos graf samen met 5448 andere mannen, vrouwen en kinderen.


Na het overlijden van Trijntje vertrekken Jacobus en Hendrikje op 9 maart 1852 naar Veenhuizen, waar 1,5 jaar later, Jacobus de Haan op 11 november 1854 is overleden. Hij was 33 jaar oud.


Veenhuizen

Hendrikje, slechts 31 jaar, bleef alleen over. Als weduwe, zonder man, kind of familie. Op 6 april 1855 wordt Hendrikje ontslagen uit Veenhuizen. Ze is nog een 3e maal opgezonden geweest, maar dit heb ik niet kunnen vinden in het Drents archief. Ze wordt in elk geval op 11 februari 1858 vanuit Assen voor de 4e keer opgezonden naar de Ommerschans.

Centraal stond het hoofdgebouw, een twee verdiepingen tellend kloosterachtig vierkant gebouw  met een grote binnenplaats en met blinde buitenmuren van 100 meter elk. Dit hoofdgebouw was de verblijfplaats van 1000 tot 1200 bedelaars. Over de binnenplaats was een houten hek aangebracht, waartussen wachters  patrouilleerden. Op de binnenplaats, maar ook in een reeks van bijgebouwen, waren werkplaatsen ingericht waarin de arbeid moest worden verricht. Het  ging daarbij om spinnen, naaien, weven, breien en verstellen voor vrouwen, en om klompen, schoenen en kleren maken voor mannen. Ook was er een  smederij, een touwslagerij, een spijkermakerij en een timmerwerkplaats. Vanwege het ontsnappingsgevaar was het complex met een gracht omgeven,  met op de hoeken veldwachtersposten. Buiten de gracht lag een twintigtal boerderijen, waar men, onder geleide van een detachement van 25 soldaten,  landarbeid verrichtte.  De beloning voor arbeid was nominaal fl. 1.50 per week. Daarvan werd fl. 1,- ingehouden voor kost en werkkleding. De overige 50 cent werd uitbetaald in  bonnen die buiten de kolonie geen waarde hadden en dus alleen besteed konden worden in de winkel van de kolonie. Wie niet in staat was om de hele  dag te werken werd gekort op zijn uitkering; wie extra werk kon verzetten had de mogelijkheid om meer dan fl. 1.50 verdienen. Wie op deze wijze meer  dan fl. 75,- had weten te sparen kon in aanmerking komen om vrijgesteld te worden uit de kolonie.   Ofschoon de kolonie opgericht was ter verheffing en beschaving van de kolonisten, heeft ze deze pretentie maar zeer gedeeltelijk kunnen waarmaken. Er  was een schooltje annex onderwijzerswoning op het terrein, maar omdat ook kinderen geacht werden geld te verdienen, en dus te werken, kwam er van  schoolgaan niet veel. Ook met de beoogde zedelijke verheffing was het droevig gesteld: het aangebrachte hek tussen de mannen- en vrouwenverblijven,  waardoor ook echtparen van elkaar gescheiden waren, had geen enkel effect; volgens bezoekers van de kolonie waren de meeste meisjes zwanger (bron: http://www.dewilde.org/koloniste.htm)

En dat gebeurde ook met Hendrikje. 8,5 Maand  na het overlijden van Jacobus beviel Hendrikje op 3 augustus 1855 van dochter Johanna Catherina Vitjeroo. Als een kind binnen 306 dagen na overlijden van de vader wordt geboren, dan zou het de achternaam van de vader nog krijgen. Johanna Catherina wordt 256 dagen na het overlijden van Jacobus de Haan geboren, en toch krijgt ze de achternaam van haar moeder. Is Jacobus dan niet de vader? Ze is blijkbaar wel verwerkt toen Jacobus nog leefde. Het is me een raadsel waarom ze niet zijn achternaam krijgt. En een nog groter raadsel is waarom Johanna Catherina Vittjeroo niet wordt aangegeven bij de burgerlijke stand van de stad Ommen. Ze komt wel voor in het het handboek der bedelaarsgestichten van de Ommerschans. 


Op de Ommerschans leert Hendrikje, Johannes Huibert van Adrichem kennen. Als Hendrikje 34 jaar oud is trouwt ze op 3 november 1857 met Johannes Huibert, hij is 38 jaar. Van het huwelijk wordt aangifte gedaan in Avereest. Getuigen waren twee veldwachters en twee touwslagers. Als woonplaats wordt Avereest genoemd, "toch voor minder dan 6 maanden wonend te stad Ommen".  Ik denk dat ze op dat moment in in een hoeve van de Maatschappij woonden.


In 1858 ziet Hendrikje volgens het signalement bij 4e opzending in de maatschappij van Weldadigheid er als volgt uit: 

lengte 1,43

aangezigt; ovaal

haar; blond

oogen; blauw

neus; ordinair

kin; rond

merkbaare teekenen; geen


Op 14 augustus 1858, 10 maanden na hun huwelijk, wordt het eerste kind van Johannes Huibert en Hendrikje samen geboren. Johannes heet hij en wordt ook geboren in de Ommerschans. 

Johannes Huibert wil ook de dan 3 jarige dochter van Hendrikje, Johanna Catharina erkennen. Maar dan is er een probleem. Van de geboorte van Johanna Catherina Vitjeroo blijkt nooit aangifte te zijn gedaan bij de burgerlijke stand. Johannes kan Johanna Catherina dus niet erkennen. 

Pas op 30 november 1858 kom in het suppletoir (verlate) register van de stad Ommen de aangifte van de geboorte van Johanna Catherina Vitjeroo tegen. In die akte staat dat Johannes Huibert van Adrichem het kindje bij zijn huwelijk wilde erkennen, maar dat er geen inschrijving in het geboorteregister is geweest. Hij wil dat dan alsnog regelen via verlate inschrijving zodat hij officieel het kindje kan erkennen. In de akte staat hoe dit bij de Arrondissements rechtbank in Deventer verzocht werd dit te regelen. Er is een hele tijd overheen gegaan, maar uiteindelijk is dit dan toch gelukt. 

Johannes Huibert wordt in dat register vermeld als onvermogend.


Op 28 april 1861 wordt hun tweede zoon Hendrik Wijnandus Arie geboren in de Ommerschans. Over hem kan ik ook nog een heel hoofdstuk schrijven. Het wordt een man met een, zeg maar "interessant" leven. 

Op dat moment wonen ze in Hoeve Ommerschans nr 18, (thans zelhorstweg 10) in Avereest. 

Op 11 juli 1861 wordt het gezin naar Veenhuizen gestuurd. Daar wordt op 5 juni 1863 een dochter geboren. Ze noemen haar Gerhardina.


Voor de 5e en laatste keer wordt het gezin op 29 december 1870 veroordeeld en opgezonden vanuit Assen. En op 26 december 1872 wordt het hele gezin ontslagen vanuit Veenhuizen en zullen ze er nooit meer terugkeren.

Zoals ik in de blogpost over Johannes Huibert al aangaf, zou het gezin naar Hellendoorn zijn gegaan, al heb ik ze daar in het bevolkingsregister nog niet aangetroffen.


Het gezin komt terecht in Hilversum, waar ze aan de Vaart gaan wonen.

Johannes Huibert werkt er als textielarbeider.


  
huisjes aan de Vaart in Hilversum


Hilversumse stoomspinnerij en weverij

Dochter Johanna Catherina trouwt in Hilversum met Abraham de Roo op 1 juni 1876.

In 1877 worden Johannes Huibert en Hendrikje voor het eerst grootouders.

Johanna en Abraham krijgen een zoon; Stephanus Johannes de Roo. Dit kleine mannetje overleed echter al in 1879.

Maar dat heeft Johannes Huibert niet meer meegemaakt, hij stierf er op 17 april 1878 in Hilversum. Hij is dan nog maar 59 jaar.


In 1880 bevalt Johanna Catherina in Ochtrup (dld) opnieuw van een zoon die ze ook weer Stephanus Johannes noemt. Vernoemd naar de vader van Abraham, Stephanus de Roo en naar Johannes Huibert.

Drie jaar later bevalt ze wederom van een zoon Johann Martin Hubert, als 3e naam een verwijzing naar Johannes Huibert. Dit zoontje wordt geboren in Eschendorf (dld).

Later komt daar nog een zoon bij. Wilhelm Friedrich wordt geboren in Rheine (dld).



Johann Martin Hubert de Roo

Vanwege het werk in de textielindustrie zal Hendrikje wel met haar kinderen zijn meegereisd want in 1886 duikt ze ook op in Rheine, Duitsland.

Zoon Johannes woont en werkt daar ook met zijn gezin in de textielindustrie.

Ze is in dat zelfde jaar ook aanwezig bij het huwelijk van haar zoon Johannes met Judith Langkamp in Enschede. 7 Maanden later krijgen ze samen een dochter Johanna Huberta, zij wordt geboren in Ibbenburen (dld). Al eerder is er een zoon geboren die Albert Frederik heet en door Johannes wordt erkend bij het huwelijk.

Dochter Gerhardina trouwt ook in datzelfde jaar in Nordhorn (dld).

Er komen nog twee zonen ter wereld in het gezin van Johannes en Judith Langkamp. Frederik van Adrichem wordt geboren in 1887 in Enschede en Heinrich van Adrichem in 1889 in Schüttorf (dld).

En dan gebeurd er opnieuw iets verschrikkelijks. Op 29 september 1890 komt Hendrikjes dochter Johanna Catherina in Rheine te overlijden op 35 jarige leeftijd. Het oudste kind van Johanna Catherina en Abraham de Roo is dan nog maar 9 jaar.


overlijdensextract Johanna Catharina Vitjeroo

Abraham de Roo overleed 6 jaar later, op 16-11-1896 in Rheine (dld). Nog maar 40 jaar oud. Zijn 3 zoons, die allen onder de 16 jaar oud zijn, blijven alleen achter. Johannes van Adrichem, de zoon van Johannes Huibert en Hendrikje Vitjeroo, en hun oom wordt hun voogd.


Daarna worden er nog weer 4 kleinkinderen geboren, en er overlijden er ook weer 3 op jonge leeftijd.

Ze wordt zelfs overgrootmoeder. Stephanus Johannes de Roo trouwt en achterkleinzoon Abraham de Roo wordt geboren in Enschede. En er volgen nog meer, tijdens haar leven worden er nog maar liefst 8 achterkleinkinderen en nog eens twee kleinzoons geboren.

Maar Hendrikje al die kleinkinderen en achterklein kinderen ooit heeft gezien, vraag ik mij af.


Dochter Gerhardina kreeg naar mijn weten geen kinderen en verhuisde naar Groningen.

Van zoon Hendrik Wijnandus Arie ontbreekt, na een veroordeling vanwege desertie, elk spoor.

Zoon Johannes komt na vele omzwervingen in Duitsland, in Enschede terecht en hij is degene die voor het meeste nageslacht heeft gezorgd. (9 kinderen!)

Hendrikje komt weer terecht in Hilversum, waar ze na 35 jaar weduwe te zijn geweest, op 28 januari 1913 aan de Bakkerstraat 131 overlijd, op de gezegende leeftijd van 89 jaar.


Een gemakkelijk leven heeft dit taaie kleine vrouwtje niet gehad, maar door haar overlevingsdrang en de wil om wat van haar leven te maken, zit ik hier 5 generaties later een blog over haar leven te schrijven. Ik bewonder haar doorzettingsvermogen en had haar maar wat graag willen leren kennen!