Wanneer je voorouders generaties lang op een eiland hebben geleefd en bijna allemaal zonder uitzondering vissers waren dan ontkom je er niet aan dat je er achter komt dat er voorouders van je zijn verongelukt op zee.
Van vier voorouders weet ik dat ze zijn overleden zijn op de Noord- of Zuiderzee. Over vader en zoon Coridon schreef ik al eens eerder. Helaas weet ik van de andere twee voorouders niet exact de omstandigheden van hun overlijden. Toch geeft hun verhaal een goed beeld van de zware omstandigheden op en rond het eiland waarop ze woonden.
![]() |
| Storm op Schokland |
Reijer Jacobs Kale/Kaale werd geboren in Ens op Schokland. Op 28 maart 1706 werd hij gedoopt. Hij was de zoon van Jacob Klaasz Kale en Nelletje Reijers. Zijn bijnaam was Kalen Jacobs Reijer. Misschien was hij kaal en komt daar de uiteindelijke achternaam vandaan. Op 30 december 1736 huwde de toen dertig jarige Reijer met Lijsje Michiels, zij was al drieëndertig jaar en naar mijn idee vrij oud om te trouwen. Ze woonde ook in Ens en was de dochter van de schout van Ens; Michiel Jansz. In het trouwboek van Schokland werd vermeld bij hun plechtigheid; "Heel stil sittende". Aanwezig bij het trouwen waren zeventig eilanders en vijf vreemdelingen uit Deventer.
Reijer was naast visser ook diaken en ouderling. Met kerst 1738 werden Reijer en Leijsje aangenomen tot lidmaat van de Gereformeerde kerk op Ens. Ze woonden op de Molenbuurt (Ens) en werden ook in 1741 vermeld als lidmaten. Op 4 februari 1742 werd Reijer gekozen tot diaken voor de Noorderbuurt en op 20 mei 1742 werd dit bevestigd. Hij bleef Diaken tot 1 februari 1745.
Samen kreeg het gezin acht kinderen. Nelletje (1737), Eva (1738), Eva (1740), Maria (1742), Maria/Marretje (1744), Catherina/Trijntje (1746), Jacob (1749) en Leijsen (1751).
Leijsjen stierf in het kraambed in de avond van 27 november 1751, de dag dat haar dochter Leijsjen werd geboren. Ze was toen nog maar drieëndertig jaar oud.
Reijer had nu de zorg over de pasgeboren baby en de andere jonge kinderen. Hun oudste dochter Nelletje was op dat moment nog maar dertien jaar oud. Veel zorg zal op haar schouders terecht zijn gekomen. Reijer hertrouwde niet maar zal hulp hebben gehad van de familie voor de zorg van zijn kinderen.
Op 10 januari 1753 werd Reijer gekozen als ouderling voor de Noorder- of Molenbuurt. Hij bleef aan tot 2 februari 1755. Op 4 januari 1761 werd hij voor de tweede keer gekozen als ouderling en dit bleef hij tot aan 30 januari 1763. Er volgde nog een derde termijn; van 1 januari 1769 tot aan 27 januari 1771.
Op 19 juni 1773 was Reijer, toen zevenzestig jaar oud, aan het vissen op de Noordzee. Een behoorlijk eind van huis. Het was die dag een graad of vijftien er stond een noordoosten wind en het was flink bewolkt. Ik heb niet kunnen terug vinden of het die dag stormde maar om een of andere reden is Reijer over boord geslagen en verdronken. Die nacht nog is hij uit het water gevist en naar Ens gebracht. In het dagboek van de pastoor staat vermeld; "obiit a.d 19 junij 1773, quam atessime cum in mari boreali piscatur, cadave noctu huc adlatum" wat betekend; overleden 19.6.1773 vissend op de Noordzee, en 's nachts dood hierheen gebracht. Reijers kinderen waren ten tijde van zijn overlijden al volwassen en konden voor zichzelf zorgen.
Mijn voorvader Everhardus Jacobus Coridon kwam op 18 februari 1807 tijdens een zware sneeuwstorm om het leven. Ook zijn vader Jacob overleed tijdens deze zware nacht op de Zuiderzee.
De Schokker Pastoor Doorenweerd schreef daarover in zijn dagboek; "Jacob Coridon, een grijsaard van 75 jaar, die met zijn zoon Evert en kleinzoon Jantje in de schuit was, schoot er ook het leven bij in. Evert, door armoede, gebrek, koude en vermoeiing uitgeput, kon niet langer pompen. Het was nacht, zij werden genoodzaakt de schuit aan winden en zee ten prooi te geven. De dood was voor hun ogen en dat zagen zij. Zij wekten elkander op tot berouw over hun zonden, vroegen elkander vergeving, zegden elkaar vaarwel en zoo ontsliep Evert biddende. De oude man kroop in de kooi, het kleine Jantje van dertien ging tusschen zijn beenen liggen en zoo zat de schuit op strand, totdat de 20e het weer wat bedaarde. Een burgemeester van Doornspijk (zijn naam zij eeuwig gezegend) waadde naar de gestrande schuit, keek er in en vond de lijken, doch meende nog eenige beweging in het beentje van de jongen te bespeuren. Hij nam hem op zijn schouders, droeg hem naar de wal in zijn huis. Dadelijk werden de geneeskundigen gehaald en na eenige uren gearbeid te hebben, om het verdoofde levensvonkje weer op te wekken, gelukte het hun dat kind in het leven terug te roepen". Tijdens deze zware sneeuwstorm verloren nog acht Schokkers hun leven op de Zuiderzee. Een zwarte dag voor het eiland.
Jacob Jans Coridon, ook Japik genoemd werd geboren op 13 februari 1735 in Ens op Schokland. Hij werd op 20 februari gedoopt. Zijn vader was Jan Jacobs Coridon, bijnaam Brechten Jantje en zijn moeder heette Nelletje Peters.
Japik trouwde op zijn eenentwintigste met Maria Everts Goossen, achttien jaar oud en een jongedochter van Ens. Het echtpaar kreeg maar liefst elf kinderen, die bijna allemaal de volwassen leeftijd haalden. Eén van de elf kinderen was mijn voorouder Everhardus, roepnaam Evert. Zoals bijna alle Schokkers moesten ook Evert en Japik vissen om in hun levensonderhoud te kunnen voldoen. Kinderen gingen al op jonge leeftijd met hun vader mee op de schuit om het vak te leren. De elfjarige Joannes Evers (geen dertien zoals in het dagboek wordt vermeld), roepnaam Jantje, was die noodlottige dag met zijn opa en vader mee vissen. Door toedoen van zijn grootvader overleefde Jantje deze tragedie en werd hij na twee dagen meer dood dan levend gevonden in de gestrande schuit in Doornspijk. Door de zorg van de burgermeester en geneeskundigen van Doornspijk knapte Jantje weer op. Hij zou uiteindelijk na de ontruiming van Schokland overlijden in Kampen op negenenzeventig jarige leeftijd.
Evert overleed, slechts veertig jaar oud. Zijn vrouw; Maria Jansen Tromp bleef met zeven kinderen achter. Tien maanden later werd Maria zelf ziek. Verteerd door een langdurige heersende koorts overleed zij op eerste kerstdag 1807. De kinderen als wees achterlatend...
Jacob Dubbelsz werd rond 1707 geboren in het katholieke Emmeloord op Schokland. Wie zijn ouders waren is niet bekend. Zijn vader zal Dubbel hebben geheten. Achternamen werden toen niet veel gebruikt. Zijn nakomeling werden Bakker of Brasser genoemd.
Jacob trouwde met Maria Jacobsen op 19 januari 1735 in Emmeloord. Het echtpaar kreeg samen tien kinderen. Bijzonder is dat ik van drie van die kinderen afstam. Zowel dochter Aleida, als Joanna en Maria zijn mijn voormoeders. Maria Jacobsen overleed in 1760 op negenveertig jarige leeftijd. Hun oudste dochter Aleida was op dat moment vierentwintig jaar oud en zou bijna gaan trouwen. Joanna was negentien en Maria was elf jaar oud.
Op maandag 31 oktober 1768 verdronk Jacob op de Zuiderzee. Hij was op dat moment zestig jaar oud. Hij schijnt samen met Wilhelmus Nicolaij te zijn omgekomen op zee. Misschien is hun schuit gezonken?
Ik vond online dat het weer op die dag ca. negen graden en er viel 22 mm neerslag. De wind was overheersend uit het westen. Een natte bewolkte dag. Wat de omstandigheden van zijn overlijden zijn geweest heb ik niet kunnen vinden.
![]() |




Geen opmerkingen:
Een reactie posten
Bedankt voor je reactie! Heel erg leuk dat je mijn blog hebt gelezen. Heb je een vraag gesteld dan neem ik zo snel mogelijk contact met je op. Groetjes Marloes