woensdag 11 februari 2026

Verdronken voorvaders

Wanneer je voorouders generaties lang op een eiland hebben geleefd en bijna allemaal zonder uitzondering vissers waren dan ontkom je er niet aan dat je er achter komt dat er voorouders van je zijn verongelukt op zee. 

Van vier voorouders weet ik dat ze zijn overleden zijn op de Noord- of Zuiderzee. Over vader en zoon Coridon schreef ik al eens eerder. Helaas weet ik van de andere twee voorouders niet exact de omstandigheden van hun overlijden. Toch geeft hun verhaal een goed beeld van de zware omstandigheden op en rond het eiland waarop ze woonden. 

Storm op Schokland

Reijer Jacobs Kale/Kaale werd geboren in Ens op Schokland. Op 28 maart 1706 werd hij gedoopt. Hij was de zoon van Jacob Klaasz Kale en Nelletje Reijers. Zijn bijnaam was Kalen Jacobs Reijer. Misschien was hij kaal en komt daar de uiteindelijke achternaam vandaan. Op 30 december 1736 huwde de toen dertig jarige Reijer met Lijsje Michiels, zij was al drieëndertig jaar en naar mijn idee vrij oud om te trouwen. Ze woonde ook in Ens en was de dochter van de schout van Ens; Michiel Jansz. In het trouwboek van Schokland werd vermeld bij hun plechtigheid; "Heel stil sittende". Aanwezig bij het trouwen waren zeventig eilanders en vijf vreemdelingen uit Deventer. 

Reijer was naast visser ook diaken en ouderling. Met kerst 1738 werden Reijer en Leijsje aangenomen tot lidmaat van de Gereformeerde kerk op Ens. Ze woonden op de Molenbuurt (Ens) en werden ook in 1741 vermeld als lidmaten. Op 4 februari 1742 werd Reijer gekozen tot diaken voor de Noorderbuurt en op 20 mei 1742 werd dit bevestigd. Hij bleef Diaken tot 1 februari 1745.

Samen kreeg het gezin acht kinderen. Nelletje (1737), Eva (1738), Eva (1740), Maria (1742), Maria/Marretje (1744), Catherina/Trijntje (1746), Jacob (1749) en Leijsen (1751).

Leijsjen stierf in het kraambed in de avond van 27 november 1751, de dag dat haar dochter Leijsjen werd geboren. Ze was toen nog maar drieëndertig jaar oud. 

Reijer had nu de zorg over de pasgeboren baby en de andere jonge kinderen. Hun oudste dochter Nelletje was op dat moment nog maar dertien jaar oud. Veel zorg zal op haar schouders terecht zijn gekomen. Reijer hertrouwde niet maar zal hulp hebben gehad van de familie voor de zorg van zijn kinderen. 

Op 10 januari 1753 werd Reijer gekozen als ouderling voor de Noorder- of Molenbuurt. Hij bleef aan tot 2 februari 1755. Op 4 januari 1761 werd hij voor de tweede keer gekozen als ouderling en dit bleef hij tot aan 30 januari 1763. Er volgde nog een derde termijn; van 1 januari 1769 tot aan 27 januari 1771. 

Op 19 juni 1773 was Reijer, toen zevenzestig jaar oud, aan het vissen op de Noordzee. Een behoorlijk eind van huis. Het was die dag een graad of vijftien er stond een noordoosten wind en het was flink bewolkt. Ik heb niet kunnen terug vinden of het die dag stormde maar om een of andere reden is Reijer over boord geslagen en verdronken. Die nacht nog is hij uit het water gevist en naar Ens gebracht. In het dagboek van de pastoor staat vermeld; "obiit a.d 19 junij 1773, quam atessime cum in mari boreali piscatur, cadave noctu huc adlatum" wat betekend; overleden 19.6.1773 vissend op de Noordzee, en 's nachts dood hierheen gebracht. Reijers kinderen waren ten tijde van zijn overlijden al volwassen en konden voor zichzelf zorgen. 

Mijn voorvader Everhardus Jacobus Coridon kwam op 18 februari 1807 tijdens een zware sneeuwstorm om het leven. Ook zijn vader Jacob overleed tijdens deze zware nacht op de Zuiderzee. 

De Schokker Pastoor Doorenweerd schreef daarover in zijn dagboek; "Jacob Coridon, een grijsaard van 75 jaar, die met zijn zoon Evert en kleinzoon Jantje in de schuit was, schoot er ook het leven bij in. Evert, door armoede, gebrek, koude en vermoeiing uitgeput, kon niet langer pompen. Het was nacht, zij werden genoodzaakt de schuit aan winden en zee ten prooi te geven. De dood was voor hun ogen en dat zagen zij. Zij wekten elkander op tot berouw over hun zonden, vroegen elkander vergeving, zegden elkaar vaarwel en zoo ontsliep Evert biddende. De oude man kroop in de kooi, het kleine Jantje van dertien ging tusschen zijn beenen liggen en zoo zat de schuit op strand, totdat de 20e het weer wat bedaarde. Een burgemeester van Doornspijk (zijn naam zij eeuwig gezegend) waadde naar de gestrande schuit, keek er in en vond de lijken, doch meende nog eenige beweging in het beentje van de jongen te bespeuren. Hij nam hem op zijn schouders, droeg hem naar de wal in zijn huis. Dadelijk werden de geneeskundigen gehaald en na eenige uren gearbeid te hebben, om het verdoofde levensvonkje weer op te wekken, gelukte het hun dat kind in het leven terug te roepen". Tijdens deze zware sneeuwstorm verloren nog acht Schokkers hun leven op de Zuiderzee. Een zwarte dag voor het eiland. 

Jacob Jans Coridon, ook Japik genoemd werd geboren op 13 februari 1735 in Ens op Schokland. Hij werd op 20 februari gedoopt. Zijn vader was Jan Jacobs Coridon, bijnaam Brechten Jantje en zijn moeder heette Nelletje Peters. 

Japik trouwde op zijn eenentwintigste met Maria Everts Goossen, achttien jaar oud en een jongedochter van Ens. Het echtpaar kreeg maar liefst elf kinderen, die bijna allemaal de volwassen leeftijd haalden. Eén van de elf kinderen was mijn voorouder Everhardus, roepnaam Evert. Zoals bijna alle Schokkers moesten ook Evert en Japik vissen om in hun levensonderhoud te kunnen voldoen. Kinderen gingen al op jonge leeftijd met hun vader mee op de schuit om het vak te leren. De elfjarige Joannes Evers (geen dertien zoals in het dagboek wordt vermeld), roepnaam Jantje, was die noodlottige dag met zijn opa en vader mee vissen. Door toedoen van zijn grootvader overleefde Jantje deze tragedie en werd hij na twee dagen meer dood dan levend gevonden in de gestrande schuit in Doornspijk. Door de zorg van de burgermeester en geneeskundigen van Doornspijk knapte Jantje weer op. Hij zou uiteindelijk na de ontruiming van Schokland overlijden in Kampen op  negenenzeventig jarige leeftijd. 

Evert overleed, slechts veertig jaar oud. Zijn vrouw; Maria Jansen Tromp bleef met zeven kinderen achter. Tien maanden later werd Maria zelf ziek. Verteerd door een langdurige heersende koorts overleed zij op eerste kerstdag 1807. De kinderen als wees achterlatend... 

Jacob Dubbelsz werd rond 1707 geboren in het katholieke Emmeloord op Schokland. Wie zijn ouders waren is niet bekend. Zijn vader zal Dubbel hebben geheten. Achternamen werden toen niet veel gebruikt. Zijn nakomeling werden Bakker of Brasser genoemd.

Jacob trouwde met Maria Jacobsen op 19 januari 1735 in Emmeloord. Het echtpaar kreeg samen tien kinderen. Bijzonder is dat ik van drie van die kinderen afstam. Zowel dochter Aleida, als Joanna en Maria zijn mijn voormoeders. Maria Jacobsen overleed in 1760 op negenveertig jarige leeftijd. Hun oudste dochter Aleida was op dat moment vierentwintig jaar oud en zou bijna gaan trouwen. Joanna was negentien en Maria was elf jaar oud. 

Op maandag 31 oktober 1768 verdronk Jacob op de Zuiderzee. Hij was op dat moment zestig jaar oud. Hij schijnt samen met Wilhelmus Nicolaij te zijn omgekomen op zee. Misschien is hun schuit gezonken? 

Ik vond online dat het weer op die dag ca. negen graden en er viel 22 mm neerslag. De wind was overheersend uit het westen. Een natte bewolkte dag. Wat de omstandigheden van zijn overlijden zijn geweest heb ik niet kunnen vinden.   



zondag 1 februari 2026

Frederik Johannes van Adrichem

Op 6 november 1887 werd aan de Horssteeg (thans Emmastraat) in Enschede, Frederik van Adrichem geboren. Frederik was een zoon van Johannes van Adrichem en Judith Langkamp. Bij zijn geboorte bestond het gezin uit broer Albert van drie jaar oud en zus Johanna die slechts 13 maanden jonger is dan Frederik. Frederik werd vernoemd naar zijn oma van moeders kant; Frederica Godschalk. 

Johannes van Adrichem en Judith Langkamp

Na de geboorte van Frederik werd in 1889 broertje Heinrich geboren. Als Frederik vier jaar is overlijdt zijn zevenjarige broertje Albert. Zijn zusje Albertina werd geboren en overleed na één jaar en zestien dagen oud. Zusje Barendjen werd een jaar na het overlijden van Albertina, in 1894 geboren. Zij werd vernoemd naar haar grootvader Barend Langkamp die in 1895 overleed. 

Zijn tante Johanna Catharina Vitjeroo en haar man Abraham de Roo overleden op jonge leeftijd en lieten drie zoons; Stephanus Johannes (1880), Johann Martin Hubert (1883) en Wilhelm Friedrich (1885) als wees achter. Vader Johannes van Adrichem werd voogd van de jongens. Mogelijk kwamen de drie zoons bij het gezin inwonen. De neefjes waren toen tussen de zestien en elf jaar oud. Frederik was op dat moment acht jaar. 

Johann Martin Hubert de Roo

Het gezin van Johannes en Judith hebben tussen 1887 en 1896 afwisselend in Duitsland in Frensdorf (Nordhorn), Ibbenbüren en Schüttorf gewoond. De neefjes van Frederik groeiden op in het Duitse Rheine. Na het overlijden van de oom en tante van Frederik ging het gezin weer in Enschede wonen waar in 1896 zusje Alberdina werd geboren. Zusje Barendjen is niet meer te vinden op de gezinskaarten nadat ze weer in Enschede ging wonen, waarschijnlijk is zij voor haar zevende jaar in Duitsland overleden. Haar overlijden heb ik echter nooit kunnen vinden. 

Zusje Judith werd geboren in 1900 en als laatste kind werd broertje Johannes geboren in 1903. Frederik was op dat moment vijftien jaar oud. 

Johannes van Adrichem (1903-1980)

Het was een groot gezin waar het verlies van de drie broertjes en zusje veel verdriet met zich mee zal hebben gebracht. Tel daarbij op de drie neefjes die mogelijk bij het gezin in zijn komen op en je begrijpt dat het geen rooskleurige jeugd kan zijn geweest en het moeilijk moet zijn geweest om als familie rond te komen. 

Frederiks oma Frederica overlijdt en de neefjes gaan één voor één trouwen. Ook zijn oudste zus Johanna Huberta trouwde. Frederik is dan de oudste nog thuiswonend kind. In 1907 als Frederik twintig jaar is moet hij zich melden voor de loting van voor de Nationale Militie. Hij wordt afgekeurd vanwege gebreken. Dat betekend dat hij niet in dienst hoefde. 


Daarna blijft het akelig stil rondom Frederik. Als enige van zijn broers en zussen trouwde hij niet en kreeg kinderen. Misschien zijn de gebreken waarover gesproken worden bij de Nationale Militie wel van dien aard dat hij geen geschikte huwelijkskandidaat is? Pas tien jaar later in 1917 kom ik in een krantenartikel zijn naam weer tegen. 


Frederik staat ingeschreven voor de Landstorm. De Landstorm was een leger van bewapende burgers die werd opgericht ter ondersteuning van het leger. Een voorloper van het Korps Nationale Reserve. Ze trainden in hun vrije tijd en kregen wapens en militaire uitrusting uitgereikt. De eerste wereldoorlog was in 1917 nog in volle gang en Frederik zal vast hebben geholpen de landsgrenzen te bewaken. Ik kan geen archieven van de Landstorm vinden waarin Frederik voorkomt of wat de werkzaamheden of omstandigheden zijn geweest. Het is in elk geval het laatste teken van leven van Frederik. 



Na 1917 kan ik niks meer over Frederik vinden, ook geen overlijden. Ik vind het een mysterie. Waar is die man gebleven? En waarom is er in de familie niets over hem bekend? Mijn opa is naar hem vernoemd maar ik heb nooit iets over hem gehoord. Hij is toch tenminste dertig jaar oud geworden. Na minstens vijftien jaar zoeken blijft hij degene die ik het liefst wil vinden. Wat is er met hem gebeurd en waar is hij gebleven? 


Ik heb gezocht op oude foto's, wie kan hij zijn? Is hij de man in het uniform in het midden van de foto, rechts naast mijn opa? Ik herken alleen mijn opa en heb geen idee wie die andere mensen zijn. Maar dit is de enige foto waarvan ik denk dat hij het zou kunnen zijn. Deze foto geplaatst op een stamboomforum heeft niets opgeleverd. 

Ik heb gezocht in het buitenlandse leger, zelfs bij het vreemdelingen legioen. Hij lijkt spoorloos van de aardbodem verdwenen. Een overlijden heb ik in Duitsland ook niet kunnen vinden. Misschien binnenkort maar een bezoekje aan het Stadsarchief brengen, misschien dat ik op die manier verder kom. 

vrijdag 9 januari 2026

Anna van Adrichem

Ik heb haar vaak genoemd in eerdere post, maar ze heeft nog niet een eigen verhaal gehad dat alleen om haar leven draait. Mijn oudovergrootmoeder; Anna van Adrichem. Zij is de onderbreking in mijn patrilineaire reeks, de ongehuwde moeder met haar onechte zoon, waardoor mijn achternaam "van Adrichem" niet uitsluitend via de mannelijke lijn werd doorgegeven.  

Het verhaal van haar leven begint in september 1760 in Rotterdam. Op de Binnenweg in Rotterdam wordt er een meisje geboren. Het is 18 september 1760, een heldere zonnige dag als het pasgeboren meisje gereformeerd wordt gedoopt en ze haar naam krijgt. Anna wordt haar naam. Vernoemd naar haar oma van vaderskant; Anna van der Meer, die ook één van de doopgetuigen is. 

Doop Anna van Adrichem

Ik vermoed dat Anna gedoopt is in de Laurenskerk te Rotterdam. Op dat moment de hoofdkerk van de stad en de belangrijkste gereformeerde kerk in Rotterdam. Deze kerk ligt op slechts 15 minuten lopen vanaf de Binnenweg waar het gezin woonde. Deze Middeleeuwse kerk werd met het bombardement van 1940 zwaar beschadigd maar werd op bevel van Hitler hersteld en is nog steeds in gebruik.

Laurenskerk

De vader van dit pasgeboren meisje was de Rotterdammer Johannis Sijbrants van Adrichem, roepnaam Jan. Haar moeder was de uit Alphen afkomstige; Hester Dirks Molenaar. Deze kleine Anna was het zesde kind van Hester en Jan, maar het eerste kindje in leven zou blijven. 

Vader Jan was ook al eerder getrouwd geweest met zijn achternicht; Marietje Pons. Ze kregen samen een doodgeboren kindje waarna Marietje twee jaar later zelf ook komt te overlijden. Mogelijk overlijd zij vanwege een nieuwe zwangerschap.  

In 1753 werd het eerste dochtertje van Jan en Hester geboren. Ook zij kreeg de naam; Anna. In 1755 kwam de eerste zoon ter wereld; Dirck. Vernoemd naar de opa van zijn vaders kant; Dirk Molenaar. Slechts vijftien dagen heeft kleine Dirck geleefd. Op 28 mei werd het ventje begraven in Hilligersberg.  Hij kreeg een kleedje van vijf stuivers over zijn kistje en werd buiten de Hillegondakerk begraven. 

Op 20 mei 1756 werd er een levenloos jongetje geboren. Hij werd net zoals zijn broertje Dirk, begraven in Hilligersberg, buiten de kerk en kreeg geen kleed om zijn kistje mee af te deken. Slechts enkele dagen na zijn begrafenis overleed op 11 juni 1756, een maand voor haar derde verjaardag, het eerste kindje Anna. Op 12 juni moesten haar ouders haar kleine lichaampje begraven in Hilligersberg. Ze kreeg een kleed van 0,10 cent om haar kistje mee te bedekken waarna ze ook buiten de kerk begraven werd. Op 9 mei 1757 werd er opnieuw een levenloos kindje van Jan en Hester begraven in Hilligersberg. Ook dit ongedoopte, naamloze kindje kreeg geen kleed.

Pas drie jaar later is Hester opnieuw zwanger, voor de zesde keer. De angst om weer een kindje te verliezen zal groot zijn geweest er werden immers al vijf kindjes van Jan en Hester begraven. Tegen alle verwachtingen in, groeide Anna op en werd ouder en ouder. 

Als Anna drie jaar is wordt er een broertje geboren. Zijn naam wordt Sijbrant, geboren in 1763 en vernoemd naar zijn opa van vaders kant; Sijbrant Corstiaens van Adrichem. Maar dan gebeurd er opnieuw waar ze zo bang voor zijn. Kleine Sijbrant overlijd als hij zeventien maanden oud is. Ook hij wordt in Hilligersberg begraven, maar zonder kleed. In 1766 verwelkomd het gezin opnieuw een dochter; Maria. Vernoemd naar oma van moederszijde; Maria Vos. 

Na de geboorte van Maria volgden de geboorte van nog twee meisjes. Adriana in 1768. Vernoemd naar de doopgetuige en oudste zus van haar vader; Adriana Sijbrantse van Adrichem. Hoeveel ongeluk kan een gezin hebben? Ook dochtertje Adriana overlijd als ze drie jaar is. Net als haar overleden broertjes en zusjes werd ook Adriana begraven buiten de kerk van Hilligersberg, met een kleed van 0,10 cent. 

Zusje Elisabeth werd geboren werd in 1771. Zij werd vernoemd naar de oudste zus van haar moeder; Elisabeth Dirks Molenaar, die ook de doopgetuige was. Net als Maria en Anna groeide Elisabeth op tot een jong meisje. Maar als Anna negentien jaar oud is gebeurd het opnieuw. Haar achtjarige zusje Elisabeth overlijd. Dit moet toch het grootste verlies van het gezin zijn geweest. Elisabeth werd in de Hilligersberg in de kerk zelf begraven op 22 juni 1760. Volgens het gaarderregister zijn de kosten van haar begrafenis f2,50. 

Wat een enorm verdriet. Hester was negen keer zwanger en er overleden zeven kindjes. Alleen Anna en zusje Maria zouden de volwassen leeftijd halen. Ik vond nog een overlijden van een achtjarige kindje van een Johannes van Adrichem in 1760. Vermoedelijke geboren in 1752, het jaar waarin Hester en Jan trouwden, maar ik kan de doop niet vinden dus zeker ben ik niet. Mocht dit ook een kind van Jan zijn geweest dan verloor hij maar liefst negen kinderen en zijn eerste vrouw. Onvoorstelbaar!

Hoek Binnenweg-Coolsingel

Al het leed van dit gezin vond plaats aan de Binnenweg in Rotterdam waar het gezin tenminste van 1753 tot en met 1766 heeft gewoond. Deze straat heeft het bombardement van 1940 overleefd en is de enige nog bestaande vooroorlogse winkelstraat in Rotterdam. In deze straat heb je nog een beetje een idee van hoe mooi vooroorlogs Rotterdam er moet hebben uitgezien. Het gezin woonde ook bij de prachtige Delftse Poort en bij de Coolsingel. Twee plekken die nu totaal onherkenbaar zijn veranderd.

Delftse Poort

De dood hoorde in die tijd meer bij het leven. Niet alleen broertjes en zusjes maar ook grootouders, ooms en tantes, neefjes en nichtjes stierven jong. In 1766, Anna was vijf jaar oud, toen haar oma Maria Vos overleed, vlak voor de geboorte van zusje Maria. In 1770 overleed oma Annetie, de grootmoeder waar Anna naar werd vernoemd. 

Hun laatste overgebleven grootouder, Sijbrantse Corstiaens van Adrichem, kwam in 1773 te overlijden. Hij overleed ook aan de "cingel in Cool". Ik vermoed dat hij bij het gezin inwoonde. Hij werd ook begraven in de Hillegondakerk in Hilligersberg en kreeg een kleed van één gulden over zijn kist. De totale kosten van de uitvaart waren f5,10. De reis die het gezin met hun overleden kindjes en hun overleden ouders zo vaak moesten maken naar de protestantse begraafplaats in Hilligersberg was een behoorlijke. Te voet duurde de reis minstens een uur. 

Kerk en begraafplaats Hilligersberg

Ik weet zo weinig van de jeugd van Anna. Gingen de zusje Anna, Maria en Elisabeth naar school? Kon ze haar naam schrijven? Moest ze vroeg van school om haar moeder te helpen? Moest ze al jong werken om te helpen in de kosten van levensonderhoud? 

Anna bereikte in elk geval de volwassen leeftijd in tegenstelling tot bijna al haar broertjes en zusjes. Anna was nu oud genoeg om te trouwen, maar dat gebeurde niet, ze zou haar hele leven ongetrouwd blijven. Waarom? Was er iets mis met haar? Met haar uiterlijk? Psychisch? Ik ben er zo benieuwd naar...

Coolsingel voor de demping en bombardement. 

Wat doet Anna in haar leven als ongetrouwde vrouw? Hoe voorziet ze in haar levensonderhoud? Is ze dienstmeid? Woont ze nog bij haar ouders? Verzorgt ze haar ouders? Ik kan er niets over vinden in de archieven. 

Anna is zevenentwintig als haar vijf jaar jongere zus Maria op tweeëntwintig jarige leeftijd pro deo trouwt met de Duitse Pieter Jurgens. Precies negen maanden later komt het eerste kindje van Pieter en Maria ter wereld. Ze zullen in totaal vier kinderen krijgen van wie er maar één ouder dan vijf jaar wordt. Deze dochter; Johanna Jurgens, sterft op tweeënveertig jarige leeftijd, vier jonge kinderen achterlatend. De jongste slechts negen maanden oud. Van hun enige zoon kan ik niks terug vinden. Hun moeder Maria Jurgens-van Adrichem overleeft vermoedelijk al haar kinderen. 

Anna wordt een "oude vrijster". Als je rond je vijfentwintigste nog niet getrouwd bent en geen kinderen hebt gekregen dan ben je in de 18e eeuw echt een oude vrijster. Maar tegen alle verwachtingen in bevalt Anna als ze drieëndertig jaar is op kerstavond 1793 van een tweeling. 

De kinderen worden geboren aan de Hoogstraat, daar is in die tijd ook een ziekenhuis dus ik neem aan dat ze daar bevallen is. Haar ouders wonen op dat moment aan de Coolsingel.

Hoewel Anna gereformeerd is, worden haar kinderen op 7 januari 1794 Rooms Katholiek gedoopt in de prachtige Rosaliakerk aan de Leeuwenstraat. Er is geen familie bij de doop aanwezig. De doopgetuigen zijn twee onbekenden mannen; Fransiscus Barré en Wijnandus Josephus Buchet. De kinderen krijgen de namen Johannes van Adrichem, vernoemd naar Anna's vader en Wijnandus Josephus van Adrichem, vernoemd naar de onbekende doopgetuige. 

Rosaliakerk Rotterdam

Bij de geboorte van een buitenechtelijk kind had de vroedvrouw de plicht om tijdens de bevalling aan de vrouw in barensnood de naam van de vermoedelijke vader te vragen. Maar ik denk dat geen van deze twee mannen die bij de doop aanwezig waren de daadwerkelijke vader is van deze jongetjes. Als ongehuwde moeder zal ze waarschijnlijk uit schande de kinderen niet hebben mogen dopen in haar eigen gereformeerde kerk en kon dit wel in de katholieke kerk. Of ze heeft toch gezegd verteld een van deze twee mannen de vader was, in deze kerk waar ze haar niet kenden zodat ze de kinderen kon laten dopen?

Een aantal jaar geleden heb ik mijn vaders DNA laten testen in de hoop erachter te komen wie de biologische vader van de jongens was. De meeste DNA matches hadden de Schotse achternaam Munro. Ik schreef er HIER al eens eerder over. Er woonde in die tijd een heer Munro in Rotterdam die in aanmerking zou kunnen komen als vader. Het gaat om de getrouwde Andrew Munro. Anna en hij hebben ongeveer dezelfde leeftijd. Ook zijn kinderen zijn ongeveer van dezelfde leeftijd als Johannes en Wijnandus Josephus. Misschien was Anna in dienst van de familie als dienstmeisje en is ze zo zwanger geraakt? Ik denk niet dat ik er ooit achter ga komen...

Slechts drie weken na de geboorte van haar tweeling overlijd Anna's vader Jan. Hij is dan eenenzeventig jaar oud en is overleden aan de Coolsingel. Was er nog contact tussen Anna en haar ouders? Heeft opa Jan ooit zijn kleinzoons gezien? Ik hoop dat hij toch trots was op zijn kleinzoons waarvan er één naar hem was vernoemd.

Coolsingel

Als de tweeling elf maanden oud is komt één van de twee kindjes te overlijden. Wijnandus Josephus van Adrichem wordt pro deo in Rotterdam begraven. Anna kon de kosten voor het begraven niet zelf betalen. Een half jaar later is Anna doopgetuige bij de geboorte van het zoontje van haar zus Maria. Anna had dus in elk geval wel contact met haar enige overgebleven zus.  

Als Anna drieënveertig is en haar zoon Johannes tien jaar oud, overlijdt de moeder van Anna, Hester, op tweeënzeventig jarige leeftijd. Ze overlijdt ook aan de Binnenweg in Rotterdam. 

Johannes gaat naar school, hij leert schrijven en groeit op tot een jongeman van ca. 167 cm lang, blond haar, blauwe ogen en een pokdalige huid. In 1811 bezoekt Napoleon Rotterdam. Zou de achttien jarige Johannes hebben gekeken toen hij de stad binnentrok? 

Johannes meld zich twee jaar later als twintig jarige aan bij het befaamde Franse leger van deze Napoleon. Vaak was dit een keuze uit armoede. Gek genoeg geeft hij bij zijn inschrijving de naam van een vader op; Wijnandus Josephus Buchet. Dit is de doopgetuige van zijn overleden broertje. Waarom niet Franciscus Barré die zijn doopgetuige was bij zijn eigen doop? Is dit dan toch wel zijn vader? Ik ben er niet van overtuigd. De namen van deze mannen kom ik in elk geval nergens in Nederland in de archieven tegen. Ze lijken hier niet te hebben gewoond. Mogelijk waren het ook buitenlandse soldaten. Johannes gaat in elk geval tijdens zijn gehele carrière in het Franse leger door het leven onder de naam van Joannes of Jean Buchet. 

In 1814 raakt Jean Buchet/Johannes van Adrichem gewond aan zijn linkerbeen bij de slag bij Colmar en wordt hij gevangen genomen door de Russen. Drie dagen later wordt hij vrijgelaten en vertrekt hij naar Nederland waar hij dienst neemt in het net opgerichte Nederlandse leger. Met dit leger vecht hij in 1815 tegen het Franse leger van Napoleon bij Waterloo. Het leger waar hij een jaar daarvoor zelf nog in dienst was. Met het 2e bataljon infanterie, het onderdeel waar Johannes van uitmaakt levert een belangrijke bijdrage aan de veldslag. Het Bataljon valt onder leiding van de 3e divisie van Chassé en mede door hun inzet verliest Napoleon de slag bij Waterloo. Johannes zou daar de Waterloogratificatie voor ontvangen. 

Ook ontving Johannes van Napoleon III, 50 jaar na zijn diensttijd de medaille Sainte Hélène. Dit was een medaille voor alle soldaten die tussen 1792 en 1815 in het Franse leger hebben gediend. Het certificaat van deze medaille en de brief met toestemming om de medaille te dragen ligt nu in het Rijksmuseum in Amsterdam. Grappig genoeg was diezelfde man die voor Napoleon in zijn leger had gevochten en daarvoor uiteindelijk met een medaille werd beloond, ook een van de mannen die tegen Napoleon vocht bij Waterloo en hem uiteindelijk versloegen. 

Johannes nam na de slag bij Waterloo deel aan diverse veldtochten in Europa. Ik heb wel eens gehoord van hele gezinnen die met het leger mee reisden. Zou zijn moeder Anna ook hebben meegereisd of zou ze in haar eentje in Rotterdam zijn achtergebleven? 

zicht op Rotterdam met de Laurenskerk

Johannes leerde een meisje kennen in Rotterdam. De in Veere geboren dochter van een Zwitserse soldaat. In 1816 vroeg Johannes al zijn geboorteakte op, mogelijk hadden ze al plannen om te trouwen. Maar voordat het zover was beviel Johanna Elisabeth Houter aan de Hoogstraat 246 in Rotterdam van een zoon; Johannes Huibert Houter. 

Nu is Anna op haar achtenvijftigste grootmoeder geworden. Verloofde Johanna Elisabeth vraagt ook de juiste papieren aan om te kunnen trouwen. Als haar vader Johannes Houter, overlijdt lijken de plannen toch weer even in de ijskast te komen te staan. Er wordt nog een tweede kindje geboren; Wijnandus Josephus Houter. Is hij vernoemd naar Johannes overleden tweelingbroertje of toch naar Johannes' vader? Er werd in elk geval toch weer vaart achter de trouwplannen gezet. Drie weken na de geboorte van zoontje Wijnandus Josephus trouwden Johannes van Adrichem en Johanna Elisabeth Houter met elkaar. Beide zoons werden gewettigd en kregen de achternaam van Adrichem.

Anna's kleinzoon Wijnandus Josephus overlijd in 1821 als hij acht maanden oud is. Zijn moeder is dan al hoogzwanger van een nieuwe baby. Vier maanden na het overlijden van Wijnandus Josephus werd er opnieuw een zoon geboren met de naam; Wijnandus Pieter Josephus Christiaan van Adrichem. Pieter Christiaan Jurgens was de enige zoon van Maria, de zus van Anna en de oom van Johannes. Een dubbele vernoeming dus. 

Zoon Johannes maakte carrière binnen het leger en ging over naar de Marine. Het hele gezin, inclusief zijn moeder Anna, verhuisde naar Vlissingen voor de militaire carrière van Johannes. 

Anna is dan al vierenzestig jaar en voor die tijd behoorlijk op leeftijd. Drie jaar woonde Anna in haar nieuwe woonplaats Vlissingen, waar ook een kleindochter geboren wordt die naar haar vernoemd. Wat zal oma Anna trots zijn geweest! Deze kleine Anna komt in 1826 te overlijden als ze nog maar negen maanden oud is. Het gezin woonde op dat moment aan de Kousteenschedijk bij de Duinpoort in Vlissingen.  

Het gezin verhuisde vaak binnen Vlissingen. Ik tel acht verschillende adressen tussen 1824 en 1832. Het gezin woonde in wisselende samenstellingen. Vaak wijst dat op grote armoede. Grootmoeder Anna van Adrichem woonde met schoondochter Johanna Elisabeth Houter en de kinderen op één adres. Anna wordt vermeld als weduwe. Vader Johannes staat vermeld als in dienst en woonde mogelijk op de kazerne en niet bij zijn gezin. Pas vanaf 1828, na de dood van zijn moeder woont hij bij zijn gezin in. Schoondochter Johanna Elisabeth Houter vertrok tot twee maal toe naar Rotterdam om daar een kind te krijgen. 

Ik vind het verwarrend allemaal. Bij de geboorte van dochter Anna Catharina Maria Johanna in 1825 staat dat zowel Johannes als Johanna Elisabeth Houter wonen aan de Roozand 240 in Rotterdam. Maar ook de aangevers van de geboorte wonen op dat adres. In 1828 woont Johannes dan weer in Vlissingen. Bij de geboorte van dochter Johanna Maria woont moeder Johanna Maria Houter weer op het adres Roozand 240 Rotterdam, weer op hetzelfde adres als de aangevers. Johannes is dan in Vlissingen. Ook zijn kinderen zijn daar. Het lijkt of het gezin steeds of in elk geval de ouders, continu tussen Rotterdam en Vlissingen pendelen want Johanna Elizabeth, Anna en de kinderen blijven wel steeds vermeld in het bevolkingsregister in Vlissingen. 

Kousteenschedijk Duinpoort

Op 26 februari 1828 overleed Anna van Adrichem zelf. Ze is dan zevenenzestig jaar oud. Ze overleed aan de Kousteenschedijk in Vlissingen en zal, neem ik aan, in Vlissingen begraven zijn. Na haar dood wordt er een negatieve Memorie van Successie opgemaakt. Dit betekend dat haar nalatenschap geen roerende of onroerende goederen bevat. Het kleine beetje wat bezittingen wat ze hebben gehad zoals kleding, zal naar haar zoon Johannes zijn gegaan. Anna wordt in deze Memorie van Successie vermeld als weduwe, maar in de overlijdensakte staat ze weer vermeld als ongehuwd. Van een huwelijk heb ik echter geen spoor kunnen vinden. 

Anna vermeld als weduwe

Misschien was het een leugentje om bestwil. Het past in het plaatje. Johannes geeft op zijn twinitgste ook al een vader op, terwijl hij een onwettig kind is. Een onecht kind of ongehuwde moeder is natuurlijk niet iets om trots op te zijn. Zoveel vragen die ik nog heb maar het blijft gissen naar het verdere leven van Anna en haar zoon Johannes en zijn gezin. En dan vooral ook wie de onbekende vader is.... 

Memorie van Successie van Anna van Adrichem