donderdag 5 maart 2026

Elizabeth Groeneweg - van Bever

Soms laat een zoektocht je niet meer los. Zo ook de zoektocht naar wat er is gebeurd in de Tweede Wereldoorlog met Elizabeth Groeneweg- van Bever, de overgrootmoeder van mijn schoonzus. Het is een triest verhaal. Een verhaal waar ik uit nieuwsgierigheid eens naar vroeg en ik "eventjes" online naar ging kijken. Het verhaal werd voor mij echter steeds intrigerender, uitgebreider en verdrietiger. Het riep ook steeds meer vragen op dan dat ik antwoorden vond. Het is een verhaal over een Joods gezin, zoals zovele voor de oorlog, waarvan niemand ooit weer naar huis keerde. 

Binnen de Joodse traditie is het belangrijk om de namen te noemen van diegene die zijn overleden. Als je naam niet meer genoemd wordt ben je past echt overleden. Daarom noem ik hier de namen van Elizabeth en haar familieleden, de voorouders van mijn neefje. Zodat hun verhaal levend blijft en ze niet worden vergeten. 

Hun namen staan vermeld op het Holocaust monument in de voormalige Jodenbuurt in Amsterdam. Tussen de ruim 102.000 namen van de slachtoffers van de Holocaust die geen individueel graf hebben, heeft ieder familielid zijn eigen steen. De stenen met de namen, geboortedata en leeftijd bij overlijden zijn te adopteren. Dat kan via deze LINK.

Het kan zijn dat er nog (verre) familieleden in leven zijn, vanwege privacy redenen noem ik daarom de mogelijk nog levende familieleden in het verhaal niet bij naam. 

----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Voor de Tweede Wereldoorlog woonden er zo'n 13.000 Joden in Rotterdam. Rotterdam was daarmee, na Amsterdam en Den Haag, de derde Joodse plaats in Nederland. In Rotterdam woonde het gezin van Bever-van Spier. Een normaal Joods gezin bestaand uit zeven personen. Vader is Samuel Levie van Bever. Hij werd op 5 augustus 1885 geboren in Rotterdam en was de jongste van acht kinderen, waarvan er twee niet ouder dan één jaar zijn geworden. Zijn vader was de Amsterdammer Elias Samuel van Bever (1846-1897) en zijn moeder, de in Rotterdam geboren Elizabeth Spetter (1843-1933). 

Moeder Mietje van Spier deelde dezelfde verjaardag als haar man. Zij werd twee jaar later in 1887 geboren, ook op 5 augustus, in Culemborg. Haar vader was de, in Culemborg geboren, Marcus van Spier (1835-1913) en haar moeders naam was Saartje Levie (ca. 1845-1914). Zij werd geboren in Rheden. Mietje was ook het jongste kind in een gezin van zeven kinderen. Eén zusje overleed op één jarige leeftijd, een broertje met zes maanden. 

Mietje en Samuel Levie trouwden op 7 juni 1911 in Rotterdam. Mietje was toen drieëntwintig en Samuel vijfentwintig jaar oud. Mietje was op het moment van trouwen al zwanger, een buikje moet al te zien zijn geweest. Slecht vier maanden later werd hun eerste dochter geboren. Op 26 oktober 1911, een koude en regenachtige herfstdag, beviel Mietje van dochter Elizabeth. Vernoemd naar de moeder van Samuel; Elizabeth Spetter. Deze Elizabeth Spetter heeft na het overlijden van haar man nog een tijdje bij het gezin van Bever-van Spier in huis gewoond. 

Op zeven september 1913 werd er opnieuw een dochter geboren; Saartje; vernoemd naar de moeder van Mietje; Saartje Levie. Op 6 januari 1915 komt dochter nummer drie ter wereld; Esther. Vernoemd naar de oudste zus van Samuel; Esther van Bever. Helaas overleed het meisje al op 8 februari 1915 aan de Zandstraat 66b in Rotterdam, net een maand oud. 

Er volgde op 31 maart 1916 weer een dochter; Lena. Waarschijnlijk vernoemd naar de oma van Mietje; Leentje Levie. Op 8 augustus 1919 werd eindelijk een zoon geboren; Elias Simon van Bever. Vernoemd naar zijn opa, die al was overleden, maar die ook als naam Elias Simon van Bever had. En op 17 december 1922 volgde de laatste zoon Marcus. Vernoemd naar de reeds overleden vader van Mietje; Marcus van Spier. 

De persoonskaart van het gezin is een rommeltje, maar ik maak er op uit dat het gezin in elk geval bij het begin van het huwelijk heeft gewoond aan de Helmersstraat 1b in Rotterdam. 

Helmerstraat 1921

Voor de Tweede Wereldoorlog werd deze straat bevolkt door de Joodse arbeidersklasse van Rotterdam. Negentig procent van de Rotterdamse Joden behoorden tot deze groep. Ook woonde het gezin in verschillende huizen aan de Zandstraat. Deze straat vormde het hart van de Zandstraatbuurt en was de meest Joodse buurt die Rotterdam ooit gekend heeft. De Zandstraat werd al voor de oorlog gesloopt. Het waren veelal verkrotte huizen en het arme deel van de Joodse bevolking woonde hier, maar ook de prostituees huurden hier hun kamertje en was er veel criminaliteit. Zo'n tien procent, op een bevolking van 2500 personen in deze buurt, was van Joodse afkomst. Ook de Helmersstraat verarmde drastisch tijdens de crisis van de jaren dertig. 

Samuel wordt bij zijn huwelijk in 1911 vermeld als melkbezorger. Vervolgens staat hij bij de geboorte van zijn kinderen vermeld als; koopman in geregelde goederen (1913), uitdrager (1915), loopknecht (1915), melkbezorger (1916) en koopman in lompen (1919). Een aantal jaren later, als zijn kinderen gaan trouwen staat hij vermeld als koopman (1934-1941). 

De Joden werden van oudsher uitgesloten van veel beroepen zoals ambachten en gilden waardoor er vaak niet veel meer overbleef dan handelaar of (markt)koopman te worden. Vaak blonken ze uit in deze beroepen en ontstond de spreekwoordelijke "Joodse handelsgeest". Koopman in allerlei soorten verschillende goederen, ben ik dan ook bij vele familieleden van de familie van Bever als beroep tegengekomen. Met handkarren probeerden ze op markten hun waren aan voorbijgangers te slijten. Tijdens de Duitse bezetting werd het voor Joden verboden op "gewone" markten waardoor er geïsoleerde Joodse markten ontstonden. Ook voor Samuel Levie zal het moeilijk zijn geweest om in het levensonderhoud van zijn gezin te voldoen. Helemaal na het bombardement op Rotterdam van 10 mei 1940 en daaropvolgende capitulatie en beperkende maatregelen die Duitser aan de Joden oplegden. 

Welke plaats nam religie in binnen de familie van Bever? Gingen ze naar de synagoge? Vierden ze Joodse feestdagen, hielden ze zich aan de sabbat of aan de koosjere wetten, vierden ze hun Bar/Bat Mitswa? Drie van de vijf kinderen van Samuel Levie en Mietje trouwden met een niet Joodse partner. Wel woonden het gezin vaak midden in Joodse buurten. De kinderen zaten op reguliere scholen (Joodse scholen werden pad na 1941 opgericht in Rotterdam). In neem aan dat religie wel een rol speelde maar dat ze geen traditionele of orthodoxe joden waren. Maar ik kan het mis hebben.

Voor de bevolking van Rotterdam begon de oorlog met het bombardement ten volste. Achthonderd mensenlevens gingen verloren, 24.000 Woningen gingen in vlammen op en 80.000 mensen werden dakloos. Was de familie van Bever een van de slachtoffers die al hun bezittingen in vlammen op zagen gaan? Verloren ze hun huis? Ik kan er niets over vinden en de persoonskaart brengt ook niet veel uitkomst. Het zal in elk geval een grote impact hebben gehad op het dagelijks leven van de Rotterdammers. De gehele infrastructuur van de binnenstad was immers verwoest. 

Na de capitulatie op 14 mei 1940 trokken de Duitse troepen de stad in. In de eerste maanden van de bezetting was het nog een relatief rustige periode. Er werd voornamelijk puin geruimd en van de bezetter was niet veel merkbaar. Het normale leven kon toch weer redelijk doorgang vinden. 

Voor Joden was dat anders. Op 21 november 1940 werden alle Joodse ambtenaren ontslagen. Vanaf begin 1941 moesten alle personen van Joodse bloede zich aanmelden als Jood. Vanaf april 1941 werden de persoonsbewijzen ingevoerd en moesten de Joden een letter J in hun persoonsbewijs hebben. Allerlei maatregelen zorgden ervoor dat de Joden werden gesegregeerd. In augustus 1941 werd een deel van Rotterdam verboden voor Joden en Joodse kinderen mochten niet meer naar een reguliere school. 


Op maandag 10 februari 1941 moesten alle Joden wiens achternaam met een A of B begon, zich melden. Samuel Levie en Mietje evenals hun kinderen, partners en kleinkinderen kregen allen een zwarte J in hun persoonsbewijs. 

Samuel Levie en Mietjes oudste dochter, Elizabeth trouwde op 22 augustus 1934 met de niet Joodse Frans Jacob van Groeneweg 

Handtekeningen van Samuel Levie, Mietje, Elizabeth en Frans Jacob onder de huwelijksakte

Het gezin woonden volgens de persoonskaart aan het begin van het huwelijk aan de Eendrachtstraat. Vervolgens aan de Aert van Nesstraat waar de oudste zoon geboren is. Daarna verhuisden ze naar de Warmoezierstraat. Dochter Hendrika Johanna Groeneweg, de oma van mijn schoonzus, werd waarschijnlijk aan de Goudscheweg in Rotterdam geboren. En in 1938 woonden het gezin aan de Boomgaarddwarsstraat waar de jongste zoon ter wereld kwam. Niet alle adressen op de kaart kan ik goed lezen, sommige zijn vaag met potlood geschreven dus ik weet niet of ik alle namen goed en compleet heb. Maar dat ze in vijf jaar tijd zeven keer verhuizen geeft aan dat het gezin het niet breed had. 

Goudscheweg Rotterdam

Alle Joodse inwoners moesten zich melden, ook als je van half- of kwart Joodse afstamming was. Ook Elizabeth en de kinderen hebben zich moeten melden. Volgens de persoonskaart van Frans en Elizabeth zijn de kinderen allen Nederlands Hervormd gedoopt. Ook bij Elizabeth staat Israëlitisch doorgestreept en staat er NH (Nederlands Hervormd) boven. Er staat een aantekening bij; "Doopsbewijzen gezien, 27/11/1936". Betekend dit dat Elizabeth zich in 1936 heeft laten dopen? Het is mij niet helemaal duidelijk. 


Vanaf 2 mei 1942 werd het voor alle Joden ouder dan zes jaar oud, ook de half- en kwart Joden, verplicht een Jodenster te dragen. Zonder deze gele ster mochten ze zich niet meer in het openbaar begeven. Ook moesten Joden hun vorderingen bij de Liro bank, een afkorting van de Lippmann Rosenthal & co bank, worden gemeld, zowel door de schuldeiser als door de schuldenaar. Joden moesten hun kunstcollecties, goud, platina, zilver, sieraden, antiek, alsmede alle edelstenen en parels inleveren bij de bank. Net als fototoestellen, vulpennen, postzegelverzamelingen e.d. Onroerende goederen moesten worden verkocht, verzekeringpolissen worden afgekocht. Het resultaat hiervan was dat geen enkele jood na 30 juni over meer dan tweehonderdvijftig gulden kon beschikken. Alles wat boven dit bedrag uitkwam moest worden gestort bij deze Duitse roofbank. Ook de opbrengst van geconfisqueerde inboedels kwam bij deze bank terecht.

Gemengd gehuwde vrouwen en mannen met kinderen werden op 12 september 1942 opgeroepen om bij het bevolkingsregister van hun woonplaats te verzoeken hen een verklaring te geven van hun gemengde huwelijkse staat. Daarmee kregen ze een vrijstelling van de te werkstelling in het oosten. Vanaf mei 1943 kon deze groep bevrijd worden van de verplichting een Jodenster te dragen wanneer men zich "vrijwillig" liet steriliseren. Bij weigering werd er gedreigd met tewerkstelling, al werd die dreiging eind 1943 achterwege gelaten. Degene die verlost waren van hun ster werden "offene J Juden" genoemd. Zij kregen namelijk een nieuw persoonsbewijs met daarin een opengewerkt rode J gestempeld. Minder dan een derde van de ruim 8610 gemengd gehuwden is hierop ingegaan. De anderen bleven een sterdrager. Er volgden geen sancties wanneer men niet liet zich steriliseren. Was je geen strafgeval dan werd je ook niet gedeporteerd. Ik zie bij Elizabeth wel een rode J staan, maar volgens mij is die niet opengewerkt en zal ze zich niet hebben laten steriliseren. 

Dan krijgen de Joodse inwoners een oproep om zich te gaan melden voor te werkstelling in het oosten. De verzamelplaats voor de deportatie van Joodse Rotterdammers was Loods 24. Tussen 30 juli 1942 en april 1943 werden vanuit Loods 24 duizenden Joden gedeporteerd richting de concentratiekampen. Dit verzamelpunt bestond uit een houten loods in het zuidelijk deel van de stad. Het was een afgelegen plek op enige afstand van de woonwijken. De rails die er lagen gaven via goederenemplacement Feijenoord aansluiting op de het grote spoorwegnet van de Nederlandse Spoorwegen. Bij het ophalen van de Joden werden de namenlijsten afgewerkt die verstrekt werden door de Zentralstelle. Op deze lijst stond waarschijnlijk ook het jongste kind van Mietje en Samuel Levie, de negentienjarige Marcus. Hij kwam met het eerste transport dat vertrok vanuit Loods 24 richting Westerbork, waar hij op 31 juli 1942 aankwam. Het feit dat hij zonder zijn ouders op transport werd gezet duidt, denk ik, op een oproep dat hij zich moest melden om te gaan werken in Duitsland. 

Op de oproepkaart voor het eerste transport stond; "U moet zich voor eventueele deelname aan een, onder politietoezicht staande, werkverruiming in Duitschland voor persoonsonderzoek en geneeskundige keuring naar het doorgangskamp Westerbork, station Hooghalen, begeven. Daartoe moet U op 30 juli 1942 om 20.00 uur op de verzamelplaats Entrepôtstraat Loods 24 Rotterdam aanwezig zijn." In de nacht van 30 op 31 juli 1942 vertrokken de passagierstreinen met ca. 1074 Joden vanaf de loods richting Hooghalen, kamp Westerbork. 


In 1942 vertrokken er twee keer per week, op maandag en op vrijdag, een transport vanuit Westerbork richting de kampen. Op maandag 3 augustus 1942 werd Marcus naar Auschwitz vervoerd. Waar hij rond 5 augustus 1942 moet zijn aangekomen. Maar hij heeft de fictieve sterfdatum 30 september 1942. 

30 September 1942 is een veelvoorkomende officiële overlijdensdatum vastgesteld door het Rode Kruis voor slachtoffers die in die periode in Auschwitz zijn vermoord. Het is een fictieve juridische datum na de oorlog vastgesteld. De werkelijke datum van overlijden is niet bekend en heeft waarschijnlijk al op een eerder tijdstip plaatsgevonden. De datum 30 september 1942 moeten worden gelezen al "mogelijk op 29 september nog in leven, maar niet later dan op 30 september 1942". Veel slachtoffers van transporten uit de zomer van 1942 werden kort na aankomst of binnen enkele weken na registratie omgebracht of werden helemaal niet geregistreerd.

Marcus was echter een jonge man van slechts negentien jaar oud. Vermoedelijk is hij wel geselecteerd bij aankomst voor dwangarbeid. Net zoals de meeste mensen die hiervoor geselecteerd werden, is ook hij aan de ontberingen in het kamp gestorven. 

Dochter Lena de Bever, was gehuwd met Jonas Roodfeld en samen hadden ze een zoontje; Jacob Emanuel Roodfeld. Het jongetje was nog maar vijf jaar oud toen hij van hun adres aan de Laanzichtstraat, met zijn ouders op 4 augustus 1942 op transport ging naar Kamp Westerbork. Op 7 augustus 1942 moest het gezin naar Auschwitz. Na een helse reis van twee dagen kwam de trein aan in het kamp. Kinderen werden meteen na aankomst geselecteerd voor de gaskamers, meestal samen met de moeders. Jacob Emanuel is meteen bij aankomst op 9 augustus vergast. Waarschijnlijk samen met zijn moeder Lena. Lena heeft echter de fictieve sterfdatum 20 september 1942 net als haar man Jonas. Jonas Roodfeld zou nog de selectie hebben kunnen doorstaan en geselecteerd kunnen zijn om te werken. Maar dat is niet bekend. Lena stierf of zesentwintigjarige leeftijd. Jonas was zeventwintig jaar oud. 



Jonas' zus Rebecca was getrouwd met de broer van Lena; Elias Simon van Bever. Het stel had een zoon van één jaar oud, Samuel. De kleine Samuel en zijn moeder zaten gevangen in kamp Vught. 
In kamp Vught zaten kinderen niet bij hun ouders in barakken. Er was een speciaal kindergedeelte in het kamp. De kinderen zagen hun ouders nauwelijks omdat zij moesten werken in het kamp. 
Het kindergedeelte zat overvol. Er heersten moeilijk te beheersten besmettelijke ziekten en omdat de kinderen geen werk verrichten werd besloten de kinderen uit het kamp weg te halen. Op 5 juni 1943 werd bekend gemaakt dat er twee massadeportaties zouden plaatsvinden. Alle aanwezige kinderen in het kamp moesten naar een speciaal kinderkamp. 
Op 6 juni 1943 moesten alle kinderen van nul tot drie jaar met beide ouders op transport. En op 7 juni 1943 vertrokken alle kinderen van vier tot en met zestien jaar met één ouder. Midden in de nacht om half vijf vertrok het transport zodat er geen kans was om afscheid te nemen van de achterblijvende ouders of familie. 
Na een uitputtende reis van tien uur kwam het transport aan in kamp Westerbork. Op 8 juni vertrok het grootste joden transport ooit vanuit Nederland naar Sobibor. Verdeeld over maar liefst zesenveertig wagons zaten 613 mannen, 1350 vrouwen en 1051 kinderen tot en met 16 jaar oud. Hiervan waren 55 baby's, 123 peuters en 119 kleuters. Op 11 juni 1943 kwam het transport aan in Sobibor. Ik kan me geen voorstelling maken hoe deze reis moet zijn geweest. Een stampvolle wagon waar men bijna niet kon zitten met slechts een ton water en een ton voor ontlasting en dan al die huilende of apathische kinderen. Ik heb er vaak over gehoord en over gelezen maar elke keer als ik denk aan hoe dit moet zijn geweest word ik weer misselijk en onpasselijk. Al die onschuldige kinderen. 
Bij aankomst zijn alle ruim 1000 kinderen direct vergast. Ook de eenjarige Samuel en zijn moeder Rebecca hadden geen schijn van kans. Rebecca werd slechts 21 jaar oud.

Transport Kamp Vught

Mietje van Spier en Samuel Levie van Bever woonden aan de Adrianastraat 65 of aan de Breughelstraat 19 in Rotterdam. Beide adressen kom ik tegen op de transportkaarten van Mietje, Samuel Levie en zoon Marcus. Op 12 augustus 1942 komen Mietje en Samuel aan in Westerbork. De meeste gevangenen kwamen aan bij station Hooghalen en moesten het laatste stuk nog lopen. Bij aankomst in Westerbork werd iedereen geregistreerd en moesten ze alle persoonlijke eigendommen, identiteitspapieren en  voedsel bonnen inleveren. Ook de laatste 250 gulden die ze in eerste instantie nog hadden mogen houden, inleveren bij een filiaal van de Liro in Westerbork zelf. Dure mantels, schoenen, verstopte sierraden, alles van waarde werd hier van ze afgenomen. Daarna volgde een medische inspectie en ontluizing. Soms werd bij gevangen hun haar afgeschoren en kregen ze kampkleding. Daarna werden ze ondergebracht in overvolle barakken. Ze sliepen in stapelbedden of strozakken op de grond. Slechts twee dagen blijven Mietje en Samuel Levie in Westerbork.

Een week nadat hun zoon Marcus op transport werd gestuurd, werden ook Samuel Levie en Mietje op transport gezet naar Auschwitz. Op 14 augustus moesten ook zij in één van de vele veewagons richting het oosten. Samen met 503 anderen zaten ze ruim twee dagen in die verschrikkelijke trein. Bij aankomst had de 55-jarige Mietje geen kans om te geselecteerd te worden voor dwangarbeid. Met haar 55 jaar was ze te oud om te werken. De bovengrens voor dwangarbeid vrouwen lag op slechts 30 jaar oud, voor mannen was dat 50 jaar. 




Bij aankomst op "die Rampe" zal Mietje direct van Samuel Levie zijn gescheiden. Ze zullen nauwelijks afscheid hebben kunnen nemen. Overal schreeuwende SS-ers en blaffende honden. Wie niet snel genoeg de wagon uit kon komen werd in elkaar geslagen of ter plekke doodgeschoten. Hun bagage werd door Joodse gevangenen in gestreepte kledij uit de wagons gehaald. Binnen seconden werden ze geselecteerd door één van de SS-artsen. Jij links, jij rechts. De één naar de gaskampers, de ander naar de barakken. Een laatste blik achterom. Dan in een lange rij door een smalle doorgang afgezet met prikkeldraad tot ze bij het daadwerkelijke kamp waren. Ze werden gerustgesteld, moesten hun bezittingen afgeven en er werd ze verteld dat ze moesten uitkleden en douchen. Het moment dat ze beseften dat er geen water, maar dodelijk gas de douches binnen kwam moet verschrikkelijk zijn geweest. Als ik denk aan de angst en de paniek die ze moeten hebben gevoeld.... Het besef dat dit het moment was dat ze dood zouden gaan, en dat alle familie die eerder richting het oosten is vertrokken ook niet meer in leven was moet afschuwelijk zijn geweest.
Ik heb vele concentratie- en vernietigingskampen bezocht. Ik heb in de gaskamers van kamp Dachau en Mauthausen gestaan. Ik heb de krassen van nagels in de muren gezien, gemaakt in doodsangst. Het blijft onvoorstelbaar. 

Net als 75 tot 80% van alle mensen in de treinen ging ook Mietje direct door naar de gaskamers. Ook Samuel Levie kan met zijn zevenenvijftig jaar meteen zijn vergast. Hij heeft echter ook de fictieve sterfdatum 20 september 1942. Het mogelijk dat hij een fitte man was en heeft gelogen over zijn leeftijd en kan daardoor geselecteerd zijn voor arbeid en net als zijn jongste zoon aan de mensonterende omstandigheden in de kampen zijn overleden. Maar hij kan ook direct bij aankomst zijn vergast. Hierover is geen duidelijkheid. Van Mietje is echter wel zeker dat zij meteen bij aankomst op 16 augustus 1942 is vergast. 

Dochter Saartje van Bever scheidde in januari 1941 van de niet Joodse Jacobus van Bergen. Uit dit gemengde huwelijk zijn twee dochters geboren; Elizabeth Petronella in 1934 en Mietje in 1938. Saartje had een verhouding met de getrouwde niet Joodse Leendert Voortman. Van hem kreeg ze ook twee kinderen. Bij aankomst in kamp Westerbork op 10 april 1943 had Saartje één van deze twee kinderen mee; Wilhelmina Jacoba Cornelia van Bever, één jaar oud. Het andere kind is waarschijnlijk achtergebleven in Rotterdam. Mogelijk is dit kind nog in leven.

Saartje en dochter Wilhelmina verbleven in Westerbork in barak zeventig. Saartje heeft alles in het werk gesteld om deportatie te voorkomen en haar en haar dochtertje Wilhelmina te redden. Uit notities tussen 12 april en 17 juni 1943 bleek onder andere dat vrijstelling van deportatie als gemengd gehuwde niet mogelijk was omdat Saartje in 1941 gescheiden was van haar niet Joodse echtgenoot. Voor dochter Wilhelmina kon wel een verzoek worden ingediend omdat zij G1 (half joods, 1e graad) was. Er waren zo snel mogelijk bewijsstukken nodig dat de biologische vader Leendert Voortman, twee Arische grootvaders had. De geboorteakte van Wilhelmina moest opgestuurd worden, en er moest een negatief-verklaring van de Joodse gemeente Rotterdam t.b.v. Wilhelmina en een erkenningsakte van de vader nodig. Op 5 mei waren bijna alle stukken binnen, alleen was vader Leendert Voortman op dat moment in Berlijn en zodoende kon hij de erkenningsakte niet geven. Op 5 juli blijkt dat het geen zin meer heeft om de verdere gevraagde verklaringen te verkrijgen. Want op 12 juni 1943 overleed dochter Wilhelmina, slechts 15 maanden oud. Het verzoek werd daarom afgewezen. Wilhelmina is op 15 juni in Westerbork gecremeerd. De urn met haar as is op de Joodse begraafplaats in Diemen bijgezet. Uiteindelijk werd Saartje na twee maanden inspanning en onzekerheid over de uitkomst van haar verzoeken op 13 juli op transport naar Sobibor gezet waar zijn meteen bij aankomst op 16 juli 1943 werd vermoord. 


De dochters uit haar eerste huwelijk; Elizabeth (1934) en Mietje (1938) hebben de oorlog waarschijnlijk overleefd. Mogelijk heeft ook het onbekende kind (ca 1941) uit de verhouding met Leendert Voortman de oorlog overleefd. Ook dit kind kan nog in leven zijn.

Op de plek waar in Rotterdam ooit Loods 24 stond is nu een namenmonument te vinden voor alle 686 Rotterdamse kinderen tot en met twaalf jaar die vanuit deze plek naar de vernietigingskampen zijn vervoerd. Hierop staan ook de namen van de kleinkinderen van Samuel Levie van Bever en Mietje van Spier; Samuel van Bever (1 jaar), Wilhelmina van Bever (1 jaar) en Jacob Emanuel Roodfeld (5 jaar).



Tot 1 februari 1944 was er in Rotterdam een groep joden jagers actief. Deze groep bestond uit ca. dertig Rotterdamse politieagenten en werd Groep X (10) genoemd. Deze groep X was berucht voor het opsporen en opbrengen van Joden. Voor elke opgebrachte Jood kon een premie van 7,50 gulden worden ontvangen. De premie werd betaald door de roofbank Lippmann Rosenthal. Deze premie werd dus eigenlijk betaald met het van de Joden geroofde geld! Op deze manier zijn in Rotterdam door deze groep zo'n 857 Joden verraden. Elias Simon van Bever, de enige in 1944 nog levende zoon van Samuel Levie en Mietje en chauffeur lompensorteerder van beroep, werd opgepakt door deze groep X. 

Elias Simon werd na zijn arrestatie op 22 april 1943 naar kamp Moerdijk gestuurd, dit was een Aussenkommando van kamp Vught. De Joodse mannen die hier zaten werden ingezet bij het graven van tankvallen in Zuid-Holland. Vanuit Vught werd hij op 17 september 1943 op transport gezet naar kamp Westerbork. Hier verbleef hier slechts vier dagen. Op 21 september werd ook hij op transport gezet naar vernietigingskamp Auschwitz. Hier werd Elias Simon geselecteerd voor dwangarbeid. De levensverwachting bij dwangarbeid was erg kort. Eerder een kwestie van weken dan van maanden. 

Kaart uit de Carthoteek van de Joodse Raad van Elias Simon

Elias Simon heeft echter zes maanden lang standgehouden onder verschrikkelijke omstandigheden. Maar net zoals bijna alle gevangenen kwam ook hij uiteindelijk om het leven door een combinatie van grove mishandeling, uithongering, slecht schoeisel en kleding, dwangarbeid en slechte hygiëne en medische verzorging. Op 28 februari 1944 overleed Elias Simon op vierentwintigjarige leeftijd.  


Op dezelfde dag dat haar broer in Auschwitz overleed, werd op 28 februari 1944 werd het laatst levende gezinslid van de familie van Bever, de oudste dochter Elizabeth opgepakt. Door haar gemengd huwelijk bleef Elizabeth heel lang onder de radar. Ze had een rode J in haar persoonsbewijs waardoor ze (voorlopig) vrijgesteld was van transport. Er was echter steeds de angst om op grond van een willekeurige overtreding van de Duitse wetten naar Westerbork gedeporteerd te worden. En dat de ze alsnog zoals de rest van haar familie op de trein naar de vernietigingskampen gezet zou worden. Elizabeths ouders, broers, zussen, neefjes, nichtjes, oom en tantes waren al weggevoerd, hun bezittingen geroofd en hun bedrijven geconfisqueerd.  

Toen Elizabeth werd opgepakt was ze woonachtig aan de Cothenstraat. Dit lag in het zogenaamde Utrechtse Dorp. Dit waren noodwoningen die gebouwd zijn in de Tweede wereldoorlog na het bombardement op Rotterdam. Het Utrechtse dorp, met 119 stenen woningen, werd pal naast het Noorderkanaal gebouwd van de stenen die overbleven na het ruimen van het puin na het bombardement. En nadat in 1940 een deel van de sloppen uit het Zandstraatkwartier werden gesloopt kwamen veel van de armste bewoners uit de binnenstad in deze noodwoningen terecht.  

Cothenstraat Rotterdam

Elizabeths man Frans Jacob Groeneweg was vuurstoker op de grote vaart. Met de grote vaart wordt bedoeld de zeereizen, de maandenlange reizen met een schip over de oceaan. Dit betekende dat Elizabeth voor lange tijd in haar eentje achterbleef om voor hun drie kinderen te zorgen. Bij Elizabeths arrestatie was ze in haar eentje. Ik vond geen vermelding van aanwezigheid van haar kinderen. 

Op de kaarten van andere gearresteerde Joden vond ik vele bijschrijvingen van de bezittingen die de opgepakte bij zich had op het moment van in hechtenisneming. Bij Elizabeth staat echter niets vermeld. "Geen fouill." lees ik er.

Ik denk dat ze óf niet gefouilleerd is, maar dat lijkt me sterk óf dat ze geen bezittingen bij zich had en dat duidt op een onverwachte arrestatie. Waar waren haar kinderen op dat moment? Bij haar? Bij hun vader? Of zat hij toen op zee? Waar de kinderen bij familieleden van zijn kant? Haar familie was immers allemaal al afgevoerd. 

Mogelijk is Elisabeth verraden. Op de achterkant van de kaart staat namelijk een bedrag; 7,50 gulden. Eerst dacht ik dat het een bedrag was wat ze bij zich droeg. Maar het is hetzelfde bedrag als het zogenaamd "kopgeld". Het bedrag dat je kreeg als beloning als je een Jood verraadde. 

Na wat vergelijking met andere kaarten ben ik er vrij zeker van. Op andere kaarten waar hetzelfde bedrag staat vermeld staat dat het bedrag werd uitbetaald. Steeds weer datzelfde bedrag. En de bezittingen en geldbedragen die de arrestanten bij zich hadden worden niet aan de achterkant vermeld maar aan de voorkant van de kaart. 


Volgens familie geruchten heeft Elizabeth's echtegenoot Frans Jacob haar bij de politie aangegeven. Daar heb ik geen bewijs voor kunnen vinden. Frans Jacob had echter wel een jongere broer van wie er een dossier is bij het CABR; het Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging, dat vorig jaar openbaar is gemaakt. In dit archief bevinden zich personen die na de Tweede Wereldoorlog zijn onderzocht binnen de bijzondere rechtspleging. Dat kan zijn omdat ze op een of andere manier fout zijn geweest in de oorlog. Dat er van hem een dossier is, betekend niet dat hij ook daadwerkelijk fout is geweest in de oorlog! Maar er is wel onderzoek naar gedaan. Ik heb echter het dossier niet ingezien, het is (nog) niet online te raadplegen. Ik weet dus ook niet wat erin staat. Maar het is een mogelijke theorie van mij dat Elizabeths zwager haar aan kan hebben gegeven om die 7,50 gulden op te strijken. Maar hij kan ook om hele andere redenen onderzocht zijn. Hopelijk komt binnenkort het dossier online en kan ik inzien waarom zijn handel en wandel in de onderzocht is. 

Het is ook een mogelijkheid dat Elizabeth en Frans Jacob niet meer samen waren, maar ook nog niet officieel gescheiden. Eén van Elizabeths zusjes was gescheiden dus het is niet ondenkbaar dat Elizabeth of Frans Jacob een einde aan het huwelijk had gemaakt. Het was blijkbaar geen grote schande in de familie. 
Het was echter wel een reden om Elizabeth te arresteren en op transport te zetten. Zolang je gemengde gehuwd bood het je immers toch nog enige bescherming en een kans om onder het transport uit te komen. Maar de Duitsers hadden misschien wel helemaal geen gegronde reden nodig om haar op te pakken. Gewoon domme pech, verkeerde plek, verkeerde tijd is natuurlijk ook mogelijk. Waarschijnlijk komen we nooit achter het "waarom?"...

Feit is dat van 28 februari tot 1 maart 1944 zat Elizabeth gevangen in het Huis van Bewaring aan de Noordsingel in Rotterdam. Op 29 februari tekende ze met haar volledige achternaam op het document voor teruggaaf van evt. bezittingen; E. Groeneweg van Bever. Op 1 maart 1944 werd ze op transport gezet naar kamp Westerbork. 

Op vrijdag 3 maart 1944 werd Elizabeth gedwongen op transport gezet naar Auschwitz samen met 731 andere Joden. Na drie dagen reizen in die volgepakte veewagons kwam ze aan bij haar eindbestemming. En ondanks haar jonge leeftijd van slechts tweeëndertig jaar werd Elizabeth meteen bij aankomst vergast. Daarmee werd op 6 maart 1944 ook het laatste nog levende gezinslid van de familie van Bever vermoord. Vandaag precies 82 jaar geleden.


Maar wat gebeurde er vervolgens met Elizabeths kinderen? Hier is veel onduidelijkheid over in de familie van mijn schoonzus en ook een reden waarom ik dit verhaal hier schrijf. Volgens dochter Hendrika was zij ook aanwezig toen ze samen met haar moeder op transport werd gezet. Haar moeder spoorde haar echter aan om het op een lopen te zetten. En dat heeft ze gedaan. Toen ze niet meer kon is ze in slaap gevallen onder een boom en zou ze uiteindelijk door het rode kruis zijn gevonden. Via Duitsland zou ze uiteindelijk weer in Rotterdam terecht zijn gekomen. Maar hoe betrouwbaar zijn de herinneringen van een zevenjarig getraumatiseerd meisje? Ik heb geen bewijs kunnen vinden van aanwezigheid van kinderen tijdens Elizabeth's arrestatie. Ook niet dat Hendrika uiteindelijk in een kindertehuis of internaat terecht is gekomen. Dit betekend echter niet dat het niet is gebeurd. Er is nog zoveel niet openbaar of onderzocht.
Hendrika heeft altijd vermoed dat ze nog een broer moest hebben met rode haren maar zeker wist ze dat niet. Over een jonger broertje was haar niets bekend. En dat roept veel vragen op. Heeft hun vader echt zijn vrouw en kinderen verraden? Hebben de kinderen hun vader ooit weer gezien? Zijn de kinderen niet samen in een kindertehuis terecht gekomen? Waarom wist Hendrika niets over haar broertjes? Wat is er van hen geworden? Zijn ze misschien nog in leven? Ik heb niets gevonden dat er op wees dat haar broertjes samen met hun moeder zou zijn omgekomen. 

Pas op 8 januari 1947 wordt het overlijden van Elizabeth aangegeven bij de burgerlijke stand. 
Diezelfde dag(!) trouwt haar man Frans Jacob Groeneweg in Den Haag met de dertien jaar jongere Alida van der Ploeg. In het krantenarchief Delpher vond ik dat uit dit huwelijk nog tenminste twee kinderen zijn voortgekomen. Daar is ook niks over bekend binnen de familie van mijn schoonzus. Zouden deze kinderen andersom wel op de hoogte zijn of zijn geweest over het eerste huwelijk van hun vader en de andere kinderen van hun vader en hun lot? 

Hendrika Johanna is in 2007 overleden op zeventigjarige leeftijd. Mogelijk zijn haar onbekende broers en/of halfbroers/zussen nog in leven en kunnen meer vertellen over wat er allemaal is gebeurd is in die tijd. Ik heb al een aantal mensen online benaderd, o.a. een vermoedelijke halfbroer, maar zonder succes. Ik kreeg tot nu toe geen bericht terug...





Dochter Hendrika heeft in 1999 voor haar moeder, opa en oma en ooms en tantes, negen stuks in totaal, de Yad Vashem getuigenissen ingevuld. En samen met haar dochter is ze naar Israël geweest om een boom voor haar familieleden te planten. Deze Yad Vashem getuigenissen bevatten de gegevens van omgekomen familieleden en worden bewaard als blijvend monument en aandenken. Het zijn symbolische grafstenen, bewaard in de Hal der Namen in Yad Vashem in Jeruzalem . Het doel van deze Hal der Namen is het herdenken en documenteren van de zes miljoen omgekomen Joden in de Tweede Wereldoorlog. Zes miljoen, het blijft een onwerkelijk aantal. Van de meeste slachtoffers zijn behalve hun namen weinig bekend. Ook geen foto's. 
Van het gezin van Bever- van Spier heb ik ook geen foto's gevonden. Wel van één van de broers van Samuel Levie; Jacob van Bever. En van een broer en zus van Mietje van Spier; Jacob van Spier en Sophia Noach-van Spier. Zouden Mietje en Samuel Levie op hun broers en zus hebben geleken? Je kunt je zo in elk geval een beetje een voorstelling maken hoe ze er uit moeten hebben gezien.

Jacob van Bever
 
Jacob van Spier

Sophia Noach-van Spier

Ik heb ook de gezinnen van de broers en zussen van Samuel Levie en Mietje onderzocht. 
Vijf broers en zussen van Samuel Levie; waaronder Mathilda, Salomon, Jansje, de al overleden Esther en bovenstaande Jacob van Bever met partners en kinderen en met diens partners en kinderen. Dat zijn maar liefst vierenzeventig omgekomen familieleden. 

De vier broers en zussen van Mietje; Abraham, Aaltje en bovenstaande Sophia en Jacob van Spier en hun partners en kinderen en evt. partners en kinderen zijn samen drieënveertig vermoorde familieleden. 
Dit zijn dus alleen nog maar de ooms, tantes, neven en nichten (en kinderen) van Elizabeth. Oudooms en -tantes, achterneven en achternichten heb ik niet eens uitgezocht. Van een aantal van hen vond ik foto's die je hieronder kunt zien.

Tel je de twaalf familieleden van de familie van Bever-van Spier erbij op dan kom ik aan maar liefst honderdnegenentwintig in de Tweede Wereldoorlog omgekomen personen van de familie van Bever-van Spier! 

Stel je eens voor dat je de oorlog als enige zou hebben overleefd. En dat je naast je naaste familie ook je evt. schoonfamilie, achterneven, oudtantes, vrienden, kennissen, klasgenoten en buren bent verloren. Ik heb niet eerder in mijn leven beseft om hoeveel mensen dit wel niet gaat. 

Familieleden Samuel Levie van Bever en Mietje van Spier

Ik luisterde onlangs naar de podcast; "De laatste getuigen" over de Rotterdamse Razzia van 10 november 1944 waarbij 52.000 van de 70.000 Rotterdamse mannen werden opgepakt en uit de stad werden verwijderd om ingezet te worden voor de arbeidseinsatz. HIER vind je de link naar deze podcast. Hier hoorde ik het verhaal over een Joodse man die ook was opgepakt tijdens deze razzia en met een schip richting Kampen was vervoerd. Hij droeg een Jodenster en ondanks waarschuwingen van zijn medegevangenen heeft hij deze niet verwijderd. Toen hij in Kampen het schip mocht verlaten zagen de Duitsers zijn gele ster en werd hij ter plekke door een Duister neergeschoten en viel hij te water, waar is hij verdronken. 

Toevallig kwam ik de volgende dag ditzelfde verhaal tegen toen ik verder de stamboom van de familie Bever aan het uitzoeken was. Het bleek om een volle neef van Elizabeth Groeneweg-de Bever te gaan, de gemengd gehuwde Abraham (Bram) van Ploeg. Hij was een zoon van Mathilda van Bever (een tante van Elizabeth) en David Ploeg. 

Abraham kreeg in het begin van de oorlog een sperre vanwege zijn gemengde huwelijk. Hij werd tijdens de Rotterdamse razzia van 1944 opgepakt en samen met 150 andere mannen in een kolenschip geladen. Honderdvijftig mannen opgepropt in een ruim van 25 vierkante meter. Liggen, zitten en naar de wc gaan was niet mogelijk. Na uren wachten kwamen de schepen in Amsterdam waar eten en drinken werd gegeven. Na drie dagen varen kwamen de schepen in Kampen aan. Hier werd Bram bij het verlaten van het schip in koelen bloede neergeschoten door de dronken Duitse Oberleutnant van de Wehrmacht Ernst August Willy Bartzen en in het water getrapt. De andere Rotterdamse mannen moesten machteloos toekijken hoe Bram zwaargewond verdronk. De Duitsers stonden erbij te lachen.... 

Aan de van Heutzskade in Kampen ligt een Stolpersteine voor Abraham van Ploeg. Bram en zijn vrouw Helena Maria Duiker kregen drie kinderen. Mathilde (1933) overleed al op tweejarige leeftijd. De andere twee kinderen hebben waarschijnlijk de oorlog overleefd. Mogelijk zijn zij nog in leven.

Stolpersteine Abraham van der Ploeg

En met dit trieste verhaal eindigt mijn verhaal over de familie van Bever- van Spier. 

Ik hoop dat na het publiceren van deze trieste familiegeschiedenis, er eventuele nakomelingen van deze familie contact met mij opnemen. Ik zorg er dan voor dat evt. nieuwe informatie terecht komt bij mijn schoonzus en haar familieleden. Misschien zijn er onbekende familieleden die wél op de hoogte zijn van wat er met Elizabeth of de rest van de familie is gebeurd. Misschien hebben ze alleen geruchten gehoord. Ook deze kunnen mogelijk interessant zijn en aanknopingspunten geven. Zijn er foto's van het gezin van Bever? Zijn de broers van Hendrika nog in leven, hebben ze nakomelingen? Wat is er met de broertjes gebeurd na de oorlog? Wat weten de halfbroers en of -zussen van Hendrika over het eerste huwelijk en de kinderen van hun vader? Ik hoop dat er na ruim 80 jaar duidelijkheid komt voor de nabestaanden. Ook al heb je geen nieuwe informatie, het zou geweldig zijn als je contact met mij opneemt! 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Bedankt voor je reactie! Heel erg leuk dat je mijn blog hebt gelezen. Heb je een vraag gesteld dan neem ik zo snel mogelijk contact met je op. Groetjes Marloes