vrijdag 14 oktober 2016

Familie Fietjero deel II

Anderhalf jaar geleden schreef ik hier al eens een blogpost over de zoektocht naar de exotisch klinkende achternaam Fietjero.

Vandaag heb ik weer wat nieuwe dingen te vertellen over Johannes Fietjero.
Op de site altijdstrijdvaardig.nl vond ik gegevens over deze Johannes. Anton de beheerder van deze site is onlangs voor me naar Tresoar in Leeuwarden geweest en heeft me de gegevens uit het archief toegestuurd.


In 1814 moet Johannes opkomen voor de nationale Militie. Hij is dan al 25 wat een beetje vreemd is. Alle mannen moet in het jaar dat ze 18 worden zich aanmelden. Waarom Johannes zich pas 7 jaar later meld heb ik nog niet kunnen vinden. Misschien dat het iets te maken heeft met het overlijden van vader Joseph die ook soldaat is, overlijd als Johannes 15 jaar is in Haarlem. Hij zal wel de kostwinner in huis zijn geweest en daarom vrijstelling hebben gekregen. 

Maar Johannes krijgt met de loting nummer 1145.
Per plaats is van te voren vastgesteld hoeveel mannen er in dienst moeten. Op elke 100 inwoners van een stad moet er één deelnemen aan de militie. Als je een laag nummer hebt kun je er zeker van zijn dat je in dienst moet, tenzij je medisch afgekeurd wordt of kunt aantonen dat je aanspraak kunt maken op de Broederdienst. Als er een even aantal broers in een gezin zijn moet de helft in dienst. Als je 2 broers hebt dan moet er 1 in dienst. Ook als je te klein was (1,55 m) of theologie studeerde kon je een vrijstelling krijgen. 


Nummer 1145 is en vrij hoog nummer en betekend vaak dat je niet in dienst hoeft. Hero Ydes van der Veen heeft nummer 245 en moet wel in dienst. De twee besluiten met elkaar te ruilen van nummer. Johannes wordt de plaatsvervanger van Hero. Hierbij wordt vaak grof geld betaald om uit de dienst uit te komen. Soms wel een heel jaarsalaris. Het hoogste bedrag ooit betaald om onder de dienstplicht uit te komen is maar liefst 4200 gulden. Een kapitaal in die tijd. Geld dat Johannes en zijn moeder wel kunnen gebruiken.



Als je van nummer ruilt moet dit ook allemaal officieel worden vastgelegd in een Notariële akte. Hierin worden de voorwaarden voor de plaatsvervanging vastgelegd. De Notariële akten uit die periode worden op dit moment gedigitaliseerd en kan ik nog niet inzien. 


Johannes neemt dus dienst in het leger op 22 maart 1814 maak ik op uit de gegevens die ik van Anton heb. Hij zit bij de 8e afdeling Batallion Infanterie Nationale Militie nr 1 met als Garnizoensplaats Groningen. Met deze gegevens kon ik ook gerichter zoeken in de Militaire Stamboeken op zoekakten.nl. Ik had al eerder een poging gedaan maar kon hem niet vinden. Maar nu ik zeker wist dat hij in dienst had gezeten maar eens gaan zoeken op de laatste 2 letters van zijn achternaam en ineens vond ik hem. Johannes Titero. Geen wonder dat ik hem niet kon vinden... Fietjeroo of Titero is wel even een flink verschil.



Bij zijn aankomst in het corps is hij 5 voeten, 2 duim en 3 streek lang, dat is ongeveer 1,63 m. 


Zijn signalement luidt:
Aangezigt; Rood
Voorhoofd; Klein
Oogen: Blaauw
Neus; Groot
Mond; Breed
Kin; Rond
Haar; Blond
Wenkbraauwen; Blond
Stamboek 8e regiment infanterie
En daar gaat meteen mijn theorie voor een mogelijke Afrikaanse komaf. Als zijn vader inderdaad van Afrikaanse komaf was geweest dan had Johannes geen blond haar en een rood gezicht gehad! 


22 Maart 1814 kan Johannes dan voor het eerst op appel van de militaire Kazerne op het toernooiveld aan de huidige Groeneweg in Leeuwarden, aan de straatzijde van de prinsentuin. Vijf dagen later trouwt hij met Hiltje Hillegonda Moon, nog net voordat hij naar Groningen verrekt. Hiltje blijft achter met hun dochter die dan al 9 maanden oud is. 


Zijn uitrusting bestond uit: 
Rokken; 1
Vesten; 1
Chacot; 1
Randsel; 1
hemden; 3
paar schoenen; 2
paren sokken; 2
Onderbroeken; 2
 ....broeken; 2
Linnen Slopkoussen; 2
Halsdassen; 2
Rokzakje
Chacot foudraal
Pompom; 1
R...stels(?); 2
Sabel
Sabel Koppel




Op 29 maart wordt Johannes al bevorderd tot Flankeur. De flankeurs vormden de lichte infanterie van een bataljon. Ze waren actief aanwezig en moesten gericht schieten veel eigen initiatief tonen. 
Volgens de gegevens in het stamboek is Johannes in 1815 in Brabant en in Frankrijk. En ineens ging me daar weer een belletje rinkelen. Voorouder Johannes van Adrichem was ook in 1815 in Frankrijk en hij vocht mee in Waterloo tegen Napoleon. 
Zou Johannes Fitjero ook meegevochten hebben? Snel gekeken bij de Waterloo gratificatie's in het Stadsarchief van Amsterdam. Op Fitjero en alle spellingsvarianten niks gevonden, dan maar eens Titero proberen zoals hij genoemd wordt in het stamboek en ja hoor, Bingo! 


Titero, Johannes - soldaat - Infanterie Nationale Militie - Bataljon Infanterie Nationale Militie No. 1


27-9-1817 Waterloo gratificatie ontvangen 29,10 gulden, 
uitbetaald aan (Luitenant Kolonel F.A.) Guicherit

Waterloo gratificatie
En dan begint het zoeken naar waar Johannes zat tijdens de Slag bij Waterloo. 

Via google vind ik het volgende; Bataljon Nationale Militie nr. 1


Opgericht begin 1814 als Bataljon Landmilitie nr. 1. In maart 1815 vernummerd in Bataljon Nationale Militie nr. 1. De militairen zijn voornamelijk afkomstig uit het militiedistrict Leeuwarden (1815). In december 1818 opgegaan in de 8e Afdeling Infanterie. 


Johannes heeft niet aan de strijd in Waterloo deelgenomen maar hij was onderdeel van het 2e Nederlandse legerkorps onder leiding van Prins Frederik. Dit korps was onder andere samengesteld uit de 1e divisie infanterie, gecommandeerd door Luitenant-Generaal J.A, Stedman. 

Deze divisie stond als tweede verdedigingslinie in het Vlaamse Halle bij Hondzocht.  15 Kilometer vanaf Waterloo stonden zo'n 17000 man klaar om in geval van een nederlaag van de Hertog van Wellington de aftocht te dekken en de weg naar Brussel vrij te houden. 
Maar door de nederlaag van Napoleon hoefde dit leger, bestaande uit Nederlanders, Duitsers, Belgen, Russen en Zweden, nooit in actie te komen. Was dit andersom geweest dan had er ook in Halle een slagveld kunnen zijn.  
Prins Frederik
Om de tijd te doden werd er om het uur appel geblazen en om de spieren fit te houden waren er militaire defilés. Hoeve Yserbyt werd het onderkomen van Prins Frederik van Oranje, de zoon van Koning Willem. Vanuit de molen van het dorp, 500 meter verderop, had Prins Frederik goed uitzicht op de strijd bij Waterloo. 
Plakaat Hoeve Yserbyt in Hondzocht-Halle
Molen in Hondzocht
De andere grote hoeves werden door ingekwartierde officieren ingenomen. 
Het moet een indrukwekkend gezicht zijn geweest in het dorp, 17.000 militairen die af aan het wachten waren of ze zich in de strijd zouden moeten mengen of niet.




18 juni 1815 verloor Napoleon de strijd bij Waterloo en al op 19 juni kreeg Prins Frederik van hertog van Wellington de order om met zijn manschappen naar het noorden van Frankrijk te marcheren om een aantal Noord Franse vestingsteden te observeren en de garnizoenen te beletten uit te Breken. 
Zo kon het geallieerde leger van Wellington verder optrekken richting Parijs voor de overgave van Napoleon en de Franse regering. Zo hoefden zich geen zorgen te maken over de communicatielijnen en bevoorradingslijnen achter zich. 
Ze sloten als eerst de stad Le Quesnoy in. Ze bombardeerden met artilleriegeschut om uiteindelijk de stad in te nemen en te bezetten. Vervolgens werd Valenciennes belegerd en het noordelijker gelegen Condé. Van 30 juni tot 12 augustus lagen de Nederlandse troepen voor Valenciennes waarbij ze de stad hevig bombardeerden. Ze capituleerden pas op 19 juli toen Napoleon afstand deed van de regering. De troepen doorstonden grote ontberingen. 
Op 20 november werd de vrede van Parijs getekend en verlieten de Nederlandse troepen na 29 november Noord Frankrijk en om weer richting hun garnizoenen te vertrekken. 


Op 1 juli 1816 ging Johannes met groot verlof en kon hij eindelijk eens een keer naar huis, 9 Maanden later werd het 2e kind van Johannes en Hiltje geboren. Op 28 april 1819 zat zijn 5 jaar diensttijd er op en had hij aan zijn dienstplicht voldaan. 
Anderhalf jaar later werd hun 3e kind, geboren. Waarschijnlijk is al die tijd niet thuis geweest en zullen zijn kinderen en zijn vrouw hem niet hebben gezien. 
Het vierde kind van Johannes en Hiltje, Hendrikje Vitjeroo, mijn oud moeder trouwt later met Johannes Huibert van Adrichem, mijn oud vader en de zoon van Johannes van Adrichem, ook een Waterloo veteraan. Ik had wel graag willen weten of heldhaftige verhalen nog lang in de familie zijn doorverteld, ik had ze wel willen horen, hoe afschuwelijk ook....

zondag 9 oktober 2016

De koetsiers in de familie Hekke


Iedere (hobby) genealoog herkent het denk ik wel. 
Ga je op vakantie of een dagje weg en je bent in de buurt van een plaats waar een voorouder is geboren, is getrouwd, heeft gewerkt, gewoond, ligt begraven dan moet je er even heen. 
Alleen "even" kijken!
Sinds ik stamboomonderzoek doe en ben besmet met het virus, gebeurd het ook regelmatig dat ik onderweg tegen mijn man zeg 'daar is mijn overgrootvader/moeder geboren/gestorven, kunnen we er niet even langs rijden, alsjeblieft?

Zo ook toen we onlangs naar het Airborn museum in Oosterbeek gingen. Onderweg zag ik ineens een bordje staan met 'Groot Warnsborn". 
Meteen riep ik uit "Daar is Gradus Hekking koetsier geweest, ik wist niet eens dat het hier lag! Kunnen we er op de terugweg niet even langs?" Manlief durft ondertussen al niet eens meer te protesteren volgens mij, dus gingen we op zoektocht naar de ingang van het landgoed.




Hoe dichterbij we bij het landgoed kwamen hoe sneller mijn hart begon te kloppen. Ik blijf het altijd bijzonder vinden om in de voetsporen van een voorouder lopen. 
Dichterbij dan dat kan ik niet komen. 

Aan het eind van een lange weg die steeds dieper een donker bos in ging stond daar ineens het prachtige statige pand. We hebben de auto geparkeerd en zijn een rondje om de gebouwen gaan lopen. 

Oude muur ter hoogte van de parkeerplaats

Op het landgoed staan niet alleen het landhuis zelf, maar ook nog een ijskelder, een kapel, een orangerie en een koetshuis. Het landhuis is in gebruik als restaurant met een aantal hotelkamers. 
Het koetshuis is verbouwd en er zijn 15 hotelkamers in gecreeërd. 
Vroeger werd de orangerie gebruikt om tropische planten de strenge winters van die tijd te laten overleven. Het was vooral een teken van goede smaak en rijkdom. 
Ook hoorden bij de orangerie kassen en een prachtige siertuin. Ooit hevig verwaarloosd, nu prachtig gerestaureerd. 
De orangerie is te huur als locatie voor vergaderingen, feesten, maar ook is het een prachtige locatie om te trouwen.
(Had ik dat maar eerder geweten ;-))


het landhuis Groot Warnsborn

Doordat ik er al eens gegoogld had wist ik dat het landgoed aan het eind van de tweede wereld oorlog afgebrand is en het opnieuw opgebouwd is. 
Het koetshuis waar mijn voorouder Gradus veel heeft doorgebracht is echter nog het originele pand. Toen mijn vreugde zag ik toen we bij het koetshuis aankwamen een hele oude muur staan met korven  waar het hooi voor de paarden vroeger in ging. 
Ik denk dat deze muur er al moet hebben gestaan toen Gradus hier rond liep. Ik zie hem in gedachten al lopen en het hooi in de ruiven doen en de paarden een aai over hun hoofd geven.

De pleister laag op de muur was erg poreus en vele delen lagen al op de grond. Je snapt dat ik stiekem een stukje muur heb meegenomen naar huis!

De muur bij het koetshuis van Warnsborn




Koetshuis Warnsborn
Het koetshuis is in 1847 gebouwd en in 2009 verbouwd tot een pand met een aantal hotelkamers. Omdat ik er gasten zag zitten en hun privacy wou respecteren heb ik alleen een aantal foto's van veraf. Mooi kun je op de foto hieronder de rondboogdeuren met de luiken zien en de halfronde stalvensters. Het Koetshuis is nu net als de andere gebouwen een rijksmonument.

zijgevel koetshuis Warnsborn met rondboogdeuren en de stalvensters

De orangerie met kassen



Gradus was toen al overleden, maar ik moest stiekem wel een beetje lachen om dit bericht dat ik tegenkwam

Interessant om te vertellen is dat ook Anne Frank hier in dit hotel geweest is. Rond 14 september verbleef Anne er een weekend met haar vader Otto. 
Anne stuurde een anischtkaart met een foto van het hotel naar haar neef Buddy in Zwitserland.  

Bron:  http://ifthenisnow.eu/nl/verhalen/anne-frank-in-schaarsbergen



Gradus Hekking werd geboren op 13 December 1790 in Huissen. Zijn vader Wilhelmus Hekking overleed toen Gradus nog erg jong was. Toen hij 5 jaar was hertrouwde zijn moeder Elizabeth Gerritsen met Jacobus Smith. Gradus wordt dan ook wel Gertsen Smith genoemd, naar zijn stiefvader. 
Gradus trouwde in 1814 in Arnhem met Hermina Koenders en samen kregen ze 10 kinderen. Een aantal kinderen kreeg de achternaam Hekking, en een aantal de naam Hekke. 
Gradus was in zijn leven voermansknecht, landbouwer en koetsier. Hij overleed op 72 jarige leeftijd op 17 december 1863 in Arnhem, van beroep nog steeds koetsier, maar vermoedelijke niet meer op Warnsborn.

Zoon Michiel Hekke trad in zijn vaders voetsporen en werd ook koetsier. Hij woonde aan de Oude Kraan in Arnhem. Aan de Oude Kraan stond destijds het wereldberoemde luxe Hotel Du Soleil. Misschien dat hij daar als koetsier heeft gewerkt. 
Vroeger een prachtig stukje Arnhem, nu een lelijk verkeerskruispunt met flats. Wel hernoemd overigens naar mooie hotel dat er eens stond.
Hotel du Soleil

Oude Kraan 1900 met koetsen voor het hotel

Oude kraan nu, met rechts flat Du Soleil
Michiel trouwt met Maria Cecilia Spirts en het gezin met 4 kinderen verhuisd na 1867 naar Duitsland waarna ik hun spoor kwijt raak. Wel vind ik van enkele kinderen de naturalisaties terug. Zo ook de aanvraag van Michiel's zoon, mijn betovergrootvader Hendrikus Hekke, maar hij overlijd voor deze worden toegekend. Later in een andere post misschien meer daar over.


Onlangs kreeg ik van een ver familielid van de familie Hekke deze foto opgestuurd. Het is waarschijnlijk Hendrikus Hekke. Ook hii werd, net als zijn vader en opa, koetsier.  

De foto is uit 1896 en Hendrikus is de koetsier bij de postkoets. 
Met het in gebruik nemen van de Bentheimer spoorwegen waren de diensten van de postkoets overbodig geworden. Voor het huis van de postmeester Wolterink in de hoofdstraat in Nordhorn  verzamelden zich in 1895, een aantal belangstellenden die een gedenkwaardige gebeurtenis wilden bijwonen. De postkoets, versierd met een rouwband, maakte zijn allerlaatste rit naar Bentheim. Het einde van een tijdperk en van de Hekke's als koetsier...

woensdag 28 september 2016

Johannes van Adrichem

14 Augustus 1858, een mooie zomerdag.
In de bedelaarskolonie Ommerschans wordt ’s avonds om 10 uur een baby geboren. Het is een jongetje en hij wordt, zoals in die tijd gebruikelijk, vernoemd naar zijn grootvader Johannes. Op 16 augustus gaat zijn vader Johannes Huibert aangifte doen van de geboorte bij de gemeente Ommen. Vader Johannes Huibert is een Kolonist, en in verband met vluchtgevaar moet er een veldwachter mee om aangifte te doen van de geboorte. Een aanwezige klerk wordt de tweede getuige.

Ommerschans

Moeder van het kleine ventje is Hendrikje Vitjeroo. Een vrouw die op haar 31e al haar man en dochtertje was verloren. Beide overleden in de Ommerschans.  9,5 Maand na het overlijden van haar man Jacobus beviel Hendrikje van dochter Johanna Catharina Vitjeroo. Vader onbekend...

In 1857 als Hendrikje voor de 2e keer en Johannes Huibert voor de 5e keer, wordt ontslagen uit de Ommerschans, tref ik ze beide aan in het bevolkingsregister van Avereest. In Wijk L nr 2, het is dan oktober 1857, wonen ze er samen met nog een aantal mensen. 
Dochter Johanna Catharina Vitjeroo, die dan twee jaar is, staat er niet bij.  Misschien sloeg hier de vonk over, want amper 1 maand later, op 3 november 1857 trouwen Hendrikje en Johannes Huibert met elkaar.
Drie dagen na hun huwelijk vertrekt het kersverse echtpaar naar Amsterdam volgens de notities in het bevolkingsregister van Avereest. Drie maanden later, het is dan 11 februari 1858 en buiten is het bijna 4 graden onder nul, wordt het stel weer opgezonden richting Ommerschans vanuit Assen. Hendrikje is dan al zwanger van baby Johannes.

Ik vraag me af, waarom vanuit Assen? Zijn ze nooit in Amsterdam aangekomen? Ik heb ze daar namelijk niet kunnen vinden. Zijn ze vrijwillig richting de Ommerschans vertrokken? Hebben ze zich bewust laten oppakken zodat ze met dat koude weer, zwanger en met een twee jarige dochtertje een warme plek om te wonen hadden? Johannes Huibert was aan zijn rechterzijde mank en zal niet veel hebben kunnen werken. Hoe erbarmelijk de situatie ook was in de Ommerschans, blijkbaar nog altijd beter dan bedelen in de kou met een klein kindje.

Maar goed, ze worden weer opgenomen, Hendrikje bevalt van zoon Johannes. Johannes Huibert wil dan ook Johanna Catharina Vitjeroo erkennen als zijn dochter, maar zij blijkt nooit geregistreerd te zijn bij de burgerlijke stand in Ommen. Via de rechtbank wordt, drie jaar na haar geboorte, Johanna Catharina alsnog geregistreerd in het supplementair geboorte register van de Stad Ommen. Johannes Huibert lukt het niet om haar te erkennen, want de rest van haar leven houdt ze de achternaam Vitjeroo.

De familie doet het goed in de Ommerschans. Zo goed dat ze een hoeve mogen betrekken, horend bij de Ommerschans. Johannes Huibert is dan vrijboer. Hij bewoond een klein boerderijtje met een stukje land waar hij gewassen op moet telen. Het is hoeve nr 18. (Nu Zelhorstweg 10, Vinkenbuurt) In deze hoeve wordt ook zoon Hendrik Wijnandus Arie geboren op 28 april 1861. 



Op 11 juli 1861 vertrekt het gezin naar Veenhuizen. Daar wordt nog een dochter geboren. Ze noemen haar Gerhardina. Ze wordt geboren op 5 juni 1863 en van de geboorte wordt aangifte gedaan in Norg. Een hele tijd lijkt het goed te gaan.

Onderwijs is verplicht in de koloniën, dus de kinderen leren lezen en schrijven. Ongeletterdheid in de onderste laag van de bevolking is erg groot, veel van hun leeftijdsgenootjes zullen dan ook nooit leren schrijven. Johannes, Hendrikus en Gerhardina wel. 

Alles werd bij gehouden in de Ommerschans. Dus ook wat kleine Johannes elke dag te eten kreeg. Kinderen van 2 tot 12 jaar kregen 3/5 van een portie eten. Eén portie eten bestond uit: 3 kop aardappelen of 2,5 kop aardappelen met 1 kop knollen of met 0,5 kop wortelen of verse kool, bonen, erwten. Of Soep voor het middageten. Daarbij kregen ze schapen-, rund-, of varkensvlees, of spel en boter. Voor het avondeten kregen ze roggebrood. Ontbijt kregen ze niet.- Vanaf 12 jaar kregen ze 4/5 van een portie omdat ze vanaf deze leeftijd moesten werken. 

Ook qua kleding is exact bekend wat ze aanhadden. De mannen en jongens boven de 6 jaar droegen een pet een regenbuis, een voerlaken broek, een hemd, een halsdoek, kousen en klompen. Tot 6 jaar liepen de jongens met een rok of jurk en een gebreide must. De "verpleegden" zoals ze genoemd werden sliepen in een hangmat en hadden "een stroozak, een hoofdkussen, een bedlaken, een wollendeken en 1 katoenendeken". 

Het zal niet makkelijk zijn geweest opgroeien in een strafkolonie. Gezinnen werden uit elkaar gerukt. Mannen bij de mannen, vrouwen bij de vrouwen en kinderen op een aparte zaal. Het was een vergaarbak voor invaliden, wezen, mensen die niet wilden werken, arbeidsongeschikten en ander uitschot. Op de slaapzalen werden open tonnen gebruikt als wc, overal krioelde het van het ongedierte. Schurft en oogziektes waren de gewoonste zaken. Je moest voor je vertrek een bepaald bedrag bij elkaar verdienden. Werken vanaf je 12e, en dan het constant verplaatsen, vanuit de Ommerschans naar een hoeve als je goed je best deed of naar een arbeidersgezin woninkje in Veenhuizen. En als je het bedrag bij elkaar had mocht je vertrekken om met je gezin weer door het land te trekken op zoek naar bestaansmiddelen en een plek om te wonen. 


Het hielp niet dat er een stigma ruste op de voormalige bewoners van de Kolonie van Weldadigheid. Werk vinden was niet makkelijk, helemaal niet als je een voormalig kolonist was. Dat kon je beter verzwijgen. En met een handicap zal het nog moeilijker zijn geweest. Misschien dat ze daarom keer op keer (vrijwillig?) terugkeerden naar de Ommerschans?  

Vanaf april tot november 1870 werkt dochter Johanna Catharina als dienstbode bij de boekhouder Lerouy in Veenhuizen. Ze is dan nog maar 15 jaar.

Ik weet niet wanneer het gezin weer ontslagen is uit Veenhuizen maar op 29-12-1870 wordt opnieuw het hele gezin opgezonden vanuit Assen. Buiten vriest het 8 graden, er is moeilijk aan werk te komen, en dat drijft ze met een gezin met vier kinderen weer naar Assen, waarna ze weer opgenomen worden in de Ommerschans. Het is dan al de 7e keer dat Johannes veroordeeld en opgezonden wordt. 

Vanuit de Ommerschans gaat het gezin weer naar een arbeidersgezinhuisje in Veenhuizen. Twee jaar zullen ze er blijven. Als de oudste dochter 17 en de jongste 7 jaar wordt het gezin opnieuw ontslagen. Het is de dag voor kerst en voor de laatste keer loopt het gezin de weg af, weg van Veenhuizen en de Ommerschans en ze zullen er nooit weer terugkeren.  Johannes Huibert heeft er dan met tussenpozen maar liefst 30 jaar gezeten. Zijn zoon Johannes is dan 14 jaar.

De weg naar Veenhuizen


Tussen 1872 en 1874 ben ik het gezin even kwijt. Een aantekening in het bevolkingsregister van de volgende woonplaats vermeld dat ze in Hellendoorn hebben gewoond. Ik heb ze in het bevolkingsregister van Hellendoorn niet gevonden, maar zelf vermoed ik dat ze misschien in Nijverdal hebben gewoond.

Want in 1836 stichtte Thomas Ainsworth met samenwerking van de Nederlansche Handel-Maatschappij, Nijverdal als fabrieksdorp. De naam Nijverdal komt van de woorden nijverheid en Reggedal. Ze stichten er een fabriek met een weverij en een spinnerij. Thomas Ainsworth overleed en in 1850 opende de gebroeders Salomson de Koninklijke Stoom Weverij. Het was in 1854 de enige draaiende stoomweverij in Nederland en had maar liefst 360 getouwen. De gebroeders trokken wevers aan uit heel Nederland. Bijvoorbeeld van het eiland Schokland en uit de Koloniën van Weldadigheid. Waarschijnlijk is Johannes Huibert hier ook op afgekomen en zoons Johannes en Hendrik zullen er wel gewerkt hebben. Ook zijn broer Wijnandus woonde een tijd in Hellendoorn en zijn overlijden in het Drentse Veenoord wordt in Hellendoorn geregistreerd. 

In 1874 duikt het gezin van Adrichem op in Hilversum. Ook hier stond een grote textielfabriek. Net buiten het dorp aan de (Gooische) vaart werd speciaal voor de arbeiders van de fabriek huizen gebouwd. Al snel kreeg het de naam “het rode Dorp” Regelmatig stroomde er namelijk rood verfwater door de straten, afkomstig van de fabriek.
Het Rode dorp had een eigen cultuur. Het stond bekend om zijn vechtpartijen, kroegjes en onafhankelijke mentaliteit. Zoon Hendrik heeft er ook het een en ander uitgevreten, maar daarover volgt meer in een andere blogpost.

Graven aan de vaart. Bron: oudhilversum.nl
Het rode Dorp Hilversum Bron: oudhilversum.nl
De textielfabriek in Hilversum. Foto van vóór 1874! Bron: oudhilversum.nl

De lonen in de fabriek waren redelijk, de mannen werkten 66 uur per week. Dat was een stuk minder dan de handwevers die wel 78 uur per week werkten. Er was een ziekenfonds, en ze hadden hun eigen huisje. Net toen het voor het gezin een beetje voor de wind leek te gaan, overleed vader Johannes Huibert in 1878 op slechts 58 jarige leeftijd. 
Ineens was zoon Johannes, 19 jaar oud, de man in huis en zou hij nog harder hebben moeten werken om voor zijn moeder, broertje en zusje te zorgen. 
Halfzus Johanna Catharina was toen al getrouwd met Abraham de Roo en woonden in Rheine, Duitsland. Moeder Hendrikje ging bij dit gezin wonen toen Johannes op 20 jarige leeftijd in Militaire Dienst moest. Hij kwam terecht bij het regiment Grenadiers Jagers in Den Haag. Hier was Johannes Hoornblazer.

"Oefenig der recruten op de achterplaats" Oranjekazerne Den Haag

Koning Willem I richtte op 7 juli 1829 het regiment Grenadiers Jagers op. De koning zag de Grenadiers Jagers als een keurkorps dat een voorbeeld voor de rest van het leger was. Omdat het korps in Den Haag, in de directe nabijheid van de koning, gelegerd was, werden de Grenadiers Jagers als een garderegiment (elite-eenheid) beschouwd, dat in geoefendheid en uitstraling een voorbeeld moest zijn voor de andere infanterie-eenheden.
De Grenadiers Jagers werden gestationeerd in de beide residenties van de koning ’s-Gravenhage en Brussel, de laatste omdat Nederland en België toen verenigd waren. Ze dienden ‘onder het oog des Konings’. Zij hadden daarom vanaf hun oprichting een speciale band met het Oranjehuis en met ’s-Gravenhage. Zij waren gelegerd in de befaamde Oranjekazerne midden in de stad. Deze kzerne werd gebouwd in de tuin van de Koninklijke Bibliotheek, die aan het Lange Voorhout was. In maart 1919 brandde deze kazerne af. Waar de kazerne heeft gestaan, bevindt zich nu het Louis Couperusplein.

Oranjekazerne Den Haag

In dienst ging het er waarschijnlijk anders aan toe dan hij gewend was geweest in het rode dorp, waar diefstal misschien wel orde van de dag was. Johannes was nog maar net in dienst toen hij al werd veroordeeld. “Diefstal van goederen, in Oegstgeest, waarbij hij als Sausgarde geplaatst was. Jegens twee personen gepleegd. Veroordeeld door Hoog Militair gerechtshof. Staf, 5 jaren kruiwagenstraf. Ten eersten maal gestraft. Overgenomen en ingeschreven 15-12-1879.  14-11-1883 einde straf op last van der Commissie van Administratie". Aldus de inschrijving in de gevangenis te Hoorn. 

Gevangenis Hoorn. Thans Gevangenishotel


Hij was op dat moment een 21 jarige man van 1,582 cm lang. Hij had bruin haar en wenkbrauwen, blauwe ogen en een ovaal gezicht. Zijn voorhoofd was rond, en hij had een gewone mond en neus en een ronde kin. Zijn kleur was gezond en hij had geen baard of andere bijzondere kenmerken.

Nadat hij zijn straf uitgezeten had kwam Johannes richting Enschede. Ook hier was een bloeiende textielindustrie en kon hij aan de slag als wever.

Skyline Enschede

In Enschede woonde Judith Langkamp. Judith was ongehuwd en had een zoon van 2 jaar. Albert Frederik genaamd. Johannes en Judith touwden op 25 maart 1886. Bij dit huwelijk wettigde Johannes Albert Frederik. Zeven maanden na hun huwelijk werd dochter Johanna Huberta geboren in Ibbenburen, Duitsland. In de grensregio rond Enschede was een bloeiende textielindustrie. 
Maar dat Johannes moeilijk vast werk kon vinden is wel te zien aan de geboorte plaatsen waar de kinderen geboren werden. 

Dertien maanden na de geboorte van Johanna Huberta werd zoon Frederik geboren aan de Emmastraat in Enschede. Zoon Hendrik/Heinrich volgde in 1889 in Schüttorf (Dld).

Johannes halfzus Johanna Catharina woonde nog steeds in Rheine en stierf daar op de veel te jonge leeftijd van 35 jaar. Ze liet 3 kinderen van 5,7 en 10 jaar oud achter. Haar man Abraham de Roo overleed 6 jaar later. De kinderen waren toen 11, 13 en 17 jaar oud. Johannes werd voogd van de drie zonen van het echtpaar. Ze woonden bij ze in tot ze op eigen benen konden staan.

Het zal een drukke bedoening zijn geweest in het huisje van de familie van Adrichem, want intussen waren ook dochters Albertina Frederika (1892), Barendjen (1894) en Alberdina (1896) geboren in Nordhorn. Helaas overleed de oudste zoon Albert Frederik in 1891 op 7 jarige leeftijd in Enschede.

afdakswoningen

Eenmaal weer in Enschede ging het gezin wonen aan de Sebastopol, nummer 28. De Sebastopol stond bekend als een vergaarbak voor mensen die aan de onderkant van de samenleving verkeerden. Eigenlijk net zoals in het Rode Dorp in Hilversum.
Sebastopol geplaagd door grote sociale problemen. Het drankmisbruik was er groot en vanwege de armoede werden er veel schimmige handeltjes bedreven. Met de hygiëne en algemene woonomstandigheden was het in de huizen niet al te best gesteld. Riolering en stromend water ontbraken en de woningen waren vochtig en overbevolkt. 
Het Enschede van rond 1900 was zeer dynamisch, mensen kwamen en vertrokken, er was een constante stroom werkzoekenden uit heel Nederland. Tussen de vele nieuwkomers bevonden zich ook een groot aantal kleurrijke figuren die niet behoorden tot de groep gewone fabrieksarbeiders: ambulante handelaren, orgeldraaiers, voddenkoopmannen enzovoort. En dus ook een voormalig kolonist uit de Ommerschans. In dit huis aan de Sebastopol werd dochter Judith (1900) en zoon Johannes (1903) geboren.
Sebastopol
Sebastopol
Het leven was zwaar voor ze. Op de persoonskaart die ik bij het CBG heb aangevraagd staan Albertina Frederika, Barendjen en Frederik na 1907 niet meer op. Ik ben bang dat ze alle drie in Duitsland zijn overleden. Vier van de 9 kinderen verliezen op jonge leeftijd moet echt verschrikkelijk zijn geweest. En dan de constante zorg om je gezin onderdak en te eten te geven. Om rond te komen was Johannes courantenbezorger en volgens de familieverhalen ook Hannekemaaier.
Wikipedia leert mij dat Hannekemaaiers seizoenarbeiders waren (voornamelijk uit Duitsland) die in de zomer te voet naar Nederland kwamen om op het te land werken. De term hannekemaaier is afkomstig van de naam Johannes, doorgaans afgekort tot Hannes en is ontleend aan de dag van traditionele in-dienst-treding, Sint Johannesdag (24 juni). 

Hannekemaaiers


Een lichtpuntje in het leven van Johannes en Judith moet de geboorte van hun eerste kleinkind zijn geweest. Dochter Johanna Huberta (die overal vermeld wordt als van Andrichem) beviel van zoon Reinder. Uiteindelijk kreeg Johannes maar liefst 17 kleinkinderen. En tijdens zijn leven werden er nog 8 achterkleinkinderen geboren. Johannes' moeder Hendrikje Vitjeroo overleed in 1913 in Hilversum op de mooie leeftijd van 89 jaar. Ze was toen al bijna 30 jaar weduwe.

Het gezin ging wonen aan de Getfertweg. Het huis stond pal naast textielfabriek Scholten. Deze joekel van een fabriek had aan de Getfertweg een vrij gesloten straatwand. Waar de voormalige oprit van de Ambulances van het MST was, lag het ketelhuis gevestigd. Op 10 meter hoogte een gigantische stoomketel, gewoon in de open lucht. 
Stoomketel Textielfabriek Scholten Haaksbergerstraat


Het was in de 50er jaren heel gewoon om met de stoomfluit tijdsignalen te geven. Die waren bestemd voor het personeel om ze er aan te herinneren dat het werk moest beginnen of eindigen. Ook werd er een oproepsysteem gebruikt voor personeel. 4 á 5 Toontjes snel achter elkaar waren te horen over het hele fabrieksterrein en dus ook in de wijde omgeving.  Het moet een soms een kakafonie van stoomfluiten, signalen en bellen van de sprinklerinstallaties zijn geweest daar aan de Getfertweg. Denk daarbij gevoegd de rook en stank die de fabrieken uitbraakten en je begrijpt dat het Enschede van 50 jaar geleden een totaal andere sfeer ademde. 

Textielfabriek Scholten

Na het overlijden van zijn vrouw Judith Langkamp op 78 jarige leeftijd woonde hij bij dochter Judith van Adrichem aan de Floresstraat. Later kwam Johannes kwam in het oude Mannenhuis aan de Molenstraat in Enschede te wonen. Achterkleinkinderen kunnen zich nog herinneren dat ze geld naar hun overgrootvader moesten brengen. 
Tehuis voor oude mannen en vrouwen, Molenstraat Enschede
Volgens mijn vader was hij een hoge leeftijd nog een energiek man die zo over een bankje sprong. Op een koude decemberavond kreeg Johannes ruzie en vertrok uit het mannenhuis waarna hij de volgende dag op een bankje in het Volkspark is gevonden. Hij had de hele nacht in de kou gezeten. Johannes liep een longontsteking op waar hij uiteindelijk aan is overleden. Hij werd maar liefst 97 jaar, niet slecht voor een kolonisten zoon!  

Johannes is pas in 1955 overleden, fotografie was al lang uitgevonden. Ik ben overtuigd dat er ergens een foto van hem moet zijn en misschien ook wel van zijn vrouw Judith. Ik wil zo ongelofelijk graag zien hoe deze man er uit ziet! Dus ik blijf maar speuren naar verre familieleden en wie weet kan ik hier ooit een foto van hem hier laten zien, dat zou geweldig zijn. Vind je ‘m eerder dan ik, Let me know! 

woensdag 1 juni 2016

Geboorteplaats kwartierstaat

Het begon met meneer J Paul Hawthorne een Amerikaanse auteur, die een "Five Generation Birthplace Pedigree Chart" op Facebook zette met daarin niet de namen van zijn voorouders, maar de plaatsen waar ze vandaag kwamen. 

Binnen no time was het onder (hobby)genealogen een hit en verspreide het idee zich snel over het internet. Vaak ben ik 'm al tegen gekomen, maar ik besloot er zelf ook maar een te maken. Eigenlijk is één generatie verder nog interessanter, vooral aan de kant van de van Adrichem's, maar die past hier helaas niet op....
De eerste ben ik uiteraard zelf, en boven aan is de mannelijke lijn, onderaan dus de vrouwelijke.