Posts tonen met het label ruiten. Alle posts tonen
Posts tonen met het label ruiten. Alle posts tonen

vrijdag 19 juni 2026

Frans Houben Garé

Deze keer een totaal andere kant van de mijn familiestamboom. 

We dalen af naar het uiterste Zuiden van ons land in de provincie Limburg. Het laatste stadje aan de Maas voor de Belgische grens is Wessem. Het licht ten Oosten van het bekende witte stadje Thorn. Wessem is een kleine stad met zo'n 2000 inwoners. Het is in de 17e eeuw "groot" geworden door de scheepvaart. De gunstige ligging in een bocht aan de Maas maakte Wessem tot een handelsplaats. De eerste officiële vermelding van de plaats dateert echter uit 965 als villa Wishem. In de 12e eeuw kreeg Wessem stadsrechten. Het is daarmee de oudste stad van zowel Nederlands als Belgisch Limburg. Het heeft een historisch centrum, monumentale gebouwen en nostalgische straatjes. 


Als Wessem rond 1150 stadsrechten krijgt, heeft het ook het recht om eigen munten te slaan. Ook was er een schepenbank gevestigd. Van 1590 tot 1598 was Hubertus Garé schepen van bovengenoemde schepenbank. Hubertus; ook wel Houb genoemd, was ook de borgmeester van Wessem in 1589. Een borgmeester, niet te verwarren met burgermeester, stond borg voor het financiële reilen en zeilen van een stad of dorp. Hij werd gekozen uit de schepenen van de stad. De borgmeester was verantwoordelijk voor het innen van plaatselijke lasten. Mocht de stad borg tekort hebben dan moest de borgmeester deze uit eigen zak bijschieten. Een niet onbemiddelde man dus. 

St. Medarduskerk te Wessem gezien vanuit de Groenstraat

Een schepen kon bevoegd zijn tot het vonissen in civiele en criminele zaken en was bevoegd op het terrein van de vrijwillige rechtspraak. Allerlei overeenkomsten en verbintenissen werden voor de schepenen gesloten en door hen geregistreerd. De overdracht van onroerend goed en erfverdelingen vonden eveneens plaats voor de schepenbank. Een schepenbank is een voorloper van het huidige college van B&W en bestond uit zeven schepenen. 

Houb was getrouwd met mevrouw Vogels. Voornaam onbekend. De familienaam Vogels is een veel voorkomende naam in Wessem. Maar ook varianten van de naam als  Voegels, Voeghels en Voghels. In een akte van 20 maart 1587 wordt Houb vermeld waarin hij "naeste bloetverwant her koemende van wilant Frans Voegels" is. De erfgenamen verkopen "sijnen huijs en hof gelegen aen dije port aen der Maesen reijgenoot ter eijnder dije Maese ter ander sijde dije straet neffen den kirckhoff". Houb Garé had zijn aandeel reeds overgedragen aan zijn zoon Frans "Huijben". Houb is dus een naaste bloedverwant van Frans Voegels. Mogelijk zijn schoonvader. 

Ao 1587 den twintichsten daech martij sijn voor ons Mathis Schrivers stathelder Mathis Smeijers Johan Smeets Mathis Ingelen als scepenen der stat Wessem gecomperert en erschenen Hubrecht Gare mijt sijnen soen Fransen en Lenaert Voegels mijt noch dije naegelaeten kinder Gelis op dije Laeck saeliger mijt naeme Frensken, Gertruijt en Jen mijt hunnen twe broeders Johan en Claes….

Houb en mevrouw Vogels kregen samen twee zoons; Jan en Frans. Bij Frans staat vermeld; "verheft Vogelsleen te Pol" in 1626. Ik weet niet precies wat het betekend. Hij mag iets heffen bij Vogelsleen te Pol. Pol is een buurtschap iets ten noorden van Wessem. Vogelsleen is mogelijk een leengoed van de familie Vogels. Frans Houben die als alias Garé heeft, trouwt met Joanna Melenborghs. Het echtpaar krijgt drie kinderen, waaronder mijn voorouder en oudste zoon Frans. Frans "de Jonge" wordt geboren in 1615 en draagt de nu dubbele achternaam Houben Garé. Vader Frans overlijdt in Wessem op 24 november 1634 en zijn vrouw Joanna op 31 mei 1622. Ze worden begraven bij de Sint-Medarduskerk. Een gotische kerk die oorspronkelijk werd gebouwd omstreeks 946 en waar steeds op deze plek een nieuwe kerk herrees. De kerk werd in 1944 geheel verwoest en in 1948 weer hersteld. Op het kerkhof van Wessem staat echter nog stees een grafsteen met de volgende tekst; “hier ligt begraven Frans Huben sterf Ao 1634 den 24 Novembris ende Joanna Melenborghs sijn huysvrouw sterf Ao 1622 31 Mey Bidt Godt voor de Ziellen”. Bizar dat er bijna 400 jaar na hun dood er nog steeds een grafsteen is van twee van mijn voorouders. 400 jaar! 

Grafsteen van Frans Houben en zijn vrouw Joanna. Bron: Graftombe

Frans en Joanne woonden vlak naast de kerk. In een huis met schuur "neffens de kerckmuere ende de alde Maese". Naast de kerkmuur en de oude Maas dus, onderaan rood gearceerd op onderstaand kaartje. Ook eerder hierboven genoemd; "sijnen huijs en hof gelegen aen dije port aen der Maesen reijgenoot ter eijnder dije Maese ter ander sijde dije straet neffen den kirckhoff". 

Nu is op deze plek geen bebouwing meer te vinden, maar het is letterlijk een steenworpafstand van de laatste rustplaats van Frans en zijn vrouw Joanna. Bovenaan rood gearceerd een huis met schuur en stalling en brouwerij aan de Panheelder beek, naast de pastorie. Dit huis is generaties in bezit geweest van de familie Garé.

Wessem – 1 september 1709: Willem Willemen als man en momber van Gertruijdt Garé, Hermanus en Frans Roumen geassisteerd door hun moeder Clara Garé, en Willem Driessen als haar momber hebben overgedragen aan Engel Garé als momber van Gertruijdt Garé onmondige dochter van Jan Garé zaliger en Margaretha Meerten: twee vierendelen van een huis, schuur, brouwerij, moeshoven, stallingen en toebehoren te Wessem aan de Beek gelegen naast het pastoriale huis en het huis van Peter Willemen zoals in bezit is geweest van hun ouders en grootouders zaliger. Dit is hun toegekomen bij de scheiding en deling van Jan Garé zaliger op 24 juli 1703 waarin de vierendelen zijn verkocht aan 625 gulden.

Frans "de Jonge" verheft net als zijn vader Vogelsleen te Pol. Ook hij is borgmeester te Wessem in 1651. Frans "de Jonge" trouwde op 14 oktober 1636 in Thorn met Catherina Stevens Geulen. Het echtpaar krijgt samen negen kinderen. Hun derde kind is mijn voorouder Joanna Houben Garé. Gedoopt op 29 augustus 1643. Frans "de Jonge" is overleden rond 1667 in Wessem. 

Een groot deel van de oude bebouwing van Wessem is bewaard gebleven en is beschermd stadsgezicht. Aan de Steenweg vindt men nog steeds panden uit de tijd dat mijn voorouders in Wessem woonden. Steenweg nummer 6 en 9 zijn gebouwd in 1613. En nummer 10 "in de Yzeren vrijer" in 1632. Dat er nog huizen staan uit die tijd en dat mijn voorouders die panden hebben gezien en er misschien wel binnen geweest zijn en dat er zelfs nog enkele grafstenen staan na bijna 400 jaar vind ik bijzonder. Mocht ik er eens in de buurt zijn dan ga ik zeker een kijkje nemen en in hun voetstappen lopen. 

Steenweg 6, Wessem

Dochter Joanna trouwt met Jacobus Leurs en na zijn overlijden met Lutgardis Brentjens. Het gezin gaat in Stevensweert wonen. Ook een plaats aan de Maas waar ik al eens ben geweest om te kijken waar mijn voorouders hebben geleefd. Met Joanna's vertrek uit Wessem verdwijnt mijn laatste voorouder uit Wessem. Joanna overlijdt in Stevensweert op 26 september 1712. Joanna's dochter Christina Jacobs Leurs huwde met Joannes Godefridusz Reuten. Hun nazaten dragen de achternaam Ruiten en komen uiteindelijk op het eiland Schokland terecht. Ver weg van waar hun Limburgse wortels liggen. 


zondag 14 april 2024

Het eiland van Anna


Onlangs bestelde ik in de voorverkoop het gesigneerde boek "Het eiland van Anna" van Eva Vriend. Het boek gaat over de ontruiming van het eiland, hoe de bewoners proberen een nieuw bestaan op te bouwen en op zoek zijn naar een "thuis" en hoe de nazaten van de Schokkers zich na al die jaren nog verbonden voelen met het eiland. 

Eerder schreef Eva al het boek "Eens ging de zee hier tekeer" wat deels over Schokland ging. Via de Schokkervereniging zag ik dat Eva vorig jaar op een oproep deed om te komen naar de verhalenmarkt, mede georganiseerd door het Zuiderzeemuseum. Een samenkomst voor Schokker nazaten voor een uitwisseling van verhalen. Er werden soms ook spullen meegebracht die nog van het eiland Schokland kwamen. Hoe bijzonder! Enkele van die verhalen zijn in het boek terecht gekomen.

Ik ben zelf niet geweest bij de verhalenmarkten. Ik heb mijn overgrootouders niet (bewust) meegemaakt en mijn oma heeft er weinig over verteld. Ik heb wel meegedaan aan de enquête van Eva. Ik wilde nog proberen om samen met Eva en het Zuiderzeemuseum een verhalenmarkt in de bibliotheek te krijgen in Enschede, omdat er ook veel nazaten via de textiel in Enschede terecht zijn gekomen, maar dat is niet gelukt. 

Als je al wat langer meeleest op mijn site dan is het je vast opgevallen dat ik me erg verbonden voel met mijn voorouders en dus ook met mijn Schokker roots. Ook het eiland Schokland is een speciale plek voor mij. 
De (nieuwe) Schokkerhaven is een van mijn favoriete plekken. Vooral als het hard waait en de golven over stenen slaan en het water in mijn gezicht spat. Ik voel me nergens meer levendig dan daar. Zo moeten mijn voorouders zich ook hebben gevoeld op het eiland. Het constante leven met het water, continu het klotsen van de golven, het waaien van de wind. 

Het boek wilde ik heel graag lezen en tot mijn verrassing kwamen er een aantal van mijn voorouders in voor! Blijkbaar delen Anna Diender uit het boek en ik dezeflde voorouders. Ik stam zelfs via drie verschillende kanten af van Hendrik Jansen Diender en Lijsje Louwen. 


Overal in het boek staan inmiddels aantekeningen en arceringen!



De blauwe gearceerde namen zijn mijn voorouders.


Overgrootvader Evert Mossel wordt zelfs nog genoemd. Het verhaal over Evert staat ook hier op de site.

Dat mijn voorouders er in genoemd worden maakt het boek natuurlijk extra leuk. Veel verhalen uit het boek kende ik al via de Schokkervereniging en over sommige heb ik hier op de site geschreven. Ik vond het boek heel leuk en erg interessant om te lezen en het is zeker een aanrader. Ook de manier waarop het boek geschreven is vind ik heel inspirerend voor mijn eigen boek die ik aan het schrijven ben over de familie van Adrichem. 

De publicatie van het boek heeft er ook voor gezorgd dat er in het Zuiderzeemuseum een van de huisje uit de Schokkerbuurt uit Kampen is ingericht met de spullen die de toenmalige directeur van het Zuiderzeemuseum destijds van Anna heeft gekocht. Na ruim veertig jaar zijn eindelijk de schouwplaat, de tegels en het kabinet die van Schokland naar Kampen zijn meegekomen te zien. 

Het Zuiderzeemuseum is mijn favoriete musea en de weersvoorspelling van afgelopen weekend waren prachtig én ik wilde heel graag Anna's huisje met eigen ogen zien. Ik was al een aantal jaren niet meer in het museum geweest dus genoeg goede redenen om naar Enkhuizen te rijden.

Een replica van Anna's huisje met de originele schouw en kabinet in 1859 meegenomen met de ontruiming van Schokland. 

Ik vind de tegeltjes zo mooi!

Het originele kabinet dat van Schokland is meegekomen en in het huisje van Anna heeft gestaan. Of het linnengoed het originele linnengoed is genoemd in het boek weet ik niet.

De huisjes van de Schokkerbuurt weer opgebouwd in het museum.

Zo stel ik me voor hoe Emmeloord, Schokland er ongeveer uit heeft gezien.



Er staan meerdere huisjes in het museum die van oorsprong van Schokland zijn gekomen. Stenen huizen stonden er nauwelijks, het is voornamelijk het houtwerk, deuren, ramen, kozijnen die meegenomen zijn van het eiland en weer zijn hergebruikt. 


Eva Kwakman en Jacob Konter zijn niet mijn voorouders maar wel de ouders van twee schoonzussen van mijn oma, Tante Gonda, die ik nog gekend heb en Tante Anna. Beide ook Schokkernazaten en getrouwd met twee broers van mijn oma. 

Het huisje van mijn voorouder, de weduwe Maria Alberts Diender en haar zoons Reinerus en Jacob Ruiten. Ook dit huisje kwam deels van Schokland en was huisje nummer één in de Schokkerbuurt. 

Ook zijn we nog in het Binnenmuseum geweest omdat ik dacht dat er daar ook een tentoonstelling was over onder anderen Anna Diender. Na een ronde door het museum kwam ik er achter dat de tentoonstelling pas te zien is vanaf oktober 2024 in plaats van tót oktober 2024. Heb ik weer... goed lezen is soms lastig. In oktober dan maar weer richting Enkhuizen, dat is zeker geen straf! 

zaterdag 19 november 2022

Reijers Jacob Ruiten

Je zou misschien verwachten dat al mijn voorouders die van Schokland afkomstig waren vissers waren. De meeste waren dat ook inderdaad. Met uitzondering van de familie Ruiten, daar is een visser in de familie een uitzondering. De eerste Ruiten die naar het eiland kwam was een timmerman. En diens zoon Jacob ook. Reijer Jacobs Ruiten, werd echter een arbeider op het eiland. 


Reijer was het jongste van acht kinderen van bovengenoemde Jacob Christiaensz Ruiten en Trijntje Reijers Kale. Reijer werd vernoemd naar zijn opa Reijer Jacobs Kale. 

Op 29-5-1773 werden Trijntje Reijers Kale en haar vader Reijer Jacobs Kale ontboden door dominee Van Nes en de ouderling Willem Klaasen. De predikant vroeg haar waarom zij de openbare predikatie en de bijzondere woensdagse catechisatie al enige tijd niet meer bijwoonde, en in plaats daar van naar de Roomse kerk in Emmeloord ging. Trijntje antwoordde hierop dat zij niets tegen de gereformeerde leer had, maar dat zij geloofde in de Roomse leer. Op de vraag of zij, zo het gerucht ging, Paaps wilde worden, gaf Trijntje een bevestigend antwoord. Hierop werd haar "de verregaande onzinnigheid en onverantwoordelijkheid" van haar handelwijze onder ogen gebracht, en is zij "op het aller ernstigste en bewegelijkste vermaant af te staan van zulk een ongeregtigheit, en vermaant met een zware boetevaardigheit weder te keren tot den schoot en leere der kerke, Die zij aanvankelik tegen de wil van haren ouden vader, en tegen voorgaande vermaaningen schandelijk verlaten had, onder de kragtigste bedreiging, indien zij zich niet bekeerde van Gods tijdelijk en eeuwig oordeel’". Geen vrijheid van godsdienst voor Trijntje dus. Een maand later verdronk haar vader in de Noordzee. Zouden de bijgelovige Schokkers dit ook zien als een straf des Gods? 

Reijer Jacobs Ruiten trouwde toen hij 19 jaar was met zijn volle nicht Trijntje Willems Kleusien. Pastoor Doorenweerd schreef hierover in zijn dagboek " Ter gelegenheid dat ik bij den aanvang dezes jaars 1807 om eene dispensatie aan zijne Amplit. N.M. Pas voor Raijer Ruiten en zijnè volle nigte Trijn Willems Klusje schrijven moeste, deed ik er de volgende brief in onze taal, van den 8 jan. gedagtekend bij". Trijntje overleed negen maanden na de bruiloft. Slechts 22 jaar oud. 

Anderhalf jaar later trouwde Reijer met Gerritje Alberts Kok. Het gezin bestaande uit 6 personen, woonde in 1825 op de Middelbuurt in Schokland op huisnummer. 35. Zij hebben ook gewoond op Ens 41 .In 1832 waren zij eigenaar van een huis op Ens, sectie B, kadasternummer 39, groot 16 vierkante el.

Middelbuurt (Ens)

Op 16 mei 1820 spookte het weer eens hevig op de Zuiderzee. De schipper Theodorus Brink uit Meppel en zijn knecht raakten die dag bij Schokland, ten noord-oosten van de buurt Emmeloord, door de storm in de problemen. Hun schip bleek lek te zijn en kon met pompen nauwelijks meer boven water gehouden worden. Zij gooiden in doodsangst het anker uit en hesen een “noodschouw” in de mast. Met dat laatste werd waarschijnlijk bedoeld dat ze een vlag “in sjouw” hesen, een gedeeltelijk opgerolde vlag, of een vlag met een knoop erin, ten teken dat men in nood verkeerde.

Het noodsein werd gezien door Jacob Staats, een schipper uit Durgerdam, die besloot op Schokland hulp te gaan halen. Hij voer dus door naar de buurt Ens, en nam daar de arbeiders Pieter Jacobs Coridon, Reijers Jacob Ruiten, Gerrit Machiels Klein en Roelof Burger aan boord. Met hulp van deze vier nergens voor terugdeinzende Schokkers slaagde Jacob Staats erin om het in gevaar verkerende schip met zijn bemanning te redden.

Storm Middelbuurt

Schout Lucas Seidel meldde dit voorval aan de gouverneur van de provincie Overijssel, die op 6-6-1820 besloot: "…. aan den Schout van Schokland te kennen te geven onze bijzondere tevredenheid over het gedrag en betoonde menschlievendheid van de vier genoemde ingezetenen van het Eiland Schokland. "

En daar moesten onze vier dappere Schokkers het mee doen: geen mooi getuigschrift of een flink geldbedrag ditmaal, geen medaille of een fraai horloge, maar gewoon een simpel bedankje. Dat is ook mooi natuurlijk, maar misschien hadden ze toch stiekem gehoopt op iets meer….

Bron: Schokkererf


woensdag 14 november 2018

Reinerus Ruiten

Het is kwart voor vijf op de ochtend van 19 maart 1846. Over twee dagen begint officieel de lente maar buiten is het koud en sneeuwt. In een huisje in Kampen ligt de 25 jarige Maria Alberts Diender in bed. Na uren weeën gehad te hebben is ze nu aan het laatste stadium van haar bevalling gekomen. Ze zucht steunt en perst en om vijf uur wordt met behulp van vroedvrouw Johanna Kuijlman haar eerste kind geboren. Het is een jongetje en krijgt dezelfde naam als zijn grootvader; Reinerus. Zijn roepnaam is Reinier. De vader van het kleine jongetje is de schippersknecht Jacob Reijers Ruiten en weet nog van niks. Er moet brood op de plank komen voor de kleine baby en dus is hij is vissen op de Zuideezee. De volgende ochtend doet daarom de vroedvrouw aangifte van de geboorte van de kleine Reinerus.
Reinier Ruiten
Jacob en Maria zijn nog maar pas getrouwd. Amper twee maanden geleden gaven ze elkaar het
Ja-woord.
De zwangere buik van Maria moet duidelijk te zien zijn geweest. Als Reinerus drie jaar is, is zijn moeder opnieuw zwanger. Jacob werkt inmiddels als schippersknecht bij de schipper Jacob van Heisbergen. Ook de in Kampen woonachtige Fokke Jacobs van der Slacht werkt als schippersknecht op het schip van Jacob van Heisbergen. Op 18 augustus is het drietal in Leeuwarden als het noodlot toeslaat. Jacob overlijdt 's nachts om 2.00 uur, slechts 34 jaar oud.
's Ochtends zijn het Schipper Jacob en knecht Fokke die de dood aangeven. Ze weten dat zijn vrouw Maria heet, maar meer is ze niet bekend, ook de achternaam is niet correct.
Er heerst op dat moment Cholera in Leeuwarden. In de dagen rond de dood van Jacob overleden er al 8 mensen aan deze ziekte. Mogelijk is Jacob ook een van deze slachtoffers. In zijn overlijdensakte staat hiervan echter niets vermeld.

Overlijdensakte Jacob Reijers Ruiten
Als Maria in Kampen het bericht krijgt van het overlijden van haar man is ze zeven maanden zwanger. Ze vertrekt hoogzwanger samen met de drie jarige Reinerus naar haar moeder op Schokland, waar ze op 17 oktober bevalt van zoon Jacob.
De beide broers groeien op het eiland. Wie de geschiedenis van het eiland kent weet dat dit waarschijnlijk in bittere armoe is geweest.
Als Reinerus 13 is en Jacob 10 wordt het eiland ontruimd. Hun huisje in Emmeloord met nummer 27A moet worden afgebroken en worden meegenomen naar Kampen.

Emmeloord, met in het roze huisje nr 27

Voor 23.81 gulden koopt Maria het eerste van de 21 stukken grond in de tuin van onderwijzer  Arnoldus Legebeke, die deze ter beschikking heeft gesteld aan de Schokkers. Hier herbouwt ze haar schokkerhuisje samen met haar zoons Reinier en Jacob. In huisje nr. 2, pal achter de woning van Maria gaat haar zus Anna wonen met man en kinderen.

Schokkerbuurt in Kampen. 
Schokkerbuurt in Kampen
Handtekening Maria Alberts Diender

Reinerus brengt de rest van zijn jeugd door in Kampen en zal, zoals zoveel Schokkers, heimwee hebben gehad hebben naar het eiland. Hij wordt volwassen maar treed niet in de voetsporen van zijn voorouders die vaak timmerman of arbeider waren. De textielindustrie is dan in opkomst en Reinier wordt Trijpwever. (Trijp is een soort fluweel)

Huisje nr 1 in de Schokkerbuurt

Hij leert de dienstbode Johanna Catharina Diender kennen. Ook een meisje van Schokker afkomst. Op 29 oktober 1874 trouwen ze. Reinier is 28, Johanna 23 jaar. 
Geld om de verplichte leges voor het huwelijk te betalen hebben ze niet en ze trouwen dus ook, zoals zoveel van mijn voorouders, met een verklaring van onvermogen. Het pas gehuwde stel blijft in Brunnepe wonen. 

Reinerus Ruiten en Johanna Catharina Diender
In 22 jaar tijd krijgt het echtpaar 10 kinderen:

Jacob Ruiten * 28-4-1876/ +29-7-1947
Jacob Ruiten
Johanna Maria Ruiten * 16-9-1877/ +18-2-1960

Albertus (Bart) Ruiten * 18-10-1879/ +31-12-1966
Bart Ruiten
Jacobus Ruiten * 8-3-1883/ +14-6-1883

Jacobus Marinus Ruiten * 30-3-1884/ +28-5-1884

Maria Jacoba (Marie) Ruiten *1-4-1885/ + 9-4-1983
Marie Mossel-Ruiten
Jacoba Hendrika Ruiten * 14-11-1887/ +16-10-1889

Jacobus Hendrikus (Kobus) Ruiten * 24-2-1891/ + 8-5-1971
Kobus Ruiten
Jacobus Marinus Ruiten * 8-9-1893/ + 27-6-1894

Catherina Helena (Heleen) Ruiten * 27-1-1897/ + 19-4-1971
Heleen van den Berg-Ruiten


Op 9 juli 1889 overlijdt Reinerus moeder Maria Alberts Diender. Ze is dan 68 jaar. Ze is nooit hertrouwd en woont bij Reinerus en zijn gezin in.
Als jongste dochter Heleen nog in de luier zit, trouwt oudste zoon Jacob met Katherina Stroeve, ook van Schokker afkomst en krijgen een zoon. Het gezin verhuisd vervolgens naar Deventer.
Zo wordt Reinerus op zijn 52e voor het eerst grootvader, zijn jongste dochter is dan twee jaar.

Bijna alle kinderen van Reinerus trouwen met een partner van Schokker afkomst.
Johanna Maria Ruiten trouwt met Marinus Kalter. Zoon Bart Ruiten trouwt met Maria Zalm.
Mijn overgrootmoeder Marie trouwt met Evert Mossel. Zoon Kobus trouwt met Trui Lohman en Heleen Ruiten trouwt met Antonius van den Berg.

Vermoedelijk alle drie de dochters van Reinerus Ruiten
Kleinkinderen krijgt Reinerus ook genoeg, ik heb er 38 geteld.
Reinerus vrouw, Johanna Catherina Diender, overlijd om 11 uur 's ochtends op 16 september 1910 aan de Noordweg 25 in Kampen op 58 jarige leeftijd. Na 36 jaar huwelijk is Reinerus ineens alleen....
Noordweg 25, Kampen

Zijn kinderen en klein kinderen houden hem op de been.
Onlangs stond er in het Schokkererf nr. 103 van september 2018 een aantal "vertelselties" van Marie Ruiten-Zalm. Het ging om opnames uit 1954 die door het Meertens Instituut waren gemaakt. Op deze opnames vertelt Marie Ruiten-Zalm in het Schokkers enkele verhalen over vroeger. Ook haar man Bart Ruiten is bij de opnames aanwezig. 
Bart, de zoon van Reinerus Ruiten, is niet veel te horen, maar wel zingt hij een liedje. Het is "het versje van de foekepot". Een versje dat vroeger op Schokland met vastenavond gezongen werd. 
Het versje van de foekepot
Van wie zou Bart dat liedje geleerd hebben? Van zijn vader Reinerus en zijn moeder Johanna?
Ik zie het helemaal voor me hoe het gezin 's avonds voor de kachel aan tafel zit om de kinderen het liedje te leren. Ik vind het bijzonder om te horen.
Als lid van de Schokkervereniging kun je op de site de opnames uit 1954 beluisteren.

Zuiderzeemuseum, 2000. Ik voor het huisje van Maria Alberts Diender en haar zoon Reinerus Ruiten.

Zuiderzeemuseum, 2000.
Mijn oma, Johanna Maria Mossel voor het huisje waar haar opa Reinerus Ruiten en zijn moeder Maria Alberts Diender hebben gewoond.
Reinerus heeft na het overlijden van zijn vrouw in 1910 nog heel veel jaren te gaan.
Zevenentwintig jaren zal hij nog doorbrengen zonder zijn vrouw. Reinerus sterft op 13 maart 1937 in Kampen op 90 jarige leeftijd.
In de archieven vind ik uit die tijd weinig over hem. Helaas ken ik ook niemand die me nog over hem kan vertellen. Een dochter in Enschede, een zoon in Deventer, ik denk dat hij ze amper nog eens heeft gezien. Woonde hij alleen of bij een van zijn andere kinderen in? Hoe sleet hij zijn dagen? Ik hoop het ooit nog eens te weten te komen.

Onderstaande foto kreeg ik pas geleden van een familielid. Ik denk dat dit wel eens Reinerus Ruiten zou kunnen zijn, samen met mijn overgrootmoeder Marie, zijn dochter. Het lijkt of ze samen van de kerk terug komen of zouden ze aan het winkelen zijn geweest?

Marie vertrok in 1927 met haar gezin naar Enschede dus de foto moet voor die tijd gemaakt zijn. Deze man, vermoedelijk Reinerus, moet hier zo tussen de 70 á 80 jaar oud zijn. 
Als iemand mij kan vertellen of dit Reinerus is of niet, dan hoor ik dat graag!

Marie Mossel-Ruiten met onbekende man









donderdag 18 mei 2017

De familie Ruiten

Dat mijn voorouders via mijn moeders kant van het eiland Schokland komen, daar schreef ik HIER en HIER al eens over. Zowel via de familie Mossel als via de familie Ruiten heb ik ook schokkerbloed en daar ben ik trots op! 

Nu is het zo dat de wortels van de Schokker familie Ruiten eigenlijk helemaal niet in Schokland liggen. De familie Ruiten, Ruijten, Reuten of Reuthen zoals ze ook wel genoemd worden, komen namelijk oorspronkelijk uit het plaatsje Stevensweert in Limburg. 
Stevensweert ligt samen met het plaatsje Ohé en Laak op een eilandje gevormd door twee zijarmen van de Maas, de Grensmaas en de Oude maas. In 1633 werd door de Spaanse veldheer Francisco de Moncada werd het oude plaatsje tot vestingsstad omgebouwd. Er werd een aarden vestigingswal met zeven bastions en vijf ravelijnen aangelegd. Het stadje, met zijn nu 1660 inwoners, heeft tot op heden nog steeds zijn zevenhoekige vorm weten te behouden.

Zo rond die tijd werd in Stevensweert Godefridus Hendriksz Reuten geboren, hij was een zoon van Hendrik Reuten en Odillia Luttiens. Hij trouwde op 3 februari 1665 in het plaatsje Stevensweert met Maria Welters en samen kregen ze drie kinderen. Bij de geboorte van de laatste dochter gaat het mis en overlijd Maria Welters de dag na de bevalling.  
Een jaar na het overlijden van zijn eerste vrouw trouwt de 35e jarige Godefridus, roepnaam Geurt, opnieuw. Ditmaal met Odilia Schreurs, de 26e jarige dochter van Christiaan Schreurs en Johanna Vogels. Met Odilia, die ook wel Dileken wordt genoemd krijgt hij nog eens 8 kinderen. Geurt is Schepen van Stevensweert en van Ohé en Laak.

Een jaar na het huwelijk moet Geurt verschijnen bij de schout van Stevensweert omdat hij zich "heeft durven verstouten nu eenige tijt geleden de dochter van Tilman Welters, met name Jenike Welters' waldtdaedelick met eene dichte dorens stock te slaen. In der voegen dat haere armen, lindenen ende rugge 't enemael blauwe ende swart, oock op haer hoeft butsen en nutsen, weshalve sij van alsulke slagen heeft, moeten te bedde liggen, zijnde in perikel van leven of sterven"
Oftwel hij heeft de zus van zijn eerste vrouw zo bont en blauw geslagen dat ze op het randje van de dood ligt. Leuke man die voorouder van me… 
Hij komt er in elk geval niet ongestraft van af. ' De beklaagde ,,sal gestraft worden met alsulken strave als een Erf gericht na de merite van deselve in recht ende justitie sal vinden te behoren met condemnutie vun costen". Wat het helemaal betekend weet ik niet, maar ik maak er op uit dat hij zijn schoonzus moet betalen. Een magere straf voor zo'n mishandeling...

Het stel lijkt niet onbemiddeld want in de rechtbank archieven van Stevensweert komen meerdere transacties voor waarbij het echtpaar grond of huizen koopt of verkoopt. Bij het huwelijk van dochter Alexdrina in 1700 geeft het echtpaar in plaats van 100 rijksdaalders een gedeelte van het huis De Meerkat. Het huis ligt in het fort van Stevensweert. Een behoorlijke gift!

Via zoon Joannes Godefridusz Reuten die op 21 augustus 1682 in Stevensweert werd gedoopt loopt de stamreeks verder. Hij trouwde op 18 januari 1705 met Christina Leurs. Dochter van Jacobus Leurs, burgermeester van Stevensweert en Joanna Houben (Garé). Joannes was 22 en Christina 20 jaar ten tijde van het huwelijk.

Over Johannes Reuten verscheen afgelopen jaar een mooi stukje in de Schokker Erf. Van Bruno Klappe kreeg ik toestemming om een deel van het verhaal hier te plaatsen. Ook hij is een nazaat van Joannes Reuten, net als heel veel andere Schokkers.

"Op 29 april 1712 zat de 29-jarige Johannes Reuten, op dat moment vader van vier kinderen, rustig een glas bier te drinken in de herberg van Peter Moors in Stevensweert. Om een uur of zes kwam de 24-jarige jonker Filip Bernard d'Amensaga met zijn knecht ook naar de herberg, en beiden dronken samen, staande voor de deur, enkele glazen brandewijn.
Jonker Filip was de zoon van Domingo Fernandino d'Amensaga, een kapitein in Spaanse dienst, die in 1676 het kasteeltje Bosserweert kocht, iets ten noorden van de vesting Stevensweert. Domingo Fernandino d'Amensaga was in 1695-1702 gouveneur van het Fort Sint Michiel te Venlo (zie beleg van Venlo)

Op een gegeven moment ontstond er een gesprek tussen de brandewijn- en de bierdrinkers, en in de loop van dit gesprek vroeg Johannes Reuten aan de jonker of hij de oude notenbomen voor het huis Bosserweert aan hem wilde verkopen. Iemand anders uit het gezelschap merkte toen op dat die bomen niet veel waard meer waren, kennelijk met de bedoeling om de prijs laag te houden. Reuten zei vervolgens dat hij het daar helemaal mee eens was, maar dat viel niet in goede aarde bij jonker d'Amensaga, die tegen Reuten snauwde: “Dou schelm, dou schorck, was hebts dou daer verstandt af!” (Jij schelm, jij schurk, wat heb jij daar verstand van!)

Reuten nam dit natuurlijk niet, en zei dat hij geen schurk maar een eerlijk man was. Jonker d'Amensaga begon hem daarop zo af te tuigen met zijn karwats, dat een bierglas in Reutens hand brak. Die gooide woedend het restant naar het hoofd van de jonker en ging er vandoor.

Karwats

Maar d'Amensaga rende met getrokken sabel achter Reuten aan, dreef hem op de beugelbaan in het nauw, en gaf hem een zware sabelhouw in zijn elleboog. Reuten schreeuwde luid om hulp, maar zijn vrienden konden de jonker niet tot bedaren brengen.

Het slachtoffer wist weer te vluchten, en verschanste zich in een gang tussen twee huizen. Jonker d’Amensaga gaf toen zijn knecht opdracht om Reuten neer te schieten, maar die was gelukkig zo verstandig om dat te weigeren. De jonker liep daarop zelf naar zijn paard, greep zijn twee pistolen, richtte die op zijn slachtoffer en haalde de trekkers over. Godzijdank weigerden beide wapens….

Chirurgijn Wolf Jurgen Baarts had er nog heel wat werk aan om alle wonden van Johannes Reuten te verzorgen, want zijn rekening bedroeg maar liefst 15 rijksdaalders. Ter vergoeding van deze en verdere onkosten liet Reuten vijf bunder land van jonker Filip in beslag nemen en publiek verkopen.

Spijt had de jonker niet van zijn wandaden, bleek toen hij voor het gerecht van Stevensweert stond. Een beledigde edelman had nu eenmaal het volste recht om met zijn karwats te slaan, meende hij, zeker als men in aanmerking nam dat hijzelf een “cavelier van eere ende digniteijt” was, en Reuten “eenen borgelijcken impertinenten ende moetwillige persoone”. De verdere mishandelingen beschouwde hij gedeeltelijk als zelfverdediging en gedeeltelijk als gelogen. Uit het vonnis en de daarop volgende verkoop blijkt echter dat de schepenen aan het woord van deze edelman weinig geloof gehecht hebben."

Joannes kreeg met zijn vrouw Christina na dit voorval nog vijf kinderen. Zijn vrouw overleed in 1734 in Stevensweert op 49 jarige leeftijd. Joannes besloot toen om Limburg vaarwel te zeggen en zijn geluk te zoeken in Kampen. Daar werd hij in 1736 in het burgerboek ingeschreven. 

Bij de verhuizing naar Kampen nam Joannes een aantal van zijn kinderen mee. De oudste van de negen kinderen overleed nog in Stevensweert, maar zijn zoon Christianus, die op 2 januari 1718 werd gedoopt, kwam zeker mee. 

Waar zijn broers en zussen bij hun doop nog de achternaam Reuten kregen, kreeg Christiaan bij zijn doop de achternaam Ruijten. 
Christiaan was timmerman en verhuisde naar Schokland waar hij trouwde met Marijtje Jacobs Visser. De katholieke Christiaan en de gereformeerde Marijtje trokken zich niks aan van de bezwaren tegen hun huwelijken en trouwden zowel in de gereformeerde kerk op Ens en de katholieke kerk op Emmeloord. Met zijn verhuizing naar Schokland werd hij de stamvader van de Schokkerfamilie Ruiten. Samen kreeg het echtpaar negen kinderen. Zijn vrouw Marijtje overleed, 41 jaar oud in 1767 op Ens, 2 dagen na de eerste verjaardag van haar jongste zoon.

Schokland

Volgens de volkstelling van 1795 woont het gezin, bestaande uit de weduwnaar Christiaan met vier kinderen, vijf kleinkinderen en een meid op de Middelbuurt te Schokland. Vier jaar later overlijd hij op 81 jarige leeftijd.
Middelbuurt
Ik had deze blog over de familie Ruiten niet kunnen schrijven als de pistolen van de Spaanse jonker niet geweigerd hadden. Zoon Christiaan was dan niet geboren en naar Schokland verhuist. De hele Schokkervereniging had dan niet eens bestaan, want Ab Klappe, de vader van Bruno Klappe en oprichter van de Schokkervereniging was er dan ook niet geweest. 
Er zijn nog veel meer verhalen over de familie Ruiten en andere schokker families te vinden in "het Schokker Erf", het blad van de Schokkervereniging. Voor slechts 16.50 euro per jaar ben je al lid van de vereniging en krijg je 4x per jaar het blad "het Schokker Erf" opgestuurd. Ik kijk er elke keer weer naar uit en lees bij thuiskomst meteen het blad van voor tot achter uit. 


Ben je ook een Schokker nazaat of ben je heel erg geïnteresseerd in de geschiedenis van Schokland, wordt dan lid! Vele leden van het eerste uur zijn al op leeftijd of al overleden en de vereniging kan wel nieuwe leden gebruiken. Want zonder leden houdt de vereniging op te bestaan en wie moet er dan nog vertellen over dit bijzondere eiland en zijn markante bewoners? Wees trots op je schokker afkomst en wordt lid van de Schokkervereniging. Lid worden kan via deze link.